Scarlatti – Franz Marijnen – t,arsenaal – Mechelen****

scarlatti-600Een uitvoering van de sonates voor piano van Domenico Scarlatti neemt een onvermoede wending wanneer blijkt dat de verwarde theaterdirecteur drie evenementen op hetzelfde tijdstip heeft geboekt. Een vermaarde Italiaanse concertpianiste, een exotische kookavond met deelnemers uit Zuid-Afrika, Senegal, Iran, … en een lezing door een gelauwerde professor moraalfilosofie met als thema ‘De Vreemdeling in Onszelf’.

Het Scarlatticoncert, symbool van de Westerse klassieke elitaire cultuur wordt op clowneske wijze onderuitgehaald door een groep kookexoten die een Njam, Njam Mondiale komen presenteren. Dat leidt tot een verhitte discussie en ernstig conflict met de concertpianiste (Alexandra Oppo) die in een denigrerende vooroordelentaal de koks afbekt. Een vrouw in tsjador (Sachli Gholamalizad), gereduceerd tot zittend niets doen, op haar schoot een radio met vooraf geprogrammeerde audiocassette van de kooksessiecommentaren, houdt nadien een korte monoloog over wat haar als vrouw allemaal ontzegd wordt maar eindigt met ‘Je quitte cette macarade … .’ Waarop één van de koks: ‘Maar ik draag zoveel maskers, blijf.’ Daarna wordt de professor moraalfilosofie (Mark Vandenbos) geïntroduceerd. De rede doet haar intrede via een lezing Westerse moraalfilosofie: De Vreemdeling in Onszelf. Duidelijke verwijzing naar een werk van de Bulgaarse taalfilosofe en psychoanalytica Julia Kristeva. Op het achterplat van haar naar het Nederlands vertaalde essay Etrangérs à nous-mêmes (1988) lezen we:

‘Een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land van Egypte.’ Het citaat stamt uit Exodus. Even tolerant waren de Grieken in hun literatuur: in Aeschylus’ De smekelingen worden vijftig vluchtelingen in de stadstaat Argos opgenomen, al betekende dat oorlog met Egypte.
De houding ten opzichte van vreemdelingen is in de loop van de westerse geschiedenis grondig veranderd: Armeniërs en joden zijn in deze eeuw vervolgd en vermoord en zelfs na die catastrofes lijkt het racisme in Europa nu weer in alle hevigheid de kop op te steken.
In dit boek bespreekt Julia Kristeva, Française van Bulgaarse origine, diepgaand de plaats van de vreemdeling in de westerse cultuur. Zij keert terug tot de bronnen van onze beschaving: tot de joodse, Griekse en vroeg-christelijke traditie. Zij zoekt in middeleeuwen en renaissance (Dante, Rabelais en Erasmus) naar denkbeelden en opvattingen en verbindt die met ideeën uit de verlichting en de romantiek. Toch schreef Kristeva geen cultuurfilosofische studie: in eerste instantie is het haar te doen om de moraal. Hoe staan wij – of dienen wij te- ten opzichte van de vreemdeling? Hoe kunnen wij een houding vinden die ons niet van onszelf vervreemdt en die tegelijkertijd rekening houdt met de vreemdheid van de ander? Kristeva vindt voor een antwoord inspriatie bij Freud, die er in zijn concept van de ‘unheimliche Fremdheit’ van uitging dat ieder mens in zijn onbewuste een vreemde is voor zichzelf. Wie die onzekerheid van de menselijk staat accepteert, zal het vreemde buiten zichzelf niet meer brandmerken.

Daar gaat het dus om in Scarlatti. Tijdens de lezing keren de rollen. De ‘multiculti kokclowns’ blijken intelligente wereldburgers die de geschiedenis van de westerse moraalfilosofie en literatuur goed kennen en … prachtig Scarlatti vertolken.

We vieren dit jaar 50 jaar migratie. De migranten hebben hun culturele, religieuze en linguistische referentiekaders met zich meegebracht en onze cultuur veranderd. Kennen we echter de vreemdeling in onszelf wel? Diegene namelijk die in contact met de andere soms ‘ver van huis is’.

Deze voorstelling houdt ons een spiegel voor die veel leuke, vaker confronterende momenten oplevert. Doorheen het hele stuk voel je Kisteva’s vrouwelijke benadering van de werkelijkheid doorklinken nl die van verwerping, verandering, opstand. Het niet erkennen van het vreemde in deze ongelukkige samenloop van omstandigheden stevent af op een catastrofe. Het oude, gesymboliseerd door de theaterdirecteur (Tuur De Weert), exponent van mannelijke orde en wet, is ten prooi aan verwarring. ‘Hoe moet het nu verder?’, vraagt hij zich in een slotmonoloog vertwijfeld af. Zijn vrouw (Hilde Van Haesendonck), mee oorzaak van de chaos, probeert te redden wat te redden valt. Franz Marijnen ziet de continuiteit echter verzekerd: een ‘vreemdeling’ (Idy Mbenge) zet zich achter de vleugel en speelt virtuoos Scarlatti. 

Een project van Franz Marijnen met een internationale cast Alexandra Oppo, Tuur De Weert, Mark Vandenbos, Aïcha Cissé, Sachli Gholamalizad, Mostafa Benkerroum,Hilde Van haesendonck, Zukisa Nante,Idy Mbengue scenografie Marcos Viñals Bassols muziek en soundscape Alain Van Zeveren kostuums Joëlle Meerbergen technische leiding en lichtontwerp Felix Goossens techniek Bas Banen, Dieter Lambrechts een productie van t,arsenaal mechelen

Gerelateerd aan dit thema is de boeiende TED-talk van de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie over ‘The danger of a single story’.

Kamer 411 – Simone Vinci door t,arsenaal – Mechelen *****

downloadEen vrouw alleen in een kamer. 411. Met haar stem, met haar lichaam richt ze zich tot de man die daar niet meer is. Een woordenstroom die een reis is, een stoomtrein doorheen de enorme vlakte van herinneringen verdrongen verlangens, levensflarden. Het verhaal van een liefdesgeschiedenis, van een heel leven, dat zich telkens weer moeizaam over de paradoxen heen moet trekken, waar de spanning het hoogst is, en de inzet ook. En nu? Nu is het stil op de vlakte. Enkele foto’s als relikwieën. “Vierhonderd-en-elf” als mantra. De waarheid uitspreken, eindelijk.[bron: brochure]

Bien De Moor schittert in dit stuk met een tekst van Simone Vinci, in een bewerking  en regie van Franz Marijnen. De scenografie in handen van Marcos Viñals Bassols, is simona-vinci_kamer-411-171x279pxminimalistisch: een vierkant metalen staketsel  op een vooruitgeschoven scène waarrond het publiek  kan plaatsnemen. Een kamerbalkon met hoekpalen waarrond de hoofdpersoon zich af en toe behendig slingert. Een boksring lijkt het soms. Metaforen, blijkt later, voor het liefdesdebacle waarover de vrouw het in haar anderhalf uur durende monoloog heeft. Tegen de achterwand een kast die gedurende het spel wordt open geplooid tot een kamerbrede spiegel. Op de vloer een lichtgroene moquette. De vrouw in kamer 411 houdt het publiek een spiegel voor: ze spreekt haar – misschien wel de – naakte waarheid uit, intrigerend, verontrustend, bijzonder kwetsbaar. Dit relaas van een liefdesgeschiedenis die ten einde kwam, wordt door de buitengewoon natuurlijke acteerprestatie van Bien De Moor absolute klasse!

Meer info over speeldata en locaties vindt u hier. 

Winter – Jon Fosse – ’t Arsenaal****

‘Mijn stukken beschrijven eenvoudige mensen in een niet eenvoudige wereld.’ – Jon Fosse

scannen0001Wintereen stuk van de Noorse Jon Fosse, ging gisteren in première in ’t Arsenaal en wel in een regie van Franz Marijnen. Marijnen na tal van nationale en internationale opdrachten en creaties terug in Mechelen dus waar alles in het toenmalige MMT begon. De acteurs niet minder dan Lucas Van den Eynde en Lotte Heijtenis.

Het gegeven: een man is in een vreemde stad waar hij een afspraak heeft. In een andere stad heeft hij een vrouw en kinderen. Hij heeft nog even tijd en zet zich op een bank. Uit het niets komt een vrouw op hem af die zich aan hem opdringt. Hij neemt haar tenslotte mee naar zijn hotelkamer. Zijn afspraak wordt vergeten en even later ook zijn vrouw en kinderen en zelfs zijn beroep. Nu geldt alleen nog de bank in het park. zijn hotelkamer en wachten op de vrouw die zijn wereld op zijn kop zet en zijn geordend leven een nieuwe wending geeft.

De stijl van het stuk is duidelijk modernistisch. Zowel in taal als in enscenering. Je voelt je als het ware naar een herrezen Beckett kijken: een koud wit decor – een bank en een hotelkamerbed op een centrale carrousel –  slechts twee acteurs pratend met elkaar in elliptische zinnen. Een aarzelende communicatiestijl die door zijn woordkarigheid de aandacht vestigt op de stiltes tussenin en de intonatie waarmee deze woorden gezegd worden. Er wordt langs elkaar gepraat. Er wordt geschreeuwd om contact en gebedeld om liefde. Er is ijskoud zwijgen, er is verbazing, er is onbegrip, er is twijfel maar er komt rust en warme kleren. En dan … een vuile telefoontruc en telefoons van thuis die onbeantwoord blijven en weer afspreken en niet opdagen en toch weer verschijnen. Kortom alles wordt uit de kast gehaald tot hij niet meer te redden valt en zij, bewust van wat hij op het spel zet, bevestigd hoort dat hij van haar houdt en ze beiden uit de kleren gaan. Banaal overspel, lijkt het. Dat is het echter niet. Fosse laat zien hoe een fatsoenlijke man die een goed geordend leven leidde – hij ruimt haar sokken en schoenen op als hij binnenkomt in de hotelkamer – zich plots verliest in een overrompelende passie. Hij geeft zijn vrouw, kinderen en job op en zit uren te wachten op de vreemde vrouw. Deze passie betekent het einde van zijn burgerlijk bestaan. Wat in de plaats komt, is overgave aan een ‘waanzinnige liefde’.

De man, Lucas van den Eynde, is grandioos en sterk in een terughoudende, gereserveerde spelstijl die wijzigt wanneer de vis aan de haak hangt te spartelen. Nu is de vrouw, Lotte Heijtenis, de gereserveerde, sterke tegenspeler. Beiden vertolken een immense existentiële treurigheid. De scènes worden gestructureerd door een melodieus klankdecor dat heilzaam werkt op het gevoel van melancholie dat het stuk ademt. Achter op het podium en aan weerszijden van de carrousel – links een bureau, rechts een stoel – verkleden de acteurs zich aanvankelijk elk apart nadien samen op één plek: het bureau. Van het bureau gaat het naar het hotelbed. Het doel is bereikt.

In Winter wordt een kantoorheld op een winterse dag op een bank in het park door een vreemde, depressieve, hysterische, jonge vrouw in tracksuit opdringerig lastig gevallen. Hij geeft haar onderdak in zijn hotelkamer en koopt haar warme kleren. Een man en een vrouw met een grijs en leeg bestaan schreeuwen hun hang naar een ander leven uit. Hier o.a. gesymboliseerd door geel licht op het hotelkamerbed. Over de witte bank in het park rijst echter op een bepaald ogenblik een treurige zwarte schaduw. Is dit het geluk waarvoor alles op het spel gezet wordt? Is dit zijn ? Of is deze passie de voorbode van een harde existentiële winter? Je krijgt er als toeschouwer niet onmiddellijk vat op. Er wordt iets gecommuniceerd dat het midden houdt tussen waarheid en leugen tussen realiteit en zinloosheid: twee verloren zielen zoeken troost bij elkaar midden in de grootste vertwijfeling. Het stuk zet met poëtische karigheid ’s mensen lieftalligste domheid in de kijker.

%d bloggers liken dit: