Feux, 2018 – uit Le Chagrin des Belges van Adel Abdessemed

Een opiniestuk van prof. emeritus Leo Neels op de website van de VRT Standbeelden kunnen goede symbolen worden van wat we niet meer willen, maar dan moeten ze wel zichtbaar blijven, zette me aan het denken.

Zou dit werk van Adel Abdessemed (°1971, Algerije) dat te zien was op Watou 2018 niet beter duidelijk maken ‘wat we niet meer willen’ omdat het keihard binnenkomt, omdat het ons confronteert met onze sociale handicaps: structureel geweld, racisme en discriminatie, openlijk of verdoken ?

Het is Hugo Claus’ Het verdriet van België dat de kunstenaar inspireerde om een reeks werken samen te stellen, vertrekkend van treffende verhalen over Belgisch Congo onder Leopold II, die de kolonie 24 jaar lang als persoonlijk bezit behandelde. Alle werken uit de reeks kregen de titel Feux en zijn gemaakt van houtskool, een natuurlijk element dat voortkomt uit verwoesting maar ook dient als tekenmateriaal.

Een verzameling afgehakte handen wijst duidelijk op de vreselijk grote hoeveelheid slachtoffers die destijd geteisterd werden door afschuwelijk leed en verlies.

Feux, 2018 by Adel Abdessemed – Watou 2018

Le Chagrin des Belges zet een deur open naar een waar gebeurde nachtmerrie die ons land blijft achtervolgen. Abdessemed nodigt hiermee de Belgen uit om dergelijke feiten niet te vergeten en kritisch te blijven nadenken over onze eigen terreur.

Hugo Claus – 19 maart 2008

Hugo ClausVandaag vijf jaar geleden besliste Hugo Claus om zijn leven te beëindigen. Op de Markt van Watou, het dorp op de Frans-Belgische grens waar jaarlijks gedurende de zomermaanden het Kunstenfestival plaatsvindt, het Claussilhouet, een blijvend aandenken aan de bekende overleden auteur. Het silhouet is gemaakt door Roger Raveel in 1993.

Van het eigengereide
naar het merkbare
gaat de beschouwing
Woorden,
gekleurd of niet,
worden sleutels

Hugo Claus

Op de valreep nog Anna Equists ‘Een kooi van klank’

Anna EnquistZo ging het gisteren. Ik zou wat gaan shoppen in studentenstad Leuven. Wou vooral mijn poëziebundelbestand wat aanvullen maar maakte er een dagje uit van. Wou ook even nagaan of het klopt dat boekhandels te weinig aandacht besteden aan poëzie. En jawel, in de eerste boekhandel: een klein tafeltje met enkele bundels vooral verzamelbundels van o.a. Herman De Coninck Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had ingeleid en geselecteerd door Kristien Hemmerechts , van Anna Enquist Gedichten 1991-2012, van Leonard Nolens De liefdesgedichten, en Jotie ’t Hoofts Verzamelde gedichten. Daarnaast ook enkele genomineerden van de Herman De Coninck – poëzieprijs 2013: de nieuwe bundel van Delphine Lecompte Schachten en Amuletten, Het vertrek van Maeterlinck van Michaël Vandebril, Xavier Roelens’ Stormen, olielekken, motetten. Ook Hugo Claus was aanwezig met Je buik van pimpelmees, een door zijn vrouw Veerle Claus uit zijn oeuvre.geselecteerd bundeltje liefdesgedichten  Er bleek in de betrokken boekhandel ook nog een piepklein plekje op de eerste verdieping te zijn vrijgehouden voor poëzie. Illustere afwezigen: Annemarie Estor en  David Troch. Bij navraag bleek buiten westen van David Troch al meer dan drie weken besteld maar niet meer verkrijgbaar, in herdruk. En De oksels van de bok van Annemarie Estor? Ja we bestellen niet zoveel poëziebundels want de verkoop kent dan een paar dagen in deze tijd van het jaar een piek en dan blijven we met die bundels zitten. Trouwens we vinden dat ze eigenlijk al proportioneel gezien te veel plaats innemen. Toen brak mijn spreekwoordelijke klomp! Ik kocht enkele bundels en vroeg of ik het Poëziegeschenk 2013 dan niet kreeg want het bestede bedrag overtrof ruim het aankoopminimum van 15€. Nu, die hadden ze niet meer, ze hadden er maar zeer weinig gekregen en die waren nu op. Een beetje teleurgesteld verliet ik de zaak mezelf verwijtend te lang gewacht te hebben met de aanschaf. Het Gedichtendagessay 2012 van Erik Spinoy prijkte nog in de etalage en werd voor 2.5 € aangeboden. Terwijl ik de winkelwandelstraat instapte om nog wat boodschappen te doen en al flanerend de tweede boekhandel passeerde, er ook even binnenliep en nog wat poëzie kocht, werd ik de gelukkige die de laatste ‘Een kooi van klank’ van het plastic staandertje mocht plukken. Een kleinnood van 10 prachtige gedichten. ‘Het Poëziegeschenk […] gaat over de rol  van muziek op gebieden waar woorden ofwel (nog) geen betekenis hebben, bijvoorbeeld in de omgang met een heel jong kind, ofwel hun betekenis zijn kwijtgeraakt, zoals na een verpletterend verlies.’


Begin
Er viel niets te noemen, tijd
hield zich stil. Het danste en bruiste
boven dof bonken. De donkere

holte zonder gebrek of verlangen
werd een huis voor een grenzeloos
wezen dat groeide, blind,

op de maat van mijn hartslag.
Zij was het.Woordeloos kon ze
het wiegende ritme ontvangen.

Ze luisterde naar dat kloppende
ruisen en hoorde daartegen
het haastige tikken van haar begin.



Pavane
Canon, sonate, koraal. Je bouwt
van geluid een vertrouwde woning;
de sarabande je hartslag, je adem.

De pavane past je als huid, het requiem
vormt een harmonisch tapijt. Geen huis
hechter, geen steviger bouwsel van tijd.

Ook zij had met muziek haar wanden
behangen. Werd ze op straat, tussen 
herrie en stank, door liedjes gewiegd?

Pergolesi en Prince. Op de zachte
matras van de stenen verging ze,
veilig en warm, in een kooi van klank.

Tot slot, het moet me van het hart: er is echt wat met de ‘Staat van de Poëzie’ want ook in de tweede boekhandel was het ‘zoeken’ naar het poëzieplekje en dat terwijl de Poezieweek nog niet ten einde was. Is de inkrimping van het poëziebestand in de boekhandels het onmiskenbare teken dat het om een te ‘elitair’ kunstgenre gaat? Beschouwen boekhandels poëzie nog als ‘waardevol’, vroeg ik me af. Besteden we op school  aan deze kunstvorm nog voldoende aandacht? Is het distributiesysteem afgestemd op onze tijd? Heeft het snel levende hedendaagse publiek geen behoefte meer aan het genre? Met Erik Spinoy ben ik geneigd te zeggen The future is not ours to see.

%d bloggers liken dit: