The Green Road – Het groene pad – Anne Enright*****

Anne Enrights  ontroerende zesde roman keert terug naar het thema van haar Bookerprijswinnende The Gathering: een Ierse familie wordt door de omstandigheden gedwongen tot confrontatie met conflict, verlies en verandering.

het-groene-pad-anne-enright-boek-cover-9789023492092The Green RoadHet groene pad (2015)  –  vertaald naar het Nederlands voor De Bezige Bij door Molly van Gelder – speelt zich af in het graafschap Clare. De auteur heeft gekozen, zo vertelt ze in een nawoord, om de stad waar haar personages wonen, niet te noemen: ” Hiermee wil ik benadrukken dat dit een fictief verhaal is, bewoond door fictieve personages”  Het geeft  de lezer de mogelijkheid een rijkelijk opgeroepen landschap te bewonen, dat van het Ierland uit het recente verleden en daaronder het Ierland van de mythe.

Enrights saga confronteert de lezer met de matriarch Rosaleen Madigan, geboren Considine, en wellicht genoemd naar de heldin uit een populair Iers volkslied. Ook de groene weg van de titel van de roman is zowel een bestaande track over de Burren in County Clare  als een rotsachtig pad dat Rosaleen moet betreden in haar eigen ziel.

De vorm van de roman belichaamt perfect het thema van barsten en kloven in de (familie)relaties.  De roman begint met ons Rosaleen Madigans ruzieënde kinderen voor te stellen  naar rato van een hoofdstuk voor elk.  In het eerste fragment, Ardeevin 1980, wordt de jongste dochter Hanna door haar grootmoeder Madigan om een boodschap naar oom Bart Considine, apotheker, gestuurd. Haar moeder ligt dan al een paar weken in bed nadat ze van haar oudste zoon Dan te horen kreeg dat hij priester-missionaris wil worden. Later in de roman wordt Hanna, nu een mislukte actrice in Dublin, voorgesteld als in de war gebracht door haar eigen moederschap. Haar manier van ontsnappen is depressief worden, vluchten in de drank en in rond geduwd worden door haar ruwe partner.

Enright tovert een verdwenen tijd terug  in scherpe close-ups van details. Hanna onderzoekt haar stadje met de intensiteit van een visionair: “Daarna kreeg je de winkels: de manufactuur met de grote ruit, omrand met geel cellofaan; de slager met zijn vleesbakken, omlijst met bebloed kunstgras; en na de slager de zaak van haar oom, en van haar grootvader vóór hem: Apotheek en Drogisterij Considine.” (blz. 10) Ze bereikt de apotheek, met  “flesjes 4711 en badzeep van Imperial Leather in crème en donkerrode doosjes.” (blz. 12) Er heerst een vete tussen de Considines en de Madigans: “Emmet [Hannes jongste broer] zei dat opa Madigan in de Burgeroorlog was neergeschoten en dat opa Considine toen geweigerd had hem te helpen.”(blz. 29). Rosaleen Considine  is in de ogen van haar familie beneden haar stand getrouwd.

Het tweede hoofdstuk, New York in 1991, onthult Dan als een gerateerde priester in de New Yorkse gay scene. Het vertelperspectief wisselt van derde persoon naar een eerste persoon meervoud “wij’, waarbij een roddeltoon wordt aangeslagen die typisch is voor de freewheelende en opschepperige New Yorkse gay subcultuur van die tijd.

Dans broer, Emmet, die we ontmoeten in 2002, heeft een vluchtweg van ouders en familie gevonden die leidt tot Ségou in Mali, waar hij een zelfbewuste hulpverlener wordt , vol zelfspot: “Met een opgelucht gevoel reisde hij af naar de hoofdstad voor een week lang opgestopt verkeer en een enigszins beschermd verblijf met de mannen van de regering en de VN en de Voedsel- en Landbouworganisatie. Bamak was niet bepaald het vliegveld van Genève, maar het was evengoed een hele overgang. Emmet dacht soms dat hij een mooi kantoor zou willen met airco, Nespresso en Skype, maar dan dacht hij weer dat zijn zenuwinzinking door een mooi kantoor met airco haar kans schoon zou zien.” (blz. 115) Emmet probeert zijn koel te bewaren wanneer hij zich bezighoudt met de complicaties van het postkoloniale leven en wordt daarbij niet bepaald geholpen door zijn vriendin Alice, wanneer die een  schurftige hond adopteert die meer te eten krijgt dan het huispersoneel.

In tegenstelling tot haar broers en zussen, leidt Constance een ogenschijnlijk gewoon leven. Werk, echtgenoot, kinderen lijken haar te bepalen. We ontmoeten haar eerst in 1997, ze moet een mammogram ondergaan voor een verdachte tumor. Zij heeft een plichtsgetrouwe haat-liefde relatie met haar moeder Rosaleen, staat open voor het vreemde in alle mensen die ze ontmoet, koestert de eigenaardigheden van het dagelijks leven en het geheim van de echtelijke erotiek. Ze is de stille heldin-martelares.

In een tweede deel worden dan al deze diasporaleden van de Madiganfamilie samengebracht rond de kerstdis omdat ze vernomen hebben dat hun zesenzeventigjarige moeder besloten heeft de ouderlijke woning te verkopen en bij haar dochter in te trekken. Het traditionele familiefeest veroorzaakt echter een uiterst onaangename komische climax die dreigt uit te draaien op een catastrofe. Elk familielid ziet nadien op zijn manier de realiteit in en de onvolkomenheid van moederliefde. Bij hun zoektocht naar een andere woning voor Rosaleen tekenen Constances woorden de realiteit van die relatie: “ Toen Constance haar voor de laatste keer van het ziekenhuis in Limerick ophaalde, reden ze terug over de boogbrug langs Ardeevin. De ramen aan de voorkant waren dichtgetimmerd en het hek hing open, maar Rosaleen leek het huis niet te zien, het leek wel alsof het nooit had bestaan. Die avond ging Constance terug om wat rozen te plukken uit de verwaarloosde tuin en ze kwam doodmoe en alleen terug. Het ideale huis bestond niet, hoe zou het ook? Je kon het Rosaleen immers nooit naar de zin maken. Iedereen sloofde zich uit om haar tevreden te stellen, maar iedereen schoot tekort.”(blz.312)

Het groene pad bracht me terug naar de buitengewone en unieke natuur van county Clare, waar Anne Enright deze roman schreef op een moment dat ze zichzelf, in een midlife crisis, probeerde terug te vinden. Lange wandelingen langs het groene pad met de Atlantische Oceaan in haar blikveld, inspireerden haar. De onopgesmukte, vaak rauwe realiteit van haar proza ademt de Ierse ziel.

The Leuven Institute for Ireland in Europe

The Leuven Institute for Ireland In Europe.

IerlandSaint Patrick’s Day, vandaag kleurt de halve wereld groen. Ierland dat in 2013 het voorzitterschap van de Europese Unie waarneemt, uploadt als onderdeel van het programma Cultuur, binnen The Poetry Projectelke week een gedicht en de bijbehorende video-illustraties, om de literaire en visuele creativiteit van Ierland te vieren. Wie registreert via bovenstaande link naar The Poetry Project, krijgt elke maandag een gedicht in zijn mailbox. Doen!

In het woud – In the Forest – Edna O’Brien****

Na de vorige roman Time and Tide (1992) van de Anglo – Ierse schrijfster Edna O’Brien, was mijn nieuwgierigheid gewekt naar later werk van haar. In het woud (2002) De Bezige Bij – Amsterdam, vertaling van In the Forest (2002) Weidenfeld & Nicolsonverscheen tien jaar later en grijpt terug naar een moordzaak die zich in april 1994 afspeelde in het Ierse County Clare waar de auteur opgroeide. Ze vertelt over deze feiten dat, terwijl ze met de research voor een ander boek bezig was, deze gebeurtenis haar zodanig aangreep dat ze er moest over schrijven. De kritiek in Ierland was opnieuw niet zacht. Kende ze Ierland, na haar vertrek naar London veertig jaar geleden, nog wel voldoende om er zo over te schrijven? Zo, want O’Brien toont in deze roman vooral ‘the state-of-the-nation’ die niet verschilt van om het even welke andere Europese natie, alleen Ierland gaf er, volgens krantenberichten uit die jaren, de voorkeur aan nog over zichzelf te denken in termen van ‘gezellige sociale cohesie’ en ‘buurtschap’ uit half vervlogen tijden, terwijl het tegelijkertijd wou genieten van de 21ste eeuwse economische vooruitgang; het wou de mobieltjes zonder het aanvallen en beroven. Het land werd in 1994 geconfronteerd met z’n donkere kant:

Brendan O’Donnell, a disturbed young man with a petty-criminal past, abducted and murdered Imelda Riney, her three-year-old son Liam, and a priest, Father Joseph Walshe, and dumped their bodies in Cregg Wood. O’Donnell was captured after he abducted another woman. In July 1997, O’Donnell, serving a life sentence for the murders, was found dead by nursing staff in the Central Mental Hospital in Dublin. (The Guardian)

Dit zijn de feiten die O’ Brien inspireerden om haar roman In het woud te schrijven. Ze draagt haar verhaal op aan de slachtoffers en geeft haar boek het motto mee: Turn back, turn back, thou Bonnie Bride, nor in this house of death abide (Volkslied). De roman start met een sfeerbeeld van Cloosh Wood en omgeving na de feiten, het impact dat de moordzaak op de gemeenschap in de omgeving gehad heeft en gaat dan verder met de voorstelling van de hoofdpersonen Mich O’Kane, alias de Kinderschreck en Eily Ryan en Maddie, haar driejarig zoontje. Hoofdstuk per hoofdstuk groeit het verhaal naar een climax in het hoofdstuk In het woud, waar in een onvoorstelbaar beangstigende en spannende vertelstijl maar in understatement, de feiten worden opgeroepen. Over de hele roman valt het op hoe O’ Brien erin is geslaagd de schizofrene wartaal van Mich O’ Kane stem te geven. Ze kruipt in de huid van deze (jonge) crimineel en, wetend dat haar lezer voorkennis heeft, laat ze op verschillende momenten via zeer authentieke dialogen de dreiging en de ermee gepaard gaande angst tot bijna ondraaglijke intensiteit stijgen. Opvallend is haar empathie voor deze figuur helemaal in de lijn van wat de verdediging van O’ Kane de jury in de rechtbank voorhoudt:

Hij zei dat de jongeman het niet verdiende daar alleen te staan omdat het land zelf terechtstond, dat hem tekortgedaan had, het systeem had hem tekortgedaan omdat hij vanaf zijn tiende van de ene inrichting naar de andere was gestuurd, zonder moeder, zonder vader, nooit bij hen, nooit zonder hen.

Het is deze geschiedenis die met veel invoeling wordt verteld, en Eily Ryan, de knappe hippie-artiste met haar buitenechtelijk kind, die in de streek komt ‘aanwaaien’ en in O’Kanes ouderlijk huis neerstrijkt, wordt het object van z’n fantasie en z’n frustratie net als Father John, die voor hem de incarnatie wordt van wat hem in de inrichtingen is aangedaan. Alleen daarom was het schrijven van deze roman meer dan een waardevolle onderneming die ook nog succesvol bleek te zijn.

Time and Tide – Edna O’ Brien****

‘Time and Tide is the most inclusive of Edna O’Brien’s fictions, not just in the technical resource of its narrative or the range and empathy of its characterisations, but for the intensity of its spiritual concern, its deep intellectual seriousness, I judge it her masterpiece’Augustine Martin in the Irish Literary Supplement

Dit is wat de Penguineditie (1993) vermeldt. De roman werd gepubliceerd in Groot – Brittannië in 1992 door Viking en werd toen niet door iedereen zo enthousiast onthaald.

Hoofdpersonage Nell  Steadman werkt als revisor en publicist bij een Londense uitgeverij en geeft in die hoedanigheid advies aan – vaak vrouwelijke – auteurs over hun manuscripten.

. . . sit with your story, your rich, raw, bleak, relentless story, the one you are so near to, too near to, and moisten it with every drop and suppuration that you have until in the end it glistens with the exquisite glow of a freshly- dredged pearl . . . It is as fundamental as motherhood, but the seed is within yourself. ‘How?’ I hear you ask. Simple. The sperms are the moonbeams and sunbeams and shadows of every thought, half-thought and follicle of feeling that have attended you since your last breath of hardship . . .

Het is naar deze passage dat de volgende recensente verwijst wanneer ze schrijft:

‘This, like all the other Oirish tosh that Nell  is forever unloading on people, receives O’Brien’s evident and enthusiastic approbation. Indeed it is by adhering to just such nonsensical notions of the literary project that Time and Tide ends up being the tedious, soppy, overblown novel it is.’ – Zoe Heller in The Independant (22/09/1992)

Tedious? Saai, vervelend? In geen geval. Je leest de roman niet in één ruk uit. O’Brien kiest voor de techniek van de korte stukjes (46) samengebracht in vijf delen nl. Prologue-Part I-II-II-IV waardoor je het verhaal, na behoorlijk zware passages, even kunt wegleggen en later weer oppikken. Want ze slaagt erin om (vrouwelijke) emoties raak weer te geven. Nells relatie met haar Ierse roots, met haar Londonse man, met haar kinderen en haar eenzaamheid en de manier waarop ze met het falen op elk van deze domeinen omgaat, is so ‘damn real’ dat die realiteit inderdaad soms hard op de lezer afkomt. Die moet af en toe verwerkingstijd gegund worden.

Soppy? Allerminst. O’Brien stopt de vrouwelijke emotionaliteit niet onder stoelen of banken. De evolutie die Nell doormaakt door de ‘hardships’ haar in de schoot geworpen, is psychologisch correct en authentiek. En hoe kan het grenzeloze verdriet dat het verlies van een kind meebrengt ooit sentimenteel genoemd worden? Je kunt hiertegenover alleen ‘grenzeloze’ empathie voor de hoofdpersoon hebben.

Overblown? Hoogdravend en overdreven? Evenmin. Eerder gedragen, doorleefd en getuigend van inzicht in de vrouwelijke psyche  en spiritualiteit. Nell Steadman is een jonge talentvolle vrouw die zich losrukt uit bekrompenheid en denigrerende bevoogding en daarvoor een hoge prijs betaalt. Een persoonlijkheid die aan het einde van de roman als volgt wordt beschreven: “I can bear it, she said , and looked around at the air so harmless, so flacid, and so still, stillness such as she had not known since it had happened, or maybe ever. In the stillness there was a silence, but there was no word for that yet because it was so new; pale sanctuary devoid at last of all consolation. “You can bear it,” the silence said, because that is all there is, this now that then, this present that past, this life that death, and the unvoluntary shudder that keeps reminding us we are alive. (p326)

http://literature.britishcouncil.org/edna-obrien

%d bloggers liken dit: