Il ragazzo selvatico – De buitenjongen – Paolo Cognetti****

Il ragazzo selvatico, 2013 van Paolo Cognetti naar het Nederlands vertaald voor De Bezige Bij door Y. Boerke en Patty Krone als De buitenjongen, 2018 sluit aan bij de roman Le otto montagne of De acht bergen, onlangs verfilmd door Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch. De film sleepte in mei van dit jaar op het 75ste filmfestival van Cannes de prijs van de jury in de wacht

De buitenjongen is eigenlijk een dagboek dat verhaalt, filosofeert over wat een eenzaam verblijf in een afgelegen, gerestaureerde almhut in de bergen van Val d’ Aosta met een mens doet. De verteller draagt zijn boek op aan Gabriele, locale vacher of koeherder,  en Remigio, verhuurder van de berghut, zijn leermeesters in de bergen en hij schrijft ter nagedachtenis van  Chris McCandles, zijn inspiratiebron.

Winter

Seizoen van de slaap

Ik was dertig en voelde me futloos, verloren en ontgoocheld, zoals je je voelt wanneer iets dat je onderneemt op niets uitloopt.(…) Romans stonden me in die dagen tegen, maar ik voelde me wel aangetrokken tot verhalen van mensen die de wereld hadden afgewezen en de bossen waren ingegaan om de eenzaamheid te ervaren.

Lente

Seizoen van afzondering en beschouwing

Aankomst eind april in de almhut en eerste verkenningstochten van het gehuchtje Fontane waar nog drie andere onbewoonde, vervallen almhutten iets hogerop staan.

Ik vertegenwoordigde tegelijkertijd de meest vooraanstaande en de tot armoe vervallen bewoner, de adelijke grondeigenaar en de trouwe opzichter, de waard de dronkenlap, de rechter, de dorpsgek: ik zat opgescheept met zoveel ik’s dat ik soms ’s avonds een ommetje door het bos ging maken om alleen te zijn.

Hij wil een moestuin aanleggen en moet daarvoor een stuk wilde weide omwoelen. Bij nader beschouwing vindt hij … in bebouwde velden rust de vrijheid.(…) Daar lag mijn vrijheid begraven.En de vrijheid van de reeën. En zelfs de vrijheid van het veld.

Slapen lukt niet goed

Hij leest Walden van Thoreau: Ik heb nooit een kameraad gevonden die zo kameraadschappelijk is als de eenzaamheid. (…) Zo kunnen wij ook dankzij lichamelijke en geestelijke  gezondheid en kracht, voortdurend worden opgebeurd door een soortgelijk maar normaler en natuurlijker gezelschap, en aan de weet komen dat we nooit alleen zijn.

Hij krijgt in juni buren nl. Gabriele, de koeherder, die wat hogerop woont en dagelijks de koeien naar de weide brengt. Omdat hij een paar verdwaalde kalveren weer bij de kudde weet te brengen nodigt Gabriele hem uit op het avondeten.

Ik was niet veel waard als kluizenaar: ik was naar Fontane gekomen om alleen te zijn maar deed niets anders dan gezelschap zoeken. Misschien was het wel mijn situatie die elke ontmoeting zo welkom en zo waardevol maakte. Na twee maanden in de almhut liep tegelijk met de lente ook mijn seizoen van de afzondering op zijn eind.

Zomer

Seizoen van vriendschap en avontuur

Samen koken voor en eten met Gabriele en het Petrus vreugdevuur eind juni aansteken smeedt vriendschap tussen beide ‘subversievelingen’.  Remigio en zijn moeder worden geholpen bij het hooien: Zij bijna tachtig, broodmager, onvermoeibaar, verweerd als boomschors, en ik, stedeling van goede wil met een tere huid, vormden een merkwaardig stel achter de door haar zoon bestuurde tractor.

En Renzo, de alpengids en kliminstructeur, aan wie hij tijdens het hooien terugdenkt, die hem als knaap vertrouwd maakte met het bergklimmen en aan wie hij de mooie herinnering bewaart van ‘onze eigen Himalaya’.

Op een avond wordt hij door Remigio uitgenodigd en ontdekt hij een oude schrijfmachine: Er zat een vel papier in en op het vel één zin: Wie weet of ik ooit weer zo zal kunnen schrijven als vroeger. Het zat er als rwintig jaar en was van zijn vader die daarna overleed. Paolo/ik-verteller herkent zijn eigen twijfel , ik schreef al maanden niet en was bang dat ik nooit meer een letter op papier zou krijgen.

Remigio erft de ouderlijke almhut en restaureert ze helemaal eigenhandig, kan er echter niet wennen zelf en verhuurt ze. Beter het behekste huis te laten aan iemand die dat allemaal niet wist.

In deze almhut belandt Paolo/ik-verteller in de hoop zijn schrijverschap terug te vinden.

Op dagelijkse tochten de gemzen observeren, bivakeren in het wild en Primo Levi lezen en in augustus verblijf krijgen in de afgelegen berghut van Davide en Andrea, twee huttenwaarden, omdat je het trekken beu bent; op zoek gaan naar het meer dat er niet is en vervolgens met Andrea een top beklimmen die de naam van zijn familie droeg en dan met een groepje DE BERGEN IN.

Sommigen vinden het fijn om met een groep te lopen, anderen splitsen zich daar bijna zonder het te willen meteen van af: ik wilde graag naar de kam die ik al een keer had verkend, en ging dus die kant uit. Maar de ik-verteller maakt een inschattingsfout en een harde confrontatie met zichzelf is het resultaat. En dus kwam ik, languit op die steen, tot de conclusie dat mijn onderneming was mislukt.

Herfst

Schrijfseizoen

De ik-verteller komt terug naar de almhut en als lezer komen we heel wat over de verhuurder Remigio te weten; ze maken samen veel avondwandelingen. De ik-vertellers vader duikt op  en nadat hij vertrokken is, begint hij te schrijven. Hij  krijgt gezelschap van de hond, Lucky en geleidelijk aan vertrekken alle almbewoners terug naar het dal. De eerste sneeuw valt, het is oktober en alles valt uit in de almhut: gas , elektriciteit, … het leven in één klap gereduceerd tot de absolute essentie.

‘Het einde is belangrijk in alle dingen’ volgens Hagakure. Er volgt een afscheidsdronk met Gabriele en Remigio.

‘Ik had drie stoelen in mijn huis’, schreef Thoreau ‘één voor eenzaamheid, twee voor vriendschap, drie voor gezelschap.’

Als ik daarboven iets goed heb gedaan, als ik één ding moet uitkiezen waar ik trots op ben, dan is het dat ik voordat ik vertrok mijn vrienden aan dezelfde tafel heb laten aanzitten, dat we het samen fijn hebben gehad.

Wie graag De acht bergen las, zal ook deze novelle erg appreciëren.

Il Colibri – De Kolibrie – Sandro Veronesi *****

Om te komen bij wat je nog niet weet, moet je gaan langs de weg van het niet-weten – Johan v. h. Kruis (Spaans mysticus)

“De wijk Trieste in Rome is, kun je gerust zeggen, een middelpunt in dit verhaal met verschillende middelpunten. Deze wijk heeft altijd geschommeld tussen elegantie en decadentie, luxe en middelmatigheid, privilege en alledaagsheid, en dat moet voorlopig volstaan: het heeft geen zin haar nog verder te beschrijven, aangezien zo’n beschrijving aan het begin van een verhaal saai kan worden en zelfs averechts kan werken.” Met deze paar zinnen vangt Sandro Veronesi zijn roman Il colibri, 2019 (is het wel een roman?) aan. De Nederlandse vertaling, De Kolibrie, 2020 voor Prometheus is van Welmoet Hillen.

Op de achterflap lezen we: Al sinds zijn jeugd wordt Marco Carrera, die als kind een groeistoornis had, de kolibrie genoemd, naar een van de kleinste vogels ter wereld. Maar in zekere zin is Marco ook echt een kolibrie: hij lijdt een dramatisch bestaan, vol vreugdes, liefdes en de nodige pijn, maar hij blijft in evenwicht. Zijn hectische bewegingen stellen hem in staat de existentiële acrobatiek van het leven te doorstaan, net als de kolibrie, die twaalf tot tachtig vleugelslagen per minuut maakt, maar schijnbaar bewegingloos in de lucht blijft hangen.

Enkele recensenten die ik onderschrijf:

‘Veronesi zet altijd sterk in op thema’s als het toeval, het onverklaarbare en het kwaad. Minutieus ontleedt hij moeizame relaties, die tussen mannen en vrouwen, maar ook die binnen een gezin of familie.’ – Ronald de Rooy in Trouw

‘Terwijl zijn personage ­alle staties van zijn kruisweg aandoet, haalt de auteur zijn vertrouwde stokpaardjes van stal en zet hij een onderhoudende boom op over autoloze zondagen, manga’s, Azteken, gokken, waterbevallingen, het Hongaarse zelfmoordlied van Rezso Seress, vliegrampen, taalkundige weetjes of de Londense wijk Marylebone. De roman blijft overeind dankzij de ingenieuze compositie, de duizelingwekkende sprongen in de tijd en de constante perspectiefwisselingen, in een wervelende montage van ansichtkaarten, brieven, mails, telefoongesprekken, boedelbeschrijvingen, essayistische passages en de streams of consciousness waar de schrijver het patent op heeft.’ – Marijke Arijs in De Standaard

Als romanschrijver lijkt Veronesi steeds tijdlozer te worden. In Italië wordt hij al vergeleken met Beckett en Tolstoj. Maar onderhuids gaat ‘De kolibrie’ natuurlijk wel over deze tijd. Meer bepaald over de tijd die is verstreken tussen pakweg de jaren 60, toen iedereen meende te weten wat van belang was en de marsrichting werd aangegeven met vlagvertoon en hooggestemde idealen, en het internettijdperk van nu, nu niemand nog lijkt te weten wat werkelijk van belang is en waar het naartoe moet. Waardoor we, bang en onzeker, geneigd zijn ter plaatse te blijven klapwieken, als een kolibrie. ‘Zeventig vleugelslagen per minuut om op de plek te blijven waar je al bent’, is het laatste verwijt van Luisa aan Marco. Dat is de existentiële vraag die ‘De kolibrie’ aan de orde stelt: is het per definitie goed om je te laten meevoeren op de wind van de tijd, om veranderingen willoos te ondergaan, of is het soms beter je tegen de tijd te verzetten? – Danny Illegems in Humo

‘Ik heb vaak aan het bijbelboek Job moeten denken toen ik Marco’s calvarietocht beschreef’, aldus Sandro Veronesi. ‘Zijn pijn is absurd en overweldigend, maar Marco weigert te verzaken, weigert te verbitteren. We kennen allemaal zo’n Marco, maar ze worden zelden de held van een verhaal. Tot nu.’ En met succes, want Veronesi heeft al zijn talent en metier gebruikt om van De kolibrie een geloofwaardige lofzang op het leven te maken. Zijn acrobatische zinsbouw, de gave compositie en de psychologische diepgang maken dat je Marco in je lezershart sluit, ook al vind je hem aanvankelijk maar een sul. – Roderik Six in Knack

Het is een boek dat je niet in één ruk uitleest, neen. S. Becketts, I can’t go on, I’ll go on is tot op zekere hoogte ook van toepassing geweest op mijn leeservaring. Dat je toch verder leest en het boek niet weglegt heeft te maken met de onverwachte, zullen we het cliff hangers noemen, die Veronesi zo feilloos op bepaalde momenten in zijn schijnbaar chaotische verhaalconstructie weet in te bouwen. De lezer maakt als het ware in zijn leesact mee wat Veronesi’s held zichzelf tot levensmotto heeft gemaakt: Om te komen bij wat je nog niet weet, moet je gaan langs de weg van het niet-weten (Johannes van het Kruis – Spaans mysticus). Al lezend blijven vele vragen onbeantwoord, die slechts zeer geleidelijk door de overgave aan het verhaal, de lezer duidelijk worden. Juist dat aspect maakt dit boek voor mij een absolute aanrader.- BK

De acht bergen – Paolo Cognetti*****

Wat zal ik nog toevoegen aan de lovende recensies die Paolo Cognetti met zijn roman De Acht Bergen, De Bezige Bij, 2017 ten deel vielen. De man sleepte bovendien een rist literaire prijzen in de wacht met name de Premio Strega, 2017 de Premio Strega Giovani, 2017 en de Prix Médicis étranger, 2017.

Ik begon dit prachtige verhaal over vriendschap en de relatie tussen mens en natuur en las het in één ruk uit. Zo helder en elegant ingehouden de beschrijving van de relaties tussen de familieleden onderling en de bewoners van het bergdorp Grana (Val d’Aosta); zo raak de observaties gedurende de talloze bergwandelingen in de Westelijke Italiaanse Alpen en later in de Himalaya, de lezer ontwaart er moeiteloos de auteur-documentairemaker; zo ontroerend de ontwikkeling van de vriendschap tussen de hoofdpersonages: de stadsjongen Pietro en de boerenjongen Bruno. Een vriendschap die een geheim inhoudt dat alleen zij beiden delen.

Maar wie had hij buiten mij dan wel gekend op deze wereld? Vroeg ik me af. En wie had mij gekend, behalve Bruno? Blz. 238

Het hele verhaal straalt een oprechte authenticiteit uit en telt structureel een inleidend hoofdstuk en drie delen (I. De bergen uit mijn kindertijd II. Het huis van verzoening III. De winter van een vriend) en twaalf hoofdstukken. Hoofdstuk Acht, acht symbolisch het getal van de overgang van het oude naar het nieuwe (beiden verloren hun vader) is meteen ook het einde van het tweede deel. In hoofdstuk Negen vernemen we dan een verhaal van een Nepalese sherpa, het verhaal van de acht bergen. Het is dit wijsheidsverhaal van een oude bergbewoner dat Pietro in de laatste vier hoofdstukken op zijn en Bruno’s bestaan legt.

De man pakte een stokje en tekende er een cirkel mee op de grond. Het was een volmaakte cirkel, je kon zien dat hij het vaker deed. Daarna tekende hij een diameter in de cirkel, toen een tweede haaks op de eerste, en toen nog twee deellijnen, zodat hij een cirkel met acht stralen kreeg. […] ‘Wij zeggen dat er in  het centrum van de wereld een heel hoge berg staat, de Sumeru. Rond de Sumeru bevinden zich acht bergen en acht zeeën. Dat is voor ons de wereld.’ […] ‘En we zeggen: wie zal meer hebben geleerd, hij die de tocht langs de acht bergen heeft gemaakt of hij die de top van de Sumeru heeft bereikt?’ Blz. 186

Cognetti lijkt in dit boek een pleidooi te houden voor het in hun waardigheid en authenticiteit laten bestaan van mens, milieu en bedrijvigheid. De metafoor van het jonge lariksboompje dat volgens Bruno niet zomaar te verplanten is, wijst ook in die richting. In de bergwereld heeft alles een eigen plek! Ook het inzicht … dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naar terug kunt keren.

Een absolute aanrader!

 

XY – Sandro Veronesi

In de roman XY, Prometheus, 2011 van Sandro Veronesi, vertaald door Rob Gerritsen worden op een wintermorgen drie inwoners van San Giuda, een fictief afgelegen bergdorp in Noord-Italië, geconfronteerd met elf zwaar verminkte lichamen, alle door verschillende oorzaken omgekomen, en alle op hetzelfde tijdstip. Niemand begrijpt wat er is gebeurd. De 42 inwoners van het dorp vallen ten prooi aan de toesnellende media. Van eenvoudige getuigen van een onbegrijpelijk kwaad worden zij de onvermoede hoofdfiguren van deze roman. En allen verliezen langzaam de greep op de werkelijkheid. Don Ermete, de plaatselijke pastoor, kan zijn parochianen niet in de steek laten maar kan de algehele ontreddering ook niet meer alleen de baas. Daarom roept hij de hulp in van de jonge psychiater Giovanna Gassion, die op de vlucht is voor een stukgelopen relatie, om deze verloren mensen te redden. Pastoor en psychoanalytica moeten zich schrap zetten om toegang te krijgen tot de woningen en de psyche van de eenvoudige bergbewoners, waar de waanzin ontkiemt.

Alles is fictie in XY : er vindt een ramp plaats die niet plaatsgevonden kán hebben in een dorpje dat niet bestaat, zelfs binnen de romanwereld niet. Veronesi speelt een kunstig spel met Wahrheit en Dichtung. – 8weekly.nl

 

Ondanks de onverklaarbare doden en de onderhuids aanwezige dreiging is XY geen thriller. Het zijn niet de gruwelijke gebeurtenissen die tellen, maar wel wat ze aanrichten bij de personages in de roman. En om daarachter te komen, graaft Veronesi diep in hun psyche. Nooit zwaarwichtig, nooit belerend, maar altijd met die frivole toets.

Tezelfdertijd houdt Veronesi zijn lezers een spiegel voor van wat de dagelijkse gruwel die uit hun televisieschermen stroomt met hen aanricht.

Achter X en Y, de twee basiselementen van XY, schuilt het hele leven: man en vrouw, dood en leven, ratio en geloof. Sandro Veronesi schudde ze tot een onvergetelijke cocktail. – Knack.be

 

Uitgeverij Prometheus heeft XY voorzien van een van de meest lelijke en absurde covers van de laatste jaren […].Op de voorflap prijkt nu een blonde jongedame met rode lippen, wier ogen door een haarlok aan het zicht worden onttrokken. Het is het soort cover waarmee vanuit een simplistische marketinglogica om het even welke roman op het grote publiek afgevuurd kan worden. Bovenaan staat: ‘Dé sensatie uit Italië’, en boven de titel en de auteursnaam prijkt een ovaal etiket met de aanprijzing ‘Van de auteur van Kalme chaos’. Dit merkwaardige en frustrerende, maar lezenswaardige boek had een betere behandeling verdiend, al was het maar om niet uit het oog te verliezen hoe vreemd en onbegrijpelijk de dingen zijn die erin verteld worden – voor de personages, voor de auteur, en dus ook voor de lezer. – de Reactor.org

 

 

Caos Calmo – Kalme chaos | Sandro Veronesi****

Kalme chaos (2006) van Sandro Veronesi besliste ik te lezen toen ik vernam dat hij de Europese literatuurprijs 2016 , de prijs voor de beste in het Nederlands vertaalde roman van het afgelopen jaar, had gekregen voor zijn recentste roman Zeldzame aarden (2015) waarin ene Pietro Paladini opnieuw de hoofdfiguur is, tien jaar ouder weliswaar dan in Kalme chaos. Ik wou Pietro Paladini dus leren kennen en wel in zijn eerste literaire verschijning met name in Kalme chaos. De roman  is ondertussen een klassieker en werd in 2008 verfilmd.

Op het achterplat van de uitgave uit 2006, Rob Gerritsen vertaalde voor Prometheus, lezen we: Pietro Paladini is een tevreden man: hij heeft een uitstekende baan, een goede relatie en een dochter van tien. Maar op een dag verandert zijn leven ingrijpend: terwijl hij ’s ochtends een onbekende vrouw van de verdrinkingsdood redt, slaat thuis het noodlot toe.

Vanaf dat moment neemt zijn leven een andere wending. De bezorgdheid om zijn dochter neemt bizarre vormen aan. Overdag verblijft hij in zijn auto die hij heeft geparkeerd bij haar school en wacht hij tot zij weer naar buiten komt. Familieleden en collega’s komen hem op die plek opzoeken. Hij ontdekt de schaduwzijde van mensen die hij aanvankelijk als succesvol beschouwde. Terwijl de anderen allemaal de behoefte voelen om hun leed bij Pietro neer te leggen, blijft hij zich verwonderd afvragen wanneer zijn eigen verdriet in volle omvang tot hem zal doordringen.

De belangrijke thema’s in de roman zijn dood (vrouw Lara), verlies en verwerking maar ook zelfkennis en kennis van de anderen (schoonzus Marta, broer Carlo, collega’s en bazen Steiner en Bousson, Jolanda met hond Nevel, Eleonora Simoncini, de geredde vrouw). In dit verband concludeert Michaël Bellon in dS:

Wie is Pietro trouwens echt als hij zich bijna als een dubbelganger van zijn broer portretteert, als zijn eigen vader hem niet herkent, als hij zijn vrouw bedroog, en als hij ook zichzelf niet zegt te kennen. Ook de ‘waarheid’ bevindt zich hier in een permanente toestand van kalme chaos.

De fragiele vader- dochterrelatie evolueert, ondergaat een onverwachte omkering  en verankert zich daardoor in het hoofdthema van Kalme chaos ‘dat de jager de prooi wordt’. Het ongewone gedrag van Pietro die zich maanden voor de school van Claudia, zijn dochter, installeert, met de bedoeling er te zijn voor haar, leidt tot een gewijzigde kijk op wat belangrijk is in zijn leven. Hij voelt zich, van op afstand werkend voor zijn bedrijf, perfect op zijn plaats op die plek en houdt zich buiten de complexe fusiepolitiek van zijn bedrijf. Voor Claudia heeft deze beslissing van haar vader, niet meteen het beoogde effect, zo blijkt op het einde. Een bewustzijnsschok voor Pietro Paladini.

Behalve noodlot, toeval en vrije wil zijn ook de thema’s succes, geluk, liefde, eenzaamheid, vriendschap en verraad  aan de orde in  Kalme chaos. Interessant zijn ook de motieven en symbolen die gebruikt worden om die thema’s te behandelen: de beelden van kalmte en chaos die opduiken, de palindromen en ideeën over (on)omkeerbaarheid, Eros en Thanatos, het dwangmatig maken van lijsten… Ze dragen bij tot de intrigerende, soms paranoïde, humoristisch chaotische sfeer van de roman die van eind augustus tot begin december vier maanden vertelde tijd vat in 415 bladzijden. Een periode die op psychologische vlak meer van verdringing dan van verwerking heeft.

Kortom we hebben hier te maken met een bijzonder veelzijdige en indringende roman die in 2006 een  voorspellend karakter moet gehad hebben met betrekking tot de financieel-economische crisis die zich een paar jaar later aandiende. Benieuwd hoe de 43-jarige Pietro Paladini zich in Eenzame aarden  verder ontwikkelt.

Enkele recensenten over de roman:

Kalme chaos, de roman waarmee Veronesi in Italië de Premio Strega won, en dat bij ons nog steeds via mond-tot-mond-reclame – altijd het beste signaal dat een boek een lang leven beschoren is – bij nieuwe lezers belandt. Een roman die zich vermomt als een ironische zedenschets, maar au fond over de rouw van een jonge man gaat die plotseling zijn vrouw heeft verloren. Hij weet niets anders te doen dan zich te posteren in zijn auto voor de school van zijn dochter, en de hele dag op haar te wachten. In de dagen, weken die volgen ontpopt hij zich tot een biechtvader voor collega’s, vrienden en voorbijgangers, die hem komen opzoeken in zijn auto. Een tamelijk gezocht gegeven dat wonderbaarlijk onthullend uitpakt. – De Groene Amsterdammer 18/08/2010

Met Kalme chaos  heeft Veronesi zichzelf overtroffen: zijn nieuwe roman is nog rijper dan In de ban van mijn vader: minder schematisch, complexer en subtieler. Het boek verleidt de lezer tot belangrijke reflecties over de menselijke conditie in het huidige tijdsgewricht, over de onderhuidse spanningen tussen succeseconomie en persoonlijk geluk. – Trouw 11/11/2006

De chaos uit de titel overvalt, vooral bij het begin, ook de lezer: in een niet-aflatende stroom van gedachten en observaties stelt Veronesi, met (iets te?) veel gevoel voor dosering, scherp op de persoon van Paladini, wiens banden met de vele figuranten slechts bij herlezing al hun subtiliteiten prijsgeven. Het grote verschil met zijn magistrale doorbraakroman In de ban van de vader zit ‘m in de manier waarop: Veronesi is duidelijk rijper geworden en heeft geen grote vertelbewegingen meer nodig. Alle actie speelt zich af in het hoofd en het hart van de hoofdpersoon.Geen wilde achtervolgingen of dramatische taferelen, dus. Wel een huiveringwekkende tocht in de geest van een vader wiens waardenpatroon van de ene op de andere dag overhoop wordt gegooid. In een onverwachte finale weet Veronesi het boek nogmaals totaal op zijn kop te zetten. – Leeswolf 2006

Seta – Zijde | Alessandro Baricco*****

Seta, 1996, van Alessandro Baricco of Zijde, 1997, in de Nederlandse vertaling van Manon Smits, is een pareltje van vertelkunst. Deze novelle werd in 2007 verfilmd door Francois Girard met hoofdrollen voor Keira Knightley en Michael Pitt.

 

 

Alessandro Baricco start als volgt: Dit is geen roman. En ook geen verhaal. Dit is een geschiedenis. Ze begint met een man die naar de andere kant van de wereld gaat, en ze eindigt met een meer dat daar maar ligt te liggen, op een winterige dag. De man heet Hervé Joncour. Hoe het meer heet is onbekend. (blz. 5)

Zuid-Frankrijk, Lavilledieu, 1861. Door een onverklaarbare ziekte onder zijderupsen in Egypte en Syrië moet Hervé Joncour zijn zijderupsenhandel naar Japan verplaatsen. Daar raakt hij onder de bekoring van een geheimzinnige vrouw, door wie hij bij het afscheid een briefje in zijn handen gedrukt krijgt met de tekst: `Kom terug, of ik ga dood.’ Vanaf dat moment bloeit er een even vreemde als intense relatie op tussen de Franse zijdehandelaar en de vrouw met de niet-oosterse ogen.

In 65 hoofdstukjes van één tot anderhalve bladzijde worden we in de ban gehouden van een geheimzinnige vrouwelijke bekoorlijkheid;  een delicate, 19de eeuwse poëtische geschiedenis ‘die je niet even samenvat zonder eraan afbreuk te doen’ volgens de Volkskrant. Een exotisch, zinnelijk verfijnd sprookje dat je naar een sensueel verrassende pointe voert. Een mininovelle die helemaal volgens de regels van de kunst  werd geconcipieerd. Wat van groot belang is, en het verhaal in kwestie zijn fascinerende kracht geeft, is het feit, dat het gebeuren, dat de ommekeer veroorzaakt in het leven van de hoofdfiguur Hervé Joncour, niets toevalligs in zich draagt. De mens zelf is in deze novelle de smeder van zijn lot tegen alle beter weten in.  De novelle  is strak geconcentreerd op het kleine symbolische gebeuren,  waar in één OGENblik het ganse leven van een mens wordt gevangen. De novelle beeldt dat gebeuren uit met korte, snelle, suggestieve details (bvb. de reis, de symboliek van de kleurrijke en de zwarte vogels, de blauwwitte bloempjes). Ieder detail is belangrijk en het verloop zit gevat in een vertrouwd frame:  een langzame start, een plotse opgang naar een climax, een snelle afwikkeling.

‘Toen ik een jongetje was, nam mijn vader me mee naar een plek als deze, hij gaf me zijn boog in de hand en beval me op één van hen te schieten. Dat deed ik, en een grote vogel met blauwe vleugels plofte op de grond, als een dode steen. “Lees de vlucht van je pijl als je je toekomst wilt weten”, zei mijn vader tegen me.’ (blz. 44)

‘Hervé Joncour voelde het water op zijn lichaan druppelen, eerst op zijn benen, en toen langs zijn armen en op zijn borst. Water als olie. Een vreemde stilte, om hem heen. Hij voelde de lichtheid van een zijden sluier die op hem neerdaalde. En de handen van een vrouw – van een vrouw – die hem afdroogden terwijl ze zijn huid streelden, overal,: die handen en die stof die was geweven van niets; Hij verroerde zich niet, zelfs niet toen hij voelde hoe de handen van zijn schouders naar zijn nek gingen en de vingers – de zijde en de vingers – tot aan zijn lippen reikten, en ze één keer beroerden, langzaam, en weer verdwenen.’ (blz. 48)

Emmaüs | Alessandro Baricco*****

Alessandro Baricco is een bekende Italiaanse schrijver, regisseur, cultuurcriticus en weldra ook eredoctor aan de KU Leuven. Op 10 februari 2016 neemt hij zijn eredoctoraat in ontvangst. Het eredoctoraat wordt voorgedragen door promotor prof. dr. Bart Van den Bossche. Om kennis te maken met een aantal van zijn werken, werden/worden er vijf leesworkshops georganiseerd rond vijf romans tijdens de maanden januari en februari.

untitledIk las de roman Emmaüs, 2009 (Nederlandse vertaling Mano Smits, De Bezige Bij, 2010)  waarover de laatste workshop zal gaan. Ik ging op zoek naar meningen over dit zuivere, beklijvende vanuit het perspectief van de katholieke, onwetende en onschuldige adolescent geschreven verhaal dat ik niet terzijde kon leggen en constateerde dat die schaars waren. Er zijn trekken van De Barbaren in te herkennen in zover het ook hier gaat om twee werelden waartussen grenzen overschreden worden die geen terugkeer meer mogelijk maken. De stijl is poëtisch-nostalgisch, filosoferend – de ik -verteller is een achteraf verteller – over twee zeer verschillende opvoedingswerelden waarin Italiaanse jongeren opgroeien en volwassen worden. Het motto Pari all’ amore immenso / Fu immenso il suo partir. – Giovanni Battista Ferrandini, Il pianto di Maria (ca. 1732) -Even overweldigend als zijn liefde was zijn heengaan. Het boek werd opgedragen aan twee didactici. Als je  van Baricco’s introspectieve stijl houdt, duik dan zonder twijfel een namiddag in Emmaüs.

Een paar recensenten:

Het geloof is niet licht genoeg, daarom zijn wij het kwijt. Die gedachte verliet mij niet bij het lezen van Emmaüs, een prachtig boek van Alessandro Baricco – nu nog een film. Een boek over vier nauwelijks volwassen katholieke jongens in een Italiaanse stad. Alle vier zijn ze in de ban van hun mysterieuze, onkerkelijke vriendin Andre. Hun geloof wankelt wat, of wijkt. Er komen drugs aan te pas, of een leeggeschoten revolver. Voorts is er niets aan de hand. Baricco toont zich een schitterend godgeleerde, ook al is hij eigenlijk filosoof, wanneer hij het over de Emmaüsgangers heeft.

Een paar dagen na de dood van Jezus zijn twee mannen op weg naar het stadje Emmaüs, pratend over Golgotha en geruchten aangaande het lege graf. Zij ontmoeten een derde man. De dood van Jezus? Daar weet de vreemdeling niets van af. Later, als hij wil weggaan, vragen de twee gezellen hem om te blijven: het is al laat, het is avond, het gesprek wenkt. Zo geschiedt. Tijdens het eten breekt de vreemdeling het brood en plotseling herkennen de twee anderen in hem de Messias, waarna die verdwijnt. Wat is de kracht van het verhaal? ‘In het begin lijkt Jezus zelf niets te weten van zichzelf en van zijn dood. Daarna weten zij niets van hem en zijn wederopstanding.’ (blz.67)

Baricco prijst de onwetendheid. Onwetendheid als een wezenlijk onderdeel van het geloof. Wat een bevrijding. Misschien is het wel op dit punt dat de Kerk zich eeuwenlang vergiste. Het agnosticisme plaatste zij altijd buiten het geloof, terwijl het er onlosmakelijk mee is verbonden. Niet weten bevrijdt. Redt mysterie. Brengt lichtheid. – Rik Torfs, rector KU Leuven in zijn column in De Standaard, 2010

Met veel empathie en een scherp oog voor detail schetst Baricco een levensecht portret van jongens die zich wanhopig aan de Bijbel vastklampen. Tegelijkertijd beseffen ze dat ze wel moeten afwijken van het rechte pad om het echte leven bij de horens te grijpen. Rode draad in deze fijngevoelige roman is de Bijbelse Emmaüspassage. Pas helemaal aan het eind van de rit snapt de ik-figuur de ware betekenis van het Bijbeltafereel en buigt hij deemoedig het hoofd. Moraliserende lessen hoef je bij deze Italiaanse stilist niet te verwachten al fleurt hij zijn verhaal wel op met genuanceerde filosofische beschouwingen over de bijwijlen dubbele katholieke moraal. Deze duik in het leven en de liefde van jonge adolescenten is bovendien een feest van herkenning. Baricco haalt met soepele pennentrekken vergeten gevoeligheden weer op en geeft ze de heroïsche allures die ze verdienen. Het maakt van Emmaüs een sprankelende ode aan de jeugdige verwondering die nog lang blijft nazinderen.- Laurent Meese in De Leeswolf, 2011

%d bloggers liken dit: