Saudade

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt

Luisterend naar Cristina Branco om helemaal in de stemming te komen van de Portugese fado, verwijlen mijn gedachten opnieuw bij mijn bezoek aan het Kunstenfestival Watou 2019 dat zich dit jaar in deze gemoedsgesteldheid van melancholie, nostalgie, heimwee en weemoed wentelt. Op de luisterpodia kun je haar de gedichten van J. Slauerhoff [1898 – 1936] in een Portugese vertaling van Mila Vidal Paletti horen vertolken terwijl je de gedichten leest.

J Slauerhoff, scheepsarts, schrijver en dichter [1898 -1936]

De Portugese cultuur en het dagelijks leven zijn van saudade doordrongen, een donkerblauwe gevoel met een fatalistische onderttoon dat zich in je nestelt omdat ‘het object van je verlangen wellicht nooit meer zal terugkeren’ om welke reden dan ook. Saudade is verdriet om wat niet meer is én geluk om wat geweest is. Een vreemde mengeling van verlies, gemis, afstand, droefheid en dankbaarheid. Fernando Pessoa [1888-1935] meent: “Saudades; alleen de Portugezen kunnen het goed voelen, omdat zij een woord hebben om te zeggen dat ze saudades hebben”. Aan hem is de eregalerij in de Douviehoeve gewijd en wordt een zicht geboden op zijn gedichten door de jaren en de alter ego’s heen.

De zee Portugees

O zilte zee, wat van uw zout tezamen
Zijn door Portugals geweende tranen!
Hoeveel moeders hebben niet voor u geleden,o
Hoeveel zoons hebben vergeefs gebeden!
Hoeveel meisjes bleven manloos zitten
Opdat wij u, o zee, zouden bezitten!

Was het dit waard? Alles is alles waard
Wanneer de ziel zichzelf aanvaardt.
Wie varen wil voorbij het verst verschiet
Moet pijn voorbij, voorbij verdriet.
God gaf de zee gevaren, diepten, kolken,
Maar in haar weerspiegelt hij de wolken.

Fernando Pessoa

uit: Boodschap, 2001

En dat ‘Niets bestaat zonder dat het iets anders aanraakt’ ervaart de Watoubezoeker dit jaar zowel door het lezen van de raak gekozen gedichten als door het beschouwen van het beeldend werk . ‘Je moet inderdaad een harde zijn’ om Jan Moeyaert te citeren, als dat niet het geval is.

Bij de Blauwe Kamer een muur met jeugdboekenillustraties van André Sollie

Het parcours vangt aan in het Festivalhuis waar zich een groot aantal werken bevinden in de tuin en op de drie niveaus. Aandacht daar ook voor de pionier van de Vlaamse illustratie, André Sollie.

I know, 2016 steelt meteen de harten bij het binnenkomen. De onschuld, de wijsheid, de liefkozing maar ook de aanklacht die het uitstraalt. De kunstenares is met de reeks waartoe het werk behoort op zoek gegaan naar kwetsbare maar onverwoestbare levenkracht.

I know, 2016 van Lisette Den Boon (NL) – Festvalhuis
De Afspraak, 2018 van Mieke Teirlinck (BE) – Festivalhuis

Touch me please, 2019 van Karin Soete [BE] is een reeks van drie handen uit tropisch hardhout en organische zeep, waarbij de aandacht ligt op het proces van achteruitgang en aftakeling. Naarmate het festival vordert zullen de handen zichtbaar veranderen, voornamelijk dankzij de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de ruimte. Het werk maakt ons bewust van onze vergankelijkheid en hoe mooi die kan zijn.

Mooi ook de Inner Land reeks, 2017 van de Belgische Katrien Everaert. Gesloten gebouwen die symbol staan voor de geest, de herinnering, de fantasie, het geheugen, het denken. In elke mens hebben deze begrippen elkaar nodig om de realiteit te kunnen begrijpen en interpreteren.

Op de zolder van het Festivalhuis dit Untitled, 2004 gevallen palmblad van Peter Rogiers [BE] dat met zijn vlijmscherpe randen eerder bedreigend overkomt dan vluchtig en vergankelijk. Hier ook Een woud van dingen D.E.B.O.M.E.N, 2019 van Bart Janssens en Koen Peeters die een bos willen planten in Watou. Een woud zelfs in de Westhoek, de meest boomloze streek van het land. Het begin van dit project een Populus nigra of zwarte populier in het Brennepark.

In De Rode Hoed o.a. Bergbeelden, 2014-2019 van Reniere & Depla [BE] die geen gewone berglandschappen tonen maar welbepaalde emoties.

Vervolgens in de Douviehoeve de beklijvende film Nightfall, 2018 van Jeroen Eisinga [NL] geïnspireerd op een jeugdervaring van de kunstenaar. Op een dag stond hij met zijn verrekijker voor het raam te kijken naar een sneeuwstorm toen hij een dood schaap zag liggen aan de rand van een wak in de rivier. De sneeuw rond het dier kleurde rood door een wonde die waarschijnlijk was veroorzaakt door de scherpe rand van het ijs. Een paar andere dieren dreven in het ijskoude water, tientallen schapen stonden rond het wak. Eisinga was zeventien en kon alleen maar toekijken. Hij zegt hierover: “Het was gruwelijk én prachtig. Ik kan het haast niet onder woorden brengen maar het was of de werkelijkheid zich aan mij openbaarde.”

Retenue d’eau, 1998 van Michel François [BE] bestaat uit honderden plastiek zakjes aan dunne draden aan één draagpunt bevestigd. Een werk van honderd kil0 dat toch licht oogt. Een alledaags voorwerp krijgt hier monumentale proporties. Het gewone wordt iets bijzonders.

Heel apart de installatie Aan gene zijde van de muur, het landschap, 2019 van Zeger Reyers [NL]. De schoonheid van de witte paddenstoelen op de zwarte aarde, het proces van kweken en integreren van de paddenstoelen, van het verslijmen en het verschijnen van een nieuwe kweek, van permanent ontstaan en vergaan.


Net buiten de schuur Om ter verst, 2019 van Barbara Callewaert & Jo Verhenne [BE]. Een zin zo ver en zo dichtbij, wachtend om te worden aangeraakt door de blik van passanten.

In de Graanschuur Jenny Ymker [NL] met Escape, 2018. Een foto op geweven doek waarop vrijgevochten en krachtige roofvogels met één hand in bedwang worden gehouden. Ze lijken wanhopig hun vrijheid tegemoet te willen gaan maar worden hierin bedwongen door een enkele kracht.

Het werk van Gino Lucas [BE] Afschepen, 2019 is confronterend en laat nadenken over agressie die volgens de kunstenaar diep geworteld zit in de mens en zichtbare gevolgen heeft op alle vormen van leven. Zouden we niet beter vasthouden aan de eeuwenoude waarden van steun bieden in woelige tijden? Zouden we ook niet beter in plaats van ons te laten afschepen wat meer vertrouwen hebben in dat wat ons allen verbindt?

In de Brouwerij Contemplation, 2019 van de Japanse Naoko Ito. Een in situ werk gemaakt voor het Kunstenfestival. Vertrekpunt voor haar werk is de Genius loci of de geest van de plek. Het gaat erom de ziel van Watou en haar inwoners te vatten. De glazen inmaakbokalen een symbool voor het vasthouden van het leven terwijl de takken wijzen naar de uniciteit van de natuur die niet kopieert maar altijd opnieuw origineel voor de dag komt.

In het Klooster werk van Laura De Coninck uit haar reeks Saudade. Terwijl zich door de ruimte een parfum verspreidt van het parfumhuis Givaudan waardoor er een synesthesie wordt beoogd die naar het hart van de saudade-emotie kan leiden.

In de Kerk het monumentale Leap of faith, 2015 van Joseph Klibansky [ZA]. Een astronaut die een zwaar gouden kruis draagt. Is de astronaut de nieuwe gids voor de mensheid van de toekomst?

Stief DeSmet [BE] met a Cabin for Watou, 2019. Een hut gebaseerd op die van Henry David Thoreau, de Amerikaanse essayist, natuuronderzoeker leraar, sociaal filosoof en dichter. In de nabijheid een gedicht van Christoph Vekeman.

Dit huis hier

De vrouwen wiegden wenend het wanstaltige kind aan hun borst
De mannen stond van 's ochtends de whisky aan de lippen
Ze stierven luidkeels en woedend van de dorst
En konden niets bedenken waaraan whisky niet kon tippen

De kinderen op hun beurt groeiden op voor galg en stad
De goeddeels kale duif strijkt op hun schouders en koert
Duurbetaalde wrakken staan stil op het rechte pad
De sukkels in de trein nemen het openbaar vervoer

Ik zie geen viertal ruiters en geen draak zo groot,zo rood
Ik zie geen hel die zich zo nodig moet laten verzinnen
Dit huis hier in de buitenlucht dat de natuur mij bood
Is hel genoeg voor mij: ik heb nog mijn herinneringen


Christophe Vekeman

uit: ongepubliceerd

Tenslotte ook op Grensland, de nieuwe dodenakker van Watou, op een venster dat uitziet op de grens tussen België en Frankrijk het gedicht Dood van Eddy Van Vliet.

De laatste locatie bevindt zich, net als vorig jaar, in de Gasthuiskapel van Poperinge. Het Kunstenfestival Watou kan nog bezocht worden tot en met 1 september en wie een gelijkaardige grensoverschrijdende combinatie van onder andere literatuur, beeldende kunst, fotografie, muziek, filosofie, natuur en gastronomie wil beleven, kan vanaf 14 september naar het Stadsfestival van Damme.

Laura De Coninck en Kunstenfestival Watou

Over tien dagen kunnen we er weer naartoe, naar het Kunstenfestival Watou. Altijd een verlangend uitkijken naar wat dichters en kunstenaars ons duidelijk willen maken, of gewoon met ons willen delen, op welke confrontatie ze aansturen, over welke grenzen ze ons gebeurlijk zullen duwen. Het was in de edities van 2013 en 2017 dat we konden kennismaken met het werk van Laura De Coninck (°1978), dochter van de in 1997 in Lissabon overleden Herman De Coninck. In 2013 stond Herman De Coninck centraal in de Eregalerij in de Douviehoeve. Op vraag van het Kunstenfestival maakte Laura De Coninck toen tekeningen bij een selectie van zijn gedichten uit de bundel De Lenige Liefde.

Eregalerij Herman De Coninck, 2013 – tekeningen Laura De Coninck

De werken van Laura De Coninck kijken de toeschouwer vaak aan met grote ogen. Over onderstaand werk if eyes could speak, 2017 zegt ze: “Dat is waarschijnlijk hetgeen waar je mijn tekeningen het best aan herkent: aan de wat ruwe, primitieve maar expressieve gezichten, met hoekige ogen, grote neuzen en grote monden. Als ik gezichten maak die teveel op gewone mensen lijken, dan wringt er iets of ziet het er allemaal te braaf uit.” De catalogus meent dat het werk van Laura De Coninck soms grappig en ludiek is, dan weer zwaar op handen. Zelf beweert ze geen grote tragedies te willen uitbeelden. Ze beschouwt haar eigen werk dan ook niet als confronterend, maar eerder als beweeglijk en relativerend.

if eyes could speak, 2017, Laura De Coninck – foto: fp

Dit jaar werd haar gevraagd om de affiche van de 39ste editie van het Kunstenfestival te tekenen. Het overkoepelende thema van het parcours is “SAUDADE – Niets bestaat dat niets iets anders aanraakt”.

“Het thema van deze editie is tweeledig maar onlosmakelijk verbonden. Het tot nu toe onvertaalbare ‘Saudade’ is Portugees en staat voor een manier van zijn. Het omvat de voortdurende onzichtbare aanwezigheid van onbestemde weemoed en de eindeloze zoektocht naar iets waaraan we niet eens een welomschreven herinnering hebben. De mijmeringen die het woord oproept, komen neer op heimwee, nostalgie en weemoed met een niet concreet aanwijsbare oorsprong. De Portugese cultuur en het dagelijkse leven van de Portugezen is ervan doordrongen. Zij zijn er fier op en claimen het als een nationale trots”, vertelt intendant Jan Moeyaert van vzw Kunst aan de krant HLN. De quote “Niets bestaat dat niet iets ander aanraakt” voegde vzw Kunst toe en komt uit de roman Bezonken rood van Jeroen Brouwers.

Als beeldend kunstenaar met veel aandacht voor de verbinding tussen taal en beeld weet Laura woorden om te zetten naar sprekend beeld. De emotionele werelden die haar vader, Herman de Coninck, op zijn unieke manier met de juiste woorden kon oproepen, roept Laura op met eenzelfde authenticiteit aan de hand van een ingetogen samenspel van lijnen, beelden, inkt, verf en papier, aldus Jan Moeyaert.

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Wie Bezonken rood las, weet dat deze quote een cluster van associaties oproept die in verband staan met een traumatisch verleden dat zijn schaduw werpt op het heden. Nieuwsgierig dus naar wat deze 39ste editie in petto houdt.

%d bloggers liken dit: