Kruisweg van de liefde – Kris Gelaude

Voor vriendschap, gerechtigheid en vrede onder alle mensen en in de hele kosmos.

Michiel Coxie, De Kruisdraging, 1575-1600 – Leuven, PARCUM
God,

In de diepste ontreddering
en verlatenheid
doen mensen wat Jezus deed.
Zij roepen op U.
Ook wijzelf.

Wees niet onvindbaar
in het stervensuur.
Voor niemand.
Leg uw grote stilte 
als een mantel
om ons heen.
En laat uw naam
'Ik zal er zijn'
ons vinden.
Lichtend
door alle duisternis heen.


Kris Gelaude
uit: Kruisweg  van de liefde - Kris Gelaude

Wandelen voor de Roze Mars – challenge 2021

Sinds 1 mei ben ik weer geregistreerd voor De Roze Mars- challenge van Think Pink Belgium. Mijn eerste wandeling op zaterdag, plukte ik van de KU Leuven -wandelapp, met name de Erfgoedwandeling Romero en Latijns-Amerika in Leuven , en verwerkte ze op routeyou tot een eigen versie, startend aan de Sint-Michielskerk. Leuven was verrassend genoeg leeg op die 1ste mei behalve in de Kruidtuin. De prachtige bloesems en lentebloeiers waren daar natuurlijk verantwoordelijk voor.

Studentenresidentie Camilo Torres, 1970
Het Romerohuis in de Blijde-Inkomststraat nr. 32

Sindsdien is het zaak om elke dag minstens 10.000 stappen te wandelen en daarvoor ook tijd uit te trekken. Het dorp waar ik woon is gelukkig ‘knap landelijk’ en biedt veel wandelmogelijkheden. Af en toe wil je toch wel ergens anders naartoe en de Kesterbeekwandeling, bewegwijzerd met zeshoekige borden met rode opdruk, bracht ons (mijn wandelmaatje en ik) naar de gemeente Beersel in het zuidwesten van Brussel, midden in het Pajottenland.

De wandeling start op het Herman Teirlinckplein 1650 Brussel. Het spreekt dat we eerst een kijkje gingen nemen bij het Herman Teirlinckhuis dat zich op een 100-tal meter van de Sint-Lambertuskerk bevindt. Het huis is omringd door een romantische tuin en heeft een schrijversterras dat uitkijkt over Teirlinckx’ geliefde Zennevalei.

Herman Teirlinck was één van de meest veelzijdige culturele figuren uit de vorige eeuw. Met zijn oeuvre en vernieuwende kracht als inspiratiebron, zijn engagement en zijn aandacht voor de gemeenschap, kreeg zijn huis in 2017, 50 jaar na zijn overlijden, een nieuwe bestemming: een ontmoetingsplek voor schrijvers, artiesten, lezers, wandelaars, met een waaier aan activteiten, kwaliteitsvol en laagdrempelig. 

Schrijversterras Herman Teirlinck – Beersel
Herman Teirlinckhuis

We wandelden verder door heuvelachtig landschap met fraaie vergezichten over verschillende valleien, het Pajottenland en Brussel.

Een paar dagen later op 13 mei, Hemelvaartdag, maakte ik samen met de wandelclub een dagwandeling van 20 km vanuit Lembeek, een deelgemeente van de stad Halle.

De Malakofftoren – Lembeek

Wilde hyacinten – Hallerbos

Kasteelpark – Lembeek

Ook deze wandeling bevatte een aantal pittige hellingen. En al waren de luchten soms dreigend donker en was de temperatuur tamelijk fris voor de tijd van het jaar, op het einde wachtte een ‘bevrijdend terrasje’ waar bij een breugheliaanse hap en een frisse pint van de, zo lang gemiste, clubgezelligheid werd genoten.

Borman en Zonen: de beste beeldsnijders van Brabant keerden terug naar Leuven

Op 20 september opende in M Leuven de tentoonstelling Borman en Zonen, de allereerste overzichtstentoonstelling over deze middeleeuwse beeldhouwer en zijn familie.

In de vroege zestiende eeuw stond Jan II Borman bekend als de beste beeldsnijder van Brabant. Meer zelfs, de familie Borman domineerde de beeldhouwkunst in onze streken. M Leuven zet nu in vijf zalen met meer dan 120 beeldhouwwerken, maar ook met schilderkunst, tapijtkunst en werk op papier, de productie van deze vergeten familie van virtuoze houtsnijders voor het eerst in de kijker. Voor één topstuk, het Triomfkruis, moet je een blokje om: dat bevindt zich al eeuwen in de Leuvense Sint-Pieterskerk. 

Kerstwieg © RMN-Grand Palais (musée de Cluny – musée national du Moyen-Âge)

Het geslacht Borman werkte zowel voor religieuze als burgerlijke en vorstelijke klanten. Iconische werken van hun hand worden vandaag de dag bewaard in topmusea in Europa en de VS – zoals het Metropolitan Museum of Art (MET) in New York, en zijn terug te vinden in kerken verspreid over heel België, maar ook in VK, Duitsland, Spanje en Zweden.

Bust © The Metropolitan Museum of Art New York

Alles wat we weten over de leden van de familie Borman berust op archiefdocumenten enerzijds en onderzoek naar stijl, materiaal en het maakproces anderzijds. M Leuven is dé Belgische autoriteit op vlak van middeleeuwse beeldhouwkunst. Dankzij het onderzoek van een team van experten uit verschillende instellingen, waaronder MUniversité de Namur, University of Toronto, KULeuven en KIK-IRPA, zijn er sterke aanwijzingen dat stamvader Jan I én zijn zoon Jan II in Leuven werkten voor de familie naar Brussel verhuisde. De tentoonstelling brengt de Bormans dus terug naar huis. Ook kon de lijst met stukken die aan de Bormans toegeschreven worden gevoelig uitgebreid worden: momenteel zijn dat er meer dan 350. Enkele mysteries blijven bewaard: zo weten we niet waar in Brussel hun atelier gevestigd was, hoeveel mensen er in deze kmo avant la lettre werkten, en waarom de familie halverwege de 16de eeuw uit het beeld verdween.

MariaMagdalena © RMN-Grand Palais (musée de Cluny – musée national du Moyen-Âge

We weten wél dat er minstens zes familieleden als houtsnijder actief zijn geweest, verspreid over vier generaties. De meest gerenommeerde was Jan II Borman. Hij zette de vormentaal van Vlaamse Primitieven voort en was een voorloper van Bruegel. Zijn werk is volgens sommigen minstens zo virtuoos en invloedrijk als dat van tijdgenoot Jeroen Bosch. Maar naast artistiek genie hadden de Bormans ook een neus voor zaken. De tentoonstelling zoomt in op het feit dat de Bormans leveranciers waren voor de elite van Europa: hun klanten waren kerken, kloosters en gilden, en ook het Habsburgse hof plaatste bestellingen.

Hubertus – foto: frie peeters

Het gaat andermaal om een topexpo waarin kunstenaars van de lage landen in de schijnwerper staan. Als bezoeker word je via video en interactieve schermen diets gemaakt hoe de beeldsnijder zijn ambacht uitoefende en hoe de beeldsnijkunst evolueerde in de middeleeuwen van een eerder gotische stijl zonder veel dynamiek in de figuren naar een zeer dynamisch, realistische stijl waarvoor het werk van Rogier van der Weyden de inspiratie leverde. Je leert ook hoe de onderzoekers vandaag via typische stijlkenmerken maar ook via moderne technologieën als CT-scan bepaalde stukken met zekerheid aan de familie Borman kunnen toewijzen.

Het mag gezegd dat hier met grote expertise een zeer getalenteerde Vlaamse beeldsnijdersfamilie uit het vergeetboek werd gehaald.

Borman en Zonen
20.09.2019 – 26.01.2020
www.mleuven.be/borman

Macht en schoonheid. De Arenbergs – M – Museum Leuven*****

Al sinds de 16de eeuw kan de familie Arenberg zich tot de hoge Europese adel rekenen. Vanuit die positie speelde het geslacht op verschillende vlakken een leidersrol in Europa. Met hun enorm grondbezit, uitgekiende huwelijkspolitiek en actieve rol op het slagveld breidden ze hun politieke macht steeds verder uit. De combinatie van hun financiële welstand en passie voor kunst en cultuur resulteerde dan weer in een reeks collecties die zowel qua omvang als kwaliteit ronduit indrukwekkend te noemen zijn. De expo in M brengt topstukken uit die collectie opnieuw samen om het verhaal van de Arenbergs te vertellen.

Prinsen en hertogen

In de eerste zaal (1. G) van de expo kom je terecht in de portrettengalerij van de familie Arenberg, geïnspireerd op de galerij die gasten in de vestibule van het kasteel van Arenberg in Heverlee begroette. Kunst verzamelen en kunstenaars begunstigen was een manier van edelen om zich te onderscheiden. De familie investeerde dan ook royaal in kunst die de status, weelde en vooral de stamboom van de familie vereeuwigde. Ze schuwden daarbij de grote namen niet: het iconische ruiterportret van Albrecht van Arenberg dat je in deze zaal ziet, is van niemand minder dan Anthony van Dyck.

Alle portretten tonen de leden van de familie op hun best: de dames in indrukwekkende gewaden, de heren in harnas, met sjerpen, strikken en linten. Aan bravoure en panache geen gebrek. Familieportretten moeten getuigen van een geslaagde voorplanting en dynastieke samenhang. Het voorbeeld bij uitstek is hier dat van Karel van Arenberg (1550 – 1616) en Anna van Croÿ (1564 – 1635) met vijf van hun twaalf kinderen.

Karel van Arenberg (1550 – 1616) en Anna van Croÿ (1564 – 1635) met vijf van hun twaalf kinderen.

Maar niet enkel portretten moesten de status van het huis uitdragen. Op de tafel in het midden van de zaal liggen de ware kroonjuwelen van de familie: de oorkonden met de verheffing tot rijksvorst (1576) en tot hertog (1644). Ze vormen de ultieme legitimatie van hun macht. Verder getuigen een brief van keizerin Maria Theresia en een hoge onderscheiding van Napoleon van de band van de familie met de hoogste kringen van de Europese aristocratie.

Rijke en ondernemende landadel (zaal 1.H)

De familie Arenberg was lange tijd een schoolvoorbeeld van de machtige Europese landadel. Naast bezittingen in de Nederlanden en de Duitse landen, verwierven ze landgoederen in Frankrijk, Oostenrijk, Bohemen en Italië. De familie verplaatste zich dan ook met een verbazend gemak door Europa. Toch bleef er altijd een sterke verbondenheid met de Nederlanden. Daarvan getuigt de Driestedensalon in het Arenbergkasteel in Heverlee, waar drie adembenemende gezichten op Brussel, Antwerpen en Asterdam prijken. De panorama’s zijn nu zij aan zij te zien in de expo in M.

Driestedensalon v.l.n.r .Antwerpen, Amsterdam, Brussel

Zoals het de ‘oude’ adel betaamde, leefden de Arenbergs van hun land. Dat in tegenstelling tot de derde stand en de nouveaux riches, voor wie het wel geoorloofd was geld te verdienen met bankzaken en koophandel. Voor de Arenbergs kwamen de inkomsten uit landbouw, mijnbouw en bosbouw. Zo werd de familie puissant rijk toen in de 19de eeuw in hun nieuwe domeinen op de rechteroever van de Rijn – in wat we nu het Ruhrgebied noemen – steenkool gevonden werd. In de 19de eeuw waren ze de kampioenen van het grootgrondbezit in België. De Franse tak van de familie lag rond dezelfde periode mee aan de basis van Compagnie de Suez, de maatschappij die het Suezkanaal mee heeft aangelegd, en die later uitgroeide tot een van de belangrijkste spelers op de energiemarkt.

Huwelijkspolitiek

Om hun territorium uit te breiden, voerden de Arenbergs een strategische huwelijkspolitiek. De erfgoederen die de Arenbergs dankzij Anna van Croÿ verwierven, maakten hen in één klap tot de belangrijkste adellijke grootgrondbezitters van de Habsburgse Nederlanden. Met die erfenis verwierven ze ook de titel van hertog van Aarschot, die door keizer Karel aan Croÿ was verleend. Het aanzien van het geslacht en de identificatie met de Habsburgse zaak leidden tot een almaar internationalere huwelijkspolitiek. Steeds vaker verrijkten de namen van andere rijksvorsten en van Spaanse, Italiaanse of Oostenrijkse aristocraten de stamboom van Arenberg.

Veldheren

Maar nieuw land veroveren ging lang niet altijd via strategische huwelijken. Boven alles waren de Arenbergs namelijk actief op het slagveld. Als doorgewinterde legeraanvoerders waren ze betrokken bij zowat elk gewapend conflict in Europa tussen de 16de en het begin van de 19de eeuw. Ze vochten veelal in dienst van Habsburg: De Habsburgse dynastie deed in de 16de tot 18de eeuw voortdurend een beroep op de graven en hertogen van Arenberg, zowel op politiek, militair als diplomatiek vlak. Ze droegen trots de titels van admiraal van de Vlaamse vloot, kapitein-generaal van Henegouwen, veldmaarschalk van de keizerlijke troepen.

De actieve rol van de mannelijke Arenbergs op het slagveld bleef niet zonder gevolgen. Het betekende dat hun echtgenotes achterbleven om de zakelijke belangen van de familie te behartigen. Bij die veldslagen lieten de mannelijke telgen van het geslacht trouwens niet zelden het leven. Het beheer van de landgoederen door de vrouwen was in die gevallen geen tijdelijke zaak. Wanneer een echtgenoot niet terugkeerde van het slagveld, diende de weduwe, de douairière, het bewind te voeren over kinderen en goederen. We kunnen gerust stellen dat de vrouwen van de familie Arenberg op die manier vaak uitgroeiden tot erg machtige dames. Zo zou Margaretha van der Mark, gravin van Arenberg, haar man, die sneuvelde aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568), nog drie decennia overleven.

Diplomaten

De mannelijke Arenbergs die wel enkele veldtochten wisten te overleven, kregen na verloop van tijd vaak diplomatieke opdrachten. Op die manier breidden ze hun politieke en maatschappelijke macht nog verder uit. Ze namen een stevige positie in aan de onderhandelingstafel en werden daardoor eeuwenlang gezien als de voornaamste edellieden van de Lage Landen. In de expo zie je bijvoorbeeld een schilderij van de ondertekening van het verdrag van Londen (1604) tijdens de Somerset House Conference. Het werk toont Karel van Arenberg als een van de gezanten die mee het einde van de Spaans-Engelse oorlog onderhandelde. De familie Arenberg behoorde tot het selecte clubje dat mee over het lot van Europa besliste.

Macht vergaren, kunst verzamelen

Geen macht zonder decorum. Want wie machtig is en dat wil blijven, moet die macht ook uitstralen. Pronk, pracht en praal waren dan ook een belangrijk onderdeel van het leven van een adellijke familie als Arenberg. Kunstvoorwerpen moesten hun welstand etaleren, hun aanzien vergroten en hun macht bestendigen en legitimeren. De Arenbergs waren dan ook lange tijd toonaangevend als het ging over het goede leven en de goede smaak. Die goede smaak manifesteerde zich op het vlak van lifestyle en mode, beeldende kunst, architectuur enzovoort.

Parken en kastelen

De Arenbergs bezaten in de 19de eeuw verschillende kastelen en landgoederen in Europa. Al sinds de 17de eeuw behoorden Edingen en Heverlee tot de geliefde verblijfplaatsen in de Lage Landen. Edingen kochten ze van de Franse kroon. Het barokke park kennen we door de etsen van Romeyn de Hooghe uit een 17de-eeuws ‘tuinboek’ dat was opgedragen aan de hertog. Heverlee erfden de Arenbergs van de Croÿ’s, samen met het hertogdom Aarschot dat een van de meest winstgevende domeinen werd voor de familie. In deze zaal (1.I) zie je de tekeningen die dit hertogdom in beeld brengen en aan de basis lagen van de beroemde Albums van Croÿ. Overal drukten de Arenbergs hun stempel op het landschap. De verbondenheid met de lokale gemeenschap blijkt uit hun steun aan kloosters en begijnhoven. Een typisch staaltje van lokaal mecenaat zijn de breuken waarmee ze schuttersgilden begunstigden, wat ongetwijfeld de populariteit van het huis Arenberg ten goede kwam.

Garderobe en decor 

Portret van hertogin Hedwige van Ligne (1877-1938)

Deze zaal (1.J) biedt een inkijk in het leven van een Europese hoogadellijke familie. Centraal staat een catwalk met authentieke kostuums, maskeradepakjes en etnografische stukken. De opstelling ademt de sfeer van maskerades zoals ze in het achttiende-eeuwse Brussel werden georganiseerd. De garderobe belandde nadien in de verkleedkoffer en dook aan het einde van de negentiende eeuw op als theaterkostuum.

Toneel en theater waren prominent aanwezig in de wereld van de Arenbergs. Er heerste in de 18de eeuw een echte theatermanie onder de adel. Ze namen vaak zelf de rol van acteur op zich en voerden toneelstukken op in de eigen privévertrekken met bijbehorende kostuums en decors. Theater speelde in het bijzonder een belangrijke rol in het leven van Leopold Filips van Arenberg. Samen met de hertog van Ursel en de markies van Deinze baatte hij in het midden van de 18de eeuw enige jaren de Muntschouwburg in Brussel uit. Hij nodigde de acteurs ook uit om voorstellingen te geven in het privétheater van het kasteel van Edingen. Kort voor zijn dood liet Leopold Filips zijn theater in Heverlee herinrichten. Daar organiseerde de familie tot aan het begin van de 20ste eeuw voorstellingen in besloten kring.

Een passie voor stoffen, interieurtextiel en technologie bracht hertog Leopold Filips ertoe in Edingen omstreeks 1720 een eigen zijdemanufactuur op te richten voor de productie van luxueuze zijden kwaliteitsstoffen. Geschilderde binnenaanzichten uit de negentiende eeuw geven een beeld van adellijke woonverblijven en hier en daar vang je een glimp van het dagelijkse leven. Die aquarellen vormden toen een nieuw genre in de adellijke zelfrepresentatie en werden vervaardigd door professionele schilders of door aquarellerende prinsessen.

Erven van Croÿ en Van der Mark (zaal 1.K.a)

Onderscheidingsdrang is van alle tijden. Adellijke families toonden graag hun bevoorrechte positie door kunst te verzamelen en kunstenaars te begunstigen. De Arenbergs volgden daarbij Croÿ en Van der Mark als voorbeeld. Als mecenas en bibliofiel had renaissanceprins Karel van Croÿ de toon gezet. Albasten beelden uit het celestijnenklooster in Heverlee worden in deze zaal gecombineerd met twee schilderijen van Veronese en een doek van Frans Floris. Ook zijn bibliotheek was legendarisch en werd verkocht in 1614, dit werd vastgelegd in één van de oudste veilingcatalogi.

Het wandtapijt Honor uit de reeks Gloria Immortalis stamt uit het bezit van het geslacht Van der Mark. Jan van Lignes huwelijk met Margaretha van der Mark bracht hem de naam Arenberg en gelijk ook het wandtapijt. Wandtapijten waren een vertrouwd statussymbool in adellijke kring. De reeks zou deze rol met glans vervullen in het Brusselse Arenbergpaleis tot aan het begin van de twintigste eeuw.

Wandtapijt Honor uit de reeks Gloria Immortalis (links) – Christus en de Samaritaanse vrouw, Paolo Veronese (1585) (rechts)

Galerij en kabinet (zaal 1.K.b)

De Arenbergs verwierven in de zeventiende en achttiende eeuw niet alleen bekendheid als veldheren, maar ook als liefhebbers van kunst. Ze bestelden werk bij tijdgenoten als Rubens en Van Dyck en legden daarnaast een collectie antiek beeldhouwwerk aan. In de negentiende eeuw liet hertog Prosper Lodewijk in zijn Brusselse paleis een galerij inrichten voor de schilderijenverzameling. Die stond bekend om haar Vlaamse en Hollandse meesters en werd als particulier museum aanbevolen in Europese reisgidsen. De sfeer van de galerij wordt opgeroepen door een wand met meesterwerken: portretten, genretaferelen en landschappen. In een kabinet bevonden zich Egyptische stèles, Griekse en Etruskische vazen en Keltische sieraden. In en bij de paleiskapel werden religieuze werken uit de Lage Landen getoond. De aankoop van het Duitse slot Nordkirchen zorgt in 1903 voor een heuse uitbreiding van de collecties. Het grote doek met de vondst van Mozes is daar een getuige van.

De bibliotheek (zaal 1.L)

Het verbaasde de Franse schrijver Voltaire dat hij geen boeken aantrof in het Arenbergkasteel in Edingen. Maar dat was een jachtslot; de echte bibliotheek van het huis Arenberg bevond zich in het Arenbergpaleis, het huidige Egmondpaleis in Brussel. Hier wordt een staal uit het boekenbezit gepresenteerd, met rubrieken als geslacht- en wapenkunde, atlassen en topografie, antieke cultuur en geschiedenis van de Nederlanden. Andere favoriete onderwerpen uit de Europese adelscultuur waren: ridderorden, vestingbouw, schermkunst en paardendressuur.

De vier bibliotheekdeuren 

Ook verzamelden de Arenbergs muziekhandschriften zoals de unieke partituur van Vivaldi. Sommige hertogen ontpopten zich als bibliofielen. Bijzonder is de grote collectie Middelnederlandse letterkunde, met wiegendrukken en andere kostbare werken in de collection spéciale. Bij een bibliotheek hoorde traditioneel ook een prentenkabinet dat hier vertegenwoordigd wordt door een uitzonderlijk zestiende-eeuws verzamelalbum met nagenoeg het volledige werk van Albrecht Dürer.

Het keurmerk Arenberg (zaal 1.M)

De collecties van de Arenbergs waren zo vermaard dat de naam Arenberg een keurmerk werd. Stukken die vandaag over heel de wereld verspreid zijn en waarvan er hier enkele zijn samengebracht in deze eregalerij, dragen nog steeds de naam Arenberg. Het zijn kunstvoorwerpen van zeer uiteenlopende aard en herkomst, gaande van een evangeliarium uit de Ottoonse tijd, tot een exotische colcha (kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt) met een Indo-Portugese interpretatie van verhalen uit de klassieke oudheid. De tentoonstelling maakt de bezoeker tot getuige van de geschiedenis, status en levensstijl van het huis Arenberg. Het is een familie die vijf eeuwen lang een stempel wist te drukken op de politieke en culturele ontwikkeling van Europa. Via het keurmerk Arenberg worden de objecten in deze zaal deel van die illustere geschiedenis en krijgen zo een diepere betekenis, een extra aura verbonden aan een breder Europees verhaal.

Ik bracht zondagochtend op deze werkelijk unieke tentoonstelling  ruim 2.5 uur door en kreeg zo voor het eerst een zeer indringend beeld van de levenswandel van deze adellijke familie.  De expo is nog te bezoeken tot 20 januari 2019.

Met dank aan het M-museum voor de informatie en de foto’s

Edgard Tytgat 1879-1957 in Museum M – Leuven

Herinnering aan een geliefd venster

 

Zaal H in Museum M

Zestig jaar na zijn dood is er in Museum M in Leuven een expo over Edgard Tytgat, schilder, schrijver en graveur maar vooral verhalenverteller. Hij putte inspiratie voor zijn werk uit het eigen leven, maar ook uit volksverhalen, mythologie en kunstgeschiedenis, en vertaalde ze naar ontwapenende beelden vol fantasie en humor, maar met een bitterzoete ondertoon. Mede-curator Peter Carpreau vertelde het verhaal achter zes opmerkelijke werken in Culture Club en op de Canvassite

M brengt de rasverteller- en schilder Tytgat opnieuw tot leven met meer dan 70 werken uit museale en privé-collecties. Vorige zomer presenteerde “OER 2017” in Gent Edgard Tytgat zoals op zijn “ Kermismolen en poppen “: een carrousel met houten paard en kussens waarop de bezoeker kon gaan zitten terwijl hij meedraaiende de werken bestudeerde. De carrousel had voor Tytgat een belangrijke biografische betekenis. Hij duikt in tal van zijn werken op. In deze expo wordt ook duidelijk waarom de kermismolen zo’n traumatische betekenis voor de schilder had.

Edgard Tytgat bleef in de schaduw van de groten van zijn tijd maar op deze tentoonstelling wordt duidelijk waarom en hoe hij toch zijn persoonlijke plek vond tussen deze groten. Er is zelfs een parallel te trekken tussen de narratieve stijl van Tytgat en de cinematografische stijl van de Zweedse regisseur Roy Andersson volgens cineast en co-curator Gust Van den Berghe. Door het werk van Andersson te confronteren met Tytgat versterken beide werelden elkaar, stelt hij. Of dit zo is, kan de bezoeker in één van de expozalen meteen ook nagaan. Een andere film, een reportage van de toenmalige RTB, de huidige RTBF, is Maria, mon amour, een filmisch portret van  Tytgat door de ogen van zijn vrouw Maria.

Ik bracht ruim twee uur door op deze expo en leerde Edgard Tytgat vanuit een heel andere invalshoek kennen. Wars van alle -ismen ging hij zijn eigen weg: aanvankelijk fantasierijk, in contact met zijn tijd vanuit zijn hortus conclusus, en vanuit het vijfjarig verblijf in Engeland gedurende WO II, later twijfelend aan zijn werk vanuit de wat sombere nostalgie van het einde van zijn leven.

ARTEFACT 2018 -This Rare Earth – Stories from Below

Artefact in STUK, Naamsestraat 96, LEUVEN is elk jaar weer een expo festival vol belevenissen waarin hedendaagse kunst, wetenschap en maatschappelijke uitdagingen elkaar vinden. Centraal staan hedendaagse kunstpraktijken die zich op poëtische, kritische en onderzoekende wijze verhouden tot een complex onderwerp, een ‘wicked problem’, een thema dat ons allen verbindt of verdeelt.

Met This Rare Earth — Stories from Below  duikt Artefact ondergronds, speurend naar de geologische materialen die zich onder de aardkorst verbergen. Er wordt op zoek gegaan naar de verhalen die verteld worden door die geologische materialen, conflictmineralen en -metalen en zeldzame aardelementen. De kunstwerken onderzoeken de politieke, economische en ecologische implicaties van hun circulatie; van ontginning, verwerking en handel tot gebruik, afval en recyclage. En ze verbinden het aardse met het kosmische: ‘as above, so below’.

Specifieke aandacht gaat uit naar praktijken van kunstenaars die op een zeer directe en geëngageerde wijze omgaan met het thema. Ze kaarten op innovatieve manier on(der)belichte facetten aan, creëren nieuwe narratieven of reiken alternatieve concepten aan. Zo dragen ze stuk voor stuk bij tot een ander begrip van of perspectief op de verbondenheid tussen mens en mineraal, tussen lichaam, aarde en kosmos.

Ik bracht zo’n drieënhalf uur door op de expo en liet me begeesteren door diverse kunstenaars. Bij de start o.a. door Otobong Nkanga (NG) en haar Taste of a Stone, 2016.

Taste of a Stone, 2016 by Otobong Nkanga

En in dezelfde zaal de houtdrukprints Geologic Intimacy, 2013 van Llanna Halperin (US). De inscriptie verwijst naar het eigenaardige feit dat wij als mensen ook een collectie stenen kunnen herbergen. Lichaamsstenen zoals gal- of nierstenen doen de grens tussen het biologische en geologische vervagen. In het lichaam is elke steen een biologisch element, maar buiten het lichaam behoort het tot de wereld van de geologie. We zijn als vulkanen die nieuwe landmassa creëren, op microschaal.

Geologic Intimacy, 2013 by Ilanna Hesperin

Met Future Fossil Spaces, 2015 wil Julian Charrière (CH) ons wijzen op het contrast tussen de eeuwenlang geologische processen die vb. tot het lithium onder de zoutkorst van de  Salar de Uyuni zoutvlakte in Bolivië hebben geleid en de snelheid waarmee  natuurlijke omgevingen vernietigd worden. Voor Artefact 2018 creëerde Maarten Vanden Eynde (BE) het nieuwe werk The Power of None, een installatie die op een veelzijdige manier de hedendaagse impact van silicium, maar ook zijn historiek en mogelijke toekomst, probeert te traceren. Aangrijpend is ook de film Kunnnersuit; Kvanefjed, 2016 van Autogena (DK) en Portway (UK) die een gemeenschap portretteert die verdeeld wordt door de kwestie van uraniumontginning. De film bestudeert de moeilijke beslissingen en afwegingen waar een cultuur mee wordt geconfronteerd wanneer ze wil breken met haar koloniale verleden en haar eigen identiteit wil vastleggen in een globaliserende wereld.

Op de binnenkoer van het STUK wacht de bezoeker de bijzondere ervaring van The Intimate Earthquake Archive, 2017 van Sissel Marie Tonn (DK) die twee soorten archieven (de digitale seismische data en het waarnemende lichaam) samenbrengen. Bezoekers doen een speciale vest aan en verplaatsen zich tussen boorkernen die radiosignalen uitzenden met data uit het archief. Elk van hen brengt de dataset over van een van de 12 sterkste artificiële aardbevingen in Groningen. De vesten ontvangen die signalen en laten een compositie van trillingen over ons lichaam lopen, op dezelfde manier als de seismische golven over het land bewogen.

Saskia Sassen in The Congo Tribunal by Milo Rau

Lange tijd bracht ik door in de zaal waar de film The Congo Tribunal , 2015-2017 van regisseur Milo Rau (CH) deel uitmaakte van een installatie, gecreëerd voor Artefact in co-productie met Stroom Den Haag  met o.a  25u30m aan opnames van de rechtbankzittingen in Bukavu en Berlijn, een webgame en VR-installatie die toelaat een specifieke case, besproken in het tribunaal, op een andere manier te ervaren, een onderzoeksruimte met het webarchief en een selectie leesmateriaal, en een korte documentaire over de impact van het project in Congo.

Al meer dan 20 jaar woedt een complexe en vernietigende burgeroorlog in een gebied dat zo groot is als West-Europa. Aangewakkerd door de Rwandese genocide in 1994, heeft de Congolese oorlog, ook gekend als de Derde Wereldoorlog, al meer dan zes miljoen levens geëist. Waarnemers zien in de strijd niet alleen een gevecht over de politieke dominantie in Centraal Afrika maar ook een van de meest beslissende economische gevechten om een aandeel te verwerven in het tijdperk van de globale wereldmarkt. De aanleidingen voor het aanhouden van deze oorlog zijn niet langer gebaseerd op etnische verschillen maar op de jacht op ruwe materialen die essentieel zijn voor onze 21e-eeuwse technologie. Zal de toekomst van de globale gemeenschap hier beslist worden?

Tenslotte The Egg or the Hen, Us or Them, 2011 van Egill Sæbjörnsson (IS). In dit werk presenteert Sæbjörnsson een andere kijk op wat schijnbaar een levenloze materie is. Het gewicht, de tastbaarheid en andere kenmerken van de stenen maken dat ze niet alleen aanwezig zijn in de wereld maar dat ze ook invloed hebben op die wereld. En terwijl speelsheid en experiment, humor en ernst elkaar afwisselen, opent zich een geheel nieuwe microkosmos voor onze ogen.

The Egg or the Hen, Us or Them, 2011 by Egill Sæbjörnsson

Het expo festival loopt nog tot 1 maart. Meer info vindt u hier.

Polyfonie en het verhaal van een pas ontdekt 15de-eeuws muziekmanuscript – Bart Demuyt

1141425517

Zo goed als elke Vlaming heeft weet van de Vlaamse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Topwerken als het Lam Gods in de Sint-Baafskathedraal te Gent, Christus met Zingende en Musicerende Engelen in het KMSKA en namen als Jan Van Eyck, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Pieter Bruegel, Peter Paul Rubens zijn maatschappelijk ingebed.

Even monumentaal en sterk bepalend voor de latere ontwikkeling van de muziek in Europa, zijn hun tijdgenoten-musici uit de Lage Landen, meer bepaald de Franco-Vlaamse Polyfonisten.

In 2015 werd een muziekmanuscript in privébezit voor onderzoek naar de Alamire Foundation / KU Leuven Musicology Research Group gebracht. (cfr. Bart Demuyt over uniek liedboek uit 15de eeuw en fragment door Cappilla Flamenca)

foto: De Standaard

Dit voorheen volledig onbekende laat vijftiende-eeuwse meerstemmige liedboek bevat negenenveertig Franse profane liederen samen met één Latijns religieus werk. Samen met composities van toonaangevende vijftiende-eeuwse Frans-Vlaamse meesters – waaronder Gilles Binchois, Johannes Ockeghem en Antoine Busnoys – zijn twaalf stukken in het manuscript uniek en volkomen onbekend.

In juli 2016 werd het manuscript gekocht door de Koning Boudewijnstichting (Fonds Léon Courtin – Marcelle Bouché) en permanent in bruikleen gegeven aan de Alamire Foundation in de Parkabdij van Leuven. Sinds april 2017 is het digitaal beschikbaar op IDEM (Integrated Database for Early Music) voor onderzoek en implementatie. De serie Leuven Library of Music in Facsimile opent met deze prestigieuze uitgave voorzien van een uitvoerige introductie door prof. David J. Burn (Associate Professor Musicology KU Leuven).

De koor- en liedboeken van de Franco-Vlaamse polyfonisten, er worden er ook bewaard in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel en het Stadsarchief in Mechelen, zijn uniek studiemateriaal om Vlaanderen en Europa in die tijd beter te begrijpen. De manuscripten bieden een uniek overzicht van de muziekproductie in de Lage Landen en Noord-Frankrijk. Ze bevatten zowel religieuze als profane muziek die gedurende 70 jaar werd gecomponeerd, en het oeuvre van drie generaties componisten: van Johannes Ockeghem (1410-1497) en Johannes Regis (1425-1496), over Josquin des Prez (1450/1455-1521) en Pierre de la Rue (1452-1518) tot Jean Richafort (1480-1550) en Adriaan Willaert (1490-1562).

Deze Vlaamse polyfonie is van een absoluut uitmuntende kwaliteit maar voor een deel van de internationale cultuurwereld vrijwel onbekend. Meer zelfs, heel wat van de werken uit die tijd zijn nooit bestudeerd (kunnen worden) en de valorisatie ervan is tot op vandaag veel te gering.

In de late Middeleeuwen, toen er nog geen gedrukte boeken bestonden, diende alles wat een scanner en een printer vandaag kunnen, met de hand te gebeuren. Dat doorgedreven monnikenwerk maakt elk van die boeken uniek. Daarenboven werden ze nog eens op magistrale wijze van miniaturen en motieven voorzien.
De afbeeldingen illustreren een politiek of religieus thema of verwijzen naar de vorst, een machtige opdrachtgever of de ontvanger van het handschrift. In heel wat koorboeken zijn de openingspagina’s rijkelijk versierd met randen vol bloemen en dieren. Nog talrijker zijn de sierlijke kalligrafische initialen die het begin van een muziekstuk inluiden of aanduiden waar een stem (sopraan, alt, tenor, bas) moet aanvangen.

Het digitale vergrootglas van het Alamire Digital Lab levert heel wat boeiend materiaal op. We zien niet alleen hoe machthebbers, componisten en musici naar de kunst en naar de wereld keken, we krijgen ook een beter inzicht in hoe die boeken tot stand kwamen en hoe ze gebruikt werden. Er wordt zelfs onderzocht hoe de ‘mise en page’ het zingen beïnvloed zou kunnen hebben.

De Alamire Foundation speelt dus een cruciale rol in het ontginnen van dit schitterende muzikale erfgoed. Met de meest geavanceerde technieken brengt ze muziek van eeuwen geleden waar ook ter wereld in kaart. De recente ontdekking van het 15de-eeuws liedboek bracht het onderzoek en de valorisatie-opdracht van de Alamire Foundation in een stroomversnelling. Onder leiding van Bart Demuyt zal de Alamire Foundation niet rusten voor het gehele oeuvre van het atelier van Petrus Alamire gedigitaliseerd en ontsloten is. Vandaag is dat een verzameling van 51 handschriften, verspreid over heel Europa en door het Alamire Digital Lab verzameld in 15.500 beelden. Daarom trokken ze ook naar de prestigieuze Vaticaanse Bibliotheek om er onder meer de Chigi Codex te fotograferen.

Wie was Petrus Alamire? Niemand weet wanneer Peter Imhoff precies geboren is. Waarschijnlijk omstreeks 1470 in een bekende koopmansfamilie in Neurenberg. Alamire was niet zijn echte naam, eerder een muzikaal merk. De ‘A’ slaat op de toonhoogte en ‘la’, ‘mi’ en ‘re’ verwijzen naar de toonladder. Hij werd vermoedelijk opgeleid als musicus en muziekscribent. Hij reisde naar de Lage Landen waar hij onder andere voor Margareta van Oostenrijk en aartshertog Karel (de latere keizer Karel V) luxueuze muziekhandschriften vervaardigde. Maar hij was ook ondernemer, spion voor Hendrik VIII en koerier voor Erasmus en andere humanisten. Bovendien onderhield hij contacten met verschillende Europese hoven en met machtige handelaars en bankiers. Hij stierf in Mechelen in 1536.

Met videobeelden van o.a. het digitalisatieproject in de Vaticaanse bibliotheek, het Huis van de Polyfonie in de Parkabdij van Leuven en de ontdekking en aankoop van het Leuven Chansonnier trok Bart Demuyt het publiek mee in een wondere muzikale wereld.

Bart Demuyt (1964) studeerde aan het Lemmensinstituut, werd stafmedewerker bij de Onderzoekseenheid Musicologie aan de KU Leuven en was als uitvoerend musicus verbonden aan o.m. Collegium Vocale, La Petite Bande, Capilla Flamenca. Daarna was hij actief als artistiek medewerker bij Musica en was artistiek leider van het Nederlandse ensemble Cappella Pratensis. In 2008 keerde Demuyt terug naar de KU Leuven en werd hij directeur van de Alamire Foundation, Internationaal Centrum voor de Studie van de Muziek in de Lage Landen. In dat jaar neemt hij ook de functie op van artistiek en algemeen directeur van AMUZ [Festival van Vlaanderen-Antwerpen]. In 2016 is hij ook aangesteld als senior research IOF-manager for Musical Heritage KU Leuven. Bart Demuyt is voorzitter van de Adviescommissie Kunsten Vlaanderen en curator van verschillende festivals en tentoonstellingen waaronder ‘Passie van de Stemmen’ en ‘Petrus Alamire, Meerstemmigheid in beeld’.

Zie ook : Leuven Chansonnier – Een vondst van wereldformaat.

%d bloggers liken dit: