Jawoord, maar dan niet te luid | t,arsenaal & LAZARUS | Mechelen ****

Jawoord-600

Ingmar Bergman schreef Scènes uit een huwelijk (1972) voor een Zweedse TV-reeks die in de lente van 1973 uitkwam en een immens succes kende. Toen het verhaal ging dat de serie oorzaak werd van de stijging van het aantal echtscheidingen in Zweden, kreeg ze ook internationale weerklank. Pieter Genard en Lotte Heijtenis schrijven hetzelfde stuk opnieuw. Jawoord, maar dan niet te luid is een coproductie van t, arsenaal met LAZARUS.

Scènes uit het leven van een academisch koppel. Zij doctorandus sociologische antropologie, hij doctorandus Letteren.  De man, gefaalde academicus, film- en theaterregisseur, heeft last van procrastinatie, wordt verliefd op één van zijn actrices en wil voor een tijd met haar naar Parijs. De vrouw heeft kort na hun scheiding een affaire met zijn stiefbroer Matthias. Later trekt ze als coördinator voor een ngo naar Chili waar ze haar nieuwe partner Roman ontmoet. Man en vrouw blijven elkaar ontmoeten. Het wordt een roetsjbaan van wederzijds aantrekken en weer afstoten, van intellectualistisch rationaliseren en analyseren naar fysiek handgemeen worden en vechten. Het verhaal is circulair. Het begint bij de laatste scène. De toeschouwer wordt vervolgens via flashbacks teruggevoerd naar het begin en het daarop volgende verdere verloop van de relatie. In de laatste scène is een dubbel huwelijk op handen..

Ja  maar neen

Lotte Heijtenis en Pieter Genard brengen een lichtvoetige relatiekomedie. Ernstig wordt het wanneer het overspel wordt opgebiecht en het afscheid nabij is. De worsteling om de  liefde wordt fysiek. Het publiek wordt muisstil. Het dramatische hoogtepunt van het volgehouden uitdagende seksuele kat-en-muisspel wordt een sarcastische woordentwist en uiteindelijk een verwoestende vechtpartij, wanneer de vrouw de man bezoekt en hem de notarisdocumenten ter ondertekening voorlegt. De laatste vreselijke stuiptrekking van een falende relatie. In de laatste-eerste scène, het koppel bevindt zich opnieuw in het gemeenschappelijke appartement, is de rust teruggekeerd en maken beiden zich klaar voor een trouw-partij maar niet met elkaar, of toch wel? In dit intiem moment wordt een wit konijn uit de hoed getoverd: neen zeggen aan wie je een jawoord geeft. De liefde, geen sinecure.

Lotte en Pieter, die elkaar al kenden voor ze theatercollega’s werden, zitten als gegoten in hun rollen. Lottes vrouwelijke gekwetstheid, haar wil om te behagen, haar opvlammende temperament dat voor geen woord of gebaar verlegen zit. Mooi echt en fel acteerwerk. Pieters laconieke replieken, zijn getimede mimiek, zijn terzijdes. Prachtig.

Theater- en filmtechnische weetjes

Midden op het podium hangen open keuken- en garderobekastblokken, de tafel een omgekeerde opbergkrat. De setting van hun appartement. Op de vloer een (duur?) tapijt, half opgerold. Rechts een rode lamp boven een plooibaar logeerbed, zijn overspelige theaterwerkplek. Alle decorelementen lijken naar voorlopigheid te wijzen, naar weggaan, en toch ook weer niet. Een bij elkaar gerommeld allegaartje. De kostuums veranderen van zelfgebreide wollen truien afgestemd op elkaar, naar sexy mini-jurkjes die om aandacht bedelen, naar het in hemd en jogging staan, naar  huwelijksjurk en  –jacket. Een betekenisvolle evolutie. Bij het einde van elke scène flitst een rij grote spots achter op het podium aan. De toeschouwer ziet de acteurs in een verblindend tegenlicht. Hij krijgt een korte theatertechnische uitleg. Het pientere publiek vat de geestige ‘éducation permanente’.

Jawoord, maar niet te luid, is een tragikomische bewerking van Bergmans Scènes uit een huwelijksleven. Het intellectualistische gehakketak dat effect ressorteert door de prima timing van de replieken. De onzekerheid en het verlies van identiteit bij het falen van de relatie. Het misverstand door gebrek aan communicatie. De wisselingen van tederheid en wreedheid. De hang om te behagen verbeeld in een trage fysieke worsteling.  Het stuk confronteert ons met een rauw-realistische maar ook vertederend-intieme zoektocht naar de maakbaarheid van een  relatie in een permissieve samenleving. In een wereld zonder God is de mens volledig teruggeworpen op zichzelf als schepper van zijn huwelijksgeluk. In den beginne was het woord. En het woord was ja. 

Meer info over het stuk en de speeldata vindt u hier.

Winter – Jon Fosse – ’t Arsenaal****

‘Mijn stukken beschrijven eenvoudige mensen in een niet eenvoudige wereld.’ – Jon Fosse

scannen0001Wintereen stuk van de Noorse Jon Fosse, ging gisteren in première in ’t Arsenaal en wel in een regie van Franz Marijnen. Marijnen na tal van nationale en internationale opdrachten en creaties terug in Mechelen dus waar alles in het toenmalige MMT begon. De acteurs niet minder dan Lucas Van den Eynde en Lotte Heijtenis.

Het gegeven: een man is in een vreemde stad waar hij een afspraak heeft. In een andere stad heeft hij een vrouw en kinderen. Hij heeft nog even tijd en zet zich op een bank. Uit het niets komt een vrouw op hem af die zich aan hem opdringt. Hij neemt haar tenslotte mee naar zijn hotelkamer. Zijn afspraak wordt vergeten en even later ook zijn vrouw en kinderen en zelfs zijn beroep. Nu geldt alleen nog de bank in het park. zijn hotelkamer en wachten op de vrouw die zijn wereld op zijn kop zet en zijn geordend leven een nieuwe wending geeft.

De stijl van het stuk is duidelijk modernistisch. Zowel in taal als in enscenering. Je voelt je als het ware naar een herrezen Beckett kijken: een koud wit decor – een bank en een hotelkamerbed op een centrale carrousel –  slechts twee acteurs pratend met elkaar in elliptische zinnen. Een aarzelende communicatiestijl die door zijn woordkarigheid de aandacht vestigt op de stiltes tussenin en de intonatie waarmee deze woorden gezegd worden. Er wordt langs elkaar gepraat. Er wordt geschreeuwd om contact en gebedeld om liefde. Er is ijskoud zwijgen, er is verbazing, er is onbegrip, er is twijfel maar er komt rust en warme kleren. En dan … een vuile telefoontruc en telefoons van thuis die onbeantwoord blijven en weer afspreken en niet opdagen en toch weer verschijnen. Kortom alles wordt uit de kast gehaald tot hij niet meer te redden valt en zij, bewust van wat hij op het spel zet, bevestigd hoort dat hij van haar houdt en ze beiden uit de kleren gaan. Banaal overspel, lijkt het. Dat is het echter niet. Fosse laat zien hoe een fatsoenlijke man die een goed geordend leven leidde – hij ruimt haar sokken en schoenen op als hij binnenkomt in de hotelkamer – zich plots verliest in een overrompelende passie. Hij geeft zijn vrouw, kinderen en job op en zit uren te wachten op de vreemde vrouw. Deze passie betekent het einde van zijn burgerlijk bestaan. Wat in de plaats komt, is overgave aan een ‘waanzinnige liefde’.

De man, Lucas van den Eynde, is grandioos en sterk in een terughoudende, gereserveerde spelstijl die wijzigt wanneer de vis aan de haak hangt te spartelen. Nu is de vrouw, Lotte Heijtenis, de gereserveerde, sterke tegenspeler. Beiden vertolken een immense existentiële treurigheid. De scènes worden gestructureerd door een melodieus klankdecor dat heilzaam werkt op het gevoel van melancholie dat het stuk ademt. Achter op het podium en aan weerszijden van de carrousel – links een bureau, rechts een stoel – verkleden de acteurs zich aanvankelijk elk apart nadien samen op één plek: het bureau. Van het bureau gaat het naar het hotelbed. Het doel is bereikt.

In Winter wordt een kantoorheld op een winterse dag op een bank in het park door een vreemde, depressieve, hysterische, jonge vrouw in tracksuit opdringerig lastig gevallen. Hij geeft haar onderdak in zijn hotelkamer en koopt haar warme kleren. Een man en een vrouw met een grijs en leeg bestaan schreeuwen hun hang naar een ander leven uit. Hier o.a. gesymboliseerd door geel licht op het hotelkamerbed. Over de witte bank in het park rijst echter op een bepaald ogenblik een treurige zwarte schaduw. Is dit het geluk waarvoor alles op het spel gezet wordt? Is dit zijn ? Of is deze passie de voorbode van een harde existentiële winter? Je krijgt er als toeschouwer niet onmiddellijk vat op. Er wordt iets gecommuniceerd dat het midden houdt tussen waarheid en leugen tussen realiteit en zinloosheid: twee verloren zielen zoeken troost bij elkaar midden in de grootste vertwijfeling. Het stuk zet met poëtische karigheid ’s mensen lieftalligste domheid in de kijker.

%d bloggers liken dit: