The Thing Around Your Neck – Het ding om je hals – Chimamanda Ngozi Adichie*****

downloadThe Thing Around Your Neck / Het ding om je hals – De Bezige Bij (2009) – 255 blz. is een verhalenbundel van de Nigeriaanse Chimamanda Ngozi Adichie die verschillende facetten van relaties tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen in Afrika en Amerika laat schitteren in gevatte, suggestieve soms humoristische beschrijvingen en verrassende dialogen. De titel van elk verhaal spijkert de essentie ervan ook onwrikbaar vast. Enkele passages uit drie van deze twaalf mooie verhalen:
Cel I
“Maar het was niet Nnamabia’s opzet geweest haar pijn te doen. Hij had het gedaan omdat de juwelen van mijn moeder het enige van waarde was in het huis: een levenslange verzameling van massief gouden munten. Hij deed het ook omdat andere zonen van professoren het deden. Dit was het seizoen van de diefstallen op onze vreedzame Nsukka-campus. Jongens die opgegroeid waren met Sesamstraat, Enid Blyton, cornflakes voor ontbijt, die keurig gepoetste bruine sandalen naar de lagere school voor personeel van de universiteit hadden gedragen, sneden nu de klamboes voor de ramen van hun buren door, schoven de glasjaloezieën weg en klommen naar binnen om televisies en videorecorders te stelen. We kenden de dieven. […] Maar wanneer de professor-ouders elkaar ontmoetten op de personeelsclub of in de kerk of op een faculteitsvergadering, bleven ze maar klagen over het tuig dat uit de stad kwam om hun boven alles verheven campus te bestelen.” De broer belandt in de cel op verdenking van lidmaatschap van de elkaar op de campus bevechtende bendes of ‘gildes’ en ervaart er de arrogantie en de machtswellust en -willekeur van de regimepolitie. Wanneer hij daartegen protesteert omdat een oude man geheel onterecht wordt vernederd, wordt hij naar CEL I gebracht en ernstig mishandeld . “Nnamabia zei niet wat er met hem in Cel I was gebeurd of wat zich op de nieuwe plek had afgespeeld, die er in mijn ogen uitzag als een plek waar ze mensen vasthielden die later zouden verdwijnen. Het zou zo gemakkelijk voor hem zijn geweest, mijn charmante broer, om van zijn verhaal een prachtig drama te maken, maar dat deed hij niet.”
Het ding om je hals
“Je dacht dat iedereen in Amerika een auto en een vuurwapen had; dat dachten je ooms en tantes ook. Vlak nadat je de visumloterij had gewonnen, zeiden ze tegen je: ‘Over een maand zal je een grote auto hebben. Spoedig een groot huis. Maar koop geen vuurwapen zoals die Amerikanen.” Ze mag tot ze op eigen benen kan staan bij een oom wonen: “Hij woonde in een klein wit stadje in Maine, in een dertig jaar oud huis aan een meer. Het bedrijf waarvoor hij werkte, zo vertelde hij je, had hem een paar duizend meer geboden dan het doorsneesalaris plus werknemersopties omdat het zo vreselijk graag een gediversifieerde indruk wilde maken. In elke brochure, zelfs wanneer die niets met zijn afdeling te maken had, zetten ze een foto van hem. Hij lachte en zei dat het een goede baan was, die het waard was om in een volslagen blanke stad te wonen, al moest zijn vrouw wel een uur rijden om een kapper te vinden die zwart haar deed.” “… en hij schreef je in aan een gemeentelijke universiteit waar de meisjes dikke dijen hadden en helderrode nagellak en snelbruiner opdeden waardoor ze er oranje uitzagen. Ze vroegen waar je Engels had leren spreken en of er in Afrika echte huizen waren en of je al eens een auto had gezien voor je naar Amerika kwam. Ze keken met open mond naar je haar. Staat het rechtop of valt het omlaag als je de vlechten uithaalt? Ze wilden het weten. Blijft alles rechtop staan? Hoe? Waarom? Gebruik je een kam? Je glimlachte benepen bij al die vragen. Je moest weten dat dit je te wachten stond, zei je oom. Hij noemde het een combinatie van onwetendheid en arrogantie. Toen vertelde hij je dat de buren, een paar maanden nadat hij in zijn huis was komen wonen, beweerd hadden dat er steeds minder eekhoorns waren. Ze hadden gehoord dat Afrikanen alle soorten wilde dieren aten.” “… het was net als thuis. Totdat je oom in de benauwde kelder kwam waar je sliep tussen benauwde kisten en dozen en jou met veel geweld tegen zich aantrok en kreunend in je billen kneep.“  Ze verlaat het huis en arriveert met de Greyhoundbus in Connecticut waar ze voor twee dollar minder dan de andere serveersters in een restaurant aan de slag gaat.Ze leert in het restaurant een student kennen. “ Hij zat in zijn laatste jaar staatsuniversiteit. Hij vertelde hoe oud hij was en je vroeg waarom hij nog niet was afgestudeerd. Per slot van rekening was dit Amerika, het was niet zoals thuis, waar universiteiten zo vaak sloten dat mensen er drie jaar langer over deden dan de normale studietijd en docenten steeds opnieuw staakten en toch niet werden betaald. Hij had , zei hij, een paar jaar vrij genomen om zichzelf te ontdekken en te reizen naar Azië en Afrika.” “Zijn moeder was opgetogen toen zij je vroeg of je Nawal el Saadawi had gelezen en jij ja zei. Zijn vader vroeg hoeveel Indiaas eten op Nigeriaans eten leek en plaagde je met het afrekenen toen de rekening kwam. Je keek naar hen en was dankbaar dat zij je niet bekeken als een exotische trofee, een ivoren slagtand.” Wanneer ze na een brief van haar moeder beslist om naar Nigeria terug te gaan en de vriend haar aanbiedt om voor haar een ticket te kopen en mee te gaan, wil ze dat niet. “Je draaide je om en zei niets, en toen hij je naar het vliegveld reed, omhelsde je hem een lang moment innig, en toen liet je hem los.”
De eigenzinnige chroniqueur
“Het was Grace die, op de terugweg Agueke passerend, achtervolgd werd door het beeld van een verwoest dorp en naar London ging en naar Parijs en naar Onicha, schimmige stapels in archieven doorzocht, de levens en geuren van haar grootmoeders wereld opnieuw in beeld bracht voor het boek dat ze zou schrijven en dat ‘Paciferen met kogels: een herziene geschiedenis van Zuid-Nigeria’ zou heten. Het was Grace, die in een gesprek over het aanvankelijke manuscript met haar verloofde George Chikadibia – modieuze academicus van Kings College, Lagos; toekomstig ingenieur; drager van driedelige kostuums; ervaren ballroomdanser die vaak zei dat een middelbare school zonder Latijn was als een kop thee zonder suiker -, wist dat het huwelijk niet zou standhouden toen George haar te verstaan gaf dat ze op de verkeerde weg zat als ze over primitieve cultuur ging schrijven in plaats van over een nuttig onderwerp als Afrikaanse Bondgenootschappen in de spanning tussen Amerika en de Sovjet-Unie.“ Ze scheiden en Grace gaat haar weg. “ Het was Grace die, omgeven door haar onderscheidingen, haar vrienden, haar tuin met weergaloze rozen, in de late jaren van haar leven een merkwaardige ontworteldheid voelde en naar de rechtbank in Lagos ging waar ze haar eerste naam Grace officieel veranderde in Afamefuna. Maar op die dag [haar grootmoeder is stervende als zij eindexamen op de middelbare school moet afleggen; ze trekt echter toch naar het dorp], toen ze aan het bed zat van haar grootmoeder in het stervende avondlicht, dacht Grace niet aan haar toekomst. Ze hield gewoon de hand van haar grootmoeder vast, de handpalm die verdikt was door jarenlang pottenbakken.” 

 

 

 

Half of a Yellow Sun – Een halve gele zon – Chimamanda Ngozi Adichie*****

Nigeria in de zestiger jaren van de 20ste eeuw.  Dwars doorheen het land loopt een scheidingslijn tussen wat in Wolters’ Algemene Wereldatlas het Europeïde (blanke) hoofdras en het Negroïde (zwarte) hoofdras genoemd wordt of op godsdienstig vlak  die tussen zeg maar islam (noorden) en natuurgodsdienst (zuiden en zuidoosten). Maar eerst een stukje geschiedenis:

downloadIn 1966 waren de Igbo, een uit Zuidoost-Nigeria afkomstige christelijke bevolkingsgroep, uit het noorden naar hun stamland terug gevlucht na slachtpartijen waarbij duizenden onder hen waren vermoord. Achtergrond van de pogroms was een tribale machtsstrijd tussen politieke elites. De islamitische Noord-Nigerianen stelden dat zij angst hadden voor overheersing van de federale staat door Igbopolitici.[1] Toen de Oost-Nigeriaanse Igbo-gouverneur Chukwuemeka Ojukwu van de centrale regering onvoldoende garanties kreeg ter bescherming van zijn volk, kondigde hij op 30 mei 1967 eenzijdig de secessie van zijn gebied af; de nieuwe Republiek Biafra was een feit. De reactie van de federale militaire regering was niet mild; generaal-majoor Yakubu Gowon kondigde de algemene mobilisatie af, liet de oostelijke havens blokkeren en dreigde met zware economische sancties. Daarop brak een bloedige strijd uit, die pas twee en een half jaar later, nadat bemiddelingspogingen hadden gefaald, door capitulatie van Biafra beëindigd zou worden. Circa een half à twee miljoen Biafranen zijn in moordpartijen en van ontbering omgekomen.[2] Biafranen en hun nageslacht bestempelen de gebeurtenissen als genocide door de toenmalige Nigeriaanse regering, ook al wordt dat niet internationaal erkend. Bij de wederopbouw van Oost-Nigeria werden de Igbo op de achtergrond gehouden. Een der redenen waarom de Igbo de oorlog verloren was dat andere volken in Zuidoost-Nigeria, zoals de Ijaw en Ibibio, bevreesd waren voor overheersing door de Igbo. Zij kozen daarom voor het grootste deel partij voor de centrale regering van Nigeria, die hierdoor Igbo-land gemakkelijk van de zee kon afsnijden door zeeblokkades en de voornaamste aardoliegebieden kon bezetten. [bron: wikipedia]

download (1)Het zijn deze historische feiten die Chimamanda Ngozi Adichie in haar roman Half of a Yellow Sun vertaald door Rob van Essen als Een halve gele zon (2006) – Atlas A’dam/A’werpen (543 blz.) als verhaalstof gebruikt. In  vier delen en zevenendertig hoofdstukken vertelt ze over de periode vóór (De vroege jaren zestig) en die gedurende en na de Biafraanse oorlog (De late jaren zestig). Ze draagt het boek op aan de nagedachtenis van haar grootouders. Hoofdpersonages zijn Odenigbo en Olanna, Igbo-intellectuelen werkzaam aan de Nsukka-universiteit als docent en sociologe. Via deze twee personages bouwt Adichie een netwerk van nevenfiguren op (Ugwu, de huisbediende; Kainene, Olanna’s zus; Richard, een Engelse expat; Baby, Odenigbo en Olanna’s adoptiedochter; Odenigbo’s moeder; Olanna’s ouders; Olanna’s islamitische vriend Mohammed en een groepje intellectuelen die imagesregelmatig samenkomen bij Odenigbo en verbonden zijn aan de Nsukka-universiteit ). Daardoor creëert ze een totaalbeeld van de feiten, voornamelijk vanuit het perspectief van de Igbo, hun motieven, hun volharding , hun hoop, hun strijd. Met hen reis je door Nigeria en vooral door de Baai van Biafra, je wordt ondergedompeld in een eeuwenoude cultuur (igbo-ukwucultuur ),  je leest over dagelijkse gewoonten en gebruiken, over dekolonisatie, over klasse en afkomst en over de wijze waarop ‘liefde’ soms alles complex maakt.

Het is een bijzondere roman, lijvig en allesomvattend, diepzinnig, tragisch maar ook geestig, poëtisch en ontroerend. Via de techniek van de roman-in-de-roman  neemt Adichie ook een duidelijk politiek standpunt  in met betrekking tot wie het toekomt om het verhaal van Afrika te vertellen.

Chimamanda Ngozi Adichie over het verhaal op haar blog:

Both my grandfathers were interesting men, both born in the early 1900s in British-controlled Igbo land, both determined to educate their children, both with a keen sense of humor, both proud. I know this from stories I have been told. Eight years before I was born, they died in Biafra as refugees after fleeing hometowns that had fallen to federal troops. I grew up in the shadow of Biafra. I grew up hearing ‘before the war’ and ‘after the war’ stories; it was as if the war had somehow divided the memories of my family. I have always wanted to write about Biafra—not only to honor my grandfathers, but also to honor the collective memory of an entire nation. Writing Half of a Yellow Sun has been my re-imagining of something I did not experience but whose legacy I carry. It is also, I hope, my tribute to love: the unreasonable, resilient thing that holds people together and makes us human.

 

%d bloggers liken dit: