Een aanstekelijke hoop – Carl Norac – Dichter des Vaderlands

Als Dichter des Vaderlands is het zijn taak om te schrijven over wat er leeft in onze samenleving. En sinds een tijdje kan niemand meer om het Coronavirus heen, en de impact daarvan op ons dagelijks leven. Carl Norac greep dit moment aan om ons een poëtisch hart onder de riem te steken, met zijn tweede Gedicht des Vaderlands, getiteld: ‘Een aanstekelijke hoop’:

EEN AANSTEKELIJKE HOOP
 
Ik ben besmet met poëzie.
Ik heb misschien de hand geschud
van een zin die al vervloog
of van een onbekende vrouw die een ster had zitten in haar zak.
Ik zoende wellicht de lippen van een lot
dat me altijd de rug had toegekeerd.
Ik ben besmet met poëzie, met haar aanstekelijke hoop.
 
Ik strooide al een poosje ogenblikken voor me uit,
manifest symptoom dat zich heeft ontpopt als lied.
Ik zit niet in een vormelijke taal gevangen,
maar maak me meester van het vrije woord, ik besta, bied weerstand
en wantrouw wie het heeft over een dood land
vooral nu dat land zijn ogen op ons richt.
 
Ik word verhoord, of wat had je gedacht!
‘Moedertaal?’  De ademtocht.
‘Verblijfsvergunning?’ Het woord.
‘Waar hebt u het virus opgelopen?’ Achter uw spiegel.
‘Vreemdeling, wat bent u van plan?’
De wereld bestoken met woorden,
ook als de wereld er het zwijgen toe doet.
 
Ik ben besmet met poëzie.
Onder mijn vingers broeit een lichte koorts,
waarmee ik je graag aan wil steken,
zo, met liefkozende lippen.

Carl Novac
 
Vertaling: Katelijne De Vuyst
Met de steun van de Nationale Loterij en haar Spelers, met dank aan het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap.
De originele Franse versie leest u hier

Levens tegen levens | Laurence Vielle | Dichter des Vaderlands

Levens tegen levens

vind je echt dat dit kan / ? /
12 / sans-papiers /
tegenover
200 gewapende agenten 20 politiebusjes 10 honden 1 helikopter /
oog / in / oog /
gepantserde / gezichten / tegenover / sans-papiers /gezichten /
12 vreedzame / mensen / niet de terroristen / voor wie /
de zware artillerie / mijn jouw onze stad / doet daveren /
nee
12
mannen / in de zachte nacht / uit bed gesleurd /
men rukt hun deur los / men rukt hun povere wortel uit / die ze trachten te poten / in grond mijn jouw onze grond / door dik en dun / geschonden schuiloord / men rukt hun uitgemergelde gezicht af / dat ze proberen vast te leggen / op papier / om vrij / te leven /
12 / vergrendeld / in gesloten centra /
sombere tijden
ik denk aan de sombere tijden / die mijn ouders hebben gekend / waarvan ze hoopten dat ik ze /
nooit / zou kennen
wat is dit land / waar ik jij leven / waar wij leven /
een schreeuw
we moeten schreeuwen / nee / dat niet
levens
tegen levens
schreeuwen voor de levens
dat het de kinderen
van mijn land bezeert
de lucht van mijn land
het hart van mijn land
mijn taal stottert in de sombere tijden
waar van de ruimte tussen mensen
slechts zielloos kwijl overblijft
van welk land ben ik de dichter
ik vertel het je morgen wel
het land waar ik van droom
maar zeker heel zeker
niet dit land

*

Laurence Vielle, Dichter des Vaderlands
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta (2016)

De feiten waarnaar het gedicht verwijst: Enorme politiemacht ontruimt kraakpand in Molenbeek.

%d bloggers liken dit: