Patricia – Peter Terrin

Astrid is een succesvolle eventmanager van negenendertig. Juist wanneer haar baan en het moederschap haar even te veel worden, valt haar iPhone in het bad van haar zoontje. Voor de buitenwereld, die haar voortdurend opeist, is ze plots onbereikbaar, als van de aardbol verdwenen. Ze doet het ondenkbare: ze loopt het huis uit, start haar auto en rijdt weg uit de villawijk.Op de snelweg komt ze bij haar positieven en wordt ze bevangen door paniek. Ze haast zich terug, voordat haar vijfjarige zoontje Louis iets overkomt. Maar wanneer de auto van haar man David onverwacht voor het huis blijkt te staan, durft ze zich niet te vertonen. Vanaf dat moment zoekt ze angstvallig een weg terug naar haar eigen leven, lezen we op de achterflap van Peter Terrins recentste roman Patricia, De Bezige Bij, 2018.

Enkele recensies:

Terrin, die het metier van romancier intussen tot in de puntjes beheerst, zet telkens precieus zijn bakens uit. Om vervolgens druppelsgewijs surrealisme en vervreemding de overhand te laten nemen. – Patricia kun je thematisch én vormelijk lezen als een beheerste hommage aan de Amerikaanse queen of crime schrijfster Patricia Highsmith – De Morgen

‘Peter Terrin is de meester van de lichte suspense in de literatuur; in zijn romans heerst vaak een onheilspellende sfeer waar je als lezer niet snel vat op krijgt. Alsof je naar een goede Scandinavische psychologische serie kijkt waar de zaken anders liggen dan je denkt. Zo is het ook in Terrins achtste roman Patricia.’ – De Standaard der Letteren

‘Met Patricia heeft Peter Terrin opnieuw een intrigerende roman geschreven. Uitermate vervreemdend. En dat is precies waardoor Patricia nog lang blijft hangen in het hoofd van de lezer.’ ***** – Hebban

‘Zo clean, zo helder, zelfbewust, gedecideerd begint Patricia. Handelingen. Beschrijvingen. Controle. Alles is wat het lijkt, zo lijkt het. En ondertussen voel je wel dat je romancier Terrin moet wantrouwen. […] En dat doet hij tamelijk verbluffend: het verhaal gaat verder, maar het relaas uit het eerste deel, waaraan je nauwelijks twijfelde, komt dan tegenover een alternatieve werkelijkheid te staan, wat zowel volstrekt verrassend als onontkoombaar voelt. […] En daar vindt de vorm de inhoud, daar raakt de zinsbegoocheling die aan de verteltechniek te danken is, aan het verhaal dat de roman te vertellen heeft. Patricia toont dat ontworteling geen kwestie is van even weglopen, het is een roman over streven en berusting, over keurslijven en rolpatronen; en daarmee wordt het toch ook nog die zedenschets van een hedendaagse vrouw. Door Terrins literaire vernuft wint die alleen maar aan zeggingskracht.’ **** – NRC

Een verontruste, verwarde lezer achterlaten is al een hele prestatie, maar als je probeert om een verdere bedoeling van de schrijver te achterhalen worden de verontrusting en verwarring alleen maar groter. Maakt het niet uit als we verdwijnen? Heeft niemand ons echt nodig? Wat is het verschil tussen verdwijnen en sterven? Zijn meer dingen die wij als zeer relevant ervaren futiliteiten voor anderen? Kan een kleine verandering een mens helemaal veranderen? Wat is de waarde van een naam? Advies: lees dit boek. Nog een advies: geef je geliefde een dikke knuffel na het lezen van dit boek. –Tzum

Patricia is een merkwaardige roman die balanceert tussen realiteit en paranoïde waan. Peter Terrin is erin geslaagd om het verloop van de crisis die Astrid / Patricia doormaakt op meesterlijk wijze in beeld te brengen. Als lezer kom je niet uit de ban van een spanningsboog die zich ononderbroken ontrolt van het begin van het verhaal tot het einde. Beide dimensies, realiteit en waan, worden op perfecte manier in evenwicht gehouden ver weg van elk cliché. Alle puzzelstukjes met betrekking tot de situatie van de hoofdpersoon komen op de juiste plek terecht. Op de cover een even treffend vrouwenportret van de overleden fotograaf Saul Leiter – BK *****

Den tid det tager – De tijd die nodig is – Jens Christian Grøndahl

In De tijd die nodig is, Meulenhoff, 2008 kijkt Jens Christian Grøndahl naar drie generaties vrouwen door de ogen van de 48-jarige Ingrid Dreyer, single moeder en succesvolle architecte. Haar oma, moeder en zijzelf blijken allen een aperte weerstand tegen geluk te hebben. Oma Ada (schrijfster), moeder Berthe (literair journaliste) en dochter Ingrid breken uit een huwelijksrelatie waarin ze ‘schijnbaar’ alles hebben. Toch vallen ze voor de  passionele liefde, de begeerte of het verlangen ernaar. Het is Ingrid die haar leven reconstrueert in een tijdspanne van vier dagen (Donderdag, Vrijdag, Zaterdag en Zondag) nadat ze op zakenreis in Stockholm het bericht ontvangt dat haar 15-jarige zoon Jonas op het politiebureau zit omdat hij een allochtone jongen een hersenschudding schopte.

Als ze op die jaren terugkijkt, is het net of ze haar ogen tegen een telelens houdt, die een beperkte uitsnede vergroot door de tussenliggende afstand samen te persen en onherkenbaar te versluieren. Blz. 21

Als haar de vrije loop wordt gelaten, vormt de liefde zich naar haar eigen zin en geen banaal detail dat er door wordt verzacht en vertederd. Blz. 21

Ze had Anders misschien nooit verlaten als ze Frank niet had ontmoet, of misschien ook wel. Ze had het misschien wel in zich, als een holte, een onontdekte lege ruimte waar dat wat er was meer ruimte had moeten innemen dan het bleek te doen. Blz. 22

Niet de perfecte of harmonieuze liefde is JCG’s  werkterrein,  maar de onmogelijkheid tot liefde, de beschadigde liefde, of op zijn minst de onvolkomen liefde.  [Ze is] een stabiele kracht – niet alleen als ankerpunt in de chaos van het leven, maar ook, en misschien wel vooral, in haar willekeur.[…] Zijn personages ervaren een afstand tussen de wereld en henzelf, en doorvoelen dat de mens in essentie alleen is. […] De mens is meer dan alleen: hij is ook bijzonder gebrekkig.

In interviews erkent Grøndahl de betrekkelijke monomanie in zijn werk. In november 2008 liet hij optekenen: ‘Hoewel ik voor iedereen schrijf, ga ik er niet van uit dat iedereen iets aan mijn boeken heeft. Ik geloof niet dat ik mezelf voortdurend kan heruitvinden als schrijver. Ik schrijf om bepaalde redenen – redenen die ook voor mij deels verborgen zijn. Door te schrijven en steeds terug te keren naar mijn obsessies, ga ik naar die redenen op zoek. Ik kies in dat opzicht niet echt mijn thema’s – ze zijn daar. En ze zijn basaal: mannen en vrouwen, herinnering, tijd, verlangen’ (DSL 2008).

Altijd beschrijft Grøndahl, net als Proust, een specifieke aanleiding voor het verzinken in herinneringen. Er is een litteken of een wonde die door een bepaalde gebeurtenis wordt opengereten – de geur van het wondvocht werkt precies als een in een kop thee gesopt koekje en zet het onvrijwillige geheugen in gang. Aan de basis ligt altijd een trauma: een ongeconsumeerde liefde, een verkeerd uitgedraaide keuze, een ondraaglijk moment van willekeur, of, een favoriet onderwerp van Grøndahl, overspel.

In De tijd die nodig is, de overspelroman bij uitstek, pleegt iedereen het. De oorzaak is soms overduidelijk soms ook helemaal niet.

Ingrid en Frank: Ze kan het nog niet voelen. Zoals ze naast hem in de schemering ligt, leeft ze nog steeds in de hoop [dat hij zijn vrouw Lise verlaat, BK]. Die omgeeft haar als de draaiingen van een schelp. De hoop dat die dag komt. Dat het gewoon een kwestie is van het de tijd geven die het duurt. Blz. 234

Over Ada en Per en Norman en Berthe: Heel de droom van een provinciale kunstsnob over een symfonisch leven op het Kopenhaagse Parnas [de ouders van Ada ambieerden een muzikale carrière voor haar, BK]. Het was niet chic genoeg om bij je man weg te lopen omdat je nodig geneukt moest worden. Dat is overigens een uitstekende reden, maar jij zou dat ook niet chic genoeg hebben gevonden, hè moeder? Dan liever jezelf vinden, hè? Blz.305

Ada, Berthe en Ingrid: Drie vrouwen in een veel te groot appartement op een veel te grijze, stille zondag. Drie stadia van verwaand, overmoedig egocentrisme. ‘Bedankt voor de thee,’ zegt ze en staat op. Blz. 306

Interessant in bovenstaand verband leek me JCG’s idee over de constructie van een identiteit zoals hij die verwoordde op de viering van 10 jaar Het Beschrijf in de KVS in 2010 :

Odysseus, die ‘ver van Ithaka en van zijn rol van koning […] werkelijk niemand’ is, had misschien wel een verborgen reden  ‘voor al die omwegen op zijn thuisreis, naast de evidente dat er zonder de omwegen geen verhaal zou zijn gekomen. Misschien had hij ingezien dat het interessanter is om onderweg te zijn dan aan te komen. Het kan zelfs zijn dat hij onderweg, tijdens de bochtige onvoorspelbaarheid van de reis, ervaren heeft dat een mens nooit te reduceren is tot de vraag “waar” of “wat” je bent’.

Als schrijver, die bovendien geworteld is in een Europese canon, beseft [JCG] als geen ander dat, ‘tijdens de fasen van vluchtigheid en metamorfose in de levensreis’ de identiteit muteert van een statisch naar dynamisch fenomeen. Zijn is een illusie; ‘men is bezig te worden wat men in de eigen voorstelling nooit zou kunnen worden’. Grøndahl kan dan ook concluderen dat je identiteit precies het verhaal is dat ooit, op een bepaalde dag, valt te vertellen over wie je was, en wat je hebt meegemaakt. Iemand is wat hij vertelt.

Identiteit is voor Grøndahl bij uitstek een activiteit – het overkomt je niet, je maakt het. Het vormen van een identiteit is een recht, uiteraard, maar wellicht ook een plicht van de mens – zoals vroeger, toen iedereen met een identiteit werd geboren, wordt het niet meer.

Precies dat is wat deze drie generaties vrouwen en hun ‘schepper’ doen: zichzelf een identiteit geven en voor de oudste van de drie was dat alles behalve evident:

De rest van het gezelschap was al naar de auto’s, maar Per bleef staan. Hij had het over de vrouwelijke Einzelgänger uit die tijd, over hun eenzaamheid, hun wildheid en hun rauwe verlangen om uit te breken. De vrouwen van Ibsen die in onzekerheid verkeerden als Nora of in het duister als Hedda die zich een kogel door het hoofd schoot. Ingeborg Stuckenberg die met de tuinman naar Nieuw-Zeeland  was vertrokken en haar dichter en de kinderen achterliet. Alleen om in diepe ellende weg te zinken en tenslotte de uitweg van Hedda te kiezen. De tuinman had wel voor een retourticket gezorgd maar alleen voor zichzelf. Blz. 291

De tijd die nodig is om het verhaal van deze drie vrouwen te vertellen is ook thematisch een reis door de tijd waarin ze leefden, liefhadden en zichzelf een identiteit gaven in een relatief statische buitenwereld:

Ingrid, bewust van haar individuele metamorfose, alleen in het park van kasteel Rosenborg in Kopenhagen:

Ze vraagt zich af hoe vaak ze in de loop der jaren op één van de banken onder de krans van geknotte boomkruinen naar de hals van de zwaan heeft zitten kijken, die uitliep in een schuimende, verwarde pluim. Ze weet het niet, maar dit is zo’n plek die verandering aangeeft omdat hijzelf niet verandert. Blz. 120

Ingrid op bezoek bij oma Ada: Er is niets veranderd, dat is juist de verandering. Blz. 265

Er zijn dingen die verteld moeten worden zolang er nog tijd voor is, denkt Ingrid, en ze heeft het nu eens niet druk.[…] Zij tweeën samen in de tijd die het duurt. Blz. 267

De tijd die nodig is legt de pijn van het zijn of beter het worden op ongewoon indringende wijze bloot. De roman confronteert, verrast, schetst heel precies de wisselende tijdsgeest waarin een vrouwelijk emancipatieproces op gang kon komen maar idealiseert dat proces geenszins. Of je ‘iemand’ wordt, kun je zelf bepalen maar slechts ten dele. Grøndahl laat verstaan dat omstandigheden, leefomgeving en familie je eveneens onbewust sturen.

Met dank aan A. Van Caeneghem en Streven

 

 

Jernporten – Portret van een man – Jens Christian Grøndahl

Jernporten (Ijzeren poort) vertaald door Femke Blekkingh-Müller als Portret van een man, Meulenhoff, 2015, is de bestseller van de Deense auteur Jens Christian Grøndahl.

In Portret van een man blikt de hoofdpersoon terug op zijn leven aan de hand van de vrouwen die daarin een belangrijke en vormende rol hebben gespeeld. Als jonge man wordt hij zo aangegrepen door de dood van zijn moeder dat hij op zoek gaat naar meer betekenis in zijn leven. Een van zijn leraressen inspireert hem en laat hem kennismaken met kunst en literatuur; er gaat een wereld voor hem open. Hij zit vol idealen en denkt de wereld iets te kunnen bieden door ook leraar te worden.

Wanneer hij jaren later terugkijkt op een serie mislukte relaties, heeft hij het gevoel dat hij is weggedreven van zichzelf. In de loop der jaren is hij de passie verloren die hem altijd voortdreef. Juist dan ontmoet hij wederom een vrouw, veel jonger dan hij, die iets wezenlijks in hem weet te raken.

Wie zich door deze coversamenvatting van de uitgeverij laat leiden, diens nieuwsgierigheid wordt  tot op het eind van het boek ‘on hold’ gezet door die laatste zin. Van de auteur was me bijgebleven, na de lectuur van Voordat we afscheid nemen, dat hij op ongewoon subtiele wijze de emotie- en gedachtewereld van zijn personages weet te beschrijven. Herkenbaar gewoon maar o zo ongewoon in de scherpzinnigheid van zijn observaties. Dat is ook het geval in Portret van een man. Dat het hier om een 60-jarige leraar gaat, brengt de hoofdfiguur nog dichterbij. De psychologische analyse met een buitengewoon inlevingsvermogen in de kwetsbaarheid van alle opgevoerde personages geeft aan deze roman iets onwezenlijk waars. De terugblik op de ervaringen met het jeugdig verlies van een moeder, met verliefdheid, seks en afwijzing, met passie en schuld, met huwelijk en scheiding, met ouderschap, met vriendschap en eenzaamheid brengen uiteindelijk een mens in beeld van vlees en bloed, niet altijd sympathiek, wel subtiel en wezenlijk belicht als de verweerde cannelures in de zuilen van de tempel van Paestum.

‘Het heeft me jaren gekost om te begrijpen dat het bij fotografie niet zozeer gaat om bijsnijden en de compositie,’ zei ze. ‘De dingen die we van het schilderij hebben geleerd, die je gebruikt als je je graag wilt uitdrukken, je weet wel. Als je wilt laten zien hoe persoonlijk je bent. Het gaat om de chemie, niets anders. De ontmoeting tussen het weerkaatsende licht en de emulsie van de film. Niet aangeraakt door menselijke hand. Die ontmoeting maak je mogelijk. Een schaduw, een afdruk.’ Blz.340-314

‘Wat me interesseerde was kijken. Verder niets. In contact zijn. Als ik tekende, was ik in contact, en als ik fotografeer, kom ik nog dichterbij. Dan ben ik niet langer degene die met behulp van mijn potlood dichter bij de dingen komt. De wereld komt naar mij toe in de seconden waarin de sluiter opengaat en het licht wordt toegelaten tot de emulsie.’ Blz. 355

‘Ja,’ zei ik, ‘ zo voelde ik het ook altijd als ik iets las wat op mij als waar overkwam. Als iemand had weten te bereiken dat de taal zich opende, zodat die meer werd dan alleen een middel om je mening uit te drukken. Wat je je voorstelde, of waar je van droomde, of wat je kwijt wilde. Als je je door de woorden zélf echt voelde.’ Blz.355

Portret van een man lezen, is je verwonderen over de rake formuleringen, over de exactheid van de geschetste tijdsgeest, is stilstaan bij de poëtisch-filosofische gedachten, is je dichtbij een toegewijde leraar bevinden, is de melancholie van het ouder worden proeven en begeesterd worden door het wezenlijke tussen mensen.

 

Caos Calmo – Kalme chaos | Sandro Veronesi****

Kalme chaos (2006) van Sandro Veronesi besliste ik te lezen toen ik vernam dat hij de Europese literatuurprijs 2016 , de prijs voor de beste in het Nederlands vertaalde roman van het afgelopen jaar, had gekregen voor zijn recentste roman Zeldzame aarden (2015) waarin ene Pietro Paladini opnieuw de hoofdfiguur is, tien jaar ouder weliswaar dan in Kalme chaos. Ik wou Pietro Paladini dus leren kennen en wel in zijn eerste literaire verschijning met name in Kalme chaos. De roman  is ondertussen een klassieker en werd in 2008 verfilmd.

Op het achterplat van de uitgave uit 2006, Rob Gerritsen vertaalde voor Prometheus, lezen we: Pietro Paladini is een tevreden man: hij heeft een uitstekende baan, een goede relatie en een dochter van tien. Maar op een dag verandert zijn leven ingrijpend: terwijl hij ’s ochtends een onbekende vrouw van de verdrinkingsdood redt, slaat thuis het noodlot toe.

Vanaf dat moment neemt zijn leven een andere wending. De bezorgdheid om zijn dochter neemt bizarre vormen aan. Overdag verblijft hij in zijn auto die hij heeft geparkeerd bij haar school en wacht hij tot zij weer naar buiten komt. Familieleden en collega’s komen hem op die plek opzoeken. Hij ontdekt de schaduwzijde van mensen die hij aanvankelijk als succesvol beschouwde. Terwijl de anderen allemaal de behoefte voelen om hun leed bij Pietro neer te leggen, blijft hij zich verwonderd afvragen wanneer zijn eigen verdriet in volle omvang tot hem zal doordringen.

De belangrijke thema’s in de roman zijn dood (vrouw Lara), verlies en verwerking maar ook zelfkennis en kennis van de anderen (schoonzus Marta, broer Carlo, collega’s en bazen Steiner en Bousson, Jolanda met hond Nevel, Eleonora Simoncini, de geredde vrouw). In dit verband concludeert Michaël Bellon in dS:

Wie is Pietro trouwens echt als hij zich bijna als een dubbelganger van zijn broer portretteert, als zijn eigen vader hem niet herkent, als hij zijn vrouw bedroog, en als hij ook zichzelf niet zegt te kennen. Ook de ‘waarheid’ bevindt zich hier in een permanente toestand van kalme chaos.

De fragiele vader- dochterrelatie evolueert, ondergaat een onverwachte omkering  en verankert zich daardoor in het hoofdthema van Kalme chaos ‘dat de jager de prooi wordt’. Het ongewone gedrag van Pietro die zich maanden voor de school van Claudia, zijn dochter, installeert, met de bedoeling er te zijn voor haar, leidt tot een gewijzigde kijk op wat belangrijk is in zijn leven. Hij voelt zich, van op afstand werkend voor zijn bedrijf, perfect op zijn plaats op die plek en houdt zich buiten de complexe fusiepolitiek van zijn bedrijf. Voor Claudia heeft deze beslissing van haar vader, niet meteen het beoogde effect, zo blijkt op het einde. Een bewustzijnsschok voor Pietro Paladini.

Behalve noodlot, toeval en vrije wil zijn ook de thema’s succes, geluk, liefde, eenzaamheid, vriendschap en verraad  aan de orde in  Kalme chaos. Interessant zijn ook de motieven en symbolen die gebruikt worden om die thema’s te behandelen: de beelden van kalmte en chaos die opduiken, de palindromen en ideeën over (on)omkeerbaarheid, Eros en Thanatos, het dwangmatig maken van lijsten… Ze dragen bij tot de intrigerende, soms paranoïde, humoristisch chaotische sfeer van de roman die van eind augustus tot begin december vier maanden vertelde tijd vat in 415 bladzijden. Een periode die op psychologische vlak meer van verdringing dan van verwerking heeft.

Kortom we hebben hier te maken met een bijzonder veelzijdige en indringende roman die in 2006 een  voorspellend karakter moet gehad hebben met betrekking tot de financieel-economische crisis die zich een paar jaar later aandiende. Benieuwd hoe de 43-jarige Pietro Paladini zich in Eenzame aarden  verder ontwikkelt.

Enkele recensenten over de roman:

Kalme chaos, de roman waarmee Veronesi in Italië de Premio Strega won, en dat bij ons nog steeds via mond-tot-mond-reclame – altijd het beste signaal dat een boek een lang leven beschoren is – bij nieuwe lezers belandt. Een roman die zich vermomt als een ironische zedenschets, maar au fond over de rouw van een jonge man gaat die plotseling zijn vrouw heeft verloren. Hij weet niets anders te doen dan zich te posteren in zijn auto voor de school van zijn dochter, en de hele dag op haar te wachten. In de dagen, weken die volgen ontpopt hij zich tot een biechtvader voor collega’s, vrienden en voorbijgangers, die hem komen opzoeken in zijn auto. Een tamelijk gezocht gegeven dat wonderbaarlijk onthullend uitpakt. – De Groene Amsterdammer 18/08/2010

Met Kalme chaos  heeft Veronesi zichzelf overtroffen: zijn nieuwe roman is nog rijper dan In de ban van mijn vader: minder schematisch, complexer en subtieler. Het boek verleidt de lezer tot belangrijke reflecties over de menselijke conditie in het huidige tijdsgewricht, over de onderhuidse spanningen tussen succeseconomie en persoonlijk geluk. – Trouw 11/11/2006

De chaos uit de titel overvalt, vooral bij het begin, ook de lezer: in een niet-aflatende stroom van gedachten en observaties stelt Veronesi, met (iets te?) veel gevoel voor dosering, scherp op de persoon van Paladini, wiens banden met de vele figuranten slechts bij herlezing al hun subtiliteiten prijsgeven. Het grote verschil met zijn magistrale doorbraakroman In de ban van de vader zit ‘m in de manier waarop: Veronesi is duidelijk rijper geworden en heeft geen grote vertelbewegingen meer nodig. Alle actie speelt zich af in het hoofd en het hart van de hoofdpersoon.Geen wilde achtervolgingen of dramatische taferelen, dus. Wel een huiveringwekkende tocht in de geest van een vader wiens waardenpatroon van de ene op de andere dag overhoop wordt gegooid. In een onverwachte finale weet Veronesi het boek nogmaals totaal op zijn kop te zetten. – Leeswolf 2006

Il nero e l’argento – Het zwart en het zilver – Paolo Giordano*****

Als de tijd me ontbreekt om kleppers van romans te lezen, grijp ik naar verhalenbundels, novelles of miniromans. In elk geval een verhaal dat in een eerder korte tijdspanne gelezen kan worden zodat ik de namen van de personages of het verloop van de verhaallijn niet opniew moet proberen te achterhalen nadat ik het boek noodgedwongen een tijd ter zijde heb gelegd. Dat is één van de redenen dat ik Il nero e l’argento (2014) van Paolo Giordano vertaald voor De Bezige Bij als Het zwart en het zilver (2014) meenam. En dat was een gelukkige keuze want ik werd in het verhaal gesleept als in een niet te ontwijken stroomversnelling waarin ik mee moest, geen ontkomen aan.

Een ware ode aan Signora A. , weduwe, huishoudster en later ook nanny  bij het jonge moderne gezin van  Arno en Nora. Arno, academisch natuurkundige, en Nora,  interieurarchitecte, hebben een tamelijk druk leven. Signora A. wordt in het gezin gehaald wanneer Nora het bed moet houden vóór de bevalling van hun eerste kind Emanuele. Nadien blijft ze als de bijzonder toegewijde nanny van Emanuele en degene die op pragmatisch, zelfverzekerde wijze het evenwicht in dit jonge gezin weet te bewaren. Deze steun en toeverlaat, wiens invloed groter is dan door haar werkgevers wordt vermoed, wordt echter ongeneeslijk ziek.  Signora A. trekt zich terug en de gevolgen voor de relatie van Arno en Nora zijn desastreus. Toegewijd tot haar laatste ademtocht, roept ze hen nog een laatste maal bij zich.

Het zwart en zilver van de titel slaat op de verschillende persoonlijkheden van Arno en Nora

‘Ik sta stil bij de door Galenus geopperde overeenkomst tussen kanker en melancholie, die beide veroorzaakt worden door een teveel aan zwart levenssap. Terwijl ik lees, is het net of ik het kleverige sap, een stroom teer, door mijn lymfatisch systeem voel stromen, waardoor het verstopt geraakt.’ (blz.94)

“Ik denk dat de stewardess geen idee  heeft van het zwarte levenssap, zoals trouwens ook Nora, die tegen mijn schouder gevlijd ligt te slapen, er weinig van weet. Ik kijk naar haar weifelend tussen tederheid en jaloezie. Haar levenssap is licht, helder en ondanks alles overvloedig. Ik ben ervan overtuigd dat haar vitaliteit onuitputtelijk is, dat niets, ook niet het meest onherstelbare verdriet, zelfs niet de diepste rouw, haar tegenhoudt. Uiteindelijk zijn we bijna nooit gelukkig of ongelukkig door wat ons overkomt, we zijn het een of het ander afhankelijk van het levenssap dat in ons stroomt, en het hare is vloeibaar zilver, het witste van alle metalen, de beste van alle geleiders, het metaal dat het felste weerkaatst. De troostrijke gedacht dat zij zo sterk is, vermengt zich met de angst dat ik niet echt onmisbaar voor haar ben, en dat een van de talloze manieren waarop ik aan haar vastzit die van een bloedzuiger is, die het leven uit een ander zuigt, een enorme parasiet.” (blz.95)

“Ik wist zeker dat nora’s zilver en mijn zwart langzaam met elkaar vermengd raakten en dat er uiteindelijk dezelfde bruine, metaalachtige vloeistof door ons beiden zou stromen.[…] En we waren er samen van overtuigd geraakt dat het vuurrode levenssap van Signora A. aan het onze nog een schakering zou toevoegen, waardoor de soortgelijke dichtheid ervan zou toenemen en wij sterker zouden worden. Ik vergiste me. We vergisten ons.[…] In weerwil van wat we hoopten waren we niet in elkaar op te lossen.” (blz 144 -145)

Maar Signora A. speelt nog mee en dat verwoordt Giordano in een beklijvende metafoor: “Ze behoorde tot het soort struiken waarvan de wortels in de scheuren van de muren kruipen, langs de randen van het trottoir, tot het soort klimplanten dat genoeg heeft aan een spleetje om zich vast te hechten en de hele gevel van een gebouw te bedekken. Ze was onkruid, Signora A. maar van het edelste soort.”(blz.154)

Het moet een autobiografische ervaring geweest zijn die Giordano in staat stelde om dit verhaal van liefde en eenzaamheid in de liefde, van verlies en de verwerking ervan zo herkenbaar en puntgaaf te verwoorden zonder pathetisch sentimenteel te worden. Het is een doorleefd, warm relaas dat blijk geeft van een groot psychologisch inzicht. Giordano heeft een meesterlijk oog voor detail, voor het evoceren van ingehouden verdriet en verlangen, voor katalyserende momenten in het fluïdum van de liefde, voor de realiteit dat een overledene in haar afwezigheid intens aanwezig kan zijn. Een kleinood van een roman.

House of Splendid Isolation – Huis van volmaakte eenzaamheid – Edna O’Brien***

House of Splendid  Isolation, 1995 van de Ierse Edna O’Brien, vertaald als Huis van volmaakte eenzaamheid door Anneke van Huisseling  voor De Bezige Bij, werd in de jaren negentig op kwaadaardige kritiek in de Engelse pers onthaald. Het verhaal vertelt hoe de bedlegerige Josie in haar vervallen landhuis de deur ziet opengaan en een hoofd met een bivakmuts verschijnt. Ze weet wie het is. McGreevy, bloedig strijder voor een verenigd Ierland, die haar eenzame huis als schuilplaats heeft gekozen. Hij treedt ongevraagd haar wereld binnen. O’ Brien werd verweten het IRA-terrorisme gunstig gezind te zijn en aan te zetten tot geweld met haar roman. Ondertussen kenden The Troubles, zoals deze strijd in Engeland werd genoemd, het Goede Vrijdag-akkoord van 10 april 1998 en de verklaring van het IRA in juli 2007 dat het definitief stopte met zijn gewapende verzet. De feiten in O’Briens roman behoren vandaag dus tot de geschiedenis van het Ierse eiland. De Engelse kritiek die destijds deze roman betrof, was onterecht. O’Brien (65 op dat ogenblik) was geïntrigeerd door de sociale oorzaken en drijfveren van IRA-strijders als Mc Greevy en bekeek de situatie in haar homeland vanuit verschillende invalshoeken. Dat is haar goed recht als schrijfster. Ook al is het niet haar beste roman, de uit county Clare afkomstige in London residerende ‘doyenne’ van de Ierse literatuur, engageert zich in deze roman om de verdeeldheid van Ierland en van de individuele Ierse ziel te vatten. Daarin is zij dan ook meer dan  geslaagd.

Enkele recensies:

House of Splendid Isolation is a more adventurous novel than O’Brien’s moving story Time and Tide, which won the Writers’ Guild Prize for fiction last year (1993, BK). The fractured narrative of this novel forces the reader to keep refocussing on different people who emit different signals at different times, while the ebb and flow of Irish history washes through the flashbacks, day- dreams and reminiscences. It is what O’Brien calls ‘the yeast of memory’ which drives her novel towards its tragic and inevitable conclusion. 1

Powerful, however, is the elegiac voice on themes of womanly love, the tale’s psychological acuity and the re-creation of a haunted landscape. In these respects, O’Brien still works her Celtic enchantments.2

The house is symbolic, the priest is symbolic, Josie’s marriage and her sex life and her abortion are symbolic. And so is Paud: a half-wit Fenian changeling who, with the best intentions, creates havoc and heartbreak wherever he goes. He is the child of history and of fanatic devotion. Like the Irish terrorist, he destroys what he worships. The symbolism is obvious and this, alas, is the novel’s weakness.3

As part of the research for her 1994 novel House of Splendid Isolation, which is about a terrorist who goes on the run, she visited Dominic “Mad Dog” McGlinchey, an IRA man who claimed to have shot 30 people, in prison; she also wrote a warm profile of Gerry Adams for the New York Times and, in 1996, attended the Sinn Féin conference (predictably, an entirely baseless rumour circulated that she had romantic feelings for both these men). Unsurprisingly, these activities did not win her many friends, particularly in Ireland, where it was felt that her nationalism was naive. “Yes, I got a lot of stick,” she says. “The Irish were furious with me.” But she found McGlinchey, who was shot dead in 1994, to be a “grave and reflective man”, and Adams to be “thoughtful about things, not bloodthirsty; I met him at a point when he was trying to rein in his army”, and she was determined to say so. When Labour came to power, she contacted Blair and, later, Brown, both of whom invited her to Downing Street. What did she tell them? “Only what I felt, which is that on this side of the sea, there was only one enemy, the IRA, whereas on the other side, there were several: not just the terrorists, but the police, too, and the machinery of government. In opposition, Blair was a Pontius Pilate over Ireland; he never took it up. But what he did as prime minister was remarkable, a huge thing.”4

Edna O’Brien mag dan wel in de alom aanwezige schaduw van literaire giganten als Joyce en Beckett schrijven, haar stem is al jaren welluidend en indringend. Zij prikkelt de zinnen. In Huis van volmaakte eenzaamheid betekent de komst van vrijheidsstrijder/terrorist/gijzelnemer McGreevy een verscherping van de zintuigen van gijzelaarster Jodie. Dankzij zijn aanwezigheid krijgt zij ‘zwermen van herinneringen’ en ruikt en voelt ze intenser. Ze gaat een dagboek bijhouden: indrukwekkende observaties en overpeinzingen die weer indirect verwijzen naar de Molly Bloom-achtige roman Night (1972): een stroom rake impressies en associaties over liefde en verlies. Maar wie Edna O’Brien leest boekt winst.5

  1. The Indepent.co.uk: The Yeast of Irish Memory: ‘House of Splendid Isolation’ by Susan Elkin
  2. Publishersweekly.com: House of Splendid Isolation, Edna O’Brien by Farrar Straus Giroux
  3. The New York Times.com: The Terrorist and the Lady by John L’Heureux
  4. The Guardian.com: Edna O’Brien: ‘A writer’s imaginative life commences in childhood’ by Rachel Cooke
  5. De Groene Amsterdammer.nl: Voorwaardelijk weg uit Ierland door Graa Boomsma

Corazón tan blanco – Een hart zo blank – Javier Marías*****

15928_5135cb1581078_15928… it wasn’t until A Heart So White in 1992 that he first became a fixture on the bestseller lists. After selling well in Spain it became a global hit after “the Pope of German critics”, Marcel Reich-Ranicki, recommended it on television. 1

Het gaat hier om Javier Marías’ roman Corazón tan blanco (1992) – door Aline Glastra van Loon voor Meulenhoff vertaald naar het Nederlands als Een hart zo blank (1993), 296 blz. – recente editie 2013, 320 blz.

Ik wilde het niet weten, maar ik ben te weten gekomen dat een van de meisjes, toen ze geen kind meer was en kort nadat ze was teruggekeerd van haar huwelijksreis, naar de badkamer ging, zich voor de spiegel posteerde, haar blouse losknoopte, haar beha afdeed en haar hart zocht met de loop van het pistool” Zo begint Een hart zo blank. De verteller is Juan Ranz, een vertaler die zelf net is getrouwd met Luisa en op zijn huwelijksreis in Havanna wordt bevangen door een onheilspellend gevoel. Dat gevoel lijkt over zijn huwelijk te gaan, maar ligt eigenlijk in het levensverhaal van zijn vader, die op paradoxale wijze drie keer moest trouwen voordat Juan geboren kon worden. Als vertaler en tolk is Juan gewoon om te luisteren en alles te interpreteren zelfs dat wat niet gezegd wordt en daardoor ontwaart hij de ontwikkeling van een dubbele actie: die van het mysterieuze, dreigende, verleden dat zich tegen wil en dank aan hem opdringt, en die van het onstabiele, bedreigde heden. Allerlei personages dragen, als even zovele puzzelstukjes, gegevens aan die naarmate het verhaal vordert op hun plaats vallen en het mysterie van de sleutelzin bij de start van de roman onthullen.

Net als in De verliefden (2012) gaat deze roman met de lezer aan de haal en laat hij zich herkennen als een typische Javier Marías: de sleutelzin die het verhaal op gang trekt, de literaire quotes – hier uit Macbeth van Shakespeare – die de motieven en de thematiek van het nieuwe literaire verhaal ondersteunen, de verteller die ongewild getuige wordt van een geheim dat een schaduw over zijn bestaan werpt, de schrijfstijl met de talloze filosoferende uitweidingen en de schijnbaar onbenullige details, de parallellen en herhalingen, de ironiserende toon, de spanningsboog tot het laatste hoofdstuk strak. Gewoon klasse.

Over Javier Marías en zijn werk:

The Guardian: Javier Marías: a life in writing, 22 February 2013 (1)
Heleen Peeters: Casa Cultural: Een hart zo blank – Corazón tan blanco – Javier Marías, 7 september 2012
De lezersvriend: Een hart zo blank – Javier Marías, 9 september 2012
Café Livre: Maarten Steenmeijer, Moderne Spaanse en Spaans-Amerikaanse literatuur. Een geschiedenis. Amsterdam: Wereldbibliotheek 2009 (pp. 153-156 en pp. 176-180)

%d bloggers liken dit: