Soefi’s, punkers & poëten – Jonas Slaats

Een christen op reis door de islam

Advertenties

Terwijl de reportages ‘Allah in Europa’ van Jan Leyers op Canvas en VPRO liepen, stootte ik op het boek ‘Soefi’s, punkers en poëten – Averbode|Erasme nv., 2015’  van Jonas Slaats – alias Jonas Yunus Atlas in de originele Engelse versie – dat niet minder dan de publieksprijs voor het Religieuze boek 2015 in de wacht sleepte. Het was o.a. dankzij Kifkif.be dat de Nederlandstalige vertaling tot stand kwam.

Om zich vertrouwd te maken met de ziel van de islam had Jonas Slaats openhartige gesprekken met invloedrijke moslimgeleerden en -kunstenaars. Van Jakarta tot New York, ontmoette deze christelijke theoloog imams en soefi’s, academici en feministen, punkers en dichters. Het resultaat is een boek vol nieuwe inzichten die ons helpen de huidige culturele en religieuze impasses te overstijgen. Het boek bundelt zijn belangrijkste gesprekken. Tussen die gesprekken door worden kernaspecten van de islamitische traditie nader toegelicht en wordt hun plaats binnen de huidige debatten verduidelijkt. Voor wie nog niet zo vertrouwd is met islamitische begrippen werd achteraan in het boek een exhaustieve verklarende woordenlijst aangebracht.

De auteur hoopt dat zijn reisverslag een tweevoudig doel zal dienen: moslims inspireren en christenen de mogelijkheid bieden om een beter begrip van de islam te krijgen. Want, zo stelt hij, als echte dialoog durft te confronteren, dan confronteert ze niet alleen ‘de andere’. De ware aard van dialoog ligt vooral in de moed jezelf te confronteren.

Na een algemene inleiding over botsende beschavingen, over zichzelf als de Halal Monk en over de opzet van het boek worden de gesprekken gebundeld in vijf hoofdstukken die de lezer stelselmatig bij de hand nemen en hem dieper binnenvoeren in de essentie van de islam. Vertrekkend op het kruispunt tussen traditie en moderniteit en de traditionele essentie van koran, sharia en soefiya maakt de auteur ons vertrouwd met de normatieve islam. Drie geïnterviewden beklemtonen vervolgens de noodzaak van constructieve tegenspraak terwijl in het laatste hoofdstuk gepleit wordt voor houdingen die de spanningen overstijgen als daar zijn: oog hebben voor de goddelijke mensenrechten, de poëzie van de schepping, Jezus in de islam en interreligieuze nederigheid.

In zijn slotwoord verwoordt Jonas Slaats de hoop dat deze gesprekken duidelijk zullen maken dat de tweedeling ‘democratie vs. islam’, ‘wetenschap vs. geloof’, ‘moderne vrijheid vs. onderdrukkende traditie’ geen steek houden. Dat ze aantonen dat we het alleen maar erger maken door de huidige debatten in tweedelingen te forceren. Dat we eerst moeten leren begrijpen dat religie wezenlijk niet gaat over wie ‘gelijk’ heeft maar wel over wie ‘goed’ is. De conflicten tussen het Westen en de islamitische wereld moeten we niet zien als een probleem van botsende beschavingen of onverenigbare culturen. Het zijn geen discussies die gewonnen kunnen worden met argumenten van degene die ‘juist’ is. We kunnen ze slechts overwinnen wanneer we allemaal wat nederigheid bewaren.

Behalve het vertrouwd raken met islamitische begrippen en denkwijzen levert dit boek het wijze inzicht op dat ‘mededogen, rechtvaardigheid en menselijkheid geen gevolg zijn van gematigde overtuigingen. Ze zijn het gevolg van een [universele] verdiepte ziel’.

Enkele recensies:

“We hebben meer boeken van dit kaliber nodig die de lezer een echte en frisse kijk bieden op een traditie die in beweging is, in gesprek met zichzelf en sterk in verandering.” – Rowan Williams , voormalig aartsbisschop van Canterbury.

“De interviews en reflecties in dit boek bieden een doordachte, heldere en bijzonder interessante inzichten in de islamitische denkwereld. De mogelijkheid om ‘mee te luisteren’ met de gesprekken van de auteur zijn een waar privilege.” – Marie Dennis , co-voorzitter Pax Christi Internationaal.

“Het boek kon niet beter geschreven worden door een moslim – maar het is van belang dat het geschreven werd door een integere en zelf-bewuste christen. Dit boek wordt verplichte lectuur voor mijn studenten.” – Shaykh Bashir Ahmad Dultz , oprichtend voorzitter van de Duitse Moslimliga.

“Een diepgaande verstandhouding tussen moslims en christenen is kritiek voor de gezondheid van onze globale samenleving in de 21ste eeuw. En dit boek wijst in een beloftevolle richting.” – William E. Swing , stichter van URI en em. Episcopale Bisschop van California.

Habesura al pi Jehuda* – Judas – Amos Oz

Amos Oz geeft zijn roman Judas dit motto mee:

Daar rent de verrader aan de rand van het veld

Niet de levende maar de dode werpt naar hem de steen

Natan Alterman, ‘De verrader’, uit Vreugde der armen

Behalve de boeiende perspectiefwisselingen en vinnige politieke en filosofisch-religieuze disputen tussen de personages (Smoeël Asj, Gersjom Wald, Atalja Abarbanel), het uitvoerig uitgewerkte thema verraad (waarvan Amos Oz met betrekking tot Israël ook vaak beschuldigd wordt), de geestige karakterisering van de onhandige, komische, verliefde hoofdfiguur Sjmoeël, houdt deze roman, die speelt binnen de muren van een oud huis aan de rand van de verdeelde stad Jeruzalem, in zijn wezen, een pleidooi voor vreedzaam samenleven.

foto_1450196234Het verhaal speelt zich af in een somber oud huis in Jeruzalem in de winter 1959-1960, en wie wel eens een winter in Jeruzalem heeft doorgebracht, weet hoe deprimerend die kan zijn, met regen, wind, druipende cipressen en armzalige petroleumkacheltjes. Hoofdpersoon Sjmoeël Asj, student aan de Jeruzalemse universiteit, wordt door zijn vriendin in de steek gelaten, zijn vader is  failliet gegaan en kan hem geen studietoelage meer geven, en hij is vastgelopen in zijn zo veelbelovend begonnen scriptie, waarin hij wilde bewijzen dat Judas niet de verrader van Jezus was, maar juist de enige die écht in hem geloofde. Sjmoeël besluit zijn studie te staken en ergens in de Negev-woestijn nuttig werk te zoeken. Maar dan valt zijn oog op een briefje op het prikbord bij de universiteitskantine: student gezocht om een invalide oude man ’s avonds gezelschap te houden. Sjmoeël gaat erop af en ontmoet in het eerdergenoemde sombere huis Gersjom Wald, een typische intellectueel die niets liever wil dan zijn mening laten horen. Helaas is hij door zijn handicap aan huis gekluisterd en heeft hij geen publiek. Daar moet Sjmoeël in voorzien, die zelf ook wel van een stevige discussie houdt. In het sombere huis woont ook nog een beeldschone vrouw van een jaar of vijfenveertig, Atalja Abarbanel. Sjmoeël wordt op slag verliefd op haar, maar zij speelt een soort kat- en muisspel met hem. Sjmoeël komt er gaandeweg achter dat Gersjom en Atalja nog steeds leven met de tragedie die hun in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 is overkomen. En door dit alles loopt het thema van Judas, in de ogen van de christenen de klassieke verrader en het prototype van de onbetrouwbare jood. Maar in zijn gesprekken met Gersjom en Atalja komt Sjmoeël erachter dat de scheidslijn tussen verraad en liefde heel dun is.- de vertaalster hildepach.nl

Judas is geen gemakkelijk boek. Je kunt je zelfs afvragen of het als roman geslaagd is. Maar als literaire verdediging van Oz’ overtuiging dat alleen een compromis met je tegenstander tot vrede kan leiden, is het dat zeker. Van verraad kun je hem in ieder geval niet meer beschuldigen. – nrc.nl

Wat als

Wat het ene moment verraad heet, kan de volgende dag moedig blijken. Het is dat soort overwegingen die Oz’ roman schragen. De schrijver plant zaadjes van twijfel in twee historische verhalen: het ontstaan van de staat Israël en het Bijbelse verhaal van Jezus en Judas.

Wat als de joden voor 1948 de Arabieren hadden kunnen overtuigen om zich samen tegen de (Britse) bezetter van Palestina te kanten? Door net op de Britten te rekenen voor de stichting van Israël heeft David Ben Goerion ‘de Arabische haat tegen Israël nog verhevigd’, vindt hoofdpersonage Sjmoeël Asj.

Wat als de joden Jezus niet hadden verjaagd maar juist omarmd als een van hen, een man die niets anders wilde dan ‘de joden die corrupt geworden waren weer op het goede pad te brengen’? Wat als joden en christenen de kus van Judas niet waren gaan interpreteren als een kus van verraad, maar juist van liefde?

Het één had decennia van bloedvergieten in het Midden-Oosten kunnen voorkomen, het ander had de joden eeuwen van vervolging kunnen besparen. Het zijn uitdagende, voor rechtse Israëli’s, Thora- en Bijbelvaste joden en christenen zelfs provocatieve wat als-vragen:Judas leest, behalve als historische sciencefiction, daarom ook een beetje als Oz’ Duivelsverzen.

Maar Judas is fictie. De lezer krijgt de wat als-vragen opgediend in een kaderverhaal bestaande uit de gesprekken die de personages Sjmoeël Asj, Atalja Abarbanel en Gersjom Wald voeren in de winter van 1959 en 1960. De joodse staat is dan nog pril en Sjmoeël wordt wel eens overmand door het gevoel ‘dat alles en alles nog mogelijk was’.

Sjmoeël krijgt kost en inwoon om de oude en eenzame Wald intellectueel te entertainen. Wald deelt het huis met Atalja, de weduwe van zijn in de Onafhankelijkheidsoorlog gesneuvelde zoon Micha. Atalja blijkt de dochter van politicus Sjealtiël Abarbanel die aanvankelijk een medestander van David Ben Goerion was, maar zich vervolgens tegen de oprichting van Israël kantte.

De wat als-vragen over Jezus en Judas worden de lezer door Sjmoeël opgelepeld. Ze vormen het onderwerp van zijn studie die hij in de steek heeft gelaten. De wat als-vragen over Israël slingeren doorheen de gesprekken tussen de personages die gaandeweg naar elkaar toegroeien. De politieke standpunten die in de gesprekken vaak als uitroeptekens zijn gepresenteerd evolueren naar vraagtekens.

Want natuurlijk, de geschiedenis liep zoals ze liep. Jezus en Judas werden elkaars tegenpolen. Abarbanel werd uit de geschiedenisboeken gewist. De man is overigens een fictief personage: Oz baseerde hem op bestaande joodse pacifisten uit de jaren 30 die, na 1948, eveneens in de vergetelheid geraakten.

Oz mijmert graag een eind mee met de wat als-vragen van zijn personages. Sommige visies zijn gewoon te verleidelijk om waar te zijn. Maar zoals de schrijver hier vorige week (DS Weekblad, 14/11) zei: een droom kun je alleen ‘puur en wonderlijk’ houden door hem niet te vervullen. ‘Dat geldt voor het bouwen van een land, net zo goed als voor het schrijven van een roman of voor het uitleven van een seksuele fantasie.’ – De Standaard 20/11/2015

Habesura al pi Jehuda*: het evangelie volgens Judas

Met dank aan het leven – Ulrich Libbrecht*****

Als ik mijn leeslijsten bekijk, merk ik dat de non-fictie erg ondervertegenwoordigd is. Daar wou ik met het volgende werk van Ulrich Libbrecht (1928°) wat aan doen.  Met dank aan het leven (2008) is het afscheid – zeg maar het testament – van deze professor  comparatieve filosofie. In 2012 maakte ik in Zulzeke- Kluisbergen, waar de man woont, de Ulrich Libbrechtwandeling die er door het Libbrechtgenootschap aan hem werd geweid. Dat hij gedurende meer dan 20 jaar ijverde voor het behoud van het landschap van zijn streek nl. de Vlaamse Ardennen is slechts één van de vele verdiensten van prof.emeritus Ulirich Libbrecht.

Met dank aan het leven heb ik in één ruk uitgelezen en ik vermoed dat het niet de enige keer zal zijn dat ik dit werk ter hand zal nemen.  Al deed het me wel wat pijn dat de filosoof Libbrecht niet houdt van literaire filosofie  en zelfs helemaal niet van literair proza.Te oppervlakkig en te veel woorden, naar zijn smaak. Gelukkig is de poëzie (vooral van Rilke en Hölderlin) wel aan hem besteed.

Kort na het verschijnen van het boek weidde Stef Van Caeneghem er een blogpost aan waarin hij veel fragmenten uit het werk opneemt. Fragmenten die naar de essentie van het wereldbeeld, de levensfilosofie die Ulrich Libbrecht voor zichzelf uittekende, peilen. Dat wereldbeeld en die levensfilosofie integreert de religieuze en filosofische modellen van Oost en West, slaat een brug tussen beide werelden en brengt een prachtige synthese van aan de oppervlakte erg verschillende werelden die in hun dieptestructuren, in hun mystieke dieptelaag hun raakpunten laten ontdekken.

Een inspirerende en stevig wetenschappelijk onderbouwde levensfilosofie die vanuit een kritisch objectief rationalisme aan de diepste subjectieve emotie volle bestaansrecht geeft. Ontroerend mooi!