Brancusi (1876 – 1957) – Bozar Brussel*****

“Eenvoud is in de kunst geen doel. Je bereikt ze ongewild wanneer je op zoek gaat naar de ware zin van de dingen.” – Brancusi

De grootste Roemeense kunstenaar is beeldhouwer Constantin Brancusi (1876 – 1957). Doorheen de geschiedenis inspireerde hij tal van andere artiesten en vandaag wordt hij beschouwd als één van de eerste abstracte beeldhouwers in West-Europa en een pionier van het modernisme. Zijn beelden kenmerken zich door strakke, eenvoudige vormen, met geslepen of gepolijste vlakken. Brancusi ging altijd op zoek naar de essentie van de dingen en creeërde zo “uitgepuurde” sculpturen, waarin het originele idee of model vaak niet meer herkenbaar is. Zijn werk Vis, bijvoorbeeld, heeft enkel de contouren van een vis. Om deze reden wordt Brancusi soms ook wel de vader van de abstracte sculptuur genoemd, iets waar hij het niet mee eens was.

“Er zijn idioten, die mijn werk abstract noemen. Dat wat zij abstract noemen is het meest realistische. Het echte is niet het zichtbare, maar de idee, de essentie van dingen.” – Brancusi

Zwaan – Brancusi

LEVEN

Als arme Roemeense boerenzoon verlaat Brancusi op elfjarige leeftijd zijn ouderlijk huis en trekt hij de wijde wereld in. In 1894 kan hij in Craiova aan de slag bij een tonnenmaker die hem hout leert bewerken en op zijn achttiende schrijft hij zich in aan de nabijgelegen school. Hier leert hij houtsculpturen maken. Al snel wordt zijn artistiek talent opgemerkt. Wanneer hij tweeëntwintig is trekt hij dankzij een studiebeurs naar de School voor Schone Kunsten in Boekarest, waar hij beeldhouwkunst studeert. Zes jaar later besluit de kunstenaar dat er voor hem geen toekomst is in Roemenië; hij wil naar Parijs, het kunstcentrum van Europa. Wegens geldgebrek zou Brancusi te voet naar de Franse hoofdstad gereisd zijn, maar dit is een zelf gecreëerde legende. Hij begon te studeren in het atelier van beeldhouwer Antonin Mercié en binnen de kortste tijd vertoefde hij in de kring van plaatselijke kunstenaars. Zo leerde hij later de beroemde beeldhouwer Auguste Rodin kennen. Brancusi wordt zijn assistent, maar omdat hij zich geremd voelt in zijn creativiteit beslist hij al na één maand om alleen verder te gaan.

Wijsheid – Brancusi

“Er kan niets groeien in de schaduw van een grote boom.” – Brancusi

Om zijn talent ten volle te ontwikkelen, moest hij zijn eigen weg gaan. Dit is het moment waarop Brancusi zijn eerste eigen werk begint te maken. Brancusi zou snel uitgroeien tot éénvan de belangrijkste kunstenaars in het Parijs van het begin van de twintigste eeuw. Onder anderen Fernand Léger, Amedeo Modigliani, Man Ray en Marcel Duchamp behoorden tot zijn vriendenkring. Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in 1914 in New York, in de galerie van Alfred Stieglitz. Zo wordt de Europese avant-garde van de moderne kunst geïntroduceerd in de Verenigde Staten.

KUNST

Slapende Muze – Brancusi

In het begin van zijn carrière werkte Brancusi vooral in hout, maar in 1907
verandert hij drastisch zijn manier van werken. Voor het eerst gaat hij
rechtstreeks in steen werken. Binnen zijn oeuvre komt de eivorm en afgeleide vormen daarvan opvallend vaak voor. Zoals in het liggende hoofd van zijn Slapende muze. Ook zijn iconische Oorsprong van de wereld lijkt op een eivorm. Het meest beroemde werk van Brancusi is Vogel in de ruimte, waarvan hij tussen 1923 en 1940 ongeveer vijftien versies maakte. Het beeld heeft niet letterlijk de vorm van een vogel; het is een soort poëtische versie van de gestroomlijnde opgaande beweging van het wegvliegen. Brancusi ging altijd ambachtelijk, met de hand, te werk. Volgens hem was dit een belangrijke voorwaarde voor beeldhouwkunst. Twintig jaar lang zou Brancusi in Frankrijk zijn beste werken maken. Hierna werd hij minder productief. Maar zijn populariteit bleef groeien, vooral in Amerika. Brancusi overleed op 81-jarige leeftijd in Parijs.

BRANCUSI VANDAAG

Schuchterheid met boeket in overdruk, 1928 – Brancusi

Na zijn dood liet Brancusi 215 beeldhouwwerken na, maar ook 1200 foto’s en negatieven. De kunstenaar fotografeerde zijn sculpturen om ze te tonen op de manier waarop Brancusi wilde dat ze gezien werden: vanuit een bepaalde ooghoek, met een precieze lichtinval… Ook nam hij foto’s van zichzelf in zijn atelier, als trotse kunstenaar tussen zijn werken. Vandaag kan je de werken van Brancusi in musea over de hele wereld vinden; het merendeel bevindt zich in Frankrijk en de Verenigde Staten. Een reconstructie van zijn atelier kan je bezoeken in Parijs, naast het bekende Centre Pompidou. De impact van de kunstenaar op de wereld was zo groot dat de man zelfs een eigen feestdag heeft; op 19 februari vieren de Roemenen jaarlijks Brancusi dag. Maar als je tegen een Roemeen over Brancusi begint is de kans groot dat hij geen flauw idee heeft over wie je het hebt. De Roemeense uitspraak is helemaal anders. De ‘I’ op het einde is namelijk helemaal niet onze klinker ‘i’, maar eerder een accent dat de uitspraak van de ‘s’ bepaalt. Roemenen noemen hem ‘Brankoesj’.

De tentoonstelling loopt nog tot en met 2 februari 2020.

Der Fuchs war damals der Jäger – De vos was de jager – Herta Müller*****

Over het alfabet van de angst

9789044523782Herta Müller, de Nobelprijswinnaar literatuur van 2009, schreef in 1992 de roman Der Fuchs war damals schon der Jäger. In 1993  vertaalde Ria van Hengel deze roman voor De Geus als De vos was de jager. De editie die ik las, gekocht in de ramsj in Antwerpen, dateert van 2010. Ik kocht het boek omdat ik Atemschaukel van dezelfde auteur had gelezen en verbijsterd was door het onderwerp dat ze aansneed en door de poëtische kracht van haar stijl. Je leest Müller niet omdat het je vrolijk maakt. Je leest haar werk omdat ze op onnavolgbare wijze het gevoel, de werkelijkheid, de historische feiten van een Roemeens-Duitse minderheid in het Roemenië van Ceauşescu oproept.

HAST DU EIN TASCHENTUCH, fragte die Mutter jeden Morgen am Haustor, bevor ich auf die Straße ging. Ich hatte keines. Und weil ich keines hatte, ging ich noch mal ins Zimmer zurück und nahm mir ein Taschentuch. Ich hatte jeden Morgen keines, weil ich jeden Morgen auf die Frage wartete. Das Taschentuch war der Beweis, daß die Mutter mich am Morgen behütet. In den späteren Stunden und Dingen des Tages war ich auf mich selbst gestellt. Die Frage HAST DU EIN TASCHENTUCH war eine indirekte Zärtlichkeit. Eine direkte wäre peinlich gewesen, so etwas gab es bei den Bauern nicht. Die Liebe hat sich als Frage verkleidet. Nur so ließ sie sich trocken sagen, im Befehlston wie die Handgriffe der Arbeit. Daß die Stimme schroff war, unterstrich sogar die Zärtlichkeit. Jeden Morgen war ich ein Mal ohne Taschentuch am Tor und ein zweites Mal mit einem Taschentuch. Erst dann ging ich auf die Straße, als wäre mit dem Taschentuch auch die Mutter dabei.- Jedes Wort weiß etwas vom Teufelskreis – Nobelvorlesung – Herta Müller

Het voorliggende werk is een herwerking van een filmscript tot roman. Een filmscript dat ze schreef samen met haar tweede man Harry Merkle. Het is opgebouwd uit verschillende hoofdstukjes die elk, een fase, een sequentie als het ware, uit het leven van twee vriendinnen, Adina en Clara, vertellen. Adina is lerares, Clara, ingenieur in een ijzerdraadfabriek. De vriendschap tussen beide vrouwen eindigt als het Adina duidelijk wordt dat Clara verliefd is geworden op een geheime agent, een officier van de Securitate, die de opdracht kreeg Adina in de gaten te houden. In een totalitaire gesloten staat kan zelfs het tederste zich tot verraad ontpoppen. De vossenvacht op de grond in Adina’s kamer, ooit van haar moeder als kerstgeschenk gekregen, wordt het symbool van de dreiging door Securitate achtervolgd en uitgeschakeld te worden.

Enkele passages uit de eerste drie hoofdstukjes:

De weg van de appelworm

Een kleine appel met een lange steel, veel dat nog appel had moeten worden is verhout en de steel in gegroeid. Adina bijt diep in de appel. Spuug uit, een worm, zegt Clara, hij kruipt de appel in, hij vreet er zich eenmaal doorheen en kruipt er weer uit. Dat is zijn weg.

Adina eet, de happen knarsen in haar oor, wat moet hij buiten, zegt ze, hij is toch alleen maar van appelvlees, hij is wit en eet wit vlees en schijt een bruine weg, hij vreet er zich langzaam doorheen en gaat dood in de appel. Dat is zijn weg. Blz. 19

De man in de hand

Voor Adina loopt een man, hij heeft een zaklantaarn in de hand. In de stad is vaak geen stroom, zaklantaarns horen als vingers bij de handen. In stikdonkere straten is de nacht uit één stuk, en een wandelaar is vaak niet meer dan een geluid onder een verlichte schoenpunt. De man houdt de zaklantaarn met het lampje naar achteren. De avond trekt de laatste witte draad door het einde van de straat. In de etalage glinsteren witte soepborden en roestvrije lepels. De zaklantaarn brandt nog niet, de man wacht tot het einde van de straat in de volgende kleine straat valt. Als hij de zaklantaarn aandoet verdwijnt hij. Dan is hij een man in de hand. Blz. 24

De kuif

De krant is ruw maar de kuif van de dictator heeft op het papier een lichte glans. Er zit vet in en hij glimt. Hij is van platgedrukt haar. De kuif is groot, hij verdrijft kleinere lokken naar het achterhoofd van de dictator; Die worden opgeslokt door het papier. Op het ruwe papier staat: De meest geliefde zoon van het volk. […] Het zwart in het oog [van de dictator] kijkt elke dag vanuit de krant het land in. Blz. 26

De heren van de stille straten zijn in de huizen en tuinen nooit te zien. Achter sparren, over stenen trappen bewegen zich dienstbodes; als de voeten van de dienstbodes het gras betreden, tillen ze hun ingewanden naar hun hals opdat het gras niet breekt. Blz.30

Omdat de adem van de angst in het park hangt word je traag in je hoofd en zie je in alles wat anderen zeggen en doen je eigen leven. Je weet nooit of dat wat je denkt een uitgesproken zin wordt of een knoop in je keel. Of alleen maar het op en neer laten gaan van je neusvleugels. Je wordt waakzaam in de adem van de angst. Blz. 43

Als ik in slaap val droom ik dat ik het woonblok uit loop. Er is geen straat. Ik sta in mijn pyjama, blootsvoets, aan het water en ik heb het koud. Ik moet vluchten, ik moet over de Donau naar Joegoslavië vluchten. En ik kan niet zwemmen. Blz 41

Geleidelijk maar erg langzaam wordt in de volgende hoofdstukken de spanning opgebouwd. De intense poëzie gaat hierbij soms onverwacht bruusk over in haar prozaïsch donker tegendeel: Aan het eind van de straat ligt de school, aan het begin van de straat staat een kapotte telefooncel. De balkons zijn van roestige golfplaat en zijn nergens tegen bestand , behalve tegen vermoeide geraniums en wapperend wasgoed aan de lijn. En tegen clematis. Die klimt hoog en hecht zich aan de roest. Hier bloeit geen dahlia. Hier rafelt de clematis zijn eigen zomer uiteen, bedrieglijk en blauw. Waar puin ligt, waar alles roest, breekt en vervalt, bloeit hij het mooist. Aan het begin van de straat kruipt de clematis in de kapotte telefooncel, hij legt zich op de glasscherven zonder zich te snijden. Hij spint de kiesschijf dicht. […] Zolang de clematis groen was lag er in de kapotte telefooncel een man. Blz. 51-52

De klok luidt door de populieren heen, over het schoolplein. Er loopt niemand over het plein, niemand door de gangen. De les begint niet. De kinderen zitten op de vrachtwagen voor de schol onder de populieren. Ze worden naar velden gereden die ver achter de stad liggen, naar de rijpe tomaten. […] De wrattenkettingen [de kinderen] plukken tot bloedens toe, de rode tomaten bedriegen de ogen, de kisten zijn diep en komen nooit vol. Uit de mondhoeken van de kinderen druipt rood sap, om hun hoofden vliegen tomaten, die barsten open en kleuren ook de distelbolletjes. Blz.55-59

En dan is er de man ‘met de rood-blauw gespikkelde stropdas. […] Tussen zijn oor en zijn hemdsboord heeft de man een moedervlek zo groot als een vingernagel. […] hij staat op het kruispunt, het stoplicht is rood. Als het op groen springt zal hij zich haasten, want Clara is de straat over gestoken. [..] zijn schoenen glimmen, zijn kin is glad, in zijn haar loopt een scheiding als een witte draad, Pavel, zegt hij, hij grijpt naar haar hand’. Blz.62

Uit een nauwe straat komt langzaam een vrachtwagen over het plein gereden. De zijkleppen zijn neergelaten, ze zijn met rood vlaggendoek overtrokken, de fluitjes van de agenten zwijgen, aan de mouwen van de chauffeur glanzen witte overhemd manchetten. Op de wagen staat een open doodkist. […] Tussen de rouwenden loopt Pavel. Blz.67-68

Adina wordt op het matje geroepen bij de directeur ‘Zijn wenkbrauwen trekken zich grijs en dun samen, je hent tegen de kinderen gezegd dat ze net zo veel tomaten moesten eten als ze konden, omdat ze ze niet mee naar huis mochten nemen. En uitbuiting van minderjarigen, dat heb je gezegd. ‘ Hij wordt handtastelijk, Adina verzet zich […] ‘ik zal het deze keer niet rapporteren, zegt hij.’ Blz. 75

Het vervolg laat zich raden maar niet op de manier dat het zich afspeelt. Door wat er met de vossenvacht in haar kamer in het woonblok gebeurt op ogenblikken dat ze er niet is, wordt het haar duidelijk dat ze geschaduwd wordt en maakt de angst zich van haar meester. Clara woont in hetzelfde woonblok, de link is snel gelegd. De climax valt aan het einde van de roman als ze samen met Paul, een arts met wie ze een tijdje samen was, naar het zuiden van het land vlucht om onder te duiken bij Pauls vriend, Liviu. Daar vernemen ze via tv de val van Ceauşescu en ze keren terug. De dingen zijn verschoven ‘De dochter van de dienstbode is directrice, de directeur is sportleraar, de sportleraar is vakbondsleider, de natuurkundeleraar is belast met verandering en democratie. De werkster loopt met haar bezem door de gangen en stoft daar waar foto’s hingen de lege muren af.’ Blz.246

Op de bodem van de doos liggen de poten van de vos, daarop de buik, de staart. Bovenop ligt de kop. De doos is van Clara, zegt Adina. We kwamen uit de stad, ze had schoenen gekocht en die meteen aangetrokken. Paul duwt zijn vinger door het midden van het deksel, daar komt de kaars in, zegt hij. Hij doet de doos dicht. Ik had hem willen houden, zegt Adina. Ik zat aan tafel, ik stond bij de kast, ik lag in bed, ik was niet bang meer voor hem. Paul zet de kaars in het gat, en nu de kop, zegt ze, de vos is een jager gebleven. De kaars brandt, Paul houdt de doos op het water. Hij laat hem los.’ Blz 248

Herta Müller slaagt erin om voelbaar te maken wat de terreur van een totalitair regime met de taal en de waarneming doet. Hoe het is wanneer de angst je op de hielen zit, dichter dan je eigen schaduw.

Sprache könne zwar nicht alles über eine Diktatur aussagen, aber, so Herta Müller, durch Sprache könne man seine Würde bewahren.

Alles wordt vertekende of gedepersonaliseerde werkelijkheid: ‘De moedervlek lacht en de telefoon gaat. De snijwond drukt de hoorn tegen zijn wang en zegt: nee, ja, wat, nee maar. Goed. De mond fluistert in het oor van de moedervlek en in het gezicht van de moedervlek staat alleen het felle licht en geen emotie.’ Blz 133  Zelfs de natuur vormt een bedreiging: ‘De deken [waar Adina en Clara op liggen te zonnen] ligt op het dak van het woonblok, rondom het dak staan populieren. Ze zijn hoger dan alle daken van de stad, zijn met groen behangen, ze dragen geen afzonderlijke bladeren, alleen loof. Ze ritselen niet, ze ruisen. Het loof staat loodrecht op de populieren zoals de takken, je ziet het hout niet. En waar niets meer reikt, doorklieven de populieren de hele lucht. De populieren zijn groene messen.’ Blz.8

In 2011 vraagt de Duitse Nobelprijswinnares in een open brief aan Bondskanselier Angela Merkel om in Duitsland een Museum voor Ballingschap op te richten.

In de VPRO-documentaire Alfabet van de angst vertelt Herta Müller over haar werk, gaan ze op zoek naar de bronnen van haar werk, spreken ze met de nog overgebleven bewoners van haar geboortedorp.

Child’s Pose – Calin Peter Netzer ****

 

Knack Club filmtickets loodsten me naar de Galeries Cinéma (Koninginnegalerij -Brussel) om deze Roemeense prent, winnaar van de Gouden Beer op de 63ste Berlinale, te gaan bekijken. Een ontegensprekelijk diepsnijdend portret van de Roemeense maatschappij, van de relatie tussen een moeder en haar enige zoon, van een familie en haar onherstelbaar verlies.

Andere beoordelingen:

De manier waarop deze heikele kwestie aangepakt wordt, is dramatisch zeer pakkend en overtuigend, waarbij actrice Luminita Gheorghiu, voor zover nodig, nog maar eens mag bewijzen dat dit wel degelijk háár film is. Een echte tour de force. (Jan Temmerman in De Morgen)

Economische ongelijkheid, klassenjustitie, onrechtvaardigheid, corruptie, regisseur Calin Peter Netzer schetst in ‘Child’s Pose’ (een weinigzeggende titel trouwens) een triest portret van zijn thuisland. Maar meer nog dan een sociaal drama is dit een sterk verhaal over de relatie tussen moeders en zonen en hoe lastig het is om je kroost los te laten. Cornelia is wel een extreem voorbeeld maar de geweldige hoofdactrice Luminita Gheorghiu zorgt ervoor dat je altijd perfect weet wat haar drijft en hoe ze denkt. Hoe onhebbelijk, hatelijk en onmenselijk ze zich ook gedraagt.(Ruben Nollet voor Cobra.be)

Child’s Pose, dat op het Filmfestival van Berlijn zowel de Gouden Beer als de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek won, valt met zijn welgestelde, maar geestelijk failliete hoofdpersonages gemakkelijk uit te leggen als een aanval op de Roemeense klassenmaatschappij. Toch zou het zonde zijn de film tot een sociaalkritisch pamflet te reduceren. Daarvoor is Netzers commentaar te subtiel en te zeer ingebed in de persoonlijke tragedie. Uiteindelijk werpt vooral de onderkoelde aanpak van die tragedie zijn vruchten af: wanneer Cornelia en haar zoon (om puur opportunistische redenen) dan toch de confrontatie met de ouders van het slachtoffer aangaan, hakt de emotionele climax na alle manipulaties, strategieën en omkoperijen er extra hard in. (Kevin Toma voor Volkskrant.nl)

Cornelia is in sync with the ruling class around the world who are rich, powerful, and able to influence control over others. Luminita Gheorghiu puts in a tour de force performance as this strong-willed mother who is determined to win back her son no matter what it takes. She hits high stride in the closing sequences of the film when she visits the working-class family of the boy he killed. Here the screenplay writer shows us how messy, sad, and noble the act of forgiveness is when it has to do with the sudden death of an adolescent.(Frederic&Mary Ann Brussat voor spiritualityandpractice.com)

%d bloggers liken dit: