Het verborgen weefsel – Stefaan Hertmans

Naar aanleiding van wat schrijver en dichter Stefan Hertmans vertelde over feminisme in het vijf uur durend gesprek dat hij aanging met Radio 1 journaliste Ruth Joos, begon ik zijn roman Het verborgen weefsel, De Bezige Bij, 2009 te lezen. Als een man in de huid van een vrouw kruipt, maakt me dat nieuwsgierig.

Laat me, om de inhoud te situeren, uitgaan van de flaptekst van de roman:

Het verborgen weefsel is een verslag van de innerlijke strijd van een veertigjarige vrouw. Wat vraagt haar schrijverschap, waarmee ze overhoop ligt, van haar? En waar is haar verloren zuster gebleven? De kloof tussen haar gedachten en het leven met haar man en dochtertje lijkt nauwelijks meer te overbruggen. Zelfs een reis naar het buitenland en een buitenechtelijke relatie kunnen haar niet tot zichzelf brengen.

Met subtiele toetsen wordt een intrigerend portret geschetst van een vrouw die leeft met alle verworvenheden van de emancipatie. Haar melancholie en haar creatieve vertwijfeling leiden naar een onverwachte ontknoping.

Hertmans vertelt in het gesprek met Joos dat schrijfsters als Ingeborg Bachmann, Marguerite Duras en Elfriede Jelinek hem hielpen toegang te vinden tot de vrouwelijke psyche. Hij noemde zijn protagoniste daarom ook Jelina. Zijn redactrice bij de uitgeverij herkende in haar de  postfeministische single van het begin van de 21ste eeuw.

Bas Groes spreekt in zijn artikel in DW B van ‘een subtiele roman omdat Hertmans een intense beleving van het menselijk bewustzijn en een complex spectrum aan  emoties weergeeft, die door de doorsneelezer zouden kunnen worden afgedaan als het nodeloos zwaarwichtige navelstaren van een verwende, bourgeois schrijfster.’ Bovendien vindt hij het ook een ‘onveilige roman’ omdat de auteur ‘formalistische risico’s neemt’ en de protagoniste ‘een onsympathiek karakter’ is.

Waarom bleef ik dan toch lezen? De problemen die de overgave aan het schrijverschap met zich brengt Niet het schrijven is moeilijk, zegt ze tegen de man in de stampvolle kroeg, maar het verlangen weerstaan om te schrijven als je niets te zeggen hebt. In die uren is de radeloosheid niet te verdragen, het dubbelleven van ontrouw, het geworpen zijn tussen begeerte en schuld, de ervaring van de onmacht van het zelf met betrekking tot het (ontschoten) woord …en het is alsof alle vezels, elke spier, elke zenuw in haar lijf betrokken is bij het vinden van een woord dat haar niet te binnen wil schieten, de vervreemding van  zichzelf, de illusie (het spook) van de hoop en het verlangen worden door Hertmans overtuigend in poëtische bewoordingen gevat. Haar ongerijmde stemming kent grillen en listen.[…] het is zo zwart als de poëzie waarover de dichter zei dat ze eenzaam op je wacht in de vorm van een jas aan de haak, ergens in een lange, lege gang.

En al komt alles fragmentarisch, als brokken dagboeknotities, op de lezer af – het gaat niet om een lineair verhaal en er zit geen ontwikkeling in het karakter van Jelina – de lezer begrijpt, tot in de vorm, dat het hier om een in scherven vallen gaat, om een crisis die misschien wel in een ruimere intellectuele crisis is ingebed.

       Wie nooit met stomheid geslagen was,

       En ik zeg jullie,

       Wie slechts zichzelf weet te helpen,

       En met woorden –

       Die is niet te helpen.

                            Ingeborg Bachmann

Jelina wil zich aan iets ontworstelen, feit is dat ze vooral typisch mannelijke klassiekers leest en citeert, wat de indruk laat ontstaan dat het voor haar als schrijfster om een inhaalmanoever gaat, om het vinden van een eigen soevereine identiteit als vrouw. De wereld daarbuiten lijkt letterlijk weg te vallen. Slechts hier en daar wordt verwezen naar de sociaal-politieke werkelijkheid (de Roma, naweeën van de dictatuur in Roemenië). Haar zesjarig dochtertje wordt gewoon ‘het kind’ genoemd. Vanuit haar depressieve, vaak melodramatische situatie doet ze verwoede pogingen (lezingen in het buitenland, een affaire beginnen) om uit het moeras, uit de rollercoaster van haar paradoxale emoties te komen, maar de heelheid die ze zoekt, lijkt voor haar niet meteen bereikbaar. Daarvoor zal ze haar privédomein moeten verruilen voor het publieke terrein; zal ze de grenzen van haar denken moeten transcenderen en ze verweven met het verborgen weefsel dat zichzelf weeft terwijl het rafelt en vergaat.

In het vertelstandpunt ontdekken we de dubbelheid van een afstandelijke niet nader bepaalde verteller naast het vertelde, de confessies uit de dagboeknotities. Hertmans is zich ervan bewust dat hij, als schrijvende ‘transgender’, slechts naar de intiemste vrouwelijke gedachten en emoties kan gissen.

Het einde van de roman is dan ook onverwacht maar niet helemaal onaangekondigd, men vergelijke het met het hoger aangehaalde motto van Ingeborg Bachmann en met de volgende passage uit het eerste deel van de roman Er moet helemaal niemand sterven aan het eind van een boek, zegt ze. De auteur moet gewoon wegwandelen, midden in het leven van de personages, ze moet hen minzaam overlaten aan hun stomme lot.

Geachte heer M. – Herman Koch***

Dat Herman Koch zich helemaal niet gecharmeerd voelt van de recensies die leraren over zijn boeken schrijven, is me bekend. Ze zijn hem te middelmatig, ondermaats geneuzel, gespeend van elk vleugje inspiratie of intelligentie. Nu ja, als  Nederlandse schrijver met renommée in de VS  kan hij zich natuurlijk wat permitteren  in dit geval een sleutelroman waarin niet alleen een hele cohort leraren voor de bijl gaat maar ook nog eens de hele huidige schrijvers- en uitgeverswereld aan een hilarische karikatuur ten prooi is. Het jaarlijkse Boekenbal culmineert er voor schrijver N. en schrijver M. (wie?) in een vechtpartij die de tanende M. finaal fataal wordt.

Het heet dat Koch na het succes van Het diner (2009) met deze roman zijn plaats wou opeisen als één van Nederlands topschrijvers. Daarvoor moest hij iemand aan die top proberen te onttronen. Dat is hem niet gelukt. Nog niet.

Over de wisselende vertelperspectieven en verhaallijnen beginnen, zal me nopen tot vervelend, middelmatig, geneuzel. Spannendst is de verhaallijn van het jonge koppeltje Herman en Laura die uitgaat van een onopgeloste misdaad: de verdwijning van de geschiedenisleraar Jan Landzaat die een korte relatie had met Laura en haar blijft stalken als ze nadien een relatie heeft met Herman. Hier is de schrijver van  Zomerhuis met zwembad en van Het Diner aan het woord in een vlotte literaire thriller.

Schrijver op de terugweg M. die deze historie oppikt als onderwerp voor zijn roman Afrekening, duidt leerling Herman als schuldige voor de verdwijning van leraar Landzaat aan  in dit onopgeloste liefdesdrama. Dat is buiten zijn mysterieuze onderbuur gerekend die hem onopgemerkt op de hielen zit. Die onderbuur, de oudere Herman die het niet verwerkt heeft dat hij in de Afrekening als de schuldige voor de verdwijning werd weggezet, toont M., die na het Boekenbal met gebroken neus en hersenschudding thuis op de sofa ligt, zijn oude wit-zwartfilmpjes getiteld Leven voor de dood, als mogelijk ‘nieuw materiaal’ in het onderzoek. M. heeft echter, zo weet alleen de lezer, het lot een beetje geholpen om zijn romanplot te laten kloppen. Het is midden in de laatste zin van het filmrelaas over Landzaats verdwijning dat Herman – o dramatische ironie –  merkt dat M. niets meer zegt en helemaal niet meer beweegt. De waarheid staart hem zwijgend en met open, onbeweeglijke ogen aan.

Een intelligente leraar die iedereen te slim af was, kwam [M.] helemaal niet goed uit. Het zou het verhaal op zijn zachtst gezegd ongeloofwaardig maken. Maar hij moest het wel zeker weten. Het mocht niet zo zijn dat de werkelijkheid opeens roet in het eten zou gooien. Blz.421

Koch geeft zijn roman het motto mee van een getranscribeerde black box-opname van een vliegtuigramp uit Malcolm Mac Phersons non-fictionboek The Black Box, daarmee verwijzend naar mogelijk bewijsmateriaal dat voor onderzoekers de oorzaak van een ramp kan ophelderen:

……..

COCKPIT UNIDENTIFIED VOICE: Left throttle, left, left, left, left …

COCKPIT UNIDENTIFIED VOICE: God!

CABIN: [Sound of  impact]

THE BLACK BOX

Malcolm Mac Pherson

Herman Kochs nieuwste De greppel (2016), door Ambo|Anthos als luisterboek op de markt gebracht, is voor 14.99€ te downloaden op www.luisterrijk.nl. In 2017 schrijft hij het Boekenweekgeschenk.

Elijahova stolica – De stoel van Elijah – Igor Štiks ****

downloadDestiny is the most powerful coincidence of all’, zou ze aan het eind van die dag zeggen toen ik haar vroeg of ze vond dat mensen door het lot of door het toeval met elkaar werden verbonden. blz 142

Terwijl Bosnië-Herzegovina deze dagen het nieuws haalt met de rampzalige overstroming van de Sava-rivier en de immense schade die de wateroverlast heeft aangericht en je militairen op het journaal  brood en drinkbaar water ziet bedelen en de nieuwslezers hoort verklaren dat de door de modderstroom verplaatste oorlogsmijnen een ernstig gevaar gaan opleveren, lees ik de roman Elijahova stolica (2006) / De stoel van Elijah (2008) – De Bezige Bij, 314 blz. van de Kroatische auteur Igor Štiks.  

Balkanliteratuur dus. Eerder dit jaar waarschuwde Igor Štiks ook in een artikel images (1)in The Guardian: Bosnia presents a terrifying picture of Europe’s future. Sarajevo en de feiten van 1914 waarop dit jaar toch extra licht wordt geworpen, zouden Europa nog steeds niet wijzer gemaakt hebben. Het dreigt slaapwandelend op dezelfde catastrofe af te stevenen. Ook in zijn roman, legt Štiks de oorzaak van het Balkanconflict bij het Westen dat maar geen oor heeft naar de roep om participatieve democratie, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid, minder privatisering maar dat het lot van gewone mensen in de handen legt van dubieuze etno-nationalistische-elites die precies verantwoordelijk zijn voor het conflict.

De stoel van Elijah speelt dus hoofdzakelijk in het Sarajevo, dat minder dan een kwarteeuw geleden het toneel werd van een bloedig conflict waar het Westen door het oog van het ‘journaille’ naar keek. ‘Journaille’ is de denigrerende term die de hoofdpersoon van de roman, Richard Richter, gebruikt voor het circus van de Westerse media dat de oorlog voor de thuisbasis verslaat en waarvan hij gedurende een korte tijd voor een Weens persagentschap deel uitmaakt – een alibi voor een andere persoonlijke missie – voordat hij zich definitief aan Bosnische zijde schaart.

Het verhaal zit bijzonder goed in elkaar: Richard Richter, gerenommeerd Oostenrijks schrijver en voor de gelegenheid oorlogsverslaggever, schrijft na een verblijf van twee maanden in Sarajevo nl. juni en juli 1992, bij zijn terugkeer naar Wenen, ondergedoken in een hotelkamer, een manuscript waarin hij tot in de kleinste details probeert duidelijk te krijgen wat hem sinds zijn scheiding en terugkeer uit Parijs naar Wenen in april 1992, door het lot of het toeval overkomt. Serendipiteit trekt het verhaal op gang: bij de verbouwing van zijn pleegtantes flat in Wenen, stoot hij op een klein blauw notitieschriftje van zijn moeder – overleden kort na zijn geboorte – dat verstopt in een ijzeren doos in de muur iets vreemds over zijn afkomst, zijn identiteit onthult. De titel De stoel van Elijah bevat de sleutel tot het grote geheim  dat in deze roman zo zorgvuldig tot het einde wordt bewaard. Štiks bezit de gave om de spanning, de nieuwsgierigheid hoog op te drijven door telkens weer het geven van de nodige informatie om iets van het enigma te onthullen ‘op wacht’ te zetten. Ondertussen krijgt de lezer een bijzonder realistisch en beklijvend beeld van de belegering van Sarajevo door de Serviërs; krijgt hij de Bosnische visie op het conflict en bij uitbreiding op het historisch en wereldomvattend gegeven van religieuze zuivering en rassenzuivering;  wordt er in de persoon van Richard Richter een brug geslagen tussen het Nationaal Socialistische Wenen van 1942 en het multiculturele Sarajevo van 1992 en wordt de lezer duidelijk gemaakt waarom de inwoners van Sarajevo collectief en massaal in de meest penibele oorlogsomstandigheden theatervoorstellingen blijven bijwonen en waarom Sartre, Camus en Max Frisch gelezen en bediscussieerd worden. Via Max Frisch’ Homo Faber, door Alma Filipović, een aimabele, jonge actrice, als theaterstuk opgevoerd, krijgt de lezer een eerste glimps van wat het noodlot voor Sarajevo en de protagonist Richard en antagoniste Alma in petto houdt. De klassieke mythen van Oedipoes en Odysseus zijn in deze tragedie nooit ver weg. Richard Richter stevent immers, verblind door de liefde, en verteerd door schaamte en schuld op de absolute ondergang af.  Zijn manuscript komt in 1996 in handen van Ivor, zijn Bosnische tolk en Sarajevo-vriend die de vrijheid krijgt om ermee te doen wat hij goed vindt en uiteindelijk het laatste puzzelstukje op zijn plaats drukt.

De stoel van Elijah is een erudiete, prachtig klassiek geconstrueerde, meeslepende roman die kritische kanttekeningen maakt bij het Nationaal Socialisme, de Holocaust, het communisme, de afzijdigheid van Europa in het Balkanconflict en deze weet te verbinden met een persoonlijk en intrigerend intiem gegeven als afkomst en identiteit. Igor Štiks kreeg voor deze roman  de prijs van het beste Kroatische boek van 2006.

%d bloggers liken dit: