Valt België nog bijeen te houden? – Rik Van Cauwelaert

Bron: Splitsing van België – Wikipedia

De Vlaamse Academici Mechelen startten het seizoen met een topjournalist, politiek analist/commentator en columnist over een vraag die al maanden de gemoederen beroert: valt België nog bijeen te houden?

De parlementsverkiezingen van 26 mei zijn nu al even voorbij. De informateurs beten hun tanden stuk op het leggen van een puzzel, waarvan de kiezer de puzzelstukjes aardig geschud had. België, meer en meer een tweestromenland, zit gevangen in een communautair kluwen. De beide landsdelen drijven steeds meer uit elkaar zo ideologisch als financieel als economisch. Staatshervormingen halen de lont niet uit het kruitvat: de transvers van noord naar zuid, de begrotingstekorten van de deelstaten en gemeenschappen geven een ontluisterend beeld van hoe verschillend er in de verschillende landsdelen wordt omgesprongen met budgetbeheer en aanwending van openbare middelen. De strenge begrotingspolitiek door Europa opgelegd wordt in ons land alleen door Vlaanderen gehaald. Wallonië en Brussel kleuren fel rood. Het gaat hier dus om een behoorlijk beladen thema met veel facetten. Het is historisch gegroeid maar verzuurd door de oorlogssituatie en verscherpt door de overheveling van bevoegdheden naar Europa.

Van Cauwelaert gaf op onnavolgbare wijze inzicht in het Belgische kluwen. Met historische feiten en spitse analyses werd de stelling onderbouwd dat alleen de richting van een doorgedreven federalisme een oplossing kan bieden. De twee deelstaten Wallonië en Vlaanderen beslissen dan zelf hoe ze het verschil in economische realiteit op lokaal niveau kunnen aanpakken. Immers, Europa zal niet België-tolerant en België – clement blijven. Misschien kan Charles Michel helpen. (?)

Het werd een spitsvondige en intelligente uiteenzetting die licht wierp op enkele minder bekende tendensen in de deelstaten en op de lacunes in de organisatie van de federale staat België. Dat Rik Van Cauwelaerts politieke doorzicht houdt snijdt, staat buiten kijf.

Lees ook: Helderheid in het grondwettelijk bevoegdheidskluwen van de KUL-onderzoekers Karel Reybrouck & Stefan Sottiaux

Rik Van Cauwelaert (geboren Hendrik Van Cauwelaert de Wyels) was al heel vlug besmet met het journalistieke virus. Zelf zegt hij dat hij net als Obelix in de ketel met toverdrank is gevallen. Hoe kan het anders? Vader Emiel Van Cauwelaert was hoofdredacteur van dagblad Het Volk, zijn broer was journalist. Zijn grootoom stichtte De Standaard. De van oorsprong katholieke familie – met wortels in de landbouw – waren uitgevers van een weekblad en waren ook politiek actief. Een stimulerende omgeving die misschien de onorthodoxe start van zijn loopbaan verklaart. Hij verliet de school op zestien. Tijdens het middelbaar werd hij zeven maal van school gegooid en hoewel niet in het bezit van een diploma vergooide hij toch zijn talenten niet. Hij ging meteen aan de slag als persfotograaf bij o.a. Associated Press. In 1980 werd hij journalist bij Sportwereld, een uitgave van Roularta. Zes jaar later wordt hij redacteur bij Knack. Daar is Frans ‘Sus’ Verleyen (Mechelaar van geboorte) dan hoofdredacteur. In 1991 openbaart hij, in de nasleep van de Agusta-affaire de geldverbranding van Frank Vandenbroucke, na zich vergewist te hebben van de zekerheid van zijn bronnen. Integriteit van berichtgeing is heilig! In 2002 wordt hij directeur-hoofdredacteur bij Knack maar schrijft ook hoofdartikels en commentaren. Hij wordt een geducht opiniemaker die zijn facts op een rijtje heeft. In 2006 wordt de functie van hoofdredacteur afgesplitst en gaat die naar Karl van den Broeck . Rik blijft directeur en wordt in 2011 directeur strategie voor alle Roularta-magazines. In 2012 neemt Rik, bij de aanstelling van Jörgen Oosterwaal, ontslag en verlaat samen met Koen Meulenaere uitgeverij Roularta, die daarmee haar belangrijkste coryfeeën kwijt is. Sinds december 2012 verzorgt Rik een wekelijkse gastcolumn in de krant De Tijd en fileert hij de realiteit van een land als België met scherpzinnige analyses. Kompaan Meulenaere is er de Kaaiman van dienst.

Romantiek, een dubbele affaire – prof. dr. Maarten Doorman | VAM

Vorig jaar was het driehonderd jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau, vader van de romantiek, in Genève werd geboren (1712-1778).

In zijn voordracht voor de Vlaamse Academici Mechelen stelt Maarten Doorman dat de romantiek echter niet alleen een kunststroming of een tijdperk is, zij is ook een wereldbeeld dat de politiek, de moraal en de wetenschap betreft. Dat wereldbeeld is nog altijd niet voorbij. Volgens Maarten Doorman zitten we nog altijd gevangen in de romantische orde. Onze cultuur is bezeten van het verlangen naar echtheid. Het verleden fascineert ons en we zoeken naar roes en het exotische. Romantisch nationalisme bloeit weer als ooit tevoren. Maarten Doorman zet uiteen dat de kracht van de romantiek schuilt in haar dynamiek en haar tegenstellingen: het zelf en de ander, gevoel en verstand, wetenschap en kunst. Zo werpt Doorman een nieuw licht op de hedendaagse cultuur. En op onszelf. (Bron: VAM)

Rousseau en ikWat heeft Rousseau ons nog te vertellen? Deze vraag stelt filosoof Maarten Doorman zich in het recent verschenen boekje ‘Rousseau en ik’. Rousseau is de filosoof van de radicale eerlijkheid en authenticiteit en van het tegendeel, de menselijke vervreemding, een opvatting die zowel het marxisme als het existentialisme heeft beïnvloed. Doorman constateert dat de hedendaagse filosofen weinig heel hebben gelaten van het begrip authenticiteit. Authentiek spreken of handelen verliest zijn authenticiteit, zijn “onschuld” zodra er over wordt nagedacht. Het streven naar echtheid en natuurlijke goedheid is een paradox.

Rousseau was zich daarvan bewust en de tegenstellingen en paradoxen in zijn leven en in zijn werk zijn daar het pijnlijke en fascinerende bewijs van. Toch is het verlangen naar authenticiteit nooit zo groot geweest. Doorman verwijst naar uiteenlopende fenomenen als de bekentenisliteratuur, het toerisme, de moderne reclame en het politieke populisme. Hierover schrijft Doorman: “De mateloze behoefte aan authenticiteit produceert een wereld van kunstmatigheid, vol berekenend vertoon van eerlijkheid, spontaniteit en natuurlijk gedrag dat het vertrouwen in de politiek alleen maar ondergraaft”.  

Authenticiteit is een onhoudbaar ideaal, maar dat is nog geen reden, betoogt Maarten Doorman, om het kind met het badwater weg te gooien. Doorman verwijst onder andere naar de filosoof Charles Taylor. Taylor erkent vanuit het pijnlijke besef van de vervreemding die het moderne leven veroorzaakt, het verlangen naar authenticiteit, gemeenschapszin en traditie, maar waarschuwt voor het gevaar van nostalgie en sentimentaliteit, die authenticiteit in een “vervalst” verleden opsluiten.

Rousseau was zeker voorbarig in zijn afscheid van vooruitgangsbegrippen, maar het “ontmaskerende” postmodernisme dreigt ons nu in een weerloos cynisme te storten, waarbij wij steeds sneller over een bodemloze oppervlakte surfen. Is Rousseau een “ontmaskerd” romanticus, dan zijn de zere plekken die hij aanwees en de paradoxen waarop hij stuitte, nog altijd de onze. (Bron: Johan De Haes – Cobra.be)

Prof. dr. Maarten Doorman is bijzonder hoogleraar Kunstkritiek aan de Universiteit van Amsterdam en doceert cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht. Hij is verder essayist, dichter en medewerker van de Volkskrant. Van hem verschenen de afgelopen jaren De romantische orde (derde druk 2012), Paralipomena.  ParalipomenaOpstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007)Denkers in de grond. Een homerun langs 40 graven (2010) en Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticteit (vijfde druk 2012), alle bij uitgeverij Bert Bakker. Onlangs verscheen ook zijn nieuwe dichtbundel Je kunt bellen bij uitgeverij Prometheus. (Bron: VAM)

.

Leven we onbewust verder in een romantisch verlangen naar een onhaalbaar ideaal van ‘echtheid’? Lopen we daarbij het gevaar te vervallen in nostalgie, sentimentaliteit, in alles wat ‘fake’, of ‘vervalste echtheid’ is? Is romantiek in die zin paradoxaal: een zo overtrokken verlangen naar ‘echtheid’ dat het onechtheid voortbrengt? Terwijl ik na de lezing in mijn wagen naar huis reed stelde ik mezelf de volgende vragen: wat is nu precies authenticiteit ? Is het niet de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest, of karakter, ondanks alle externe invloeden? Is ons leven pas authentiek als de impuls tot handelen vanuit onszelf komt, en niet extern wordt geïnspireerd? Is authenticiteit dan überhaupt mogelijk want wie kan/wil zich afschermen van beïnvloeding door externe factoren? We leven in een tijd waarin je geacht wordt je eigen ik te exploreren en te realiseren. Jezelf zijn is evenwel onmogelijk”, aldus Maarten Doorman in een artikel in RektoVersoJuist deze authenticiteitsparadox is terug te voeren tot de romantische paradox à la Rousseau. En verder in het artikel: ‘Ik geloof namelijk dat dialectiek ín romantiek zit. De romantische omwenteling impliceert niet alleen dat verlichting en romantiek elkaars tegenpolen zijn, maar ook dat beide polen een synthese vormen in de romantiek zelf. Ik geloof dat je romantiek enkel vanuit de paradox kan begrijpen.’ Romantiek, een dubbele affaire dus.

  

Het menselijk geluk, bron van zorg en verdriet – prof. dr. Dirk De Wachter

Prof. dr. Dirk De WachterProf. Dr. Dirk De Wachter is psychiater-psychotherapeut en diensthoofd Systeem- en Gezinstherapie aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KULeuven, campus Kortenberg. Hij is supervisor en opleider in de psychotherapie in binnen- en buitenland.  Hij publiceert vooral over ethische en maatschappelijke aspecten van de psychiatrie.  Hij is auteur van ’Borderline Times’ (het einde van de normaliteit).

Voor de Vlaamse Academici van Mechelen hield hij vandaag een verhelderende voordracht over  geluk en onze overspannen gevoelens daaromtrent. Op de vraag wat dan volgens hem de definitie van geluk is, luidde het antwoord: een beetje ongelukkig zijn. Want dat beetje ‘ongelukkig’ zijn, zet aan tot reflectie over onze existentie en tot er- en herkenning van het verdriet van de andere.

Wij zijn geobsedeerd door gelukkig zijn en dan nog met de idee dat het maakbaar is. De gemediatiseerde wereld toont de fierheid van de succesvolle burger, die zijn geluk helemaal alleen heeft opgebouwd en zelfgenoegzaam blinkt van zoveel geluk.

Het gewone geluk is daarbij niet voldoende.  Waarschijnlijk is de afschaffing van het hiernamaals en de hemel na de dood hier mee bepalend.
Wanneer dit ongelofelijke geluk niet komt, zou dit dan onze eigen schuld zijn.
Bij ongeluk wordt respectievelijk psychologisering (er loopt iets mis), psychiatrisering (het is een diagnose, een ziekte) en uiteindelijk farmacolisering (er is een medicijn) ingeschakeld. Zo komt de psychiater meer en meer binnen.

Hij had het onder meer over de verbrokkeling, het uiteenvallen van alles wat we kennen. Hij duidde op de vervlakking van de wereld, het tekort aan hechting, het infantiliseren en consumeren en brak een lans voor twijfel, stilte, er zijn, deemoed en bescheidenheid.

Professor Dirk De Wachter pleit voor een psychiatrie die het verdriet een plaats kan geven, die tekorten en varianten en verschillen kan meenemen in een brede waaier van normaliteit, die de onvermijdelijke levensproblemen niet ontkent, maar ze kan inbedden in een breder verhaal. Hij had het in dit verband over onze persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover onze medemens, een begrip dat hij heeft van de  filosoof  Emmanuel Levinas.

‘De verschijning van het weerloze gelaat van de Ander, het vis-a-vis, kan mij ertoe bewegen de zorg voor het eigen zijn te vergeten, de Ander doet dan, met andere woorden een appel op mijn verantwoordelijkheid.’ […] ‘ De Oneindige openbaart zich uitsluitend in het gelaat van de Ander.’ ‘God is veeleer de Ongrijpbare die voorbijgegaan is en die mij met de Ander heeft achtergelaten.’ (religieus horizontalisme)

Ziedaar onze verantwoordelijkheid.

Professor De Wachter beëindigde zijn voordracht met een citaat uit E. LEVINAS, Altérité et transcendance, Montpellier, Fata Morgana, 1995, p. 117-119 waar hij het heeft over de ‘kleine goedheid’ :

“Tussen alle verwording van menselijke verhoudingen houdt de goedheid stand. Ze blijft mogelijk, ook al kan ze nooit een systeem of sociaal regime worden. Elke poging om het menselijke helemaal te organiseren is tot mislukken gedoemd. Het enige wat levendig overeind blijft is de kleine goedheid van het dagelijks leven. Ze is fragiel en voorlopig. Ze is een goedheid zonder getuigen, in stilte voltrokken, bescheiden, zonder triomf. Ze is gratuit, en juist daardoor eeuwig. Het zijn gewone mensen, ‘simpele zielen’, die haar verdedigen en ervoor zorgen dat ze zich telkens weer herpakt, ook al is ze volstrekt weerloos tegenover de machten van het kwaad. De kleine goedheid kruipt overeind, zoals een platgetrapt grassprietje zich weer opricht. Ze is misschien wel ‘gek’ – een ‘dwaze goedheid’ – maar ze is tegelijk het meest menselijke in de mens. Ze wint nooit, maar wordt ook nooit overwonnen!” 

%d bloggers liken dit: