Kiev direct…

Foto door Judit Peter op Pexels.com

Oorlogsjournaliste Joanie De Rijcke is in Kiev en vertelt hoe de situatie er momenteel is:

https://radio1.be/luister/select/de-ochtend/journaliste-in-kiev-de-sfeer-in-de-stad-wordt-steeds-grimmiger

“De burgers zijn altijd dé grote slachtoffers in een oorlog”, schrijft Rudi Vranckx, oorlogsjournalist bij de Vlaamse omroep. Hij ziet het dan ook als zijn plicht om hen te vertegenwoordigen, vanuit een soort ideologie die de oorlogsreporters vandaag kenmerkt. Ze worden de stem van het volk, van de onderdrukten in oorlogsgebied en zijn betrokken bij het wel en wee van de gewone mensen. Die betrokkenheid komt ook tot uiting in de drang om de waarheid te achterhalen. Een zoektocht waarin regels opgelegd door politieke en militaire machthebbers omzeild en gehaat worden door de journalisten. Enkel een onafhankelijk journalist is een volwaardig journalist, volgens Nederlands oorlogscorrespondent Joerie Boom, en allemaal vermijden ze de militaire controle waar mogelijk. Want een dissidente stem vertolken, dàt is waar oorlogsjournalistiek om draait. En zo wordt hun verslaggeving een soort kruistocht, waarin zij de kruisvaarders zijn die hun idealen najagen.

Meer lezen: In the mind of the war correspondent. Een onderzoek naar de professionele identiteit van de oorlogsreporter. -Hanna Clarys

Al het blauw – Peter Terrin****

Enkele maanden geleden werd ik door een artikel in Knack aangezet om deze roman te gaan lezen. De recensie bleef maanden op mijn bureau liggen: een nieuwe van Peter Terrin die een lovende beoordeling kreeg. Ik had hem ook het boek zien voorstellen op De afspraak. Welaan dan, deze week was het eindelijk zover.

Mijn eerste indruk was bevreemding: wie was wie? [Om te weten wat je nog niet weet moet je gaan langs de weg van het niet-weten, BK] In welke romantijd was ik beland? De tachtiger jaren van vorige eeuw bleek even later. De romanruimte: een zwembad, annex café Azzura, een verlaten fabrieksterrein in de buurt en een sociale woonwijk. De personages: Simon, een twintiger en zijn familie en vrienden; Carla, een barmeid en haar John, trucker-eigenaar van Azurra.

Eens doorheen de eerste bevreemdende bladzijden bleek Al het blauw een pageturner die me bleef verrassen, die hoofdstuk na hoofdstuk mijn mening over de personages bijstelde en met name over het hoofdpersonage Simon, de twintiger met een sterke moederbinding die de smaak van de vrijheid proeft en in zijn beslissingen, of het nu om studeren of de liefde gaat, vrij radikaal en onherroepelijk is.

Over het slot van de roman heb ik verbaasd gestaan. Het laat je wat onvoldaan achter en toch … onderschat de auteur niet. Waarom zegt de persoon die op het fabrieksterrein lag/zit wat hij zegt? Waarom zegt/doet Carla wat ze zegt/doet? En Simon?

Geen grootse klassieke tragedie speelt zich hier af, al is de spanning nooit weg en stevent de verhaallijn af op een mogelijke catastrofe voor de hoofdpersoon. Het gaat veeleer om een probleemsituatie in mineur, waarin de hoofdspelers, gedreven door de egocentrische driften van passionele liefde en haat, uiteindelijk elk een uitweg moeten zoeken.

Wat anderen over de roman schreven:

Al het blauw is meer geworteld in een wereld die ook de onze zou kunnen zijn, in tegenstelling tot veel van Terrins andere werk, waarin de wereld opmerkelijk grauw, hard en onverschillig is – tot in de details. De personages ondergaan nu eens niet de extreemste dingen (zoals een brute moord in Blanco, een persoonsverwisseling in Patricia of een dochtertje in coma in Post Mortem), maar hebben alledaagsere zorgen: een slecht huwelijk, een heimelijke verliefdheid, een kinderwens. – de Volkskrant 12/02/2021

Peter Terrin wil naar eigen zeggen zijn verhalen niet laten bezoedelen door zijn ‘schrijvende, formulerende ego’. Hij is de kok die zijn gerechten niet kruidt om zo de pure smaak van de ingrediënten te bewaren. Maar als die niet van topkwaliteit zijn, hou je gewoon zoutloos eten over.

Wat dus, als het verhaal het soapniveau niet overstijgt? Wat als het een simpel affaire-scenario over een zoekende bijna-twintiger, een barvrouw van 41 en haar echtgenoot met losse handjes betreft? Dan volstaat het niet om in de eerste zin een lichaam te droppen op het parkeerterrein van een verlaten fabrieksgebouw en de hele roman te laten drijven op de vraag wie van de drie plat op de rug eindigt. Dan heb je talige bravoure nodig om de lezer bij de liefdesles te houden.

Nu is de westerse literatuur grotendeels gebouwd op het soort amoureuze driehoek die Terrin in Al het blauw beschrijft. Daar mogen we Terrins voorgangers dankbaar voor zijn, maar dat we hun verhalen over onstuimige liefde, gekrenkte eer en andere al te menselijke aangelegenheden vandaag nog lezen, heeft meer te maken met hun stijlgevoel dan met de precieze constellatie van de drie lichamen in hun verhalen.

Helder schrijven is niet hetzelfde als stijlloos schrijven. Af en toe rijgt de man die in 2012 met Post mortem de AKO Literatuurprijs won, zijn bijzinnen aaneen tot een herkenbaar, troostend of onheilspellend beeld. Terrins romans komen tot leven in de sfeer die de schrijver steeds weet te creëren. Ook deze in de jaren 80 gesitueerde vertelling over liefde aan de rand van een zwembad en van het maatschappelijk aanvaarde krijgt kleur wanneer Terrin de omgevingsgeluiden opsomt die zijn hoofdpersonage hoort in de avondzon, of wanneer hij de geur van een zwembadcafé en de witte aanslag op de ramen omschrijft. Op de momenten waarop Terrin zichzelf toestaat om buiten de grenzen van het strikt verhalende te treden, krijgt zijn roman een in de klare lijn opgetekend gezicht.

Terrins uitgepuurde stijl en zijn fotografenblik lenen zich perfect voor het detail van een momentopname, maar de al te zuivere zinnen zorgen ook om de zoveel bladzijden voor een banaal stukje dialoog, een al te letterlijke explicitering van een gevoel of een weinigzeggende karakterbeschrijving. Aan het einde ken je de lievelingskleur van de hoofdpersonages, maar weet je nog steeds niet wat hen nu zo onherroepelijk in elkaars armen dreef.

Peter Terrin schrijft steevast volgens het ‘stille waters hebben diepe gronden’-principe. Hij weet vakkundig de indruk te wekken dat er heel wat sluimert onder het spiegelende blauwe oppervlak van zijn vertelling, maar je kunt sfeer scheppen tot het putje leeg is, af en toe wil een lezer ook simpelweg kopje-onder gaan in een overdonderende zin. – De Standaard 13/02/2021

Dankzij de boeiende personages, de geslaagde perspectiefwissels en Terrins prikkelende stijl staat Al het blauw garant voor een intense leeservaring. Al het blauw is onmiskenbaar Terrin, maar toch ook weer anders. Het is zowel een talige als visuele trip, werelds en onwerelds tegelijkertijd, het vertelt een intiem, melancholisch verhaal op een bijna zuiver, afstandelijk wijze. Al het blauw doet verlangen naar ‘al het blauw’een glimp van het goddelijke gedurende één ogenblik. Achteraf zal het lijken alsof twee levens elkaar kort schampten, zoals de auto’s in de aanrijding uit de epiloog, voor ze de richtingaanwijzer aanzetten en elk een andere richting uit rijden. Maar ook wat kennelijk geen impact heeft gehad, vormt een onmiskenbaar deel van wie of wat we zijn: ‘In haar achterhoofd daagt een verre herinnering, aan liggen op de grond en staren naar het blauw, aan het gevoel op te stijgen in een duizelingwekkende vrijheid.’ – de Reactor 10/05/2021

In Al het blauw legt Peter Terrin de nadruk op wat we zien en voelen, niet op wat we zouden moeten zien en moeten voelen, niet op de expliciete emoties van zijn figuren. – De Groene 24/02/2021

Lees kinderen vandaag gedichten voor – Stijn De Paepe

Foto door Lina Kivaka op Pexels.com
Lees kinderen vandaag 
gedichten voor
en fluister zachtjes
verzen in hun oor.

De tijd is rijp,
dus bloemlees en begin.
Niet alles wat geen nut heeft,
heeft geen zin.

Stijn De Paepe

bron:  Kleutergewijs

Stijn De Paepe schreef in zijn bekende stijl ook een bundel voor kinderen: Het lijkt wel een feestje, Lannoo, 2020

Fiets – Bart Moeyaert

Pleidooi voor poëzie -Tinneke Beeckman

Wie is Tinneke Beeckman?

In 1994 ging Beeckman moraalwetenschappen studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1998 begon ze een masteropleiding filosofie aan de Université libre de Bruxelles en in 1999 ging ze doctoreren aan de VUB. In 2003 promoveerde ze op een proefschrift over Sigmund Freud en Friedrich Nietzsche.

Tussen 2003 en 2012 was Beeckman verbonden aan de VUB als postdoctoraal onderzoekster over politieke filosofie in de Nieuwe Tijd (over Spinoza en Machiavelli). Tussen 2006 en 2012 gaf ze er ook les. Ze was wetenschappelijk coördinator van het Centrum voor de Studie van de Verlichting en het Hedendaagse Humanisme (VUB) en lid van het Centrum voor Psychoanalyse en Wijsgerige Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven / Radboud Universiteit Nijmegen. Ze publiceerde onder meer over Freud, Nietzsche, Heidegger en vooral Spinoza. Sinds 2010 publiceert ze als politiek commentator in De Standaard, De Tijd en De Morgen en NRC Handelsblad. Ze was kernlid van de Gravensteengroep. Ze is redactielid van het tijdschrift Streven en co-voorzitter van het Vlaams-Nederlands Forum voor Filosofie. bron: wikipedia

De onbevlekte – Erwin Mortier*****

In De onbevlekte keert Marcel terug naar het ouderlijke huis in een laatste poging om uit te vinden waarom hij de naam draagt van zijn grootoom, die als Vlaamse nationalist aan de oorlog begon en als SS-soldaat aan het oostfront stierf. In deze schitterende roman vertelt Erwin Mortier andermaal een donker familieverhaal, waarin de Vlaamse klei nietsontziend wordt omgewoeld om het duistere verleden aan het licht te brengen. De onbevlekte is een prachtig geschreven verhaal over de complexiteit van liefhebben en de onontkoombaarheid van het verleden, zo leest de wervende tekst op de binnenkant van de cover. Het boek prijkt ook op de Libris Longlist 2021. Reden genoeg dus om het te gaan lezen want de naam Marcel doet voor wie met het werk van Mortier vertrouwd is natuurlijk een belletje rinkelen. Marcel was het alom bejubelde debuut van Mortier en op die manier wordt die eersteling deel van een tweeluik.

Ik laat enkele recensenten aan het woord:

Je hoeft Marcel niet gelezen te hebben om voluit van De onbevlekte te genieten. Maar het loont wel, heb ik deze week ontdekt: ze passen zo goed bij elkaar dat ze nu al in mijn geheugen versmelten tot één boek. Beide hebben een openingsbeeld dat je niet vergeet: in Marcel wordt het huis van de grootouders een fauvistisch schilderij; in De onbevlekte stappen we pardoes in een broeierige filmische droom in aangezet zwart en wit.

Mortiers schrijverschap is duidelijk gerijpt; het is logisch dat zijn schitterende parcours sinds 1999 een impact heeft gehad. De beeldspraak is nog steeds fantastisch, maar beheerster, spaarzamer gedoseerd. De fijne humor blijft soelaas brengen. De taal die onbeschaamd Vlaams en plastisch is, verleidt. De zinnen laten zich nog steeds savoureren. Marcel is onstuimiger, opstandiger, ongeduriger – dat hoort zo voor een debuut. Het debuut staat vol onvergetelijke portretten, royaal uitgewerkte decors en straffe scènes. De onbevlekte doet niet onder, het is even aards. Ook hier staan alle zintuigen op scherp – zelfs de geur van zweet kan Mortier weer uit de pagina doen opstijgen. – Peter Jacobs in DS

In essentie sluit De onbevlekte het verhaal van de overleden grootoom af. Dat blijkt ontegensprekelijk uit de laatste zin. ‘Dan weet ik zeker of het schrijven van mijn vader ter bestemming is gekomen en Marcel Ornelis’ laatste woorden u eindelijk hebben bereikt.’ Of het contininuüm toch zal splijten onder het ‘laf gebeitel’ van de jonge Marcel, laat de schrijver evenwel in het midden. Die houding geeft blijk van een zekere zielenrust, ondanks dat het metaforische katafalk angstvallig leeg blijft. In die zin is De  onbevlekte een vervolg zonder narratieve ontknoping. De schrijver bevestigt. ‘Ik weet niet of dat lukt, en of het genoeg is, ook nu, hier, terwijl ik mijn laatste brief aan haar voltooi, mijn allerlaatste.’ Mortier onderstreept die onzekerheid ettelijke keren in de roman. ‘Wat gaan al die schimmen hier dan doen? En hij, het spook dat mijn naam draagt? Met me mee verhuizen?’ De onbevlekte is daarom geen banale voortzetting op Marcel. Mortier laat immers een ander licht schijnen op de gevoelige familiekroniek van zijn debuut. Hij toont daarbij op een meesterlijke manier hoe de tijd zijn tanden in de personages en de setting heeft gezet. Toch laat hij, met een sobere terughoudendheid, een schijnbaar existentiële twijfel in zijn verhaal toe. – Alessio di Mella in deReactor

‘Ik ga het hier missen, Moe.’ ‘Dat went wel, zijt gerust.’ ‘Ja, maar ik zal het blijven missen. De hof, het achtererf met de sloot, de elzen, de wilgen, de dotterbloemen, de schuur, het riekt er nog altijd naar hooi.’ – blz. 132

Waarom heb ik al die pracht nooit gezien, en in mijn puberjaren zelfs verworpen? En waarom schettert dit alles me nu pas weer in de ogen, nu de sloten iedere zomer langer droog blijven staan en de wilde irissen smachten naar regen? – blz 133

‘ Ik had eigenlijk wat van de lelies moeten meebrengen, om in een vaas op het altaar te zetten, bij Maria.’ ‘Ik zal het wel doen, voor ik naar huis ga straks. Ik wil nog een langere wandeling maken met Lorenz. Naar het vennetje waar ik vroeger met mijn broers salamanders ving, en die poel van die bom uit de eerst oorlog, waar ma en ik gingen schaatsen’- blz 134

Ik draai me om. Het kromgetrokken huis, de ruggengraat van pannen tussen de dronken schoorstenen van de haarden, alles zakt in, verlangt naar kruk of stok.

‘Kom,’ zegt ze. ‘Sta daar niet te gapen gelijk een uil op een kluit grond. Doe het hek toe acheter uwe rug en geef mij een hand.’ -blz. 136

Wat ziet hij nog meer in die nagelaten post, die steevast met een strijdlustig ‘Houzee’ eindigde en in extenso wordt geciteerd, maar waar niet veel in staat? Deze opmerking, uit Oekraïne: ‘De tomaten, die zijn hier iets wonderlijks. Die groeien zoals een aardappelstruik, vertakt in vijf, zes scheuten en leveren zeker vier tot vijf kilogram per struik op.’

Met enige goede wil is daar een observator in te ontwaren. Maar die haalt het niet bij het proza van Erwin Mortier, dat even ritmisch en beeldend kan zijn als poëzie: ‘Misschien zijn we weinig meer dan botsingen met de brokstukken van wat er van het voorgeslacht in ons rondslingert, waaruit zich nu eens granaatscherven en dan weer strelingen losmaken.’ Retorisch vraagt de verteller zich nog af of hij zijn lot aan dat van een bende roofdieren zou verbinden, net zoals wijlen Marcel deed in de strijd tegen het communisme.

Dit delicate boek zelf is het antwoord. Met zachte handen plaatst de auteur een deksel op het verleden. Sommige vragen zijn beantwoord, andere blijven voor eeuwig open. Met De onbevlekte maakt Mortier wederom indruk, doordat hij toont wat een familieband is: iets tussen beschuttend en beschadigend in, dat je nooit kunt afzweren maar wel, als het eenmaal zover is, kunt laten rusten. – Arjan Peters in De Volkskrant

Parel van de Kempenwandeling – Westerlo – Recreatieve wandelroute

Bron: Parel van de Kempenwandeling – Westerlo – Recreatieve wandelroute

%d bloggers liken dit: