Patricia de Martelaere, een licht geniale vrouw

Patricia de MartelaereOver  Patricia de Martelaere – het epitheton ‘licht geniaal’ heb ik in dezen van schrijfster Saskia de Coster – wil ik het vandaag op Internationale Vrouwendag even hebben. Maandag 4 maart was het namelijk 4 jaar geleden dat deze Vlaamse essayiste, filosofe en schrijfster overleed aan een hersentumor. Van de hand van Marjan Pruis verscheen bij Prometheus een paar weken terug de biografie Als je weg bent  – [die] meer weg heeft van een voorstudie dan van een echte biografische schets, aldus Frank Hellemans in Knack (15/2/2013). Immers ‘De Martelaere was terughoudend over haar privéleven. Om in haar leven en werk door te dringen heeft Marja Pruis naar eigen zeggen drie rollen aangenomen: die van biograaf, literair criticus en journalist. Maar ‘Als je weg bent’ is een zoekend boek, zo weet Cobra.be (12/2/2013). Toen ik, geheel toevallig, Nachtboek van een slapelozedit bericht in de media opving, lag Patricia de Martelaeres debuutroman Nachtboek van een slapeloze (1988) in zijn tweede druk (Querido, 2006) bovenaan op een stapeltje te lezen romans geschreven door vrouwen. Eerder al las ik kort na verschijnen in 1990 haar roman Littekens (Meulenhoff) en in 1992  De staart (Meulenhoff). Op de één of andere manier intrigeerde deze auteur me door de onderwerpen die ze aansneed, door de eigenzinnige vaak getraumatiseerde en droefgeestige karakters die haar romans bevolkten, door haar stijlexperimenten, door haar no-nonsense benadering van de werkelijkheid; een fictieve werkelijkheid realistischer dan de werkelijkheid zelve. In 2006 dan, kreeg ik, na lange tijd  niets meer van haar gelezen te hebben, het essay Taoïsme. De weg om niet te volgen (Ambo) in handen. Ik ontdekte een filosofe die zich van de zogenaamd ‘Westerse’ filosofie weg was gaan verdiepen in het taoïsme. En weer bleek ik haar opgepikt te hebben op een ogenblik dat haar inzichten herkenningsgedachten en -gevoelens bij me opriepen. Ik heb dus de voorbije dagen haar debuutroman gelezen en vanuit de wetenschap dat ze die als 25-jarige in 1983 schreef, heb ik  nogmaals versteld gestaan van de impact die ze als schrijfster op mij haar lezer heeft. Het heette dat zij als schrijfster geen wezenlijke bijdrage aan het feminisme, aan de vrouwelijke focus in haar werk zou hebben bijgedragen, dat ze schreef vanuit een eerder mannelijk gezichtspunt en haar debuutroman schijnt dat te bevestigen:

Een veertiger introduceert ons met een dagboek in zijn bestaan, van februari 1983 tot april 1984. Hij schrijft altijd ’s nachts, omdat hij niet kan slapen. Hij wil niet aan de medicijnen, en daarom probeert hij allerlei trucjes en neprituelen uit. Niets helpt.

Spoedig blijkt uit zijn verslagen dat slapeloosheid niet zijn enige probleem is. Hij is getrouwd, heeft vijf kinderen en zijn ontregelde gezin is allesbehalve een haven van vrede en geborgenheid. Zijn oudste dochter is getrouwd met een man die bijna zo oud is als haar vader. Hij rost haar geregeld af. Vader haalt haar vervolgens op en geeft haar tijdelijk onderdak.

Een zoon spuwt op het bloedeloze leven van zijn ouders. Hij verwijt zijn vader een grote mislukkeling te zijn. Met het autootje dat hij voor zijn achttiende verjaardag cadeau krijgt, veroorzaakt hij na een paar dagen stomdronken een ongeval. Politie aan de deur, vader probeert te sussen, zoon sticht nog meer onheil.

Aanvankelijk rapporteert de vader het allemaal onaangedaan, alsof dit nu eenmaal is wat het leven voor hem in petto heeft. Maar onder zijn zichtbare onverschilligheid neemt zijn wanhoop toe. De huisarts haalt hem over om toch maar aan de pillen te gaan, en na korte tijd spoelt hij dubbele doses door met sloten whisky.

(uit De Standaard: Geen dodo. Debuut van De Martelaere nieuw leven ingeblazen – 25/08/2006)

Ze kruipt hier, zoals u merkt, in de huid van een man, vader en enige kostwinner in het gezin, worstelend met een depressie. De ‘coole Myriam’ – beroep huismoeder – is slechts voice off aanwezig, indirect via wat de man over haar schrijft in zijn ‘nachtboek’. Het duurt namelijk een zevental bladzijden voor je als lezer verneemt dat er een man aan het woord is. Een mannelijke focus op het gegeven dus, ware het niet dat De Martelaere juist daardoor de mannelijke figuur die ‘een voorbeeld’ hoort te zijn maar het allerminst is, fijntjes onderuit haalt en de lezer zachtjesaan op de hand van Myriam krijgt, de doortastende moeder van vijf kinderen die slechts even haar cool verliest. Het dagboek eindigt op 16 april 1984 (Patricia De Martelaeres 27ste verjaardag) op een ogenblik dat de man veertien dagen alleen thuis is en ‘de rust krijgt’ die hij zichzelf wenste. Het motto van de Potugese dichter Fernando Pessoa dat ze de roman meegeeft:

Ik ontwaakte voor hetzelfde leven waarvoor ik was ingeslapen. Zelfs mijn gedroomde legers werden overwonnen. Zelfs mijn dromen voelden onwaar in het dromen. Zelfs het slechts verlangde leven staat me tegen – zelfs dat leven? – Lisbon revisited, 1926.

roept bij mij de associatie op met The Book of Diquiet – Het boek der rusteloosheid van dezelfde auteur, zijn enige prozawerk trouwens, waarin de hoofdfiguur eveneens op zoek is naar een identiteit en fragmentarisch mijmert over droom en werkelijkheid over ziel en verstand. Pessoa schreef ook voornamelijk ’s nachts. In ons taalgebied is Pessoa vooral in de jaren tachtig bekend geworden. ‘Een verklaring daarvoor is de tijdgeest, na de jaren zeventig, waarin een deel van de lezende bevolking op zoek was naar een literatuur die weerspiegelde dat `leven’ (het najagen van steeds nieuwe ervaringen) niet hoefde.’ (Wikipedia). 

Aan de sterke, ‘licht geniale vrouw’ die met  “Bestaat U ? “, verschenen in Dietsche Warande en Belfort van februari 2009, postuum de prijs voor het beste tijdschriftartikel won met de motivering: met dit ‘prachtige document’ over mogelijke godsbewijzen, “bewees de Martelaere nogmaals op welke eenzame hoogte ze in de Nederlandse literatuur wel stond”, wil ik vandaag als eerbetoon dit gedicht van Fernando Pessoa opdragen:

At times I have

At times I have happy ideas,
Ideas suddenly happy, in among ideas
And the words in which they naturally shake free…

After writing, I read…
What made me write that?
Where did that come to me from? It is better than me… .

Shall we have been, in this world, at the most, pen and ink

With which somebody writes properly what we here jot?…

De Syrische schreeuw om hulp krijgt weerklank

Er komt beweging in de internationale gemeenschap rond de humanitaire tragedie in Syrië.Terwijl ik in de loop van vorige week slechts ‘dilemma’ en ‘impasse’ ontwaarde en vooral ook weigering van de Syrisch Nationale Oppositie Coalitie – voozitter  Moaz al- Khatib om aan de onderhandelingstafel te komen omdat zijn achterban vond dat hij niet ‘cavalier seul’ kon spelen en er eerst een consensus daarover moest gevonden worden binnen de koepel, merk ik nu dat VS Minister van Buitenlandse zaken John Kerry na overleg met David Cameron en Minister van Buitenlandse zaken William Hague rechtstreeks contact zou opgenomen hebben met al-Khatib en verkregen heeft dat er een delegatie van de Syrische Nationale Oppositie naar Berlijn, Rome en Moskou zal komen op voorwaarde dat het rond de tafel gaan ook hulp zal opleveren en dus meer wordt dan ‘een praatwinkel’. Zelfs het Syrische regime zou bereid zijn om te praten met de rebellen.

Ook in eigen land komt politieke beweging rond Syrië. Minister van Buitenlandse zaken Didier Reynders onderneemt een meerdaagse reis naar Jordanië (vluchtelingenkampen) en Irak waarna hij doorreist naar de VN Mensenrechtenraad in Genève. En op 5 maart 2013 vindt in de Bourlaschouwburg in Antwerpen een protestconcert The Syrian Cry plaats in samenwerking met Toneelhuis

“On the news I saw the horrific images of children being killed in their beds. By then already more than 1000 children had died in this brutal war. I felt sick, sad, angry and the need to do something. I grabbed my guitar and wrote this song”

Koen Kohlbacher

Birds That Change Colour

                            

Dirk Verbruggen (1951-2009) op « ZICHTBAAR ALLEEN

Dirk Verbruggen « ZICHTBAAR ALLEEN.

Dirk Verbruggen (1951-2009)

Wouter van Heiningen nomineerde me voor een Liebster award en vroeg welke tot nog toe relatief onbekende dichter  een prijs verdiende voor zijn oeuvre. Ik dacht natuurlijk meteen aan Dirk Verbruggen, schrijver – dichter en oud-collega van me. Wouter voegde de daad bij het woord en plaatste alvast de foto’s  van de hommage die de collega’s van de kunstafdeling – Huis van Creativiteit – COLOMAplus vorig jaar op het getouw zetten en van het gedicht op de muur van de Minnebroederskerk (Mechelen) op zijn poëzieblog.

Bedankt Wouter!

Uitreiking Herman De Coninck – poëzieprijs 2013 – Arenbergschouwburg

ArenbergJa, ik was gisteren één van de gelukkigen met een gratis ticket voor de uitreiking van de Herman De Coninckprijs 2013 in de Arenbergschouwburg in Antwerpen. En het heeft wel wat om de winnaars te horen voordragen uit hun werk. Voeg daar de gipsy jazz van Sarah Ferri aan toe en je hebt een swingende avond vol poëtisch-muzikale hoogstandjes. Volop genieten dus van fragmenten uit de winnnende bundel De oksels van de bok van Annemarie Estor, het tweetalige Het vertrek van Maeterlinck van Michaël Vandebril, de prettig gestoorde verzen uit Blinde gedichten van Delphine Lecompte, de woordentsunami van Xavier Roelens met verzen uit zijn bundel Stormen, olielekken, motetten en tenslotte David Troch, winnaar van de publieksprijs met gezel. Zo’n avonden zijn de perfecte promotie voor poëzie, de introductie in het werk van de gelauwerde dichters, de smaakmakers voor nog meer. Ik nodig je uit om de links in deze blogpost te verkennen, je keuze te maken, vervolgens naar de boekhandel te snellen en er 15€ aan je favoriete dichters te besteden om zo de dalende poëziebundelverkoop een halt toe te roepen. De dichters zelf zijn in touw om je mee te trekken in hun wereld. Bezoek hun websites en laat je verrassen. Want met de ‘Staat van de poëzie’ is kennelijk wat aan de hand, daar wordt namelijk in Gent op 21 maart 2013, UNESCO-dag van de poëzie, over nagedacht.

%d bloggers liken dit: