Fiets – Bart Moeyaert

Pleidooi voor poëzie -Tinneke Beeckman

Wie is Tinneke Beeckman?

In 1994 ging Beeckman moraalwetenschappen studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1998 begon ze een masteropleiding filosofie aan de Université libre de Bruxelles en in 1999 ging ze doctoreren aan de VUB. In 2003 promoveerde ze op een proefschrift over Sigmund Freud en Friedrich Nietzsche.

Tussen 2003 en 2012 was Beeckman verbonden aan de VUB als postdoctoraal onderzoekster over politieke filosofie in de Nieuwe Tijd (over Spinoza en Machiavelli). Tussen 2006 en 2012 gaf ze er ook les. Ze was wetenschappelijk coördinator van het Centrum voor de Studie van de Verlichting en het Hedendaagse Humanisme (VUB) en lid van het Centrum voor Psychoanalyse en Wijsgerige Antropologie van de Katholieke Universiteit Leuven / Radboud Universiteit Nijmegen. Ze publiceerde onder meer over Freud, Nietzsche, Heidegger en vooral Spinoza. Sinds 2010 publiceert ze als politiek commentator in De Standaard, De Tijd en De Morgen en NRC Handelsblad. Ze was kernlid van de Gravensteengroep. Ze is redactielid van het tijdschrift Streven en co-voorzitter van het Vlaams-Nederlands Forum voor Filosofie. bron: wikipedia

De onbevlekte – Erwin Mortier*****

In De onbevlekte keert Marcel terug naar het ouderlijke huis in een laatste poging om uit te vinden waarom hij de naam draagt van zijn grootoom, die als Vlaamse nationalist aan de oorlog begon en als SS-soldaat aan het oostfront stierf. In deze schitterende roman vertelt Erwin Mortier andermaal een donker familieverhaal, waarin de Vlaamse klei nietsontziend wordt omgewoeld om het duistere verleden aan het licht te brengen. De onbevlekte is een prachtig geschreven verhaal over de complexiteit van liefhebben en de onontkoombaarheid van het verleden, zo leest de wervende tekst op de binnenkant van de cover. Het boek prijkt ook op de Libris Longlist 2021. Reden genoeg dus om het te gaan lezen want de naam Marcel doet voor wie met het werk van Mortier vertrouwd is natuurlijk een belletje rinkelen. Marcel was het alom bejubelde debuut van Mortier en op die manier wordt die eersteling deel van een tweeluik.

Ik laat enkele recensenten aan het woord:

Je hoeft Marcel niet gelezen te hebben om voluit van De onbevlekte te genieten. Maar het loont wel, heb ik deze week ontdekt: ze passen zo goed bij elkaar dat ze nu al in mijn geheugen versmelten tot één boek. Beide hebben een openingsbeeld dat je niet vergeet: in Marcel wordt het huis van de grootouders een fauvistisch schilderij; in De onbevlekte stappen we pardoes in een broeierige filmische droom in aangezet zwart en wit.

Mortiers schrijverschap is duidelijk gerijpt; het is logisch dat zijn schitterende parcours sinds 1999 een impact heeft gehad. De beeldspraak is nog steeds fantastisch, maar beheerster, spaarzamer gedoseerd. De fijne humor blijft soelaas brengen. De taal die onbeschaamd Vlaams en plastisch is, verleidt. De zinnen laten zich nog steeds savoureren. Marcel is onstuimiger, opstandiger, ongeduriger – dat hoort zo voor een debuut. Het debuut staat vol onvergetelijke portretten, royaal uitgewerkte decors en straffe scènes. De onbevlekte doet niet onder, het is even aards. Ook hier staan alle zintuigen op scherp – zelfs de geur van zweet kan Mortier weer uit de pagina doen opstijgen. – Peter Jacobs in DS

In essentie sluit De onbevlekte het verhaal van de overleden grootoom af. Dat blijkt ontegensprekelijk uit de laatste zin. ‘Dan weet ik zeker of het schrijven van mijn vader ter bestemming is gekomen en Marcel Ornelis’ laatste woorden u eindelijk hebben bereikt.’ Of het contininuüm toch zal splijten onder het ‘laf gebeitel’ van de jonge Marcel, laat de schrijver evenwel in het midden. Die houding geeft blijk van een zekere zielenrust, ondanks dat het metaforische katafalk angstvallig leeg blijft. In die zin is De  onbevlekte een vervolg zonder narratieve ontknoping. De schrijver bevestigt. ‘Ik weet niet of dat lukt, en of het genoeg is, ook nu, hier, terwijl ik mijn laatste brief aan haar voltooi, mijn allerlaatste.’ Mortier onderstreept die onzekerheid ettelijke keren in de roman. ‘Wat gaan al die schimmen hier dan doen? En hij, het spook dat mijn naam draagt? Met me mee verhuizen?’ De onbevlekte is daarom geen banale voortzetting op Marcel. Mortier laat immers een ander licht schijnen op de gevoelige familiekroniek van zijn debuut. Hij toont daarbij op een meesterlijke manier hoe de tijd zijn tanden in de personages en de setting heeft gezet. Toch laat hij, met een sobere terughoudendheid, een schijnbaar existentiële twijfel in zijn verhaal toe. – Alessio di Mella in deReactor

‘Ik ga het hier missen, Moe.’ ‘Dat went wel, zijt gerust.’ ‘Ja, maar ik zal het blijven missen. De hof, het achtererf met de sloot, de elzen, de wilgen, de dotterbloemen, de schuur, het riekt er nog altijd naar hooi.’ – blz. 132

Waarom heb ik al die pracht nooit gezien, en in mijn puberjaren zelfs verworpen? En waarom schettert dit alles me nu pas weer in de ogen, nu de sloten iedere zomer langer droog blijven staan en de wilde irissen smachten naar regen? – blz 133

‘ Ik had eigenlijk wat van de lelies moeten meebrengen, om in een vaas op het altaar te zetten, bij Maria.’ ‘Ik zal het wel doen, voor ik naar huis ga straks. Ik wil nog een langere wandeling maken met Lorenz. Naar het vennetje waar ik vroeger met mijn broers salamanders ving, en die poel van die bom uit de eerst oorlog, waar ma en ik gingen schaatsen’- blz 134

Ik draai me om. Het kromgetrokken huis, de ruggengraat van pannen tussen de dronken schoorstenen van de haarden, alles zakt in, verlangt naar kruk of stok.

‘Kom,’ zegt ze. ‘Sta daar niet te gapen gelijk een uil op een kluit grond. Doe het hek toe acheter uwe rug en geef mij een hand.’ -blz. 136

Wat ziet hij nog meer in die nagelaten post, die steevast met een strijdlustig ‘Houzee’ eindigde en in extenso wordt geciteerd, maar waar niet veel in staat? Deze opmerking, uit Oekraïne: ‘De tomaten, die zijn hier iets wonderlijks. Die groeien zoals een aardappelstruik, vertakt in vijf, zes scheuten en leveren zeker vier tot vijf kilogram per struik op.’

Met enige goede wil is daar een observator in te ontwaren. Maar die haalt het niet bij het proza van Erwin Mortier, dat even ritmisch en beeldend kan zijn als poëzie: ‘Misschien zijn we weinig meer dan botsingen met de brokstukken van wat er van het voorgeslacht in ons rondslingert, waaruit zich nu eens granaatscherven en dan weer strelingen losmaken.’ Retorisch vraagt de verteller zich nog af of hij zijn lot aan dat van een bende roofdieren zou verbinden, net zoals wijlen Marcel deed in de strijd tegen het communisme.

Dit delicate boek zelf is het antwoord. Met zachte handen plaatst de auteur een deksel op het verleden. Sommige vragen zijn beantwoord, andere blijven voor eeuwig open. Met De onbevlekte maakt Mortier wederom indruk, doordat hij toont wat een familieband is: iets tussen beschuttend en beschadigend in, dat je nooit kunt afzweren maar wel, als het eenmaal zover is, kunt laten rusten. – Arjan Peters in De Volkskrant

Parel van de Kempenwandeling – Westerlo – Recreatieve wandelroute

Bron: Parel van de Kempenwandeling – Westerlo – Recreatieve wandelroute

Stefan Hertmans krijgt de Constant Huygensprijs

BELGA 26 september 2019 21:15

De Vlaamse auteur Stefan Hertmans heeft de Constantijn Huygensprijs gewonnen voor zijn hele oeuvre.

De Constantijn Huygens-prijs is een van de literaire prijzen die de Jan Campert-Stichting jaarlijks uitreikt. De winnaar krijgt 12.000 euro.

Nadat de schrijver, dichter en essayist jarenlang vooral voer was voor fijnproevers, kwam in 2013 de grote doorbraak bij het bredere publiek met zijn biografische ‘Oorlog en terpentijn’. Het boek werd intussen meer dan 250.000 keer verkocht en meermaals vertaald. Hertmans ontving er de AKO Literatuurprijs voor en het werd genomineerd voor de International Booker Prize. Sindsdien staat Hertmans’ ster hoog aan het literaire firmament.

Maar Hertmans krijgt de Constantijn Huygensprijs voor het volledige oeuvre dat het hele literaire arsenaal, van proza tot poëzie, theater en essays, bestrijkt. ‘In elk van die genres heeft hij boeken laten verschijnen die tot de hoogtepunten van de hedendaagse literatuur gerekend kunnen worden. Ook is hij in binnen- én buitenland een gewaardeerde stem in het publieke debat’, stelt de jury.

Eerder ging de prijs ook al naar literaire monumenten als Hugo Claus, Jeroen Brouwers en Harry Mulisch. De vorige Vlaamse winnaar was Tom Lanoye in 2013. 

Bron: De Tijd

Laura De Coninck en Kunstenfestival Watou

Over tien dagen kunnen we er weer naartoe, naar het Kunstenfestival Watou. Altijd een verlangend uitkijken naar wat dichters en kunstenaars ons duidelijk willen maken, of gewoon met ons willen delen, op welke confrontatie ze aansturen, over welke grenzen ze ons gebeurlijk zullen duwen. Het was in de edities van 2013 en 2017 dat we konden kennismaken met het werk van Laura De Coninck (°1978), dochter van de in 1997 in Lissabon overleden Herman De Coninck. In 2013 stond Herman De Coninck centraal in de Eregalerij in de Douviehoeve. Op vraag van het Kunstenfestival maakte Laura De Coninck toen tekeningen bij een selectie van zijn gedichten uit de bundel De Lenige Liefde.

Eregalerij Herman De Coninck, 2013 – tekeningen Laura De Coninck

De werken van Laura De Coninck kijken de toeschouwer vaak aan met grote ogen. Over onderstaand werk if eyes could speak, 2017 zegt ze: “Dat is waarschijnlijk hetgeen waar je mijn tekeningen het best aan herkent: aan de wat ruwe, primitieve maar expressieve gezichten, met hoekige ogen, grote neuzen en grote monden. Als ik gezichten maak die teveel op gewone mensen lijken, dan wringt er iets of ziet het er allemaal te braaf uit.” De catalogus meent dat het werk van Laura De Coninck soms grappig en ludiek is, dan weer zwaar op handen. Zelf beweert ze geen grote tragedies te willen uitbeelden. Ze beschouwt haar eigen werk dan ook niet als confronterend, maar eerder als beweeglijk en relativerend.

if eyes could speak, 2017, Laura De Coninck – foto: fp

Dit jaar werd haar gevraagd om de affiche van de 39ste editie van het Kunstenfestival te tekenen. Het overkoepelende thema van het parcours is “SAUDADE – Niets bestaat dat niets iets anders aanraakt”.

“Het thema van deze editie is tweeledig maar onlosmakelijk verbonden. Het tot nu toe onvertaalbare ‘Saudade’ is Portugees en staat voor een manier van zijn. Het omvat de voortdurende onzichtbare aanwezigheid van onbestemde weemoed en de eindeloze zoektocht naar iets waaraan we niet eens een welomschreven herinnering hebben. De mijmeringen die het woord oproept, komen neer op heimwee, nostalgie en weemoed met een niet concreet aanwijsbare oorsprong. De Portugese cultuur en het dagelijkse leven van de Portugezen is ervan doordrongen. Zij zijn er fier op en claimen het als een nationale trots”, vertelt intendant Jan Moeyaert van vzw Kunst aan de krant HLN. De quote “Niets bestaat dat niet iets ander aanraakt” voegde vzw Kunst toe en komt uit de roman Bezonken rood van Jeroen Brouwers.

Als beeldend kunstenaar met veel aandacht voor de verbinding tussen taal en beeld weet Laura woorden om te zetten naar sprekend beeld. De emotionele werelden die haar vader, Herman de Coninck, op zijn unieke manier met de juiste woorden kon oproepen, roept Laura op met eenzelfde authenticiteit aan de hand van een ingetogen samenspel van lijnen, beelden, inkt, verf en papier, aldus Jan Moeyaert.

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Wie Bezonken rood las, weet dat deze quote een cluster van associaties oproept die in verband staan met een traumatisch verleden dat zijn schaduw werpt op het heden. Nieuwsgierig dus naar wat deze 39ste editie in petto houdt.

Letterkapster Mieke Van Steenwinckel – Kampenhout

Tijdens het Kunstparcours van Kampenhout ontving Mieke van Steenwinckel de bezoekers, via een slingerend (kassei)paadje door haar achtertuin in volle bloei, en verschafte er uitleg over haar passie: het letterkappen. Een ambacht dat ze nu al 10 jaar beoefent en waarvoor ze in de leer ging bij Jos Geusens. Op een tafel een boek van haar leermeester en een steen met de bekende quote van Leonard Cohen.

Jos Geusens, germanist van opleiding (KU Leuven, 1974), en gedurende 20 jaar leraar, heeft wat met literatuur en tekst en ook Mieke Van Steenwinckel laat zich wat dat betreft niet onbetuigd. Ze beitelt teksten in diverse talen. Haar materiaal: allerlei steensoorten, vaak vondsten, zoals bijvoorbeeld een stuk wit carraramarmer uit Italië.

Zelfs een granieten traptrede inspireert haar tot tekst. Haar voorkeur gaat daarbij uit naar speelse lettertypes, het Romeinse lettertype ligt haar minder, vertelt ze.

Mieke Van Steenwinckels verhaal:

Ik hou van stenen, van natuurlijke materialen en van creatief en actief bezig zijn. Toen ik zo’n tien jaar geleden een kei zag met daarin een sierlijk gebeitelde letter, was ik meteen verkocht. Ik volgde zomerstages bij letterkapper Jos Geusens en sloot me aan bij de School van Hoepertingen, een groep enthousiastelingen die maandelijks met Jos in het atelier in Hoepertingen bijeen komen om te ontwerpen, te kappen en bij te leren. Het ontwerp wordt met de hand getekend en bijgeschaafd tot het klaar is om op de steen te worden aangebracht met carbonpapier. Daarna zijn er slechts enkele steenbeitels, een kappershamer en veel geduld en precisie nodig om de teksten vast te leggen. Dat kan een naam zijn, een treffend woord, een zin uit een gedicht of lied, een citaat, een enkele letter soms … en af en toe geeft de steen zelf aan welk woord er dient op te komen.

%d bloggers liken dit: