Antoine de Saint-Exupéry. De Kleine Prins tussen de mensen – Heizel – Brussel

On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux. – Le Petit Prince

Vergezel de Kleine Prins in Brussel en ontdek het spannende leven van zijn bedenker! Zo vangt de brochure aan die de bezoeker van deze tentoonstelling warm wil maken voor een biografische wandeling door het leven van Antoine de Saint-Exupéry, de auteur van dit alom bekende en vertaalde werk.

Het moet 1969 geweest zijn toen voor schrijster dezes dit werkje als verplichte lectuur voor het vak Frans gelezen diende te worden. Het feit dat we met een groepje oud-collega’s een bezoek hadden gepland aan de tentoonstelling, zette me ertoe aan het werk te gaan herlezen. De cover van het 96 pagina’s tellende boekje met originele tekeningen van de auteur was ondertussen al wat vergeeld, de sprookjesachtige spirituele inhoud echter verrassend actueel. Wat in die zestiger jaren vooral op het eerste niveau werd begrepen, kwam in de context van de huidige actualiteit, tot zijn volle filosofische betekenis.

De avontuurlijke heldhaftigheid van de auteur in WO II, die erg zakelijk en documentair (en met typisch Frans pattriotisme) uit de doeken wordt gedaan in de tentoonstelling, haalt ook de minder bekende visionaire humanist St. Exupéry naar voren die in zijn leven en werk spirituele waarden als liefde, trouw, vriendschap, solidariteit, verbondenheid, verantwoordelijkheid, schoonheid als bakens van hoop laat stralen. Het zijn waarden die met het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne weer brandend actueel zijn.

Scholieren uit de basisschool zullen het eerder zakelijke -documentaire gedeelte wellicht minder kunnen smaken maar voor 12-jarigen en ouder die De Kleine Prins gelezen hebben, is dit een boeiende wandeling door het leven van de auteur met in de eerste ruimte een introductie tot de inhoud van het verhaal en in de laatste een samenvattende audiovisuele immersieve beleving van De Kleine Prins.

Meer info: De Kleine Prins tussen de mensen

Het Kunstuur 3 – Mechelen****

De derde editie van Kunstuur in Mechelen trok in de pers veel aandacht omdat museumeigenaar Hans Bourlon erin slaagde ‘Olympia’ van René Magritte, dat sinds een kunstroof uit de privéwoning van de eigenaar in Jette in 2009 en anderhalf jaar later terug in zijn bezit kwam, nu te bewonderen is in Mechelen.

De Slacht (1925) – Roger De Troyer

Toen ik op Koningsdag met een groepje oud-collega’s een bezoek aan deze kleine maar erg aantrekkelijke tentoonstelling bracht met voornamelijk Vlaams werk uit privébezit, was het verhaal van de kunstroof mij volkomen onbekend. Het concept van de gebroeders Bourlon daarentegen wél: de verhalenvertellers, bekende en minder bekende Vlamingen, verschijnen in beeld en in een unieke belichting, met op de achtergrond muziek van Dirk Brossé, kan de bezoeker een uur kunst genieten. De verhalenvertellers hebben het over hun affiniteit met een schilderij en de bezoeker kan zich laten inspireren door hun visie.

De Communicanten (1893) – Emiel Claus

Je persoonlijke affiniteit met de tentoongestelde werken hoeft hier niet onder te lijden ook al blijft er niet zoveel tijd om lang bij een kunstwerk stil te staan; een fotootje nemen (zonder flitslicht) kan helpen om nadien je favoriete werken nog eens te bekijken.

Moeder en kind (1907) – Léon De Smet

De format van Het Kunstuur is in elk geval een enige en welgekomen kans om minder bekende werken uit de periode 1850-1950 te leren kennen. Er zitten – naar mijn bescheiden mening – juweeltjes tussen. Warm aanbevolen dus.

Meer info: Het Kunstuur – 17 oktober 2021 – 30 april 2022

België verbergt al 600 jaar een schat – Koninklijke bibliotheek Brussel****

Hertogen van Brabant en de Nassaukapel van het Paleis op de Coudenberg

Beleef de 15de eeuw in onze streken en ontdek de beelden, verhalen en personages uit de Librije van de hertogen van Bourgondië, zo werft de infobrochure voor de tentoonstelling.

Met enkele oud-collega’s beslisten we een kijkje te gaan nemen. Voor twee van het gezelschap was het van hun studentenjaren geleden dat ze in het kader van hun licentiaatsthesis de Albertina bezochten. We startten met een lichte lunch op het terras van de bibliotheek op de 5de verdieping. Tijd om wat bij te praten.

De tentoonstelling sluit aan bij Kinderen van de Renaissance die we in mei in het Hof van Busleyden in Mechelen bezochten. Zeshonderd jaar geleden regeerden de hertogen van Bourgondië over Brussel. Deze rijke en machtige vorsten en gecultiveerde mecenassen stelden een schat samen die ook vandaag nog weet te boeien: de Librije, een unieke en kostbare verzameling handschriften.

Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië en Filips de Schone waren stuk voor stuk vorsten met een romanesk bestaan. Ze deden een beroep op de grootste kunstenaars uit hun tijd. Iedereen kent Jan van Eyck en Rogier van der Weyden, maar de miniaturisten die de boeken verluchtten moesten zeker niet voor hen onderdoen. Sommigen beweren zelfs dat de mooiste schilderijen van de Vlaamse primitieven misschien wel die zijn die we in de handschriften terugvinden. Deze miniaturen tonen de schitterende dimensie van de Gouden Eeuw van Bourgondië, op het kruispunt van de middeleeuwen en de nieuwe tijd. De “librije” bestrijkt alle domeinen van de wetenschap en bevat zeer belangrijke teksten van de middeleeuwse literatuur. Ze behoorde tot de grootste bibliotheken van haar tijd, naast die van de Franse koningen, de Medici of de pauselijke bibliotheek

In die tijd was kopiëren geen misdrijf want voor de uitvinding van de boekdrukkunst was er maar één manier om de teksten door te geven: ze geduldig kopiëren met een ganzenveer op papier of perkament. Voor de realisatie van één handschrift waren er soms een kudde schapen, maanden werk, liters inkt en heel wat veren en leder nodig. We konden kennismaken met het vervaardigen van verschillende papiersoorten of dragers het aanmaken van de inkt en de verven, de boekomslagen en het inbinden van de manuscrpten.

Maar hoe, zult u zich afvragen, kunt u genieten van een boek waarvan slechts een paar bladzijden getoond worden achter een glazen vitrine. Dankzij moderne technologie kan de bezoeker er een kostbaar handschrift volledig doorbladeren en elk detail ervan aandachtig bekijken. Personages worden tot leven gebracht via filmprojecties en audiofragmenten.

Door een gaatje in de muur bespiedt Liziart Euryant in haar bad en ziet hij op haar borst een bijzonder vlekje. Miniatuur van de Meester van Wavrin in Gérard de Nevers. KBR, ms 9631, f.12v

De handschriften worden in hun historsiche context geplaatst door schilderijen, retabels, beeldhouwwerken, dagelijkese voorwerpen, wapens uit dezelfde tijd. Het leidmotief van de hele tentoonstelling is trouwens een bijzondere ontmoeting met deze unieke documenten bieden. Ze zijn echter te fragiel om permanant tentoongesteld te worden daarom wisselt de KBR de stukken 2 keer per jaar. Prettig is eveneens het feit dat de bezoeker kan opteren om drie verschillende parcours te volgen: van de meerwaardezoeker, de ontdekkingsreiziger of de speelvogel.

Plant u een familiebezoek lees dan zeker de webpagina met het kinderparcours en ontdek hoe er voor elke leeftijd wat te beleven valt.

Wie enkel tijd heeft voor een blitzbezoek, die vindt de niet te missen stukken aangeduid met een gouden zandloper.

Bij mooi weer biedt de Kunstberg ook de mogelijkheid om op het terras van Plein Publique te genieten van een koffiepauze met vb. heerlijke bosbessencrumbletaart. Een afsluiter waar we dankbaar van genoten.

Meer info: Museum KBR

Het Kunstuur 2 – Mechelen *****

In de Heilige Geestkapel tegenover de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen loopt momenteel het toch wel unieke kunstconcept Het Kunstuur 2. Wie de eerste editie vorig jaar bezocht, hoeft niet meer overtuigd te worden van de innovatieve, creatieve en boeiende format van deze tentoonstelling. De topwerken van Belgische kunstenaars komen uit de periode 1880-1950. Een periode die heel rijk was aan diverse kunststromingen. Meer dan de helft van de werken komt uit privébezit en werden zelden eerder vertoond. Het feit dat bekende en minder bekende Vlamingen hun licht werpen op de schilderijen waarmee ze een link hebben, geeft de audiovisuele rondleiding een verrassende persoonlijke toets. Je luistert er onder anderen naar Bart Somers over ‘Kaai te Mechelen’ van Anna Boch of Arno over ‘De dronkaards’ van James Ensor, Elodie Ouedrago bij ‘De tenor’ en ‘De Soprano’ van Alfred Ost en Dirk De Wachter bij het prachtige ‘De Wiedster’ van Constant Permeke.

De Dronkaards, 1883 – James Ensor

In de historische Heilige Geestkapel uit de 13de eeuw, vertelt Jo De Meyere tenslotte levensverhalen bij werken van Xavier Mellery, Eugène Laermans, Prosper De Troyer, Léon De Smet, Floris Jespers, Frits van den Berghe en Emile Claus. Van deze laatste het onlangs in de kelder van het kasteel van Potegem (Waregem) teruggevonden ‘Het Hanengevecht’ uit 1882.

Het Hanengevecht, 1882 – Emile Claus

Wat de kunstbeleving in dit kunstuur nog aangenamer maakt is de door Dirk Brossé gecomponeerde muziek die naast de verhalen, via je eigen oortjes of de koptelefoon van het museum, te beluisteren is.

Nadien nog wat gezellig en coronaproof (per vier aan tafel) napraten op het terras van cultuurcafé KUUB kan een leuke afsluiter zijn. Wij, een groepje oud-collega’s, moesten er donderdagmiddag een koude meiwind trotseren. Dat namen we er echter, na al die maanden, wel even bij. Hoop op beter weer en iets meer versoepeling, doet leven!

Meer info: Het Kunstuur 2 – Mechelen

Het verschrikkelijke mooie leven – Retrospectieve Roger Raveel – Bozar – Brussel*****

Bozar – Baron Hortastraat – Brussel

Het universele in het alledaagse aan het licht brengen: zo zou je het voortdurende artistieke streven van Roger Raveel beknopt kunnen samenvatten. Hij onderscheidde zich radicaal van zijn generatiegenoten door een geheel eigen beeldtaal te ontwikkelen, balancerend tussen figuratie en abstractie en geïnspireerd op zijn dagelijkse omgeving. Roger Raveel werd op 15 juli 1921 geboren in Machelen-aan-de-Leie, een dorp nabij Gent waar hij altijd heeft gewoond en gewerkt tot zijn overlijden op 30 januari 2013. Een eigenzinnige keuze in een tijd waarin de kunstwereld alsmaar internationaler werd.

Hij studeerde aan de Stedelijke Academie van Deinze en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent. Zijn leraren waren onder meer Hubert Malfait en Jos Verdeghem. Via zijn vriend Hugo Claus leerde hij in het begin van de jaren 1950 schilders van de Cobragroep zoals Karel Appel en Corneille kennen. Hij wil echter heel andere wegen op met zijn schilderkunst. In 1962 verblijft hij drie maanden in Albisola Mare (Italië) waar hij werkt en tentoonstelt met kunstenaars als Lucio Fontana en Asger Jorn.

Zelfportret met sigaret, 1952 – foto: fp

In de tweede helft van de jaren 1950 evolueerde hij naar een meer abstracte schilderkunst die haar wortels heeft in het beleven van het organische, het vegetatieve, het animale. Maar omstreeks 1962 schildert hij het drieluik ‘Neerhof’ met in het midden een kooi met levende duif. Hij wil een directe dialoog tot stand brengen tussen kunst en werkelijkheid, zijn ‘Nieuwe Visie’.

Het verschrikkelijke mooie leven, 1965 – foto: fp

In 1966-67 transformeert Raveel de keldergangen van het kasteel te Beervelde, nabij Gent, tot een picturaal environment. Hierbij krijgt hij de medewerking van Etienne Elias, Raoul De Keyser en Reinier Lucassen.

Na de schilderingen te Beervelde ontstaan een aantal beschilderde objecten zoals ‘Illusiegroep’ en ‘Tuintje met karretje om de hemel te vervoeren’. Zijn alert milieubewustzijn brengt de kunstenaar er toe zijn engagement te visualiseren door middel van manifestaties als ‘De Zwanen van Brugge’ en ‘Raveel op de Leie’ (1971). Bijna 20 jaar later, in 1990, herdenkt Roger Raveel het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door met een op wielen gemonteerde beschilderde kleerkast doorheen het stadscentrum van Brussel te rijden.

Met een op wielen gemonteerde beschilderde kleerkast doorheen het stadscentrum van Brussel, 1990 – foto’s: fp

Voor zijn artistieke bedrijvigheid en zijn bijdrage aan de kunstgeschiedenis ontvangt Roger Raveel eervolle vermeldingen bij de Prijs voor de Jonge Belgische Schilderkunst (1958 en 1960) en een onderscheiding in de Europaprijs (1962), de Internationale Joost vanden Vondelprijs (1983), de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad (1992), de adellijke titel van Ridder (1995) en de Van Ackerprijs (1996).

Raveel en ik, 3 april 2021 – foto: fp

De tentoonstelling start in 1948, het jaar waarin Raveels karakteristieke realisme begint vorm te krijgen. Doorheen tien thematische hoofdstukken tracht ze Raveels unieke manier van kijken en zijn bijzondere visie op de relatie tussen kunst en werkelijkheid te ontleden. De thema’s zien we in Raveels hele oeuvre, in verschillende combinaties, telkens weer opduiken. Het zijn als het ware referentiekaders die Raveels artistieke zoektocht een richting geven, als variaties op zijn overkoepelend onderwerp: de mens in zijn alledaagse beslommeringen en als universeel gegeven.

Het venster, 1962 – foto: fp

Vanaf 1965 werkt Raveel aan een uitgebreid grafisch oeuvre. Aanvankelijk hoofszakelijk lithografieën en etsen vanaf 1980 experimenteert hij ook met houtsnede. Het atelier van meesterdrukker Piet Clement in Amsterdam speelt daarbij een grote rol. Raveel wil zijn artistieke visie vertalen naar de prentkunst en deze laat hem ook toe zijn Nieuwe Visie zo ruim mogelijk te laten circuleren.

We vinden dan ook vele thema’s van zijn tekeningen en schilderijen in de grafiek terug. De evolutie van de leitmotoeven (o.a. de dubbende man, het vierkant, de stap enz.) doorheen de jaren en doorheen de verschillende motieven onthullen de complexiteit van de kunstenaars manier van kijken en denken.

uit: Genesis 1966 – 1968, Hugo Claus – Roger Raveel, 1996

Raveel werkt regelmatig samen met dichters en schrijvers aan bibliofiele uitgaven en grafiekmappen. De belangrijkste samenwerkingen zijn met Hugo Claus en Roland Jooris. Met de eerste deelt hij niet een gelijkaardige levensstijl maar wel een gelijkaardige artistieke attitude: een open blik op de internationale kunstwereld met een stevige lokale verankering. Roland Jooris werkt niet enkel artistiek samen met Raveel, hij schrijft ook essays over zijn werk en was van 1999 tot 2005 conservator van het RR-Museum in Machelen aan-de-Leie.

De tentoonstelling loopt nog tot 21 juli 2021

Meer info: Roger Raveel, een retrospectieve

Met dank aan het RR-Museum en de Bezoekersgids van de tentoonstelling.

Keith Haring – Bozar Brussels*****

Deze tentoonstelling is niet de eerste maar wel de meest volledige retrospectieve in België. Bozar wilde Haring absoluut nu tonen en wel omdat zijn werk tot op vandaag brandend actueel blijft. De zoektocht naar een genderidentiteit, de roep naar een duurzame wereld en – helaas- racisme zijn aan de orde van de dag. Ook de strijd tegen AIDS is op wereldschaal nog lang niet gestreden. Kunst op zich kan de wereld niet redden. Kunstenaars kunnen wel laten zien hoe we ons de vaak sombere werkelijkheid anders kunnen voorstellen. Het is die levenskrachtige spiegel die Haring ons voorhoudt, van zijn eerste collages tot zijn laatste muurschilderingen.

De naam en de stijl van Keith Haring maken deel uit van het culturele erfgoed van het einde van de 20ste eeuw – zijn oeuvre straalt zoveel levensenergie uit dat het zich in ons collectief geheugen heeft gegrift. Haring zelf vertelde hoe tekenen deel uitmaakte van zijn leven sinds zijn kindertijd.: “Ik tekende al sinds mijn vierde. Ik heb leren tekenen dankzij mijn vader, die spelenderwijs zelfbedachte dieren tekende. Hoewel hij nooit carrière maakte in de kunstwereld, moedigde hij me toch aan om tijdens mijn schooljaren te blijven tekenen.”

Later kiest hij voor de School of Arts in New York. Hij waagt zich aan verschillende disciplines, want leergierig als hij is, wil hij alles uitproberen. Het is vanuit diezelfde motivatie dat hij steeds blijft vasthouden aan een genre-overschrijdende aanpak, ook al blijft tekenen heel zijn leven zijn favoriete manier om zich uit te drukken. Hij tekent snel en precies, krachtig en expressief, flitsend en met een treffende eenvoud. Hij tekent en schildert motieven zoals baby’s, dolfijnen, televisies, honden, silhouetten en vliegende schotels. Hij zet zijn tanden in zijn tijdperk en belichaamt helemaal de tijdsgeest.

“Ik ben misschien veel dingen, maar ik ben tenminste zeker dat ik goed gezelschap ben geweest voor tal van kinderen. Misschien heb ik hun leven op een blijvende manier beïnvloed.” – Keith Haring in zijn dagboek.

Art should be something that liberates the soul, provokes the imagination and encourages people to go further. – Keith Haring

Visueel Activist

Haring beschouwde de kunstenaar als “een woordvoerder van de maatschappij op een bepaald moment”. De onderstaande affiche creëerde hij als eerbetoon voor Nelson Mandela op diens 70ste verjaardag. Met zijn affiches kon hij zich openlijk als activist opwerpen. Hij liet ze vaak op eigen kosten drukken en verspreidde ze op manifestaties.

Nelson Mandela 70th Birtday Tribute , 1988
Protest tegen de atoomwapenwedloop en de Koude Oorlog

Kunst in Transit

Haring vond dat kunst er moest zijn voor iedereen. Toen hij in New York aankwam wist hij meteen dat de straten een zinvolle ruimte waren om kunst te tonen.

“The public has a right to art … Art is for everyone.” – Keith Haring

Zijn tekeningen in de metro waren een kans om naast de graffitikunstenaars die hij zo bewonderde te werken. Zijn kunst vult er de publieke ruimte waar de stad bruist van leven. Het openbaar vervoer wordt de allegorie van zijn ‘transitkunst’. Met zijn zo makkelijk te herkennen motieven illustreert hij de voor reclame voorbehouden ruimten op de weg van pendelaars en urban reizigers.

Keith Haring en de New Yorkse underground

Club 57 en Alternatieve Kunstruimten

Harings uitvalsbasis in New York was de East Village in downtown Manhattan. Door de goedkope huurprijzen trok de wijk als een magneet een diverse kunstenaarsgemeenschap aan. Aangezien ze weinig gelegenheden hadden om tentoon te stellen in conventionele galerieën, creëerden deze kunstenaars alternatieve kunstruimten en toonden ze hun werken tegen de achtergrond van een bruisende partyscene. Ze bouwden voort op de DIY-attitude van de pioniers van de punk met hun fotokopieën. De amateuristische zwart-wit look leek een uitdrukking van zowel de economie als de sfeer van die tijd. Haring ontwierp uitgewerkte affiches en flyers voor zijn eigen activiteiten en die van zijn vrienden kunstenaars.

Een van zijn grootste bijdragen was de organisatie van tentoonstellingen in Club 57, in de kelder van een Poolse kerk op St. Mark’s Place. In het begin van de jaren 80 organiseerde hij ook streetarttentoonstellingen in de Mudd Club en werd verliefd op disco en house in de legendarische nachtclub Paradise Garage.

Keith Haring ontwerpt platenhoezen voor artiesten als Malcolm McLaren, The Peech Boys en Sylvester

If commercialization is putting my art on a shirt so that a kid who can’t afford a $ 30,000 painting can buy one, then I’m all for it. – Keith Haring

Pop Art Life

Haring kan als geen ander bezit nemen van tentoonstellingsruimten, die hij naar eigen beleven vorm geeft en transformeert. Vanaf 1982 krijgt hij steeds meer internationale tentoonstellingen en in 1986 opent hij in SoHo zijn Pop Shop waar hij zelf geïllustreerde kleren en affiches verkoopt. Het is onder de begeleiding van Andy Warhol dat hij erin slaagt om zijn Pop Shop uit te bouwen tot een verlengstuk van zijn artistieke praktijk.

Act up for Life

De roze driehoek in Silence = Death van 1989 werd in de jaren 70 een symbool van de LGBTQ beweging, die besloot het terug te claimen van de nazi’s in Duitsland, die het gebruikten om homo’s biseksuele mannen en transvrouwen in de concentratiekampen te identificeren. De driehoek met de slogan Silence = Death werd al snel één van de iconen van de activistengroep Act Up. Haring sloot zich bij hun protest aan en ontwierp enkele affiches voor hen. Hij creëerde veel sterke beelden die bijdroegen tot het bewustzijn, de voorlichting en het activisme rond AIDS/HIV.

Poëzie voor Keith Haring

BOZAR vroeg de Amerikaanse auteur Chris Kraus als curator van een literaire bezoekersgids rond Keith Haring. Hoewel hun werk totaal verschillend is, maakten Kraus en Haring beide deel uit van de artistieke underground in het New York van de jaren 1980. Naar aanleiding van de tentoonstelling rond Keith Haring, selecteerde Kraus vroeg vijf jonge dichters om zich te laten inspireren door de kunst en ideeën van de artiest. 

Eén van hen was Cecilia Pavón. Ze heeft vijf dichtbundels en drie verhalenbundels op haar naam staan en woont sinds 1992 in Buenos Aires, toen ze er student was. Tussen 1999 en 2007, tijdens het isolement van de economische crisis, baatte Pavón samen met Fernanda Laguna, Argentijnse schijfster, een soort alles-aan-99 cent- winkel uit. Zij waren de curators en het pand was een oude apotheek. De naam van de winkel, Belleza y Felicidad, Schoonheid en Geluk, was ook de naam van een magazine dat ze uitgaven. Zoals César Aira, Argentijns schrijver en vertaler, al opmerkte, schept haar werk een parallelle wereld die zich laat zien “als een droom, net als de realiteit.”

Zonder titel

De manier waarop kunst je raakt kun je altijd herleiden tot je jeugd.
Ik ben geboren in een plattelandsprovincie zonder musea aan de voet van de Andes.
In mijn jeugd was kunst iets uit de boeken,
en in die boeken stond alleen Europese kunst,
(de grote Europese kunst uit het Parijs van het begin van de 20ste eeuw).
Toen ik op mijn dertiende voor het eerst een tekening van Keith Haring zag
op een ansichtkaart in het huis van een vriendin, vond ik dat geen kunst.
Kunst die geen kunst is:
Nu denk ik dat dat de fantasie is van elke artiest
kunst maken die geen kunst is
dat is tenminste mijn droom als dichter:
poëzie maken die geen poëzie is.
Ik zit thuis te werken en moet naar de bank
om het geld te innen dat me vanuit België is gestuurd
voor het schrijven van een gedicht geïnspireerd door Keith Haring.
Nooit eerder den ik betaald voor het schrijven van een gedicht.
Ik woon in Once, een wijk vergelijkbaar met het Brooklyn van 1983.
Ik vertrek tijdens de siësta, de zon blakert in de lucht
er staat een busje dubbel geparkeerd op de calle Alberti
het is bedolven met tags, mijn wijk zit onder de graffiti.
De zwarte, met de stift getrokken lijnen vormen nesten om in te vluchten,
of een regelloos pentagram, de graffiti vormt pentagrammen voor een dans zonder muziek.
Ik loop naar de supermarkt in de calle Alberti,
een paar duizend kilometer verder staat de Amazone in brand.
De prijzen van de levensmiddelen stijgen alarmerend snel sinds de verkiezingen.
Maar de mensen lachen, een enorm mysterie, ze drinken samen koffie, kussen elkaar, kletsen, lachen, omhelzen elkaar, het is een enorm mysterie hoe ze nog lachen.
Ik denk aan kunst die geen kunst is, kunst die geen kunst is, kunst die geen kunst is, aan poëzie die geen poëzie is.
Ik weet het zeker:als hij nog zou leven, noemde Keith Haring zijn kunst religie.



Cecilia Pavón

Chris Kraus zelf schrijft: “Ik herinner me dat ik elke nieuwe Keith Haring krijttekening in het Astor Palace metrostation met vrees tegemoet zag. Harings vrolijke en cartooneske persoonlijke lexicon – het schitterende hart, het stralende kind, de dansende stokventjes -voelden aan als het einde en het begin van iets.”

De tentoonstelling loopt nog tot 19 april 2020

Brancusi (1876 – 1957) – Bozar Brussel*****

“Eenvoud is in de kunst geen doel. Je bereikt ze ongewild wanneer je op zoek gaat naar de ware zin van de dingen.” – Brancusi

De grootste Roemeense kunstenaar is beeldhouwer Constantin Brancusi (1876 – 1957). Doorheen de geschiedenis inspireerde hij tal van andere artiesten en vandaag wordt hij beschouwd als één van de eerste abstracte beeldhouwers in West-Europa en een pionier van het modernisme. Zijn beelden kenmerken zich door strakke, eenvoudige vormen, met geslepen of gepolijste vlakken. Brancusi ging altijd op zoek naar de essentie van de dingen en creeërde zo “uitgepuurde” sculpturen, waarin het originele idee of model vaak niet meer herkenbaar is. Zijn werk Vis, bijvoorbeeld, heeft enkel de contouren van een vis. Om deze reden wordt Brancusi soms ook wel de vader van de abstracte sculptuur genoemd, iets waar hij het niet mee eens was.

“Er zijn idioten, die mijn werk abstract noemen. Dat wat zij abstract noemen is het meest realistische. Het echte is niet het zichtbare, maar de idee, de essentie van dingen.” – Brancusi

Zwaan – Brancusi

LEVEN

Als arme Roemeense boerenzoon verlaat Brancusi op elfjarige leeftijd zijn ouderlijk huis en trekt hij de wijde wereld in. In 1894 kan hij in Craiova aan de slag bij een tonnenmaker die hem hout leert bewerken en op zijn achttiende schrijft hij zich in aan de nabijgelegen school. Hier leert hij houtsculpturen maken. Al snel wordt zijn artistiek talent opgemerkt. Wanneer hij tweeëntwintig is trekt hij dankzij een studiebeurs naar de School voor Schone Kunsten in Boekarest, waar hij beeldhouwkunst studeert. Zes jaar later besluit de kunstenaar dat er voor hem geen toekomst is in Roemenië; hij wil naar Parijs, het kunstcentrum van Europa. Wegens geldgebrek zou Brancusi te voet naar de Franse hoofdstad gereisd zijn, maar dit is een zelf gecreëerde legende. Hij begon te studeren in het atelier van beeldhouwer Antonin Mercié en binnen de kortste tijd vertoefde hij in de kring van plaatselijke kunstenaars. Zo leerde hij later de beroemde beeldhouwer Auguste Rodin kennen. Brancusi wordt zijn assistent, maar omdat hij zich geremd voelt in zijn creativiteit beslist hij al na één maand om alleen verder te gaan.

Wijsheid – Brancusi

“Er kan niets groeien in de schaduw van een grote boom.” – Brancusi

Om zijn talent ten volle te ontwikkelen, moest hij zijn eigen weg gaan. Dit is het moment waarop Brancusi zijn eerste eigen werk begint te maken. Brancusi zou snel uitgroeien tot éénvan de belangrijkste kunstenaars in het Parijs van het begin van de twintigste eeuw. Onder anderen Fernand Léger, Amedeo Modigliani, Man Ray en Marcel Duchamp behoorden tot zijn vriendenkring. Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in 1914 in New York, in de galerie van Alfred Stieglitz. Zo wordt de Europese avant-garde van de moderne kunst geïntroduceerd in de Verenigde Staten.

KUNST

Slapende Muze – Brancusi

In het begin van zijn carrière werkte Brancusi vooral in hout, maar in 1907
verandert hij drastisch zijn manier van werken. Voor het eerst gaat hij
rechtstreeks in steen werken. Binnen zijn oeuvre komt de eivorm en afgeleide vormen daarvan opvallend vaak voor. Zoals in het liggende hoofd van zijn Slapende muze. Ook zijn iconische Oorsprong van de wereld lijkt op een eivorm. Het meest beroemde werk van Brancusi is Vogel in de ruimte, waarvan hij tussen 1923 en 1940 ongeveer vijftien versies maakte. Het beeld heeft niet letterlijk de vorm van een vogel; het is een soort poëtische versie van de gestroomlijnde opgaande beweging van het wegvliegen. Brancusi ging altijd ambachtelijk, met de hand, te werk. Volgens hem was dit een belangrijke voorwaarde voor beeldhouwkunst. Twintig jaar lang zou Brancusi in Frankrijk zijn beste werken maken. Hierna werd hij minder productief. Maar zijn populariteit bleef groeien, vooral in Amerika. Brancusi overleed op 81-jarige leeftijd in Parijs.

BRANCUSI VANDAAG

Schuchterheid met boeket in overdruk, 1928 – Brancusi

Na zijn dood liet Brancusi 215 beeldhouwwerken na, maar ook 1200 foto’s en negatieven. De kunstenaar fotografeerde zijn sculpturen om ze te tonen op de manier waarop Brancusi wilde dat ze gezien werden: vanuit een bepaalde ooghoek, met een precieze lichtinval… Ook nam hij foto’s van zichzelf in zijn atelier, als trotse kunstenaar tussen zijn werken. Vandaag kan je de werken van Brancusi in musea over de hele wereld vinden; het merendeel bevindt zich in Frankrijk en de Verenigde Staten. Een reconstructie van zijn atelier kan je bezoeken in Parijs, naast het bekende Centre Pompidou. De impact van de kunstenaar op de wereld was zo groot dat de man zelfs een eigen feestdag heeft; op 19 februari vieren de Roemenen jaarlijks Brancusi dag. Maar als je tegen een Roemeen over Brancusi begint is de kans groot dat hij geen flauw idee heeft over wie je het hebt. De Roemeense uitspraak is helemaal anders. De ‘I’ op het einde is namelijk helemaal niet onze klinker ‘i’, maar eerder een accent dat de uitspraak van de ‘s’ bepaalt. Roemenen noemen hem ‘Brankoesj’.

De tentoonstelling loopt nog tot en met 2 februari 2020.

%d bloggers liken dit: