Waarom het Antwerpse Conservatorium zich vergist als het Herman Teirlinck cancelt – Knack

Schrijver Herman Teirlinck (1879-1967) was de oprichter van de eerste acteeropleiding in Vlaanderen. Zijn legendarische Studio smolt later samen met de opleiding acteren van het Antwerpse Conservatorium. Waarom werd hij daar onlangs gecanceld?

Vlaanderen is een theaterland, hoewel het nauwelijks of geen theatertraditie heeft. Het klinkt wellicht paradoxaal, maar misschien is dat ook zijn kracht. Traditie en historisch bewustzijn, zeker wanneer die geïnstitutionaliseerd zijn, kunnen zwaar wegen en lange schaduwen werpen. Landen als Frankrijk en Duitsland kijken met veel bewondering naar de Vlaamse theatermakers die onbezwaard – geen Racine, Molière of Comédie Française in de buurt, geen Goethe, Schiller of Brecht – hun voorstellingen maken. De andere kant van die medaille is dat de kennis van het eigen verleden zo goed als onbestaande is. En misschien is dat toch niet altijd een voordeel.

Willekeurig overplakt

Sinds enkele jaren hangt het volledige Dramatisch Peripatetikon (1959)Herman Teirlincks belangrijkste theoretische geschrift over theater, bladzijde naast bladzijde tegen de muren van het Conservatorium op de vierde verdieping van de Singel in Antwerpen. Het is een project van onderzoekster Assia Bert naar aanleiding van de heruitgave van het Peripateticon in 2017, de vijftigste sterfdag van de auteur. Bij die gelegenheid sprak Clara van den Broek, een van de twee toenmalige coördinatoren van de opleiding, over de organische band tussen Teirlinck en de school enerzijds en over de noodzaak aan vernieuwing anderzijds: ‘We zijn verbonden met Herman Teirlinck door het onderwijs van zijn favoriete leerlinge Dora van der Groen. Dora vermengde veel van Teirlinck met eigen inzichten, en vormde de huidige generatie speldocenten. Sinds 2015 hebben Sara De Roo en ik het coördinatorschap overgenomen van Johan Van Assche, die het grootste deel van zijn carrière op school met Dora samenwerkte. Sindsdien zijn Sara en ik bijna dagelijks bezig met de evenwichtsoefening tussen de traditie waaruit we stammen, en openheid naar de wereld van vandaag. Die openheid moet er ook zijn, vinden we. Onze wereld is anders, diverser, beweeglijker, en sneller dan de wereld van Herman Teirlinck en de wereld van Dora van der Groen.’

De noodzakelijke strijd tegen ‘de hegemonie van de witte mannen’ mag geen vrijgeleide worden voor extreme beschuldigingen.

Die wereld moet in de voorbije vijf jaar fundamenteel en radicaal veranderd zijn, want in een mail van 23 april 2022, ondertekend door Sara De Roo (huidige artistiek coördinator) en door Tine Van Aerschot (docente), werd het Dramatisch Peripatetikon omschreven als ‘een kwaad’ dat al jaren tegen de muur ‘hing te pronken’. Verder werden de studenten in het teken van ‘een actie tegen racisme en voor diversiteit’ opgeroepen om de tekst van Teirlinck willekeurig te overplakken met ‘zo veel mogelijk tekstfragmenten en quotes van schrijvers met diverse achtergronden, geaardheden, geslachten, mobiliteit, geestelijke krachten’. Dat overplakken is inmiddels ook gebeurd door middel van ‘behangerslijm’, zoals de mail het voorschreef. De artistieke bloedband van de school met Teirlinck is daarmee definitief verbroken. Waarom hakt de opleiding in haar eigen wortels? Even terug in de vermaledijde Vlaamse theatergeschiedenis.

De vertraagde film

Niemand heeft er bij stilgestaan, maar bijna exact honderd jaar voor zijn cancelling stond Herman Teirlinck in het centrum van een belangrijke gebeurtenis voor het Vlaamse theater. Op 8 maart 1922 ging zijn toneelstuk De vertraagde film in de Brusselse KVS in première. Teirlinck is betrokken bij het ontwerp van het decor, de kostuums en de mise-en-scène. In de pers wordt het stuk aangekondigd als het eerste expressionistische drama van de Vlaamse toneelliteratuur. De kleurrijke kubistische affiche van Karel Maes, met daarop de afbeelding van een filmapparaat en een filmlas, onderstreept dat nieuwe en moderne. Ook de ondertitel – ‘Een gedanst, gezongen en gesproken drama in drie bedrijven’ – maakt de radicale breuk zichtbaar met het naturalisme en het volkse realisme die de Vlaamse planken op dat ogenblik nog domineren. De Nederlandse schrijfster en toneelrecensente Top Naeff reageert enthousiast en noemt De vertraagde film ‘het eerste drama geschreven in onze taal, dat ontlook aan onzen tijd, er de onrust en het verlangen, de spanning en het ritme van in zich draagt’. Teirlinck doet voor het theater wat Paul van Ostaijen een jaar voordien met Bezette Stad voor de poëzie in Vlaanderen heeft gedaan.

DE VERTRAAGDE FILM ‘Het draagt de onrust van onzen tijd in zich’, schreef recensente Top Naeff.
DE VERTRAAGDE FILM ‘Het draagt de onrust van onzen tijd in zich’, schreef recensente Top Naeff. © National

De vertraagde film toont de zelfmoordpoging van een ongehuwd koppel samen met hun baby op een winterse driekoningenavond in de buurt van een luidruchtige dancing bij de Brusselse Vaart. De Man en De Vrouw verklaren elkaar hun absolute liefde, binden zich aan elkaar vast en springen in het water. In het tweede bedrijf ziet het koppel tijdens de verdrinkingsdood de emotionele hoogtepunten van hun leven als ‘een vertraagde film’, omringd door allegorische figuren als De herinnering, De vergetelheid en De dood. Bij het begin van het bedrijf is de sfeer feeëriek en vol licht en hoop, maar naar het einde toe wordt alles grimmig, benauwend en beangstigend. In het derde bedrijf keren we terug naar de ‘realiteit’. Vechtend om in leven te blijven, komt het koppel terug boven water en wordt door omstanders gered. Het kind heeft het niet gehaald en de egoïstische drang om in leven te blijven heeft ook de romantische liefde gedood. Als twee vreemden nemen De Man en De Vrouw definitief afscheid van elkaar. De mengeling van melodrama, kerstverhaal, volkse figuren, een nachtelijke stedelijke omgeving, hoekige expressionistische personages, een barokke onderwaterwereld met middeleeuwse allegorieën – het concept van ‘het onbewuste’ begon in die jaren opgang te maken – en dat alles overgoten met een pessimistisch mensbeeld, geven aan De vertraagde film een wrede en vervreemdende atmosfeer (die bij momenten zelfs aan David Lynch doet denken). De inmiddels vergeten voorstelling is het begin van het moderne theater in Vlaanderen.

Dandy en kosmopoliet

Rond 1920 is Herman Teirlinck echter een bekende romanschrijver, veelzijdige kunstenaar en gewaardeerde artistieke persoonlijkheid met veel invloed. Door zijn contacten met Karel van de Woestijne in Gent, met August Vermeylen in Brussel en met het experiment van de beweging Van Nu en Straks, brak hij al jong uit de eng Vlaamse cenakels en vond hij als literator aansluiting bij de internationale artistieke ontwikkelingen. Niet toevallig beschrijft hij in romans als Het ivoren aapje (1909) en Johan Doxa (1917) hoe Brussel in de belle époque uitgroeit van een provinciaal nest tot een mondaine Europese en kosmopolitische stad. Ook het theater is een levenslange passie. Teirlinck komt uit een familie van theatermensen en in zijn studententijd doet hij aan poppenspel. Als beambte bij de dienst Schone Kunsten van de stad Brussel is hij van 1902 tot 1906 belast met het evalueren van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Hij solliciteert tot tweemaal toe, maar tevergeefs, voor het directeurschap van diezelfde KVS. Zijn roman Mijnheer J.B.Serjanszoon (1908) herwerkt hij tot een drietal toneelstukjes. Hij schrijft een reeks toneelschetsen voor het amateurgezelschap De Eendracht in Linkebeek en speelt er een dertigtal rollen, vaak in travestie. Teirlinck is goed op de hoogte van de internationale ontwikkelingen. Het werk van de Engelse theatermaker en theoreticus Edward Gordon Craig confronteert hem met een theater dat niet langer de dienstknecht van de literatuur of de werkelijkheid is, maar een eigen artistieke autonomie opeist. Ook het toneel in Vlaanderen, beseft Teirlinck, is nog te veel geënsceneerde literatuur. Of zoals hij het zelf zei: ‘Niets gaat vooraf aan het spel.’

AFFICHE DE VERTRAAGDE FILM Teirlinck deed voor het theater wat Paul van Ostaijen voor de poëzie had gedaan.
AFFICHE DE VERTRAAGDE FILM Teirlinck deed voor het theater wat Paul van Ostaijen voor de poëzie had gedaan. © National

Teirlincks belangstelling voor theater krijgt een nieuwe impuls na de schok van de Eerste Wereldoorlog, die een definitief einde maakt aan de belle époque en zijn artistieke expressies. De verschrikkingen van de oorlog hebben een verlangen naar solidariteit en broederschap doen ontstaan. Teirlinck neemt afstand van zijn dilettantische, individualistische en hedonistische literaire verleden en sluit zich aan bij het sociale expressionisme in zijn toneelwerk – met stukken als Ik dien (1924), De man zonder lijf (1925) en Ave (1938) – en later bij het vitalisme in zijn grote epische romans Maria Speermalie (1940) en Het gevecht met de engel (1952). Zijn theoretische en pedagogische inzichten over het theater schrijft hij neer in Wijding voor een derde geboorte (1956) en Dramatisch Peripatetikon. Veel van Vlaanderens iconische acteurs en actrices studeerden af aan de door hem opgerichte Studio van het Nationale Toneel: Dora van der Groen, Julien Schoenaerts, François Beukelaers, Frieda Pittoors, Jan Decleir, Hilde Van Mieghem, Mieke De Groote, Peter Van den Begin en Tom Dewispelaere om enkelen van een lange reeks te noemen.

Het n-woord

Met die veelzijdigheid, openheid en gedrevenheid van de man in het achterhoofd: wat staat er in het Peripatetikon dat de extreem moralistische kwalificatie van ‘het kwaad’ en een publieke overplakking aan de hand van ‘behangerslijm’ rechtvaardigt? Het Peripatetikon is een als dialoog geschreven essay over het ontstaan en de ontwikkeling van het theater. Ondanks zijn wat archaïsche taal blijft het een gepassioneerde verdediging van de kracht van theater, met in het centrum het spel van de soevereine acteur. Terwijl er in 2017 nog expliciet ingegaan werd op de theatrale erfenis van Teirlinck, gaat het bij deze actie om iets totaal anders: ‘Herman Teirlinck gebruikt in zijn boek Dramatisch Peripatetikon op pg 242 een paar keer het n-woord en is daarenboven nog eens bijzonder kwetsend in zijn opmerkingen over de zwarte bevolking.’ En verder luidt het: ‘Ik wil de hegemonie van de witte mannenstem doorbreken. Ik wil de suprematie van de witte cultuur doorbreken en afzweren.’ ‘Ik’ staat voor de ondertekenaars van de mail en bij uitbreiding voor iedereen die aan de actie deelneemt. De actie draagt een duidelijk woke signatuur.

De context wordt overplakt en letterlijk onleesbaar gemaakt. Nauwgezet en aandachtig lezen kan dus niet meer.

Naast het doorgeven van een ambacht is het opleiden van studenten tot kritische burgers een van de belangrijkste taken van het onderwijs. De samenleving vraagt om gelijkheid, eerlijke representatie en inclusie. Dat zijn terechte eisen. Theater is bij uitstek een ruimte van transformatie, een plek voor de expressie van nieuwe identiteiten en een laboratorium voor sociale en seksuele rollen. Normaal dus dat op theateropleidingen gediscussieerd wordt over de verbeelding van gender en diversiteit en dat het repertoire en de theatergeschiedenis vanuit die bril herlezen worden. Maar de bekommernis om een beter samenleven, een juiste representatie en solidariteit met verdrukte stemmen, zijn geen rechtvaardiging voor oppervlakkig lezen, fout interpreteren of roekeloos omgaan met teksten uit het verleden. De noodzakelijke strijd tegen ‘de hegemonie van de witte mannen’ mag geen vrijgeleide worden om onderscheiden uit het oog te verliezen en om zonder veel nadenken over te gaan tot extreme beschuldigingen. Want ik vrees dat dat aan de hand is met deze cancelling van Herman Teirlinck.

De gewraakte pagina 242 komt uit een hoofdstuk waarin Teirlinck het heeft over de opvoering van een Pekinese Opera die hij bijwoonde en over de moeilijkheid die hij ondervond om die theatertaal te begrijpen. Hij maakt in zijn redenering een korte vergelijking tussen ‘de westerling’, ‘de chinees’ en ‘de neger’ (hoeveel andere woorden had Teirlinck in 1959 ter beschikking?) en hij bedoelt daarmee de westerse, de Chinese en de Afrikaanse theatercultuur. Teirlinck stelt dat hij als westerling de Afrikaanse theatertekens nog enigszins kan begrijpen omdat ze ‘primitief’ en als van een ‘kind’ zijn, maar dat de Chinese theatertekens ‘zo gepolijst’ en ‘zo geraffineerd’ zijn dat ze buiten zijn bereik liggen. Je kunt je vragen stellen bij de ogenschijnlijke hiërarchie die Teirlinck in culturele tekens aanbrengt, maar wie de tijd neemt om het Peripatetikon ernstig te lezen, ontdekt al snel dat ‘primitief’ voor Teirlinck ‘oorspronkelijk’ betekent en niet ‘achterlijk’ en al zeker niet ‘achterop bij het Westen’. Het moderne westerse theater is in geen enkel opzicht een maatstaf of een na te streven doel. Integendeel zelfs. Het wordt volgens Teirlinck gekenmerkt door een fundamentele vervreemding omdat de gemeenschap – de bron van ieder authentiek theater – ontbreekt. Teirlincks hele denken staat in het teken van de hoop op een Derde Geboorte van het westerse theater: na de Griekse oudheid en de middeleeuwen, twee periodes waarin het theater uit de gemeenschap groeide en er diep mee verbonden was. Teirlinck beschouwen als een representant van ‘de suprematie van de witte cultuur’, zoals in de mail gebeurt, en hem cancellen als een ‘koloniaal’ en ‘racistisch’ denker, heeft geen enkele grond. Nergens dweept hij met de witte westerse superioriteit, zoals blijkt uit de volgende passage: ‘Indien het waar is (wat men ons voorhoudt) dat de Pekinese Opera een “een volkstheater” is, indien het waar is dat het rechtstreeks aan de behoeften van het volk daarginds beantwoordt, lieve Hemel, op welk hoger peil, en in welk serener klimaat, is dan de <

DORA VAN DER GROEN Een van de vele iconen van het Vlaamse theater die aan de Studio zijn opgeleid.
DORA VAN DER GROEN Een van de vele iconen van het Vlaamse theater die aan de Studio zijn opgeleid. © National

Chinese volkscultuur gevorderd! Want de artistieke kuisheid, die mij hier zo diep heeft aangegrepen, zal nog lang door onze Europese volkeren worden afgewezen.’ Zo spreekt een supremacist of witte superioriteitsdenker niet.

Te wit, te mannelijk, te hetero?

Het overplakken van het Peripatetikon is uiteraard een symbolische actie, maar ze zegt veel over een bepaalde houding. Wat de actie doet, is woorden en zinnen uit hun context losrukken en zonder historisch besef tegen het licht van de actualiteit houden. De context wordt overplakt en dus letterlijk onleesbaar gemaakt. Nauwgezet en aandachtig lezen kan dus niet meer. Een vruchtbare discussie over nieuwe perspectieven op tekst, opvoering en vertolking – want dat is wat woke binnen een theateropleiding kan betekenen – slaat om in een doctrine die het haast onmogelijk maakt om nog repertoire te lezen, te analyseren en te spelen. Wat verrijkende, creatieve ook vaak confronterende discussies over de representatie van gender en diversiteit kunnen zijn, verworden snel tot moralistische richtlijnen over wat politiek correct is en wat niet, over wat mag en wat niet. De belangrijkste vraag is: wie wint daarbij? De studenten nog het minst van allen, want zij worden afgesneden van de geschiedenis van de verbeelding.

Zo ontstond er bij een eindejaarsproject van de opleiding in juni 2022 binnen de jury een felle discussie over de keuze van docent Robby Cleiren (De Roovers) en zijn studenten om een Griekse tragedie op te voeren. Het ging concreet om een collage van fragmenten uit de Oresteia van Aischylos en uit twee eigentijdse bewerkingen van die Griekse tragedie: Atropa van Tom Lanoye en Bloedbad van Gustav Ernst. Een deel van de jury vond dat een stuk als de Oresteia op zich al problematisch is wegens de misogynie en de toxische mannelijkheid die er intrinsiek in aanwezig zouden zijn. De kritiek dat het westerse repertoire ‘te wit, te mannelijk en te hetero’ is, is natuurlijk niet onterecht maar wordt hier onmiddellijk doorvertaald in ‘te patriarchaal, te seksistisch en te racistisch’, wat iets helemaal anders is. Dat geldt dan voor zowat het hele repertoire, van de Griekse tragedies over Shakespeare tot Ibsen en Strindberg. En blijkbaar behoren nu ook Lanoye en Ernst tot die gewraakte groep, terwijl beiden hun stukken heel expliciet vanuit de vrouwelijke personages schreven en een scherpe kritiek formuleren op het patriarchaat en het daarmee samenhangende fysieke en symbolische geweld.

Rachel tegen God

En laat nu ook Herman Teirlinck met zijn stuk Jokaste tegen God (1961) een ‘aanvullende versie’ bij Sophocles’ Oedipus geschreven hebben. Teirlinck liet zich inspireren door de negentiende-eeuwse Zwitserse actrice Rachel (1820-1858), die op een van de laatste repetities voor de première van Koning Oedipus te kennen gaf dat ze de rol van Jokaste, moeder én vrouw van Oedipus, niet kon spelen. In zijn voorwoord bij het stuk laat Teirlinck Rachel zelf uitgebreid aan het woord: ‘Eigenlijk had ik, aanvankelijk reeds, deze rol moeten weigeren omdat hij, van alle optredende personages, de onbenulligste is en de minst psychologisch verantwoorde. Deze Jokaste is al niet veel meer dan een getuige ten laste in het onderzoek dat Oedipus blind genoeg is tegen zichzelf op touw te zetten. Maar naarmate de repetities vorderden, heb ik noodgedwongen moeten vaststellen dat de getuige Jokaste loog. Ik kan geen leugen spelen. Ik ben bereid de echte, de authentieke Jokaste te spelen, zoals ik haar, al spelende, in mezelf heb ontdekt. Dat zou dan de waarachtige vrouw zijn, die Oedipoes als kind en als man heeft liefgehad. En ik kan het stuk schrijven, als het moet.’

Rachel heeft dat alternatieve stuk uiteindelijk niet geschreven, maar Teirlinck nam haar opmerkingen als vrouw en als actrice ernstig. In zijn versie toont hij een Jokaste die als moeder en als echtgenote openlijk tegen de goden in opstand komt en vecht voor haar geluk. Op het einde pleegt ze geen wanhopige en tragische zelfmoord, maar trekt ze als gids van haar blinde man samen met hem de wijde wereld in. Meer woke had Teirlinck niet kunnen schrijven.

Het voormalige huis van Herman Teirlinck in Beersel is inmiddels een schrijversresidentie, culturele ontmoetingsplek en tentoonstellingsruimte. Van 4/9/2022 tot 8/1/2023 loopt er een tentoonstelling over Herman Teirlinck en Frans Masereel.

Met dank aan Erwin Jans voor dit artikel – Knack 14/09/2022

Een blik in het Koninklijk Paleis van Brussel

Tot en met 28 augustus kun je nog naar jaarlijkse traditie het Koninklijk Paleis te Brussel gratis bezoeken.

Het Paleis is de administratieve residentie en de voornaamste werkplek van Koning Filip en Koningin Mathilde.

Tijdens ons bezoek ontdekten we de bijzondere architectuur van het Paleis, de historische salons waar jaarlijks verschillende activiteiten van de Koning en de Koningin plaatsvinden, en de tuin.

Bovendien konden we er terecht voor drie tentoonstellingen: de Koninklijke Vereniging Dynastie en Cultureel Erfgoed vertelde in de Troonzaal over het werk van Koning Boudewijn, Technopolis liet ons in de Spiegelzaal aan de hand van LEGO-kunstwerken kennismaken met de wetenschap en Belspo gaf in de Grote Galerij een overzicht van het rijke federale erfgoed.

Via een filmverslag maar ook via zeer veel fotodocumenten konden we nagaan, of beter, waren we getuige van de specifieke rol die het koningshuis in België vervult.

Heaven of Delight, 2002 by Jan Fabre in de Spiegelzaal

Notitie bij het kunstwerk: “Op 29 april veroordeelde de rechtbank kunstenaar Jan Fabre voor zedenfeiten tegenover verschillende vrouwen. “Heaven of delight” maakt al 20 jaar deel uit van het architecturaal erfgoed van het Koninklijk Paleis. Het Paleis heeft besloten het werk te behouden, naar het voorbeeld van andere instellingen die een onderscheid maken tussen de veroordeelde kunstenaar en zijn kunstwerken.”

Hoe groot een ecologische voetafdruk is, maakt Denoyelle aanschouwelijk door verschillende transportmiddelen op eendenpoten te zetten: hoe vervuilender, hoe hoger. 

 

De expo “Boudewijn, koning zijn” toont allerlei voorwerpen en documenten uit het archief van koning Boudewijn (1930-1993). Ze geven een beeld van de verschillende facetten van zijn openbare leven. Maar ook van de correspondentie en de geschenken die koningen ontvangen.

De werkkamer van de Koning

Het Pilastersalon

De wereldbol Erdglobus für den Weltverkehr  (uit 1909) en het cilinderbureau stonden oorspronkelijk in de werkkamer van Koning Albert I. 

De bezoeker kan er makkelijk een paar uur besteden als hij alles in zich wil opnemen wat wordt getoond. Zeer de moeite waard, maar liefst op een ogenblik dat het niet te druk is. Wij startten om 14:30 en toen waren er behoorlijk veel bezoekers in de zalen aanwezig.

Plekje voor een heerlijke lunch of afternoon delight: albert

Toespraak Koning Filip – Nationale feestdag 21 juli 2022 – Tentoonstelling

foto: VRT – v.l.n.r Prinses Eléonore, prins Gabriël, koningin Mathilde, koning Filip, kroonprinses Elisabeth, prins Emmanuel

Toespraak

Dames en heren,

Deze zomer krijgen we eindelijk onze vrijheid terug, na meer dan twee jaar strijd tegen het coronavirus. Hoewel dat ons jammer genoeg blijft achtervolgen.

Het normale leven komt opnieuw op gang. Onze economie krijgt weer wat vaart. De overheid heeft hier ook in grote mate toe bijgedragen, dankzij effectieve steunmaatregelen.

Vandaag komt de groei geleidelijk aan weer in zicht. Hoewel er op de arbeidsmarkt nog altijd onevenwichten zijn, blijft de werkgelegenheid toenemen.

Maar sommigen van onze medeburgers, vooral bij de jongeren, komen verzwakt uit de pandemie. Ze hebben nood aan een luisterend oor, aan begrip voor hoe zij de dingen beleven – en behoefte aan aanmoediging.

Ik ben trots op het werk van mijn echtgenote, Koningin Mathilde, met haar steun aan de bewustmaking en de preventie op het gebied van mentaal welzijn.

Dames en heren,

Het is vooral dankzij ons samenlevingsmodel, dat door Covid zwaar op de proef is gesteld, dat we hebben standgehouden.

De strijd tegen de pandemie heeft bewezen dat we ook in tijden van crisis blijk geven van maatschappelijke samenhang. Hiervoor is samenwerking nodig tussen onze instellingen, tussen alle betrokken actoren, en een algemeen gedragen verbindend verhaal.

Dat we een crisis als de pandemie, binnen ons democratisch stelsel, hebben kunnen beheren, is vooral te danken aan onze sociale cohesie.

Die verbondenheid was ook zichtbaar in de hulpacties voor de slachtoffers van de overstromingen in Wallonië. Tijdens ons recente bezoek aan de regio, hebben wij kunnen vaststellen dat er heel wat vooruitgang is geboekt, maar dat nog niet alles is opgelost.

Dames en heren,

Met de oorlog in Oekraïne is de geschiedenis een nieuw tijdperk ingetreden. In de eerste plaats voor Oekraïne zelf, maar ook voor ons land, voor Europa, voor de hele wereld.

De oorlog, met ondraaglijk leed tot gevolg, is helaas weer alom tegenwoordig, heel dicht bij huis.

De Oekraïners vechten en sterven om hun land te redden, maar ook om de democratie en de waarden die we met hen delen te vrijwaren.

Wij zullen ons niet uit elkaar laten spelen door de chantage van een kernmacht die zo onze solidariteit met Oekraïne wil breken.

Wij zullen het Oekraïense volk blijven steunen.

Wereldwijd lijden veel landen onder dit conflict, sommige ontzettend hard. Wij voelen, in ons land, nu al de rechtstreekse effecten van de inflatie, die is verergerd door de internationale spanningen.

De sterke stijging van de levensduurte dreigt onze economie, maar ook onze samenleving, te ondergraven. Door de huidige prijsstijgingen hebben veel van onze medeburgers het moeilijk. In het bijzonder de huishoudens met een laag inkomen, de eenoudergezinnen en mensen die leven van een vervangingsinkomen.

We moeten absoluut voorkomen dat de kloof tussen de verschillende lagen van de bevolking groter wordt. Dat armoede aanhoudt of zelfs uitbreidt. Ons samenlevingsmodel, gestoeld op inclusie en solidariteit, kan deze nieuwe schokken opvangen. Maar dat zal niet vanzelf gaan. De hoge energiekosten maken moeilijke keuzes onvermijdelijk.

Dames en heren,

Overal rondom ons horen we steeds vaker een agressief discours. We zien ook een opleving van autoritaire regimes en reflexen, waarin alleen het eigenbelang vooropstaat, ten nadele van de anderen. Laten we die uitdagingen beantwoorden met een onwankelbaar vertrouwen in de democratie. Door het bevorderen van samenhang en inclusie. Door niet aan te wakkeren wat ons zou kunnen verdelen. Door te durven gaan voor meer nuance en welwillendheid.

In deze context van crisis is het juist de samenhang binnen de Europese Unie die ons in staat heeft gesteld gezamenlijke oplossingen uit te werken op het gebied van gezondheid, defensie, energie en de opvang van vluchtelingen.

Die cohesie is fundamenteel om te voorkomen dat de ongelijkheden tussen de lidstaten groter worden, ten koste van de bevolking.

Laten we, tot slot, in deze wereld in beroering, onze wereldwijde strijd tegen de opwarming van de aarde niet uit het oog verliezen. En laten we in dit verband hopen dat de prijsstijging van de fossiele brandstoffen zal bijdragen tot een versnelling van de energietransitie.

Dames en heren,

Tijdens onze reis in Congo hebben we een belangrijke bladzijde kunnen omslaan in onze gemeenschappelijke geschiedenis met de DRC. De zaken zijn benoemd, er zijn sterke daden gesteld.

Door op een serene manier naar ons gemeenschappelijke verleden te kijken, kunnen we samen aan de toekomst bouwen. Het Congolese volk heeft hoge verwachtingen ten aanzien van ons land. Laten we samenwerken om het te helpen vooruit te gaan naar meer veiligheid, gerechtigheid en democratie.

Met onze ontwikkelingssamenwerking, onze diplomatie en ons leger, die allen uitstekend werk verrichten. Laten we, met de internationale gemeenschap, werken aan het oplossen van dat zo dodelijke conflict in het oosten van Congo.

Dames en heren,

We blijven voor tal van uitdagingen staan.

Maar als we op koers blijven, als we onze samenhang behouden, kunnen we onze toekomst veiligstellen.

De Koningin en ik wensen u een mooie nationale feestdag en een fijne zomer. Lang leve België!

Tentoonstelling

Boudewijn was twintig jaar toen hij in 1951 de vijfde Koning der Belgen werd. Hij regeerde tot aan zijn overlijden in 1993. Bij de koninklijke functie, het Koning zijn, denkt men vaak in de eerste plaats aan officiële plechtigheden met veel protocol. Maar het werk van de Koning, die zich inzet ten dienste van het land en zijn inwoners, omvat zoveel meer activiteiten en ontmoetingen. Boudewijn bezocht het hele land, hij was een bruggenbouwer die mensen met elkaar verzoende, hij moedigde talent aan uit de cultuur, de wetenschap en de sport, hij steunde grote projecten die het land moderniseerden, hij luisterde naar de meest kwetsbaren in de samenleving en in het bijzonder ook naar de kinderen en jongeren. Meer dan veertig jaar lang vertegenwoordigde hij België in de rest van de wereld.

Koning Boudewijn

Wat “Koning zijn” voor Boudewijn allemaal inhield, tonen we in deze tentoonstelling aan de hand van foto’s, archiefstukken en diverse voorwerpen die vaak voor het eerst te zien zijn. Zo is er bijvoorbeeld een tekening van kunstenaar Paul Delvaux, de gele trui van wielrenner Lucien Van Impe, een brief van Moeder Teresa, of een kleine Belgische driekleur die met de eerste Belg naar de ruimte ging. De tentoonstelling toont zo ook een stuk geschiedenis uit de 20ste eeuw.

Georganiseerd door de Koninklijke Vereniging Dynastie en Cultureel Erfgoed, met de steun van de Koning Boudewijnstichting.

Meer info: Koninklijk Paleis in Brussel open voor het publiek

Antoine de Saint-Exupéry. De Kleine Prins tussen de mensen – Heizel – Brussel

On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux. – Le Petit Prince

Vergezel de Kleine Prins in Brussel en ontdek het spannende leven van zijn bedenker! Zo vangt de brochure aan die de bezoeker van deze tentoonstelling warm wil maken voor een biografische wandeling door het leven van Antoine de Saint-Exupéry, de auteur van dit alom bekende en vertaalde werk.

Het moet 1969 geweest zijn toen voor schrijster dezes dit werkje als verplichte lectuur voor het vak Frans gelezen diende te worden. Het feit dat we met een groepje oud-collega’s een bezoek hadden gepland aan de tentoonstelling, zette me ertoe aan het werk te gaan herlezen. De cover van het 96 pagina’s tellende boekje met originele tekeningen van de auteur was ondertussen al wat vergeeld, de sprookjesachtige spirituele inhoud echter verrassend actueel. Wat in die zestiger jaren vooral op het eerste niveau werd begrepen, kwam in de context van de huidige actualiteit, tot zijn volle filosofische betekenis.

De avontuurlijke heldhaftigheid van de auteur in WO II, die erg zakelijk en documentair (en met typisch Frans pattriotisme) uit de doeken wordt gedaan in de tentoonstelling, haalt ook de minder bekende visionaire humanist St. Exupéry naar voren die in zijn leven en werk spirituele waarden als liefde, trouw, vriendschap, solidariteit, verbondenheid, verantwoordelijkheid, schoonheid als bakens van hoop laat stralen. Het zijn waarden die met het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne weer brandend actueel zijn.

Scholieren uit de basisschool zullen het eerder zakelijke -documentaire gedeelte wellicht minder kunnen smaken maar voor 12-jarigen en ouder die De Kleine Prins gelezen hebben, is dit een boeiende wandeling door het leven van de auteur met in de eerste ruimte een introductie tot de inhoud van het verhaal en in de laatste een samenvattende audiovisuele immersieve beleving van De Kleine Prins.

Meer info: De Kleine Prins tussen de mensen

Het Kunstuur 3 – Mechelen****

De derde editie van Kunstuur in Mechelen trok in de pers veel aandacht omdat museumeigenaar Hans Bourlon erin slaagde ‘Olympia’ van René Magritte, dat sinds een kunstroof uit de privéwoning van de eigenaar in Jette in 2009 en anderhalf jaar later terug in zijn bezit kwam, nu te bewonderen is in Mechelen.

De Slacht (1925) – Roger De Troyer

Toen ik op Koningsdag met een groepje oud-collega’s een bezoek aan deze kleine maar erg aantrekkelijke tentoonstelling bracht met voornamelijk Vlaams werk uit privébezit, was het verhaal van de kunstroof mij volkomen onbekend. Het concept van de gebroeders Bourlon daarentegen wél: de verhalenvertellers, bekende en minder bekende Vlamingen, verschijnen in beeld en in een unieke belichting, met op de achtergrond muziek van Dirk Brossé, kan de bezoeker een uur kunst genieten. De verhalenvertellers hebben het over hun affiniteit met een schilderij en de bezoeker kan zich laten inspireren door hun visie.

De Communicanten (1893) – Emiel Claus

Je persoonlijke affiniteit met de tentoongestelde werken hoeft hier niet onder te lijden ook al blijft er niet zoveel tijd om lang bij een kunstwerk stil te staan; een fotootje nemen (zonder flitslicht) kan helpen om nadien je favoriete werken nog eens te bekijken.

Moeder en kind (1907) – Léon De Smet

De format van Het Kunstuur is in elk geval een enige en welgekomen kans om minder bekende werken uit de periode 1850-1950 te leren kennen. Er zitten – naar mijn bescheiden mening – juweeltjes tussen. Warm aanbevolen dus.

Meer info: Het Kunstuur – 17 oktober 2021 – 30 april 2022

België verbergt al 600 jaar een schat – Koninklijke bibliotheek Brussel****

Hertogen van Brabant en de Nassaukapel van het Paleis op de Coudenberg

Beleef de 15de eeuw in onze streken en ontdek de beelden, verhalen en personages uit de Librije van de hertogen van Bourgondië, zo werft de infobrochure voor de tentoonstelling.

Met enkele oud-collega’s beslisten we een kijkje te gaan nemen. Voor twee van het gezelschap was het van hun studentenjaren geleden dat ze in het kader van hun licentiaatsthesis de Albertina bezochten. We startten met een lichte lunch op het terras van de bibliotheek op de 5de verdieping. Tijd om wat bij te praten.

De tentoonstelling sluit aan bij Kinderen van de Renaissance die we in mei in het Hof van Busleyden in Mechelen bezochten. Zeshonderd jaar geleden regeerden de hertogen van Bourgondië over Brussel. Deze rijke en machtige vorsten en gecultiveerde mecenassen stelden een schat samen die ook vandaag nog weet te boeien: de Librije, een unieke en kostbare verzameling handschriften.

Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië en Filips de Schone waren stuk voor stuk vorsten met een romanesk bestaan. Ze deden een beroep op de grootste kunstenaars uit hun tijd. Iedereen kent Jan van Eyck en Rogier van der Weyden, maar de miniaturisten die de boeken verluchtten moesten zeker niet voor hen onderdoen. Sommigen beweren zelfs dat de mooiste schilderijen van de Vlaamse primitieven misschien wel die zijn die we in de handschriften terugvinden. Deze miniaturen tonen de schitterende dimensie van de Gouden Eeuw van Bourgondië, op het kruispunt van de middeleeuwen en de nieuwe tijd. De “librije” bestrijkt alle domeinen van de wetenschap en bevat zeer belangrijke teksten van de middeleeuwse literatuur. Ze behoorde tot de grootste bibliotheken van haar tijd, naast die van de Franse koningen, de Medici of de pauselijke bibliotheek

In die tijd was kopiëren geen misdrijf want voor de uitvinding van de boekdrukkunst was er maar één manier om de teksten door te geven: ze geduldig kopiëren met een ganzenveer op papier of perkament. Voor de realisatie van één handschrift waren er soms een kudde schapen, maanden werk, liters inkt en heel wat veren en leder nodig. We konden kennismaken met het vervaardigen van verschillende papiersoorten of dragers het aanmaken van de inkt en de verven, de boekomslagen en het inbinden van de manuscrpten.

Maar hoe, zult u zich afvragen, kunt u genieten van een boek waarvan slechts een paar bladzijden getoond worden achter een glazen vitrine. Dankzij moderne technologie kan de bezoeker er een kostbaar handschrift volledig doorbladeren en elk detail ervan aandachtig bekijken. Personages worden tot leven gebracht via filmprojecties en audiofragmenten.

Door een gaatje in de muur bespiedt Liziart Euryant in haar bad en ziet hij op haar borst een bijzonder vlekje. Miniatuur van de Meester van Wavrin in Gérard de Nevers. KBR, ms 9631, f.12v

De handschriften worden in hun historsiche context geplaatst door schilderijen, retabels, beeldhouwwerken, dagelijkese voorwerpen, wapens uit dezelfde tijd. Het leidmotief van de hele tentoonstelling is trouwens een bijzondere ontmoeting met deze unieke documenten bieden. Ze zijn echter te fragiel om permanant tentoongesteld te worden daarom wisselt de KBR de stukken 2 keer per jaar. Prettig is eveneens het feit dat de bezoeker kan opteren om drie verschillende parcours te volgen: van de meerwaardezoeker, de ontdekkingsreiziger of de speelvogel.

Plant u een familiebezoek lees dan zeker de webpagina met het kinderparcours en ontdek hoe er voor elke leeftijd wat te beleven valt.

Wie enkel tijd heeft voor een blitzbezoek, die vindt de niet te missen stukken aangeduid met een gouden zandloper.

Bij mooi weer biedt de Kunstberg ook de mogelijkheid om op het terras van Plein Publique te genieten van een koffiepauze met vb. heerlijke bosbessencrumbletaart. Een afsluiter waar we dankbaar van genoten.

Meer info: Museum KBR

Het Kunstuur 2 – Mechelen *****

In de Heilige Geestkapel tegenover de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen loopt momenteel het toch wel unieke kunstconcept Het Kunstuur 2. Wie de eerste editie vorig jaar bezocht, hoeft niet meer overtuigd te worden van de innovatieve, creatieve en boeiende format van deze tentoonstelling. De topwerken van Belgische kunstenaars komen uit de periode 1880-1950. Een periode die heel rijk was aan diverse kunststromingen. Meer dan de helft van de werken komt uit privébezit en werden zelden eerder vertoond. Het feit dat bekende en minder bekende Vlamingen hun licht werpen op de schilderijen waarmee ze een link hebben, geeft de audiovisuele rondleiding een verrassende persoonlijke toets. Je luistert er onder anderen naar Bart Somers over ‘Kaai te Mechelen’ van Anna Boch of Arno over ‘De dronkaards’ van James Ensor, Elodie Ouedrago bij ‘De tenor’ en ‘De Soprano’ van Alfred Ost en Dirk De Wachter bij het prachtige ‘De Wiedster’ van Constant Permeke.

De Dronkaards, 1883 – James Ensor

In de historische Heilige Geestkapel uit de 13de eeuw, vertelt Jo De Meyere tenslotte levensverhalen bij werken van Xavier Mellery, Eugène Laermans, Prosper De Troyer, Léon De Smet, Floris Jespers, Frits van den Berghe en Emile Claus. Van deze laatste het onlangs in de kelder van het kasteel van Potegem (Waregem) teruggevonden ‘Het Hanengevecht’ uit 1882.

Het Hanengevecht, 1882 – Emile Claus

Wat de kunstbeleving in dit kunstuur nog aangenamer maakt is de door Dirk Brossé gecomponeerde muziek die naast de verhalen, via je eigen oortjes of de koptelefoon van het museum, te beluisteren is.

Nadien nog wat gezellig en coronaproof (per vier aan tafel) napraten op het terras van cultuurcafé KUUB kan een leuke afsluiter zijn. Wij, een groepje oud-collega’s, moesten er donderdagmiddag een koude meiwind trotseren. Dat namen we er echter, na al die maanden, wel even bij. Hoop op beter weer en iets meer versoepeling, doet leven!

Meer info: Het Kunstuur 2 – Mechelen

%d bloggers liken dit: