De vorm van vrijheid – Paul Scheffer

Een urgente waarheid over ons moreel ongemak in de omgang met grenzen

Advertenties

Terwijl in de nationale politiek het debat woedde over de ondertekening van het VN-Migratiepact lag op mijn leestafel het recentste boek van Paul Scheffer dat op het achterplat een urgent boek over ons morele ongemak in de omgang met grenzen wordt genoemd. Ik nam voor het eerst kennis van het gedachtegoed van Paul Scheffer via de VAM-lezing Moslims in een open samenleving die me aanzette om ook zijn boek Het land van aankomst, De Bezige Bij, 2013 te lezen. In verband met het voorliggende boek schrijft het NRC Handelsblad:

Scheffer die bereid is ongemakkelijke inzichten serieus te nemen en zich daarbij niet te veel lijkt te bekommeren om aaibaarheid, komt de prijs voor intellectuele moed toe.

Al sinds Paul Scheffer de val van de Berlijnse Muur meemaakte, is hij geïntrigeerd door grenzen. Naar aanleiding van de vluchtelingencrisis, het vertrek van de Britten uit Europa en de muur die Trump wil bouwen, heeft Scheffer zijn ideeën geordend en verder uitgewerkt. Voor hem bestaat er geen vrijheid zonder vorm: een open samenleving vraagt om grenzen. Maar hoe voorkomen we dat opnieuw muren worden opgetrokken? 

Na een voorwoord over Grensverkenningen met betrekking tot de open samenleving en haar grenzen heeft de auteur het in het eerste hoofdstuk over De wraak van de geografie waarin hij duidelijk maakt dat het ideaal van wereldburgerschap De ontdekking van de wereldburger, in weerwil van alle vooroordelen die de verlichtingsdenkers hadden, een erfenis is die toch ver reikt. Het kosmopolitisme blijft een waardevol ideaal omdat het voorbij de verschillen de mensheid als eenheid wil denken. Maar dit ideaal stuit op een weerbarstige werkelijkheid, Tataren in de buitenwijk, want volgens Zygmut Bauman bevrijdt de globalisering van de moderne tijd slechts de elitaire bovenlaag van de bevolking. Het gaat bij deze groep om een multiculturalisme dat weinig ruggengraat heeft en vooral de afstanden tussen groepen vergroot. Diversiteit is slechts waardevol als ze de kennis vergroot en de vrijheid dient. De huidige debatten over het kolonialisme komen vaak neer op de patstelling: uitvlakken of uitgevlakt worden. De idee dat de geschiedenis van de één moet wijken voor die van de ander is geen uiting van diversiteit. Kosmopolitisme onderschat eveneens de hedendaagse conflicten waarbij in de internationale politiek de macht het lijkt te winnen van de moraal. De open samenlevingen moeten zich beschermen tegen de gevolgen van de wereldwanorde in onze directe omgeving. Kosmopolitisme miskent de gewelddadige conflicten die de internationale politiek nog steeds tekenen. ‘Het oude continent wordt omgeven door een bloedige keten van staten in verval'[…]’De uitgebreide Europese Unie – waar conflicten op het slagveld van de vergadertafel worden uitgevochten – is het beste voorbeeld van een pacificatie van oude tegenstellingen. […] Inmiddels namen achtentwintig landen deel aan deze ‘eeuwige vrede’: een project zonder precedent. In onze wereld staan openheid en eigenheid steeds meer tegenover elkaar terwijl we juist zouden moeten leren omgaan met de spanning tussen beide houdingen – een spanning die hoort bij een levende democratie.’

In De waarde van nabijheid heeft Scheffer het over de nieuwe breuklijnen in onze samenleving tussen de beweeglijke bovenlaag en de honkvaste meerderheid die leiden tot sociale en politieke spanningen. Dit zou je de wraak van de geografie op de politiek kunnen noemen. Globalisering trekt de middenpartijen uiteen, het populisme spint er garen bij want het brengt het onbehagen van de meerderheid onder woorden. Het midden slaagt er niet in zichzelf opnieuw uit te vinden. De onmacht zou dan ook een rauwere uitweg kunnen zoeken. Zo is volgens Daniël Cohn-Bendit het drama van de EU dat de mensen er geen bescherming in zien. Afschaffing van binnengrenzen zonder dat er een effectieve handhaving van een gemeenschappelijke buitengrens is georganiseerd, symboliseert deze ontbrekende bescherming. Gehoor geven aan deze roep om bescherming is niet ‘ondemocratisch’, getuigt eerder van vertrouwen in het zelfcorrigerend vermogen van de democratie. Maar over de mogelijke gecombineerde kracht van het populisme in de EU maakt voormalig president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, zich wel zorgen. Dat zou het einde van de EU betekenen. Sommigen zien een parallel tussen de periode voor 1914 en deze na 1970: beide worden gekenmerkt door globalisering en groeiende ongelijkheid. Dit is geen natuurlijke ontwikkeling, aldus de auteur, maar het gevolg van menselijk handelen. Als er geen rekening wordt gehouden met het minder mobiele overgrote deel van de bevolking kan de globalisering overslaan in ongelijkheid en vervreemding.

Digitalisering is daarom een zeer belangrijke toetsteen als het gaat om de betekenis van grenzen. In een derde subhoofdstuk Het digitale schaduwbeeld stelt zich de pertinente vraag: wie is er nog aansprakelijk voor de virtuele wereld waar het – denk maar aan de financiële crisis – gaat om verdampende aansprakelijkheid die werd afgewenteld op de belastingbetaler. De zegeningen van het internet zijn anderzijds ook: de samenballing van kennis, de immens groeiende bibliotheek die vooruitgang meebracht maar die toch vraagt om nieuwe regulering wil ze niet omslaan in een grenzeloze onvrijheid. De informatiesamenleving laat zien dat vrijheid zonder vorm omslaat in onvrijheid. Wie in dit opzicht privacy relativeert en commercialiseert, stelt zich gelijk aan wat totalitaire staten doen namelijk diep binnendringen in het privéleven van hun burgers. Ontsporingen op dit terrein vragen om nieuwe regulering. Zonder een tegenbeweging, meent de auteur, zullen we meemaken hoe de grenzeloze informatisering gaat leiden tot een verder krimp van het private en het sociale domein, de twee peilers van onze democratische rechtstaat.

Het tweede hoofdstuk handelt over De eeuw van de migratie. In het subhoofdstuk De bonus van burgerschap stelt de auteur: ‘ Een open samenleving heeft grenzen nodig. Naarmate we de samenleving beter vorm kunnen geven zullen mensen meer geneigd zijn om verandering te verwelkomen. Is het tegenovergestelde het geval wordt de migratie tot zinnebeeld van een globalisering die ‘out of control’ is, dan zal het verlies van vertrouwen van burgers in de overheid en van burgers onderling verder toenemen. Datzelfde geldt voor de humanitaire verplichting die we hebben tegenover vluchtelingen. Ook hier gaan aanpassingsvermogen en ordeningsstreven samen. Migratie vraagt om oriëntatie: zo blijven we een open samenleving die binnen grenzen de meerwaarde van migratie kan omarmen en humanitaire verplichtingen nakomt.’ In De exodus en ons geweten meent hij o.a dat je ‘Angela Merkel kunt verwijten dat ze haar praktische improvisatie in een situatie van nood heeft verheven tot de principiële overtuiging dat het welkom onbeperkt moet blijven gelden. Ondertussen probeerde ze stap voor stap te praktiseren wat ze retorisch bleef herhalen.’ De overtuigingsethiek staat hier tegenover de verantwoordelijkheidsethiek die de voorzienbare gevolgen noemt van een grenzeloze opvang met name toenemende spanningen en agressie in de samenleving. De auteur argumenteert ook dat vergrijzing nooit het argument kan zijn voor omvangrijke immigratie. En dat het hier om onmacht gaat, dat de EU-grenzen niet meer te controleren zijn, haalt hij als argument eveneens onderuit. Om onmacht gaat het niet als we de deal met Turkije, Libië en Marokko beschouwen en al helemaal niet over een morele opdracht. De EU zou zich in de toekomst beter moeten gaan opstellen als ‘een beschermende buffer die het mogelijk maakt in een woelige wereld een eigen samenlevingsvorm na te streven.’ En dan is er nog het rechtsargument: ‘we kunnen de grenzen van de EU beter controleren maar het vluchtelingenverdrag maakt zo’n indamming van de vluchtelingenstroom onmogelijk.’ Daartegenover stelt de auteur dat het internationale volkerenrecht juist gebouwd is op de effectieve aanname van een effectieve zeggenschap over een grondgebied. Deze juridische benadering kan echter omslaan in depolitisering die niet alleen de richting verhult – volkenrechtelijke ruimhartige uitleg van rechten van migranten en vluchtelingen – maar ook kan omslaan in een erosie van de democratie wat we trouwens reeds rondom ons zien gebeuren. De auteur voegt er echter de wezenlijke tegenstrijdigheid in het volkenrecht aan toe waarop de Britse filosoof Michael Dummett wijst met name dat ‘de keuze om te emigreren een universeel mensenrecht is maar dat het botst op het beperkende immigratiebeleid, dat nog steeds valt onder de nationale soevereiniteit.’ Mensenrechten zijn dus universeel, burgerrechten territoriaal. Zo komt Scheffer tot het besluit dat we staan voor de keuze van onbegrensde opvang tegen de prijs van tweedeling (de mogelijke kiem van barbarij die gemakkelijk kan overgaan in woede en agressie ) of begrensde opvang met waarborg van burgerschap.

Wat blijft een verantwoordelijk burgerschap dan over dan Een kritische grens heroverwegen? Hoe vergaat het migranten na hun aankomst en waar liggen de grootste knelpunten voor de ontvangende samenlevingen? Wat is hun staat van integratie? Het is tijd om alle schuldtoewijzingen achterwege te laten, aldus de auteur. Er moet meer geluisterd worden naar het maatschappelijke midden. Als we over ‘de problematiek van migratie willen spreken moeten we ons richten op de arbeidsmigratie van laaggeschoolde mensen en op migratie uit samenlevingen die in normatief opzicht ver afstaan van de liberale democratie.’ Het wetenschappelijk debat dat over de kosten en baten van de komst van deze mensen wordt gevoerd gaat uit van grote meningsverschillen over wat in die balans moet worden meegewogen. We hebben zoiets nodig als een staatscommissie met mensen van buiten de politiek die zich buigen over het immigratiebeleid. Hoe zien we de ontwikkeling van de bevolking nu het overgrote deel van de groei gerelateerd is aan migratie? Er valt hier iets te kiezen en wel door tal van Europese landen. Cultuurhistoricus René Cuperus vraagt zich af waarom er wel een zwaar opgetuigd overlegmodel voor het vraagstuk van de ecologische duurzaamheid bestaat en niet voor dat van de maatschappelijke duurzaamheid. Het is eenvoudiger daarbij oplossingen te vinden voor sociale achterstanden als voor normatieve botsingen. Horen en wederhoren vormen hier de kern van een open samenleving. Tegelijkertijd kennen we uit de geschiedenis van de immigratie het fenomeen dat buitenlandse conflicten tot binnenlandse conflicten kunnen worden. Hoe gaan de oorlogen in onze nabijheid uitwerken op onze samenleving?

In De terugkeer van het kalifaat vestigt Paul Scheffer de aandacht op het wijd verbreide antisemitisme in de islamitische wereld (Indonesië, Pakistan, Turkije, Marokko). Een beeld van de Joden dat ook leeft bij de immigranten uit de huidige herkomstlanden. De feiten bewijzen dat dat niet zonder gevolgen is gebleven. Orthodoxie en fundamentalisme blijken geen randverschijnselen en dat zou kunnen verklaren waarom de idee van een moslimstaat zoveel aantrekkingskracht heeft. Volgens Scheffer toont deze nostalgie de onzekerheid van nogal wat moslims, die het contrast tussen hun eigen beeld van de islam als superieure beschaving en de pijnlijke achterstand van de Arabische wereld niet tolereren. Hij vindt ook dat veel westerse liberale democratieën hun ziel verliezen door de allianties die ze aangaan met bepaalde regimes in de Arabische wereld. Zijn conclusie: we compromitteren het idee van een open samenleving in de conflicten waarin we verstrikt zijn geraakt. Kortom: moraal kan niet zonder macht maar omgekeerd geldt ook dat macht niet zonder moraal kan. Alleen een fundamenteel debat over westerse interventies in het Midden-Oosten kan het jihadisme een halt toeroepen. Vrijheid van meningsuiting mag en kan geen ruimte bieden aan oproepen tot geweld. De vrijheid van meningsuiting is wezenlijk voor een vreedzame samenleving. Een open communicatie over het dreigingsniveau helpt ons om een open samenleving weerbaarder te maken. Naast goed politiewerk en een effectieve inlichtingendienst is de meningenstrijd een onontbeerlijk onderdeel van de poging om het jihadisme in te dammen. Open gesprekken over de motieven van de jihadgangers zijn noodzakelijk. Onze kernopdracht is trouw te blijven aan de beginselen van onze open samenleving dat is zelfs de voorwaarde om de radicale islam binnen en buiten onze grenzen het hoofd te bieden.

In het derde hoofdstuk heeft Paul Scheffer het tenslotte over De staat van Europa. Nu Na de pax Americana de VS zich op America first richten is de liberale democratie uiteengevallen in haar samenstellende delen. Volgens de politieke wetenschapper Yasha Mounk zien we nu de gelijktijdige opgang van illiberale democratieën (populisme dat recht van minderheden breekt) en ondemocratisch liberalisme (technocratieën waar globalisering zelfbeschikking uitholt). Beide trends blijken elkaar te versterken. De handelsoorlog die de huidige president van de VS heeft ontketend is gebaseerd op het idee dat Amerika de liberale wereldorde niet langer kan dragen. Hieruit moet duidelijk worden dat de kwetsbaarheid van Europa is vergroot: een veiligheid onder druk door de spanningen met Rusland over Oekraïne. China en Rusland vinden elkaar in een streven naar een multipolaire wereldorde waarin Amerika en Europa niet meer domineren maar een macht te midden van andere machten zijn. Rusland heeft bovendien 1989 nog niet verwerkt, stelt historica Anne Applebaum, en zou die toenmalige invloedssfeer graag herstellen. Een visie die niet door iedereen wordt gedeeld. De overhaaste uitbreiding van de NAVO en de EU heeft Rusland geprovoceerd volgens sommigen. Daarom rijst ook de vraag: raken we opnieuw in en langdurig conflict met Rusland en straks ook met China? De oude breuklijnen in Europa – burgers gericht op het Westen tegenover burgers gericht op Rusland – zouden kunnen zorgen voor een nieuwe patstelling en een instabiele verhouding tussen een reeks continentale machten. Terughoudendheid, diplomatie en neutraliteit moeten voor oplossingen zorgen menen sommigen. De geopolitiek is terug: machten markeren hun invloedssfeer en leggen de nadruk op soevereiniteit. Een ontwikkeling die ondersteund wordt door de BRIC- landen die ook een aandeel van de wereldgemeenschap opeisen. Autoritaire wereldmachten vergroten de druk op Europa.

Een verborgen vitaliteit. De pax Americana ligt dus achter ons en Europa zal meer op eigen benen moeten leren staan. Maar er is hoop: verdere eenwording wordt het antwoord op machtsverlies. Als we de Europese integratie niet alleen plaatsen in de context van de wereldoorlogen maar ook in die van de dekolonisering dan komen we op het spoor van een nieuwe manier van kijken naar het oude continent. Behalve de focus op de innerlijke tegenstellingen komt nu ook de wijdere wereld in beeld. Sommigen menen dat Europa zich daarbij niet alleen moet richten op de Arabische stilstand maar meer moet bezig zijn met de vooruitgang van de Aziatische landen. De noodzaak om in Europa met één stem te spreken is urgent anders worden we overvleugeld.

De Scenario’s voor de Unie houden een zeer urgente vraag in: op welke manier moet Europa – The Past is a foreign country – met zijn grenzen omgaan? Europa als een beschavingsideaal met alle taboes die bij een ideaal horen. De idee van de Europese integratie was dat de buitenlandse politiek (Griekse begrotingstekort wordt ons begrotingstekort) tot de binnenlandse zou worden. Hoever moet dit gaan? Het beleid van de hoofdsteden wordt nu al mede bepaald door Brussel. De vraag naar de politieke vorm van Europa – een federatie of juist meer ruimte voor nationale staten – kan niet langer worden uitgesteld. De Unie heeft en nieuwe grondslag en een nieuwe legitimatie nodig. Zonder vergezicht gaat het niet meer. De integratie is te ver in het dagelijkse leven van de burgers doorgedrongen: crisismanagement en improvisatie schieten tekort. Er is gebrek aan oriëntatie in de Unie. De twee krachten die in de Unie op elkaar botsen – europeanisering (federalisten) en nationalisering (nationalisten) – hebben hun eigen rechtvaardiging. Als ‘identificatie een uitdijende kring’ is schept elke grens ook een ‘wij’ en een ‘zij’. Hoe kan dan de kring van binnenstaanders worden verruimd? Kunnen we in Europa de kring van mensen met wie we ons vereenzelvigen duurzaam uitbreiden? Er valt iets voor te zeggen dat doorheen de voorbije crises een besef is ontstaan van een Europese gedeelde ruimte. Een vooruitgangsideaal in onze tijd is dat de kring van medeburgers kan worden uitgebreid tot buiten onze landsgrenzen in het besef dat die grenzen er nog steeds toe doen. Eigenlijk gaat het erom dat we alle EU-ingezetenen als medeburgers gaan beschouwen, een ver perspectief dat vraagt om een lingua franca, een voertaal, naast de nationale taal zodat er een grensoverschrijdende ruimte van democratische meningsverschil kan ontstaan. Geforceerde integratie overvraagt burgers en ontwricht staten. Het doel van de Unie moet niet de kleinering maar de bestendiging van natiestaten zijn. Een Europa dat bescherming biedt heeft tot doel de nationale legitimiteit van de nationale parlementen, verzorgingsstaten en rechtstaten te versterken in een tijd van globalisering. Paul Scheffer is formeel: als de Unie op de technocratische weg voortgaat, zal de populistische doorbraak komen. Hij stelt dat we een grondwettelijk verdrag nodig hebben waarin op een limitatieve wijze de bevoegdheden van de Europese instellingen wordt vastgelegd en dan een echte volksraadpleging over dat verdrag. Zo’n grondwettelijk verdrag sluit de verdere integratie niet uit – we hebben een Europees veiligheidsbeleid nodig – maar krijgt de vorm van een bewuste grondwettelijke keuze. De Europese Unie kan alleen overleven wanneer een duurzame middenweg wordt gevonden tussen nationalisme en federalisme want de poging om de nationale staten te reduceren tot deelstaten zal een hevig nationalisme oproepen terwijl het hele idee van de Unie juist was om dat te beteugelen. Alleen zo kan de Unie de opdracht het hoofd bieden die haar plaats in de wereldwanorde moet bepalen.

Een dwang tot grote politiek. Naast het motief van de integratie komt steeds duidelijker het motief van de machtspolitiek te staan. Beide hoeven niet tegenover elkaar te staan: moraal zonder macht is kansloos in de wereldwanorde. Het omgekeerde is ook waar. De zoektocht naar de rechtvaardiging van grenzen heeft geleid tot de conclusie dat vrijheid om een vorm vraagt. Wil Europa bescherming bieden aan zijn burgers dan zal het voorrang moeten geven aan zijn buitengrenzen. De omvang en de ontwikkeling van het budget van Frontex laten de halfslachtige omgang met de buitengrens zien. Dit is echter aan het veranderen. Waar critici beweren dat er een hoge muur rond Europa is opgetrokken weten de uitvoerders van Frontex wel beter: ‘De opheffing van de binnengrenzen heeft niet geleid tot een buitengrens.’ Trouwens een grens sluit niet het menselijk verkeer af maar reguleert wel de stroom van mensen. Wat nu wordt voorgesteld als onhaalbaar is een uitvloeisel van een slecht doordachte integratie en een morele onzekerheid. En er is geen reden om aan te nemen dat de wereld die voor ons ligt het koesteren van afzijdigheid zal belonen. Europa wordt nu blootgesteld aan een dwang tot grote politiek maar zo’n grote externe rol kan leiden tot interne spanningen. Scheffer meent dat het al een grote stap vooruit zou zijn wanneer een veiligheidsbeleid vorm krijgt dat zich richt op de buitengrens en op de landen die in de nabijheid van de Unie liggen. Op dit vlak zou een terugval op een machtsrealisme van voor 1989 niet alleen een verraad zijn aan de waarden die de EU-eenwording dragen, het zou ook geen duurzame oriëntering in de wereldwanorde meebrengen. De democratische aspiraties in de andere delen van de wereld – ook al kijken hun leiders de andere kant op – zou wel eens reëler kunnen zijn dan we vermoeden. Het dilemma van macht en moraal zal ons blijven achtervolgen. Zo’n grote politieke rol in de wereld is niet mogelijk zonder een duidelijk idee over de omtrekken van de Unie. Dat de grens nu zover in het oosten en het zuiden ligt is de grootste bijdrage aan de vrede in Europa.

Het pleidooi om grenzen gaat dus niet over ons afsluiten van de noden van onze omgeving maar wel om een rechtvaardiging van grenzen, een zoektocht naar het morele midden dat nu naar de achtergrond dreigt te verdwijnen. Zonder bescherming neemt immers de verleiding toe om muren op te trekken. Zonder democratische alternatieven zal de autoritaire verleiding zich doorzetten. De opdracht is helder: we moeten voorkomen dat in een wereld waar de grenzen gemakkelijker worden overschreden de vrijheid omslaat in onvrijheid.

Poëzieparcours: Vrijheid – 2 jan t/m 6 feb – Maastricht

Zonder handen, zonder tanden

Geen woord zo vrij als vrij
Het weert wat men verbiedt
Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij
Maar wat is dan ‘gastvrij’?
(Ontdaan van vreemdelingenwaan?)
En vogelvrij: een doel, een straf?
Of een verzuchting op een graf?
Hier ligt hij: Eindelijk vrij.

Tom Lanoye

Onder het motto ‘een wandeling door Maastricht van gedicht tot gedicht’ kunt u in de maand januari een Poëzieparcours volgen langs Centre Céramique, een aantal boekhandels, antiquariaten en winkels. In aansluiting bij het landelijk thema van de Poëzieweek is Vrijheid deze editie de leidraad bij de selectie.

Vrijheid is dit jaar het thema van de Maand van de Poëzie en van de Poëzieweek (31 januari  t/m 6 februari), met daarbij het motto ‘ Zonder handen, zonder tanden’. Het is de titel van een gedicht van Tom Lanoye, de schrijver van het Poëziegeschenk in 2019.
Vrijheid is kwetsbaar en niet vanzelfsprekend en moet daarom gevierd worden. Nederland doet dat op 5 mei, België op 11 november. De Poëzieweek viert de vrijheid van 31 januari t/m 6 februari. Vrijheid gaat om vrij zijn van bezetters, maar je ook vrij voelen als individu. Poëzie is bij uitstek het genre om diverse vormen van vrijheid te bezingen. In een gedicht is alles mogelijk!

Als opmaat naar de Gedichtendag laten de deelnemers voor het dertiende jaar een bekend gedicht in de etalage zien. Boekenlegger met route is vanaf 2 januari gratis verkrijgbaar bij de klantenservice van Centre Céramique en andere deelnemers: Week in, Week uit, De Verwondering, Librairie Stille, Ruyters & De Koning Wijn en Antiek in Wiek, Galerie Amarna, Darq: an amazing chocolate & coffee experience, Drukkunstmuseum, Alley Cat bikes & coffee, Gezondheidswinkel Balsemien, Boekhandel Dominicanen, Lampada, De Tribune, Baccara Bloemen en meer, Hotel Dis, en Universiteitsbibliotheek.

Startpunt van de route: Centre Céramique

Meer info: Maastricht Boekenstad

Niewjaarswens