Er staat te gebeuren – Miriam Van hee en Hester Knibbe – Gedichtendag 2023

Veertien kilometer – dit is heen en terug – naar de meest nabije Standaard Boekhandel gefietst vandaag voor het Poëziegeschenk 2023, en de Poëzieposter 2023, beide nog op voorraad. Heerlijk grasduinen was het tussen de poëziebundels verzameld op een klein rek, amper een meter breed.

Poëzieposter en Poëziegeschenk 2023

De poster bevat twee gedichten uit de bundel Er staat te gebeuren die het motto Vriendschap heeft haar merkwaardige kanten van de Britse schrijver V.S. Naipaul (1932 – 2018) meekreeg. Myriam Van hee en Hester Knibbe schreven elk vijf gedichten voor de geschenkbundel.

Na een eerste lectuur viel mijn keuze op het eerste en het vijfde gedicht van Miriam Van hee. Het eerste we brachten de tijd aan het zwembad door vertelt observerend – filosofisch (Hoe kan ik vriendjes maken?) hoe vriendschap tussen kinderen tijdens een zomervakantie (in Frankrijk ?) ontstaat. Het vijfde hoe moest je een vriendschap redden, schrijven schetst hoe van snelle eerder afstandelijke clichébrieven een vriendschap groeit naar een intiemere schrijfvriendschap die verlangend uitkijkt naar een antwoord.

Van Hester Knibbe vond ik het tweede gedicht In elk hoofd woont een waarheid en als die, raak weergeven met zeer treffende metaforen hoe moeilijk vriendschapsrelaties soms kunnen zijn. Zo herkenbaar! Het derde gedicht Er was een oude vrouw met een kamer een keuken, schildert hoe een oude vrouw die bescheiden woont, met hart ruimte maakt voor oorlogsvluchtelingen, omdat het kon duren. Eenvoudig mooi!

De quote van V.S Naipaul wordt door de tien gedichten alle eer aangedaan: ze leggen elk een merkwaardige kant bloot van beide dichters.

Drie andere bundels komen voortaan het rek poëzie aanvullen in mijn boekenkast: Een handjevol Vriendschap – Liz is More, Pelckmans, 2022 – Aan tafels – Een gedicht, Joke van Leeuwen, Querido, 2022 – Natuur – Gedichten samengesteld door Marieke Lucas Rijneveld, De Bezige Bij, 2022

Via de Luisterpuntbibliotheek kan het poëziegeschenk ook beluisterd worden.

‘Als er vertrouwen is, kan vriendschap een leven lang mee.’ Interview met Miriam Van hee en Hester Knibbe

Wat als… twee vrienden zich buigen over het thema vriendschap? In het Poëzieweekgeschenk Er staat te gebeuren nemen de dichters Hester Knibbe en Miriam Van hee de eigen vriendschap niet als middelpunt, maar als subtiel uitgangspunt: het is een voorrecht om vanuit zo’n diepgaand vertrouwen naar de wereld om zich heen te kunnen kijken.

Cover Poëeziegeschenk 2023

Tien gedichten. Tweemaal vijf. De Nederlandse dichter Hester Knibbe en de Vlaamse Miriam Van hee gingen niet plots en spontaan samensmelten toen ze de opdracht aanvaardden om samen het Poëzieweekgeschenk te schrijven. Al bijna veertig jaar zijn ze in elkaars leven, en zo ook onvermijdelijk in elkaars taal en zelfs gedichten. Maar ze blijven twee unieke vrouwen, bijzonder en apart. En dat is goed. Want om vriendschap duurzaam te maken, moet je de nieuwsgierigheid naar de ander in stand houden. In Er staat te gebeuren lees je daarom vooral wat er in elkaars leven voorbijkomt en wat er zoal gebeurt als de ander er even niet is. Want vriendschap ontstaat niet alleen in de gedeelde beleving, maar ook in het vertellen aan elkaar: ‘In het Franse woord voor “goed overeenkomen”, s’entendre zit het woord “entendre”: horen wat de ander zegt.’

Met dank aan Poëziecentrum en Poëziekrant

Aftellen naar Gedichtendag 2023!

U hebt het wellicht allang ergens via de media opgevangen: we tellen af naar Gedichtendag 2023! Over een week is het zover.

Poëzieweek 2023 start zoals altijd op Gedichtendag, donderdag 26 januari 2023, en loopt t.e.m. woensdag 1 februari 2023.

Vriendschap: vrienden steunen, lachen, luisteren, beleven, inspireren. Vrienden zijn een essentieel deel van wie we zijn en worden. Ook poëzie kan je vriend zijn. Gedichten helpen ons om vreugde en verdriet te delen, om die gevoelens een plaats te geven waarvoor je zelf geen woorden hebt.

Poëzieweek 2023 viert de vriendschap in al zijn facetten: de vriendschap met de buren in de straat of met pennenvrienden ver weg, de vriendschap van lang geleden of van vorige week op een zonnig terras. De vriendschap tussen oud en jong en met alle kleuren van de regenboog.
Poëzie maakt belangrijke momenten tastbaar en alledaagse momenten kostbaar.

De auteurs die dit jaar het Poëziegeschenk schrijven, belichamen het thema vriendschap op verschillende manieren. Niet alleen koesteren ze een literaire vriendschap over de grenzen heen, de Nederlandse Hester Knibbe en de Vlaamse Miriam Van hee, zijn ook in het dagelijks leven al decennialang ‘besties’.

De eerste gedichten van Hester Knibbe (Harderwijk, 1946) verschenen in 1981 in War, tijdschrift voor arbeidersliteratuur. In 1982 verscheen haar debuutbundel Tussen gebaren en woorden. Voor Een hemd van vlees (1994) werd ze genomineerd voor de VSB-prijs. Ze won toen niet, maar ze ontving de prijs later alsnog, voor de bundel Archaïsch de dieren (2014), waarmee ze ook genomineerd was voor de Paul Snoekprijs en de KANTL-prijs. Voor de bibliofiele editie Anti-dood won ze in 2000 de Herman Gorterprijs. Haar recentste bundel is Inzake dit huis (2020), waarin Knibbe zich buigt over de liefde, over behouden en loslaten, macht en onmacht.

Hester Knibbe won twee oeuvre-prijzen: de Anna Blaman Prijs (2001) en de A. Roland Holst Penning (2009). In 2010 won ze de Gedichtenprijs voor het gedicht ‘Oogsteen’. foto: Arent Knibbe

Miriam Van hee (Gent, 1952) is een Vlaamse dichter en literair vertaler. Ze debuteerde in 1978 met de bundel Het karige maal, waarvoor ze meteen bekroond werd met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. Ook de bundels die ze daarna publiceerde werden geregeld bekroond: voor Winterhard (1988) won ze de Jan Campert-prijs, voor Reisgeld (1992) kreeg ze de Dirk Martensprijs, voor Achter de bergen (1996) won ze de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. In 2008 sloeg ze een dubbelslag met Buitenland. Ze won zowel de juryprijs van de Herman de Coninckprijs voor de hele bundel, als de publieksprijs voor het beste gedicht voor ‘Zomereinde aan de Leie’. Voor haar recentste bundel Als werden wij ergens ontboden (2017) ontving ze namens de Vlaamse regering in 2017 de Ultima voor de Letteren. foto: Lieve Blanquaert

Hester Knibbe en Miriam Van hee schrijven naarstig verder aan Er staat te gebeuren. Het resultaat kun je lezen vanaf 26/01/2023, door een Poëziegeschenk te bemachtigen via jouw deelnemende boekhandel. De cover werd fraai vormgegeven door Armée De Verre. In het ontwerp werd gekozen voor twee kleuren die in elkaar overgaan om zo het thema vriendschap te weerspiegelen. Op de achterflap zul je volgende tekst kunnen lezen: “Voor wie bij zijn verstand is, gaat vriendschap boven alles” zegt Horatius. Wij beamen dat volmondig. In 1985 ontmoetten we [Hester Knibbe en Miriam Van hee] elkaar voor het eerst tijdens Poetry International, een ontmoeting die resulteerde in een durend contact. Poëzie als basis voor een hechte vriendschap.

Bron: Poëzieweek 2023

Proloog Dieric Boutsjaar Leuven in Museum M en de Sint-Pieterskerk

Het Boutsproject van M Leuven (20 oktober 2023 – 14 januari 2024) geeft Dieric Bouts een nieuwe plaats in de kunstgeschiedenis. Nooit eerder kwamen zoveel werken van de Vlaamse meester bijeen in zijn thuisstad. Bovendien krijgen we een totaal nieuwe kijk op werk van meer dan vijf eeuwen oud — door het radicaal
te confronteren met de beeldcultuur van vandaag.
‘1

Gedurende een lezing, in een venueruimte van M, over ‘the making of’ de Boutstentoonstelling door Isabelle Van den Broeke, diensthoofd tentoonstellingen, werd het ons duidelijk wat de opbouw van zo een groots project met zich brengt. Welk perspectief of welke invalshoek wordt vastgelegd en welke experten kunnen daarvoor aangetrokken worden? Welke werken kunnnen naar Leuven gehaald worden? Welke budgetten zijn ervoor beschikbaar? Hoe zit het met de verplaatsingen van de werken en de verzekeringen ervoor? Welke onderhandelingen moeten gevoerd worden en welke ruilafspraken kunnen toegestaan worden? En het Stadsfestival dat ermee gepaard zal gaan: welke activiteiten worden op dat vlak gepland? Kortom een interessante uiteenzetting voor elke leek in deze materie.

Hoogaltaar – gids geeft uitleg over de Sacramentstoren (links) in Sint- Pieterskerk.

Nadien werd de groep van een 40-tal personen gesplits en trokken we met 2 gidsen naar de Grote Markt voor een rondleiding in de Sint-Pieterskerk. Topstukken hier waren, naast de interessante geschiedenis van het ontstaan van de kerk en de restauratieactiviteiten doorheen de jaren, de prachtige polychrome Sedes Sapientiae, de Maquette van de westertoren, de Sacramentstoren, het antieke houten koorgestoelte, het doksaal (Tussen hemel en aarde) waarop het Triomfkruis, De Edelheeretriptiek kopie van Rogier van der Weydens Kruisafneming en last but not least de twee triptieken Het Laatste Avondmaal en Het martelaarschap van de Heilige Erasmus van Dieric Bouts.

UTF-8 Tilman Riemenschneider, 1495 – Maagd vd Annunciatie – foto: frie peeters

Wie op dat ogenblik nog zin en tijd had kon de prachtige tentoonstelling Albast in M gaan bezoeken met audiogids. Ook dat werd een mooie, verrassende ervaring. Het verschil leren kennen tussen vb. carreramarmer en albast, of over hoe de herkomst van het albast van elk beeld kan teruggevoerd worden tot diverse albastgroeven in Europa als Nottingham (UK), Harz (DE), Volterra (IT), Andorra (ES), de Alpen (FR); over de ontginning ervan als eerder kleine knollen en het werk dat nodig is om een groot beeld daaruit samen te stellen, of hoe de rijken het materiaal prefereerden boven goud voor hun graftomes …

Safe in their albaster chambers -
Untouched by Morning
And untouched by noon -
Sleep the meek members of the Resurrection [...]

Emily Dickinson - 'Safe in their Albaster chambers'
Slapende nimf, Willem van den Broecke (toegeschreven aan), ca. 1560 © Rijksmuseum, Amsterdam

De hele tentoonstelling is tot stand gekomen door de samenwerking tussen het Musée du Louvre, Parijs en M museum, Leuven. Enkele topstukken werden daarvoor naar M gehaald zoals het Grafmonument van Philippe Chabot (Musée du Louvre) en La Mort de Saint- Innocent (Musée du Louvre). Maar ook topstukken uit de Lage Landen, die het centrum waren van de albastkunst in Europa de 16de en 17de eeuw, kregen er een plaats. In de renaissance, werden ook albasten altaarstukken en retabels zeer populair in Europa. Een prachtig sluitstuk van de tentoonstelling is in dit verband het Sint -Annaretabel uit de Celestijnenkerk van Heverlee. Het retabel is gewijd aan Anna en aan haar rol in de verlossingsgeschiedenis. Omwille van haar belang in de menswording van Christus en de verlossing van de mensheid als moeder van Maria en grootmoeder van Christus, werd zij sinds het einde van de vijftiende eeuw vaak vereerd. Anna zelf komt slechts een keer op het retabel voor, in het allereerste paneel linksonder dat de Geboorte van Maria toont. 2

Sint-Annaretabel van Robrecht Colyns de Nole (17de eeuw)- Celestijnenkerk – Hevrelee

Wist je ook dat vandaag de dag albast nog steeds veelvuldig gebruikt wordt voor kunst én kitsch? Het materiaal heeft een heel eigen geschiedenis met de Lage Landen als toonaangevend centrum. Omdat het albastverhaal niet eindigt in de 17de eeuw heeft M ook albastsculpturen van een hedendaagse albastkunstenaar, de Belgische Sofie Müller, opgenomen in de tentoonstelling. In haar praktijk staat de materialiteit van het albast centraal: de ruwheid van de albastknol tegenover de fluwelen zachtheid van het gepolijste eindproduct. Het is op dit spanningsveld dat ze de fragiliteit beitelt van de menselijke psychologie, de imperfectie van de mens.

Sofie Muller (1974°) 2016 / 2020- foto’s: frie peeters

Nog tot 26 februari in M: Albast

Bronnen:

  1. Pers en Media M info: Boutstentoonstelling
  2. Website Barok in Vlaanderen/Vlaamse kunstcollectie

Het oratorium Theodora (1749) van Georg Friedrich Haendel (1685-1759) – Em. prof. Ignace Bossuyt -KU Leuven, Faculteit Letteren, Onderzoeksgroep Musicologie

De schepping van het oratorium in het Engels staat op naam van de geïtalianiseerde Duitser Georg Friedrich Haendel. Vooral vanaf 1739, toen de interesse voor de Italiaanse opera in Londen begon te tanen, legde Haendel zich toe op het oratorium, zoals de opera een bij voorkeur dramatisch genre, maar niet-scenisch uitgevoerd (al bood het soms wel mogelijkheden daartoe), overwegend op Bijbelse thema’s (vooral het Oude Testament). Ze zijn wel niet te beschouwen als ‘religieuze’ en nog minder als ‘liturgische’ werken. De Engelse oratoria werden overigens in dezelfde theaters uitgevoerd als de Italiaanse opera’s en niet in kerken. Het etiket ‘religieus’ kregen ze vooral opgekleefd door het overweldigende (en duurzame) succes van Messiah (1741), dat, zoals Israel in Egypt, geen dramatisch, maar een episch koor-oratorium is, exclusief gebaseerd op Bijbelteksten, zonder echte intrige en veeleer contemplatief van aard. De andere oratoria zijn geschreven op speciaal geschreven libretti, zoals de Italiaanse opera’s, waarin sterke, heldhaftige personages optreden, een thematiek die erg in de smaak viel van het Engelse publiek wegens de combinatie van ontspanning en ‘lering’, ‘entertainment and edification’. Het ‘belerende’ is vaak ook doordrongen van patriottische ideeën, met name de verheerlijking van het Engelse koningshuis (zoals Judas Maccabaeus, gecomponeerd na het neerslaan van een opstand in Schotland.

Haendels voorlaatste oratorium Theodora is qua thematiek een uitzondering omdat het gebaseerd is op een vroegchristelijke heiligenlegende, dat de componist uitwerkt als een bijzonder sterk drama, met uitstekende karaktertekeningen. Zoals steeds bij Haendel neemt het koor een centrale plaats in: het neemt actief deel aan de handeling of geeft moraliserende commentaar (zoals in het Griekse drama en onder invloed van de toneelwerken van de Franse auteur Jean Racine). De stilistische veelzijdigheid van de koren is verbluffend. Daarnaast bevat het oratorium de ingrediënten typisch voor de opera: verhalende en dramatische recitatieven en lyrische en dramatische aria’s waarin Haendel zijn talent om met vaak minimale middelen een maximum aan emotionele expressie te bekomen meesterlijk tentoonspreidt. Het orkest speelt daarbij ook een cruciale rol.

Het libretto is van de hand van Thomas Morell, Haendels belangrijkste Engelse librettist, naar het boek van de filosoof en scheikundige Robert Boyle (1627-1691), The Martyrdom of Theodora and Didymus.

Theodora en Irene

Personages:

Theodora (sopraan), christin – Irene, haar gezellin

Didymus (alt), Romeinse officier en christen – Septimius (tenor), Romeinse officier, vriend van Didymus

Valens (bas), Romeinse stadhouder van Antiochië – een bode (tenor)

Koor van christenen – Koor van heidenen (SATB)

Orkest: strijkers, dwarsfluit (2), hobo (2), fagot, hoorn (2), trompet (2), pauken, basso continuo.

DVD: Theodora (solisten, koor, Les Arts Florissants, o.l.v. William Christie – NVC Arts 0630-1581) – scenische uitvoering in een regie van Peter Sellars

Korte inhoud

Valens geeft opdracht dat iedereen op de verjaardag van keizer Diocletianus hulde moet brengen aan de keizer op een feest ter ere van Jupiter. Hij spreekt dreigende taal tegenover de christenen die weigeren. Hij wenst snel het besluit van Theodora te vernemen: ofwel offert ze aan de goden ofwel valt zij ten prooi aan de wachters. Zij wordt gevangen genomen; zij raakt in paniek, maar vat ook moed door de gedachte aan het paradijs. Didymus bekent aan Septimius dat hij christen is en Theodora bemint. Hij krijgt van hem de toestemming om Theodora te bezoeken. In de gevangenis slaagt Didymus er na veel aandringen in haar te overtuigen om van kleren te verwisselen zodat zij kan ontsnappen. Wanneer Theodora door de christenen met blijdschap wordt onthaald, brengt een bode het bericht dat Didymus veroordeeld is. Theodora hoopt dat zij hetzelfde lot mag ondergaan en geeft zich aan. Septimius probeert tevergeefs hen nog te redden, maar Valens weigert en beslist uiteindelijk dat ze beiden zullen sterven. In de slotscène overdenkt Irene de kracht van de liefde die de dood overwint. Het grandioze slotkoor O love divine, thou source of fame, is een verheerlijking van de goddelijke liefde.

In zijn tijd was het oratorium geen groot succes, maar later werd het als een van Haendels meesterwerken onthaald – en terecht. Haendels inleving in de psyche van de personages is meesterlijk: de machtsgeile stadhouder Valens, de tedere, maar rotsvast aan haar geloof getrouwe Theodora, haar liefdevolle gezellin Irene, de beminnelijke, maar standvastige Didymus, de aanvankelijk woedende Septimius, de rechterhand van Valens, die evolueert naar een begripvolle medestander van Didymus en Theodora.
Het werk bulkt van de memorabele, ontroerende momenten, zoals de scènes in de gevangenis (Theodora alleen en de confrontatie met Didymus), het optreden van Septimius die de ultieme straf nog poogt te verhinderen, de reacties van de christenen onder leiding van Irene, de terdoodveroordeling en de executie van Theodora en Didymus.

In dit werk raken Haendel – en Morell – een aantal universele thema’s aan die de mens, toen en nu, beroeren: vastberadenheid (de ‘constantia’), waarheidsliefde, eerbaarheid, aanvaarding van het levenseinde, martelaarschap, offerbereidheid, doodsverlangen en zelfdoding, de onafwendbaarheid van het lot, godsdienstvrijheid en tolerantie.

Het UDLL-publiek kon genieten van 5 fragmenten: 1. Ouverture 2. Arrestatie van Theodora 3. Theodora alleen in de gevangenis 4. Didymus bevrijdt Theodora 5. Executie van Theodora en Didymus. Het waren dramatisch en emotioneel zeer sterke fragmenten die ons lieten kennismaken met een ‘onvolprezen’ oratorium van G. F. Händel.

Ignace Bossuyt (°1947) is emeritus professor musicologie van de KU Leuven, waar hij zijn carrière volledig uitbouwde. Als docent was hij verantwoordelijk voor alle cursussen vanaf het vroege christendom tot Johann Sebastian Bach (+1750). Zijn musicologisch onderzoek spitste zich vooral toe op de polyfonie uit de renaissance, waarover hij ook aan buitenlandse universiteiten doceerde (Utrecht, Parijs, Bristol, Urbino, Krakau en de Erasmusleerstoel aan Harvard University in Cambridge, Mass.). Daarbuiten publiceerde hij voor een ruimer publiek vooral monografieën over de barokperiode, onder meer over Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Haendel, Jean-Philippe Rameau en Alessandro Scarlatti. Recent verschenen:
In 2021: De onvermoede schatkamer van de Duitse barokmuziek van Schütz tot Bach (1650-1700), 432 p., een grondige kennismaking met 50, vaak onbekende en ten onrechte vergeten componisten uit de bloeiperiode van de Duitse barok.


In 2022: Georg Friedrich Haendel. De jonge jaren (1685-1713), een diepgaande studie over de jeugdperiode van Haendel vooraleer hij zich in 1713 definitief in Londen vestigde.
Hij is verder vooral geïnteresseerd in de nawerking van de klassieke oudheid en de Bijbel in de West-Europese muziek (zie o.m. de website http://www.kunstontmoetingen.com. – Klassieke literatuur als inspiratie voor muziek en beeldende kunst)

Met dank aan em. prof. Bossuyt en UDLL

Nieuwjaarswens

Zeit des Lichtes – Friedhelm Meuth

foto: frie peeters


Das erste Licht leuchtet. Und es vertreibt jede Finsternis.
Ganz gleich, wo es angezündet wird, die Finsternis hat in diesem Augenblick verloren. Eine einzige Kerze vertreibt eine noch so große Dunkelheit.
Doch wer zündet sie an? Und wo ist sie nötig? Und welche Finsternis nehmen wir bewusst als solche wahr?

Das zweite Licht macht deutlich, dass es nie nur um uns selbst geht. Immer geht es um das Du, den anderen, die Beziehung und die Partnerschaft.
Doch wer ist der andere, dem ich ein Licht weitergebe? Wer wartet darauf, den zündenden Funken zu empfangen? Ist da genug Bereitschaft, das Licht zu teilen?

Das dritte Licht deutet auf den, der nicht einfältig, sondern dreifaltig ist. Vater, Sohn und Geist. Drei Flammen ein und desselben Lichtes. Und dieses Licht scheint in die Finsternis unserer Welt. Wird gleichsam geboren in die Nacht der Welt hinein.
Doch wer erkennt in den echten Flammen und Lichtern dieser Welt das Licht Gottes? Wie unterscheiden wir das künstliche von dem echten und wahren Licht? Wird das göttliche Licht nicht allzu oft überstrahlt?

Das vierte Licht geht an die Enden der Erde. Es strahlt in alle Himmelsrichtungen aus. Es kann nicht für sich bleiben, sondern ist für alle da. Niemand soll davon ausgenommen sein.
Doch erreicht die Botschaft des Lichts auch alle Welt? Wird sie nicht allzu oft »ausgeblasen« von den Stürmen dieser Welt? Muss sie nicht immer wieder aufbrechen und getragen werden – hin zu allen Menschen?

Friedhelm Meudt

Tijd van het Licht

Het eerste licht schijnt.  En het verdrijft elke duisternis.
Het maakt niet uit waar het aangestoken wordt, de duisternis heeft op dit moment verloren.  Een enkele kaars verdrijft  zelfs de grootste  duisternis.
Maar wie  steekt ze in aan?  En waar is het nodig?  En welke duisternis nemen  we bewust als zodanig waar?

Het tweede licht maakt  duidelijk dat het  nooit alleen om  onszelf gaat.  Het gaat  altijd om de  jij, de ander,  de relatie en het partnerschap.
Maar wie is de andere persoon aan wie ik een lichtje doorgeef?   Wie wacht er om de brandende vonk te ontvangen?  Is er voldoende bereidheid om het licht te  delen?

Het derde licht wijst naar degene die niet eenvoudig van geest is, maar drie-enig.  Vader, Zoon en Geest.  Drie vlammen van één en hetzelfde licht.  En dit licht schijnt in de duisternis van onze wereld.  Wordt  als het ware geboren  in de nacht van de wereld.
Maar wie herkent het licht van God in de echte vlammen en lichten van deze wereld? Hoe onderscheiden we het kunstmatige van het echte en ware licht?  Wordt het goddelijke licht  niet  te vaak overschaduwd?

Het vierde licht gaat naar de  uiteinden van de aarde. Het straalt alle kanten op. Het kan niet op zichzelf blijven, maar is er  voor iedereen. Niemand mag worden  vrijgesteld.
Maar  bereikt de boodschap van licht  de hele wereld? Wordt het  niet te vaak “uitgeblazen” door de stormen van deze wereld? Moet  het  niet telkens weer uitbreken  en  gedragen worden  – naar alle mensen toe?

Friedhelm Meudt (vert. fp)

%d bloggers liken dit: