Psycholoog Ernst Koster is bezorgd om de hulpverleners: ‘Dwing hen niet te praten over een trauma’

Wie zorgt voor de zorgverlener? Psycholoog Ernst Koster (UGent) verspreidt een techniek die toelaat om hulpverleners snel te leren omgaan met stressreacties

Foto door Jonathan Borba op Pexels.com

Alle dagen krijgen onze ‘helden van de zorg’ een applaus. Veel Belgen hangen witte lakens of handdoeken uit de ramen. Een morele opkikker, zeker, maar het zal de hulpverleners niet overeind houden wanneer de Belgische coronacrisis op kruissnelheid is. Hoogleraar psychologie Ernst Koster (UGent), expert in depressies, angst en piekeren, heeft iets tastbaars. Met zijn psychologenpraktijk De Burcht vertaalde en verspreidde hij een Amerikaans protocol dat voorziet in een korte sessie om hulpverleners te helpen omgaan met stressreacties. Zo hoopt Koster de zorg voor hulpverleners snel op gang te krijgen. ‘Dat is belangrijk, ‘zegt hij, ‘want ze zullen de komende tijd in extreme situaties terechtkomen. Weinig slaap, mensen die urgent zorg nodig hebben, gepieker over de eigen gezondheid…’ Dat daarbij veel stress zal komen kijken, is niet meer dan normaal, weet Koster, maar daarom niet minder potentieel schadelijk. ‘Vaak denkt men dat koelbloedigheid en het uitschakelen van emoties een professionele manier van werken is. Dat zullen veel zorgverleners niet kunnen volhouden in deze crisis. Ze zullen zelf behoefte krijgen aan zorg die veel verder gaat dan hen gewoon laten praten over wat ze meemaken.’

Wie inziet dat een stressreactie normaal is, blijft functioneren.

Wie moet de zorg voor de hulpverlener op zich nemen?

Ernst Koster: Psychiaters, psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen kunnen dat doen. Dit protocol voorziet in een sessie van drie kwartier voor één hulpverlener, of anderhalf uur voor een groep. Daarin leren ze technieken om stressreacties te hanteren (omgaan met hun eigen emoties, nvdr). Dat is kort, ja, en dus net wat we nodig hebben in deze stilte voor de storm. Zodra de coronacrisis op volle toeren is, zal de aandacht blijvend nodig zijn. Onze hulpverleners mogen niet na een paar weken of maanden onderuitgaan. Niet voor zichzelf en niet voor de samenleving. Dit wordt een marathon, geen sprint.

Wat leren ze precies in die sessie?

Koster: De STOP-techniek. Stop what you are doing. Take a step back. Observe. Proceed mindfully. Stop met wat je doet wanneer je een stressreactie voelt. Neem afstand, zodat je de tijd krijgt om de reactie te observeren en te herkennen. Prikkelbaarheid is bijvoorbeeld perfect normaal wanneer je gestresseerd bent. Door dat in te zien, normaliseer je de situatie en blijf je functioneren. De laatste stap is de reactie hanteren, bijvoorbeeld met ontspannings- en ademhalingsoefeningen.

De STOP-vaardigheid gebruiken: Stop Neem een stapje Terug (Letterlijk) Observeer de situatie (vooral uw eigen gedachten / gevoelens) Pak mindful aan (gestimuleerde ademhaling of progressieve spierontspanning gebruiken)

Vragen zorgverleners een specifieke aanpak?

Koster: Psychologisch onderzoek leert dat puur debriefen na een zeer traumatische ervaring negatieve effecten kan hebben. Dat interfereert met de eigen manier van traumaverwerking of stresshantering. Dring het dus niet op om te praten over een traumatische ervaring. De technieken in dit protocol zijn evidencebased en hebben in vorige crisissen hun werkzaamheid bewezen. En spierontspanningsoefeningen werken voor de meeste mensen. In stress zet je lichaam zich schrap, met verkramping tot gevolg. Naast de STOP-techniek kunnen ook de eigen hanteringsmechanismen versterkt worden. Sommige mensen gaan stress bijvoorbeeld te lijf met een fijne vakantieherinnering. Prima, doorkruis dat niet. De STOP-techniek leert hoe je die heel bewust kunt oproepen.

Met dank aan Simon Demeulemeester – Knack 25 maart 2020

Woorden geven aan vreemde tijden — Neerlandistiek

(Persbericht Coronagedicht.nl) Corona maakt de pennen los van dichtend Nederland en Vlaanderen. Gedichten over quarantaine, hamsteren, angst en er voor elkaar zijn. Op de website… 178 woorden meer

Woorden geven aan vreemde tijden — Neerlandistiek

Nu het leven nieuw wordt om ons heen …

Claude Monet – Le jardin japonais à Giverny
Wenn ich ein Kind sehe, das einen Hund mit überwältigtet Freude wahrnimmt, dann befrage ich das Leben nicht mehr. Ich tauche ein ins Staunen. Ich höre das Singen des Kindes, ich sehe am klaren Frühlingshimmel einen Zug Kraniche nach Norden fliegen; all das gehört zur Askese im Sinne des Ich-los-Werdens. Die Dinge selber haben einen Gesang und eine Sprache, sie weisen über sich hinaus und loben Gott in seinen versteckten Namen. Das ichlos gewordene Ich sieht im Staunen, dass im Leben ein Stück Güte liegt. Schönheit heilt und Schönheit macht fromm. Und um sie wahrzunehmen, muss ich das Ego fortschicken, muss ich mit Claude Monets Augen zu sehen lernen.

Als ik een kind zie dat met opperste vreugde naar een hond kijkt, dan stel ik geen vragen meer aan het leven. Ik dompel me onder in het verwonderen. Ik hoor het zingen van het kind, ik zie aan de heldere hemel een vlucht kraanvogels naar het noorden vliegen. De dingen zelf hebben een gezang en een taal, ze wijzen boven zichzelf uit en loven God in zijn verborgen namen. Het ik-loos geworden ik ziet in het verwonderen, dat in het leven veel goedheid besloten ligt. Schoonheid heelt en schoonheid maakt vroom. En om ze te kunnen zien moet ik het ego wegzenden, moet ik met Claude Monets ogen leren kijken.

uit: Dorothee Sölle: Mystik und Widerstand, Kreuz Verlag, 2014

Van alle dingen waarover het geloof of de geloofsbelijdenis spreekt, is voor mij de gemeenschap van de heiligen het belangrijkst. Dat betekent niet dat ik die altijd zie. Dat geldt evenzeer voor andere zaken uit de geloofsbelijdenis. Die zijn niet zomaar aanwezig, ik heb geloof nodig om ze te zien.

Het is een centrale ervaring om met elkaar te leren bidden omdat je ergens voor hebt leren strijden. Ik kan niet beloven dat het gauw beter gaat met de aarde of dat de honger ophoudt. Juist daarom heb ik broeders en zusters nodig, heb ik troost in de nederlagen nodig.

Ik heb ook de traditie nodig omdat die mij verhalen vertelt over bevrijding, omdat het van belang is dat je je kunt beroepen op zoiets als dat al eens een verlamde is gaan dansen, of dat al eens een volk uit de verschrikkelijke consumptie -terreur van Egypte is weggetrokken, dit Egypte achter zich heeft gelaten. Ik herinner mezelf aan dat wat er was voor mijn, voor onze toekomst. Ik heb de hoop (cursief, BK) nodig die groeit uit deze vorm van herinnering. Er is al eens iemand uit de doden opgestaan.

uit: Dorothee Sölle: Wie zich niet weert: gesprekken en toespraken, ten Have/Baarn, 1981

Maria is een sympathisante

Het korte essay in het naar het Nederlands vertaalde werk Sympathie van de luthers-protestantse theologe Dorothee Sölle vangt als volgt aan: Maria – het eerste beeld, dat ik voor me zie is de gipsfiguur, in de grot van Lourdes; neergeslagen ogen, het lichaam omhuld zodat het niet meer herkenbaar is: ontsexualisering plus deemoed, het vrouwelijke ideaal. Een symbool dat geschapen is om de onderdrukten te leren zichzelf te onderdrukken, de onzekeren te leren zelfcensuur toe te passen, de dubbel uitgebuiten te leren zichzelf uit te buiten. blz. 48

Ze vervolgt met een schets van het Mariabeeld waarin ze argumenteert op basis van Bijbelse en andere teksten dat deze alles behalve een ‘gipsfiguur’ was. ‘Was het deze Maria, die aan het boerenmeisje Jeanne d’Arc verscheen en haar het mannelijkste toevertrouwde, dat mannen bezitten, het zwaard? Is onderwerping werkelijk het thema van het lied waarmee Maria in de bijbel haar zwangerschap bezingt? (Magnificat, BK)

Ze herinnert eraan dat de ontmenselijking van het beeld een erfenis is die in de kunstgeschiedenis begint in de renaissance en haar hoogtepunt vindt in de 19de eeuwse burgerlijke maatschappij. De middeleeuwse Maria werd ‘zinnelijker en vrolijker uitgebeeld ‘. Als de Maria uit de legenden en de volksverhalen een neiging tot moraalloze figuren heeft (cfr. Beatrijslegende, een kloosterlinge die ‘valt’ en voor wie Maria plaatsvervangend optreedt, BK) is ze onder klerikale invloed tot in de late Middeleeuwen niet meer geliefd in de liturgie en de literatuur. Sölle stelt dat de Mariafiguur dubbelzinnig is, dat ze ‘fungeert ten dienste van een religieus verheerlijkte onderworpenheid, maar ook ten dienste van troost, bescherming en het redden van slachtoffers. Maria is submissief, onderworpen. Maar ze is ook subversief, in de betekenis waarin de politie in Zuid-Amerika (cfr. de Zuid-Amerikaanse dictaturen van die dagen, BK) dat woord gebruikt. Ze ondergraaft de macht van heersers. […] Maria is een sympathisante. De kleine madonna, die eens het lied van de bevrijding zong, is niet van gips en plastic. Ze is zeer levend. Levend in de geschiedenis van alle onderdrukten, levend in de geschiedenis van de vrouwen.’ En in datzelfde essay lezen we:

‘Daarmee kom ik uit bij een nieuw en veel beter beeld van het meisje Maria: brutaal als Johanna van Orleans, die een aartsbisschop midden in het gezicht durfde te zeggen, dat wat hij zojuist gezegd had ‘zelfs voor hem een ongewoon domme opmerking’ was. In dit licht is Maria niet meer alleen de getemde vrouw, maar ook de rebelse meid. In haar verenigen zich strijdbaarheid en barmhartigheid en worden tot een beeld van hoop voor hen, die men het leven ontstolen heeft. Maar tegelijkertijd was ze ook altijd een repressief voorbeeld, dat bewust ingezet werd om de vrouwen deemoedig en klein te houden. Daarom is men in katholieke kringen snel geneigd een zo dubbelzinnige figuur op te geven en te vergeten. Ik sta echter persoonlijk zeer sceptisch tegen ieder soort wegwerpmaatschappij. Ik vertrouw een zogenaamd bestaan zonder beelden en mythen niet. Het is gebleken, dat waar de oude beelden afgeschaft werden, er nieuwe voor in de plaats komen, die in geen enkel opzicht vrijzinniger zijn: waar vroeger de onbevlekte Madonna in de nis stond, neemt nu mevrouw ‘Schoon en Netjes’ haar plaats in – en deze beide ideologieën dwingen beide vrouwen een rol op, die hen verzwakt en verminkt. Ik ben – evenals veel Christenen in bevrijdingsbewegingen niet bereid Maria aan anderen af te staan. Ik vind de raad, dat we Maria en de religie maar zo snel mogelijk moeten vergeten, te voorbarig en te simpel. Ook de bevrijdingsbewegingen van vandaag hebben beschermelingen en voorbeelden nodig, ook zij hebben wortels in de geschiedenis van node. Als we de Madonna van Lourdes zomaar afschaffen, is daarmee nog niets gebeurd.

Ik vind het moeilijk aan te nemen, dat de miljoenen vrouwen voor mij, die van Maria hebben gehouden, alleen maar blind en bedrogen zouden geweest zijn. Er moet ook verzet geleefd hebben. Verzet, waarvan wij kunnen leren.’

uit: Dorothee Sölle: Sympathie. Theologisch-politische Traktate. Kreuz, Stuttgart 1978 – Dorothee Sölle: Sympathie. Gedachten over geloof en politiek. ten Have/Baarn, 1979

Op 27 april 2003 is Dorothee Sölle overleden in een ziekenhuis in het Zuid-Duitse Göppingen aan de gevolgen van een hartinfarct. Halverwege de jaren negentig was reeds kanker bij haar vastgesteld. Sölle stierf ‘in het harnas’, vlak nadat ze op haar eigen indringende manier nog een volle zaal had toegesproken. Ze werd drieënzeventig jaar.

Dorothee Steffensky-Sölle, geboren Nipperdey (geboren 30 september 1929 in Keulen, † 27 april 2003 in Göppingen) was een Duitse protestantse theologe en dichter. In de academische wereld werd haar erkenning ontzegd. Ze was wereldwijd bekend als theologische schrijver en spreker. Sölle was een van de meest prominente vertegenwoordigers van ‘een ander protestantisme’. Ze bekritiseerde de Almachtsidee over God en probeerde in haar geschriften dagelijkse levenservaringen – vooral lijden, armoede, achterstand en onderdrukking – te koppelen aan theologische inhoud. Ze was politiek betrokken bij de vredes-, vrouwen- en milieubewegingen.

Een Franse Marialegende vertelt over een jongleur die zijn onrustige leven opgeeft en naar het klooster gaat. Maar het leven van de monniken blijft hem vreemd, hij weet noch te bidden, noch te zingen. Hij betreurt zijn lijden bij de Maagd Maria en zij vraagt hem om God te dienen met wat hij kan doen: dansen en springen! Vanaf dat moment miste hij alle koorgebeden om tijdens deze periode te dansen. 
Hij wordt echter bij de abt geroepen en gelooft dat hij zal weggestuurd worden, maar de abt zegt alleen:“In je dans eerde je God met lichaam en ziel. Maar moge hij ons alle goedkope woorden vergeven die over onze lippen komen zonder dat ze door ons hart zijn gegaan'

uit: Mystik und  Widerstand - Mit einer Einleitung von Fulbert Steffensky, Kreuz Verlag, 2014

Kleine biografie van Dorothee Sölle: Een profetische vrouw – Monique Wolf

Stewardess Nidhi Chaphekar overleefde de aanslag in Zaventem: 'Ik ben die dag gered om een reden' – Weekend Knack

Als ik terugdenk aan 22 maart 2016, dan denk ik niet aan de horror maar aan de golf van hulpvaardigheid en empathie die ik rond me zag. Ik ben die dag gered en ik geloof dat daar een reden voor is: ik moet een boodschap van positiviteit en hoop de wereld helpen insturen.’

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Op 22 maart 2016 werd Nidhi Chapekar het gezicht van de terroristische aanslagen in Brussel, waarbij 32 doden en meer dan 300 gewonden vielen. Nadat een foto van de Indiase stewardess de wereld rondging, hing haar leven wekenlang aan een zijden draadje. Ze schreef een boek over het intense herstelproces dat erop volgde. Knack Weekend belde haar op in Mumbai.

Precies vier jaar na de aanslagen zou ze in Brussel zijn om interviews te geven over haar boek. De coronapandemie besliste daar anders over. ‘Ook hier is mijn boekvoorstelling uitgesteld’, zegt Nidhi Chaphekar (44) wanneer we haar videobellen, terwijl ze in haar appartement in Mumbai zit. ‘Sinds vorig weekend zijn de scholen, shoppingcenters en fitnesszaken dicht. Er is een samenscholingsverbod en thuiswerk is verplicht voor wie kan. In steeds meer staten wordt het openbaar vervoer stilgelegd. Maar mijn zoon, dochter, man en ik stellen het goed. En dat is het enige wat nu telt.’

Ze hoopt met de boekenbeurs in november in België te kunnen zijn. ‘Ik wil een gesigneerd exemplaar met persoonlijk dankwoord kunnen overhandigen aan alle mensen die me in de nasleep van de aanslag hebben geholpen.’ En dat zijn er heel wat. Van de militair die haar in de luchthaven van Zaventem van de grond raapte en naar een stoel sleepte, de beveiligingsagent die haar vervolgens bemoedigende woorden toesprak, tot alle dokters en het verplegend personeel van het Sint-Augustinusziekenhuis in Antwerpen en het Grand Hôpital in Charleroi die Chaphekar in de weken nadien in leven hielden.

Gevoelloze benen

Even terugspoelen naar 22 maart 2016. Wanneer ze terug bij bewustzijn komt, ligt Nidhi Chaphekar op de grond van de vertrekhal van de luchthaven in Zaventem, zes meter verder dan waar ze zonet had gestaan. Het gele stewardessenjasje rond haar lijf: aan flarden gescheurd. Haar haren: weggebrand en onder het puin. Haar gezicht: bebloed en verbrand. Haar voeten: zwaar gehavend. Haar armen: vol brandwonden. Haar benen: gevoelloos. Rondom haar: een bloedbad, levenloze lichamen, pure chaos. Ze probeert haar ogen te openen, maar kan niets zien door de rook.

Het is dinsdagochtend, iets na acht uur en zonet hebben Ibrahim el-Bakraoui en Najim Laachraoui twee zelfmoordaanslagen gepleegd op verdieping twee van de luchthaven. Een uur later zal de jongere broer van el-Bakraoui nog een derde bom laten ontploffen in het metrostation van Maalbeek in Brussel. Het is de dodelijkste terroristische daad in de Belgische geschiedenis. Isis eist de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen, waarbij 32 doden vallen en ruim driehonderd gewonden, waaronder Nidhi Chaphekar, die op dat moment al twintig jaar stewardess is voor Jet Airways en wiens foto in de uren nadien de wereld rondgaat als symbool voor de horror van die dag.

Het beruchte beeld werd genomen door Ketevan Kardava, een Georgische journaliste die, zo gauw ze zelf bekomen was van de shock van de explosie, op Twitter begon te documenteren wat ze rond zich zag. Pas weken later zou Nidhi Chapekar ontdekken dat het dankzij die foto was dat haar familie in die eerste uren na de aanslag vernam dat ze nog leefde. ‘Ik ben die journaliste erg dankbaar, dankzij die foto heb ik heel wat aandacht en kansen gekregen, zoals het schrijven van een boek, alleen hadden de internationale media mijn borsten en buik mogen blurren voor ze er paginagroot mee uitpakten op hun voorpagina’s. Ik vind het erg dat mijn kinderen mij in die toestand hebben moeten zien.’

Chaphekar, die samen met een collega op weg was om haar vlucht te halen naar Newark, New Jersey, wilt opstaan, maar twijfelt. ‘Wat als er zich nog ergens terroristen schuilhielden? Wat als mijn bewegingen zouden verraden dat ik nog leefde?’ Ze is in shock, maar haar innerlijke stem blijft herhalen: ‘Nidhi, sta op, je moet het thuisfront laten weten dat alles oké is. Je kinderen hebben examens. Je moet hen bellen.’

Ze besluit op te staan om zo snel mogelijk weg te komen van deze plek. Dat is het moment waarop ze beseft dat ze geen gevoel meer heeft in haar benen. ‘Het was alsof ze niet langer vastzaten aan mijn lichaam. Ik voelde zelfs geen pijn. Ik probeerde mijn been op te heffen, maar dat lukte niet. Ik raapte al mijn moed bij elkaar om te kijken of mijn benen er nog waren. Gelukkig wel. Maar ze waren ernstig gewond, er staken op verschillende plekken stukken metaal doorheen en het leek alsof iemand het vlees eruit had geschept. Er stak ook een groot stuk glas uit mijn voet. Mijn benen bloedden verschrikkelijk.’

Wat daarna volgt, valt ongeveer zo samen te vatten: Nidhi Chaphekar probeert weg te rollen van de afgerukte lichaamsdelen en andere menselijke resten om haar heen, maar dat mislukt. Dankzij de noodhulpprocedure die ze als bemanningslid van een vliegtuig jaarlijks moet doorlopen, weet ze hoe ze het bloed dat uit haar been en voet stroomt moet stelpen, maar door haar verbrande handen slaagt ze er niet in voldoende druk te zetten. Ze wordt erg duizelig en denkt dat ze alsnog gaat sterven. Een militair versleept haar naar een stoel, waar ze haar been omhoog probeert te leggen om de bloedtoevoer naar haar hoofd te stimuleren. De dame die op de beroemde foto rechts van haar te zien is, telefoon in de hand, raadt haar aan om diep adem te halen. Een beveiligingsagent spreekt haar bemoedigende woorden toe. De minuten kruipen voorbij.

Wanneer de hulpdiensten uiteindelijk arriveren, wordt Chaphekar overgebracht naar het Sint-Augustinusziekenhuis in Antwerpen. Daar stelt ze de dokters, onderweg naar de operatiezaal, twee vragen. ‘Gaan jullie mijn benen amputeren?’ En: ‘Is mijn gezicht volledig verbrand?’ Op de eerste vraag kunnen de artsen niet antwoorden. Het antwoord op de tweede vraag luidt simpelweg: ‘Ja.’ Chaphekar zegt meteen dat ze niet meer wil leven. ‘Een stewardess móét er altijd mooi uitzien.’ Een dag later wordt ze overgebracht naar een gespecialiseerd ziekenhuis voor brandwondenpatiënten, het Grand Hôpital in Charleroi, waar ze uiteindelijk 22 dagen in een kunstmatige coma wordt gehouden.

Het revalidatieproces dat daarop volgt, hield Chaphekar bij in dagboekvorm. In Herboren vertelt ze hoe ze terugvocht en opnieuw volop voor het leven koos, ook al ziet dat leven er vandaag helemaal anders uit.

Hartstilstand

Je stond eigenlijk niet ingepland om die bewuste vlucht van Brussel naar Newark te nemen, maar omdat het de laatste keer zou zijn dat Jet Airways naar de Verenigde Staten zou vliegen, liet je je werkrooster aanpassen zodat je erbij kon zijn. Waarom wou je die vlucht absoluut niet missen?

Nidhi Chaphekar: ‘Er waren twee redenen. Ten eerste was dit mijn laatste kans om op deze bestemming te vliegen en dat wou ik niet missen. Toen er op mijn vliegschema voor de maand maart geen enkele vlucht naar de VS ingeboekt stond, belde ik het planningsteam op en bestookte ik hen met e-mails tot ik mijn zin kreeg en werd ingepland voor die laatste vlucht. Als ik iets wil, ga ik tot het uiterste om dat te krijgen. Bovendien had ik een maand eerder in de VS een paar schoenen gekocht voor mijn zoon. Ze waren te groot, dus ik wilde ze graag omruilen. Ten tweede is Brussel een van mijn favoriete bestemmingen. De Brusselse wafels, jullie klimaat, de mensen. Je hebt geen idee hoeveel ik van Brussel houd. Als ik kon deelnemen aan die laatste vlucht naar de VS, kon ik nog een laatste keer een Brusselse wafel eten.’

In je boek schrijf je dat je geen spijt hebt dat je zoveel moeite hebt gedaan om die vlucht te kunnen strikken. Meen je dat echt?

Herboren, hoe ik terugvocht na de terroristische aanslag in Brussel, 19,99 euro, uitgeverij Lannoo

‘De aanslag heeft mij en mijn familie onnoemelijk veel pijn bezorgd. Maar in plaats van te huilen en me af te vragen waarom dit mij moest overkomen, leerde ik mezelf om andere vragen te stellen: wat kan ik doen in deze situatie? Hoe kom ik dit te boven? De vrouw die haar vliegschema uiteindelijk met mij ruilde, heeft me nadien duizend keer bedankt. ‘Als dit mij was overkomen, had ik het niet overleefd’, zei ze. Ik denk dat ik voorbestemd was om die vlucht te nemen. Niet iedereen zou van deze situatie het beste kunnen maken. Als ik terugdenk aan 22 maart 2016, dan denk ik niet aan de horror maar aan de golf van hulpvaardigheid en empathie die ik rond me zag. Ik ben die dag gered en ik geloof dat daar een reden voor is: ik moet een boodschap van positiviteit en hoop de wereld helpen insturen.’

De wereld leerde jou kennen nadat een foto van jou viraal ging. Maar niemand kon bij het zien van dat beeld vermoeden dat je zoveel zwaarder gewond was dan op het eerste gezicht leek. Dokters vonden tientallen stukken metaal in je lichaam. Je gezicht en armen waren zwaar verbrand en er waren huidtransplantaties nodig met stukken huid uit je dij. De knal van de explosie perforeerde je trommelvlies. In je rechtervoet ontbreken tot op vandaag enkele botten.

‘Eens ik overgebracht was naar het ziekenhuis in Charleroi, hebben artsen mij een kleine maand in een kunstmatige coma gehouden. Toen ik wakker werd, wist ik uiteraard niet wat er allemaal met mij aan de hand was. Dat ik het in dit boek zo gedetailleerd kon beschrijven, heb ik te danken aan het medische personeel, mijn man, familie en collega’s die me in de weken nadien alles hebben verteld. Hoe kon ik anders weten dat het grootste stuk metaal in mijn voet was beland, of dat mijn man me niet had herkend toen hij mij de eerste keer in het ziekenhuis bezocht? Ik heb mijn medische dossiers die in het Frans en Nederlands geschreven waren, moeten vertalen om te ontdekken dat ik vier dagen na de aanslag een hartstilstand heb gehad, waarna ik vier elektrische schokken heb toegediend gekregen. Toen ik dat las, besefte ik dat ik echt een tweede leven heb gekregen. Zonder reanimatie was ik er niet meer geweest.’

Wanneer de dokters je willen wekken uit je coma, vragen ze aan je man om de stemmen van je familie door een luidspreker te laten afspelen in je kamer, zodat ze kunnen zien of je reageert en je hersenen nog werken. Je toont geen teken van leven wanneer je echtgenoot, je zussen en zoon tegen je praten, maar dan komt je dochter aan de lijn en begint je hele lichaam te trillen. Enig idee waarom net haar stem je brein triggerde?

‘Niet echt, maar een van mijn eerste gedachten vlak na de explosie was: ik moet mijn kinderen bellen en hun succes wensen met hun examens. Ik denk dat het een automatische reactie is om als moeder meteen aan je kinderen te denken wanneer je iets ergs overkomt. En hoewel ik weet dat mijn zoon en dochter evenveel van mij houden, drukt mijn dochter die liefde veel expressiever uit. Misschien kwam het door die natuurkracht die zij in zich heeft dat mijn oogleden begonnen te trillen en mijn lichaam begonnen te schokken.’

Geboren optimist

De kracht van positief denken is de rode draad doorheen je boek, dat vol staat met quotes als ‘Het leven bestaat voor tien procent uit wat ons overkomt en voor negentig procent uit hoe we daarmee omgaan’. Ben je altijd zo vastberaden geweest?

‘Mijn e-mailadres begint met ‘tigressnidhi@…’ en dat gebruikte ik al jaren voor de aanslag. Ik zie mezelf dus wel als een tijgerin, ja. (lacht) Dat heeft allicht met mijn achtergrond te maken. Ik heb drie oudere zussen en groeide op in Rajasansi, een klein dorp in de Indiase staat Punjab waar meisjes niet naar school gaan en trouwen op hun dertiende. Mijn ouders zagen mij gelukkig als een individu dat recht had op een opleiding en op de wereld was gezet met een doel. Toen ik piloot wilde worden, maar daarvoor niet de juiste scholing bleek te hebben genoten, steunde mijn moeder mij in mijn beslissing om te solliciteren voor de job van stewardess. Na de aanslag was ik gewond, getraumatiseerd en dreigde ik depressief te worden. Maar het was mijn moeder die zei: ‘Ondanks alles heb je je individualiteit nog, Nidhi. Laat ze dat niet van je afpakken, want zo gauw je dat toelaat, stel je niets meer voor.’ Ze herinnerde me eraan hoe ik als kind omging met obstakels en wist de positieve energie weer aan te boren die ik nodig had om terug te vechten.’

Zes weken na de aanslag beslissen Belgische dokters dat je het vervolg van je revalidatie in India mag verderzetten. Daar leg je jezelf kleine doelen op. Je vraagt verpleegsters of je je eigen brandwonden mag verzorgen. Wanneer je benen wat beter zijn en dokters je vragen om twee stappen te zetten, zet je er vijf. Je bouwt op eigen initiatief je dosis pijnstillers af. Is dat je advies aan mensen die tegenslag kennen: blijf niet bij de pakken zitten en daag jezelf uit?

‘Dokters zijn mensen die om je geven, maar ze weten nooit wat je precies aankunt, dus zijn ze voorzichtig in de grenzen die ze opleggen. Maar jij bent degene die uiteindelijk alle moeite moet doen om je tegenslag te verwerken, dus waarom zou je niet proberen om je limieten op te zoeken? Dat betekent niet dat je het doktersadvies naast je neer moet leggen, maar je kunt wel je best doen om je revalidatieproces, waar mogelijk, te versnellen.’

Wanneer je in juni 2016 aan je familie meedeelt dat je terug wilt deelnemen aan het huishouden, weliswaar met één hand en leunend op één been, want met je andere hand houd je je looprek vast en aan je rechterbeen draag je een speciale schoen waarop je niet kunt steunen, weigeren je gezinsleden dat resoluut. ‘Zoek maar een andere bezigheid’, klinkt het. Is dat het moment waarop je begint te schrijven?

‘Ja, mijn familie raadde me aan om een dagboek bij te houden, zodat ik nooit zou vergeten wat ik allemaal heb doorgemaakt. En toen drong het tot me door: misschien kan mijn verhaal ook iemand anders inspireren om positiever in het leven te staan. Dus begon ik te schrijven, ook al heb ik helemaal geen schrijftalent. Gelukkig werkt mijn uitgever met goede eindredacteurs.’

Herboren gaat over het eerste jaar na de aanslag, maar intussen zijn we vier jaar verder. Op het einde van je boek hoop je als lezer mee dat het niet lang meer duurt voor je weer als stewardess aan de slag kunt. Zit dat er nog in?

‘Ik vrees van niet. Mijn rechtervoet is nog niet genezen, integendeel, de pijn is de voorbije jaren erger geworden. Bovendien heb ik soms geen gevoel meer in mijn benen, op andere dagen trekt de pijn tot in mijn onderrug. Waar ik woon is de lucht zo vochtig en warm dat ik bepaalde kleren niet kan dragen omdat ik er huiduitslag van krijg. Dan zit ik binnen met de airconditioning aan en een laag lotion op mijn huid. Dat is bij momenten allemaal erg frustrerend en uiteraard vloeien de tranen soms van de pijn. Maar wat de voorbije jaren wel verbeterd is, is de manier waarop ik met dit alles omga. Via YouTube-filmpjes heb ik leren omgaan met angst en trauma en heb ik de kracht van mediteren ontdekt. Ik leef vandaag met heel wat beperkingen, maar ik leef tenminste nog.’

Dit klinkt allemaal veel erger dan wat het slot van je boek doet vermoeden.

‘Dat klopt, maar ik blijf mijn grenzen opzoeken. Je kunt niet weglopen van je problemen, je moet de kracht vinden om ermee om te gaan. Dat begint bij aanvaarding. Leren omgaan met je beperkingen. Ik zou je een zielig verhaal kunnen vertellen, over hoe ik vandaag geen job meer heb, mijn bankrekening op nul staat en ik afhankelijk ben van mijn man.Maar liever vertel ik je hoe ik vandaag geniet van alle intieme familiemomenten die ik heb moeten missen in mijn twintigjarige carrière als stewardess en hoe blij ik ben dat ik nog kan spreken. Mijn vader besloot op zijn tachtigste nog een knieprothese te laten zetten, nadat hij gezien had welke weg ik heb afgelegd na de aanslag. ‘Als jij dit kan, dan ik ook’, zei hij. En het is hem gelukt. Hij is vandaag 82 en loopt weer. Dat is het effect dat ik op anderen wil hebben door mijn verhaal te delen.’

Misschien is een job als inspirational speaker wel een mooie carrièrewending?

‘Dat zou ik geweldig vinden en ik geef ook al wel geregeld lezingen, maar hier in India is het niet de gewoonte daarvoor vergoed te worden. Daar wil ik dringend verandering in brengen. Ik wil terug brood op de plank brengen en voor mijn gezin kunnen zorgen. Ik heb er alle vertrouwen in dat mij dat binnenkort weer lukt.’

Met dank aan Elke Lahousse en Weekend Knack